Dååth – The Deceivers

Dååth is opgestaan uit de dôôd. Dit had er lange tijd geen enkele schijn van. Veertien jaar hebben fans van de Amerikaanse formatie moeten wachten. Bandleider Eyal Levi had alle zin in de gitaar verloren, maar werd door een wereldwijd virus (ik wil die naam niet meer horen) noodgedwongen zijn andere activiteiten te staken. Het eelt op de handen was dan wel verdwenen, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ook het telefoonnummer van oudgediende en zanger Sean Zatorsky was nog niet vergeten en zo kon het werken aan nieuwe muziek beginnen. Om een volledige band te vormen werden niemand minder de Krimh op de drums (onder andere Septicflesh) en Rafael Trujillo op gitaar (Obidious en ex-Obscura) aangetrokken. Verder maken Jesse Zuretti op gitaar en orkestratie (Binary Code) en David Marvuglio op basgitaar (Chuggernaut) hun opwachting in de nieuw geformeerde groep. Dat zijn een flink aantal mutaties. Tel daarbij op dat we gitaarsolo’s mogen verwachten van gitaristen van Ice Nine Kills, Archspire, Scar Symmetry, Periphery en Jeff Loomis (ex-Nevermore, ex-Arch Enemy) en we kunnen niet anders dan spreken van een waanzinnig sterrenensemble. En passant zat Jens Bogren ook nog achter de knoppen. Als je nu nog niet op het puntje van je stoel zit, dan kunnen we net zo goed ophouden met deze website.

Een zeer imposante verzameling namen, zoveel is zeker. Tegelijk ook een ontzettend lange tijd tussen dit nieuwe en het vorige werk. Zelfs nog een jaar langer dan Tool zijn fans liet wachten, toch een twijfelachtige eer. Een blik op de recensie van het vorige zelfgetitelde album laat zien dat ook uw favoriete webstek in een dergelijk lange periode een flinke metamorfose kan doorgaan. Dat alles maakt toch ook benieuwd of het geluid nog herkenbaar is en welke impact dit heeft op de muzikale invulling. Het korte antwoord is: in feite hebben we hier met een volledig nieuwe band te maken. Dååth heeft de jaren echter wel gebruikt om de muzikale composities te laten rijpen en deze van diepgang en veelzijdigheid te voorzien.

In de eerste plaats is hierbij een grote rol weggelegd voor nieuwkomer Zuretti, die de composities van een flinke symfonische grondlaag voorziet. Dat is al te horen op de groovende opener No Rest No End, maar wordt nog verder doorgetrokken op Hex Unending. Hiermee verschuift het geluid van de band van thrashy death naar volledig opgepompte symfonische melodische death metal. De naam werd al even genoemd, maar vergelijkingen met Septicflesh zijn hiermee wel op zijn plaats. Al doet het geluid nog meer denken aan het Noorse Deception. Die andere nieuwkomer Trujillo zorgt verder voor een licht technische en progressieve invulling van de gitaarmelodieën, waarbij alle gastbijdrages nog een extra zwaar metalen duit in het zakje doen. Op Ascencion verwelkomen loodzware riffs de gastbijdrage van Dean Lamb (Archspire), maar het nummer blijft weg van de technische hoogstandjes van diens eigen band. Die vinden we vervolgens wel op het uiterste brute With Ill Desire, dat met het technische gitaarspel doet denken aan Allegaeon en Alustrium. Een flink hoogtepunt op het album. Het zorgt ervoor dat het geluid van dit nieuwe album The Deceivers constant verschuift van melodisch, naar progressief of technisch om vervolgens toch een vleugje thrash toe te voegen (The Silent Foray).

Tijdens het luisteren valt op hoe vernuftig de nummers allemaal in elkaar zitten. Van brute riffs, tot technische gitaarladdertjes en razende drumpartijen. Ook de orkestrale onderdelen hebben allemaal hun duidelijk functie en plek. Alles bij elkaar gebeurt er ontzettend veel en verveelt het album geen moment. Toch voelt het geheel tegelijkertijd ontzettend losjes aan en zorgen de groovende gitaren voor houvast en een zekere ademruimte. De kraakheldere productie helpt hier flink bij. Een sprekend voorbeeld is Unwelcome Return, waarmee Dååth laat horen dat de terugkeer juist zeer welkom is. Het nummer trekt in één grote razernij voorbij en laat een spoor van vernieling achter. Het drumwerk van nieuwkomer Krimh is werkelijk fenomenaal en ook het soleerwerk mag tot het beste van het album gerekend worden.

Dit nummer lijkt de barrières open gebeukt te hebben. Waar de eerste helft van het album vooral leunt op simpelere structuren en groovende gitaren, wordt op de tweede helft de progressieve kant meer opgezocht. Purified By Vengeance is daarbij uitgesproken bombastisch, waarbij zanger Zatorsky zich van zijn beste kant laat horen. Het meeslepende refrein is op zichzelf al een hoogtepunt van het album. Deserving Of The Grave is wederom een ingenieus nummer, dat met verslavende melodieën na enkele luisterbeurten alleen maar meer weet te beklijven. Met momenten zit er een lekker (ook op andere plekken op het album) zwartgeblakerd randje aan de gitaren, waarmee de gedachten afdwalen naar het black metal project Ibaraki van Trivium frontman Matt Heafy. Into The Forgotten Dirt is de afsluiter en weet de eerste helft van het album met de tweede helft samen te smelten tot een waardig einde. Beukend geweld wordt omlijst door een sterke gitaarbeheersing en wederom uiterst strak trommelwerk van Oostenrijkse makelaardij (drummer Krimh is geboren in de Alpen).

Dååth is opgestaan uit de dôôd. En hoe. Dit mag met recht een comeback genoemd worden. Sterker nog: het eerder werk van deze Amerikaanse band staat flink in de schaduw van dit nieuwe album The Deceivers. In alles is dit de overtreffende trap van wat eerder op de wereld is losgelaten. Hiermee wordt niemand om de tuin geleid. Neen, dit is louter genieten geblazen.

Score:

86/100

Label:

Metal Blade Records, 2024

Tracklisting:

  1. No Rest No End
  2. Hex Unending
  3. Ascension
  4. With Ill Desire
  5. The Silent Foray
  6. Unwelcome Return
  7. Purified By Vengeance
  8. Deserving Of The Grave
  9. Into Forgotten Dirt

Line-up:

  • Sean Zatorsky – Zang
  • Eyal Levi – Gitaar
  • Rafael Trujillo – Gitaar
  • Jesse Zuretti – Gitaar, orkestratie
  • David Marvuglio – Basgitaar
  • Krimh – Drums

Links: