Plotseling schiet ik wakker, nog enigszins gedesoriënteerd maar volledig geprikkeld door de penetrante, zurige lucht die mijn neusvleugels direct aanvreet als zout in een open wond. Hoewel er geen hand voor ogen te zien is, weet ik vrijwel zeker dat het aardedonker hol waar ik vastgeketend zit aan de muur het domein en speelweide is van een maniakaal gezelschap dat in geen enkele GGZ-instelling nog te redden is. Zodra mijn ogen gewend zijn aan de barre omstandigheden, krijgen mijn vermoedens een pijnlijke bevestiging.Lees verder ›






















