Prognosis Festival 2022: een verrassing, verzoekjes en verdomd lange nummers (zaterdag)

In maart 2020 was de tweede editie van het progressieve festijn Prognosis een van de eerste festivals die sneuvelden. Nu, meer dan twee jaar later, is het een van de eerste grotere indoorevenementen die doorgaan zonder coronamaatregelen. Met de hulp van collega Cor de Vos die het festival toch al bijwoonde doet redacteur Michiel Hoogkamer zijn best om zoveel mogelijk bands de aandacht te geven die zij verdienen. Op deze tweede dag onder meer een gloedvol optreden van Long Distance Calling, een geslaagde verjaardagsset van Focus en een mooi “By Request” (dat klinkt toch van stoerder dan verzoeknummertjes) optreden van Leprous. De fraaie foto’s in dit verslag zijn van Emmelie Herwegh, waarvoor dank!

Lees ook het verslag van vrijdag 15 april 2022!

Ross Jennings (Second Stage, Michiel)

Wanneer we in de Effenaar aankomen voor nieuwe festivaldag denken we even in een soort Groundhog Day te zijn aanbeland. Alweer Ross Jennings en Harrison White op de Second Stage!? De heren zorgden met hun band Novena gisteren nog voor de verrassing van de dag. Vandaag betreedt Haken-zanger Jennings het podium echter in zijn hoedanigheid van singer-songwriter. De akoestische set die hij brengt, wordt – als verwacht – gedragen door zijn krachtige glasheldere stem. White is alleen het podium opgekomen om Jennings te ondersteunen bij de Novena-song Disconnected maar wordt tot zijn verbazing gevraagd/gedwongen om nog een prognummertje mee te doen. Dat wordt een wel heel losse versie van Solsbury Hill van Peter Gabriel waarbij Ross en Harrison om de beurt de tekst en de akkoorden vergeten. Dit tot hilariteit van het al in grote getalen aanwezige publiek. Het opvolgende Catcher In The Rye wordt solo gebracht en staat dan weer bol van de emotie, zodat we bij dit eerste optreden van de dag zowel glimlachen als kleine traantjes zien. Mooi dat Jennings zijn publiek zo weet te raken met alleen zijn stem en wat snaren. Wanneer datzelfde publiek vervolgens op maat bediend wordt met wat uitgeklede Haken-songs werken we ons met tegenzin de volle zaal uit want boven gaat The New Death Cult beginnen.

Ross Jennings

The New Death Cult (Mainstage, Michiel)

De geschiedenis herhaalt zich, zo luidt het gezegde. Eerst hadden we Southern Death Cult. Die band gaf zijn zanger Ian Astbury en delen van zijn naam door aan Death Cult dat op zijn beurt weer The Cult werd. En nu is er dan kennelijk een nieuwe doodscultus. Deze speelt alternatieve rock en heeft verder niets van doen met de makers van Love, Electric en Sonic Temple. Ten minste, niet dat we weten want de bandleden van The New Death Cult zouden menselijke aliens zijn die namen dragen die overeenkomen met letters uit het Griekse alfabet. Met het gevoel voor theater zit het wel goed dus. Dat blijkt ook wanneer de heren gemaskerd en met strepen fluorescerende verf op de voorhoofden het podium opkomen. Wanneer de zanger na het eerste nummer de lap van zijn mond haalt, steekt daarachter The Joker-achtige schmink. We zijn geïnteresseerd! Helaas wil het muzikaal niet zo klikken vandaag. Dat ligt deels aan het geluid. De band zet in met een stevige gitaarlead die alleen vanaf de monitoren te horen lijkt. De donderende bas en scherpe drums die wel in het geluid zitten doen de band eerder als een punkgroep klinken dan als de briljante cross-over tussen Queens Of The Stone Age, Biffy Clyro en Pink Floyd die hij graag pretendeert te zijn. Een latere solo wordt gebruikt om wat schuiven open te zetten zodat een en ander wel wat verbetert. Het blijft echter moeilijk om de muziek en de Supergrass-snik in de vocalen op waarde te schatten, ook voor het wat afwachtende publiek. Dat reageert nog het best op de latere nummers waarin net iets minder strak binnen de lijntjes wordt gekleurd en wat meer de ruimte wordt gezocht. Maar had u anders verwacht op Prognosis?

The New Death Cult

Cobra The Impaler (Second Stage, Michiel)

Minder visuele fratsen bij Cobra The Impaler, hoewel in de banner achter het podium de ogen van het monster van de hoes verlicht worden. Ook geen Dirk Verbeuren trouwens die het debuut Colossal Gods van deze door Tace DC (ex-Aborted) geleide Belgische band indrumde. Wat dan wel? Bij aftrap al een alles vermorzelende bulldozerriff die de mondhoeken automatisch in een grimmige lach omlaag stuurt. Uit de diepe onderbuik gehaalde zang die bij vlagen de richting van Layne Staley uitgaan, maar ook ziedende krijsen. Imposante drums ook die af en toe hun eigen ding mogen doen voor de almachtige riff weer overneemt. En zo is binnen één nummer al duidelijk dat we naar weer een winnaar in de kleine zaal staan te kijken. Mountains zet daarna de twee jaar nauwelijks getrainde nekspieren hard aan het werk. Het gaat gitarist James Falck niet hard genoeg. Fanatiek spoort hij de fans aan uit hun dak te gaan. Nodig is dat eigenlijk niet want de volle zaal geniet met even volle teugen. We betrappen ons er zelfs op dat we de luchtgitaar tevoorschijn hadden. We wisten eerlijk gezegd niet eens dat we die nog ergens hadden!!! Nog wat duiding van de muziek nodig? Die schuurt aan tegen het onaantastbare Mastodon, maar het mengsel van melancholie en hardcore in Scorched Earth doet ook wat denken aan wat Converge en Chelsea Wolfe op Bloodmoon: I brachten. En dus passen termen als heavy, meeslepend en overtuigend. Tegen het einde van de set kijkt de band dan ook terecht uit op een deinende zee van hoofden. Cobra The Impaler speelt de komende maanden nog een aantal malen in België en Nederland. Gaat dat zien en horen!

Cobra The Impaler

Magic Pie (Mainstage, Michiel)

Op het hoofdpodium brengt Magic Pie een heel ander potje prog. Veel klassieker vooral. De Noorse band is pas in 2001 opgericht maar de muziek geeft het gevoel alsof de groep ook gewoon al veertig jaar zou kunnen bestaan. In opener King For A Day wisselen wisselen wervelende gitaarsolo’s en freaky toetsenpartijen elkaar af in lange instrumentale passages. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door de prettige, soms bluesy stem van Eirikur Haukson en een Beatlesque melodie waarop steeds wordt teruggevallen. Fraaie samenzang en sfeervolle beelden achter de muzikanten maken het plaatje af. Wanneer in het middenstuk van het bijna half uur dat het nummer duurt een reeks snelle “stop and go”-riedels zonder misser wordt neergelegd zwelt een bescheiden applaus aan. Vakmanschap is meesterschap zoals ze in er reclame ooit zeiden. Toch duurt het sommigen van de aanwezigen wat te lang. Iemand roept hard tussendoor dat het nu wel tijd is voor een ander liedje. Eirikur lacht minzaam. Na het nummer verontschuldigt hij zich bijna dat de band nu eenmaal lange nummers schrijft, maar dat er nu een wat kortere volgt om iedereen op zijn gemakt te stellen. Het tekent de gemoedelijke sfeer bij dit optreden dat geen fan zal hebben teleurgesteld.

Scarlet Stories (Second Stage, Michiel)

Door naar de kleine zaal om het oor te luister te leggen bij wat bloedrode verhalen. Het in eigen beheer uitgebrachte debuutalbum Necrologies van Scarlet Stories werd door Marco Paasman in 2019 van een liefkozende recensie voorzien. Door de welbekende redenen zal er echter nog niet veel gelegenheid geweest zijn de plaat deftig live te presenteren. Nu dus wel en dat laat de band zich geen twee keer zeggen. Wanneer zangeres Lisette van den Berg opkomt met een licht timide “haai” is de helft van de zaal al ingepakt. De rest volgt bij de eerste instrumentale passage die schuurt, wrikt en pijnigt. Het draait bij deze band immers om donkere verhalen en dat doet zich ook gevoelen in de muziek. Daarin is overigens ook een grote rol weggelegd voor viool die soms eerder klinkt als een cello en daarmee voor extra warmte en duisternis zorgt. Lisette zet net als op de plaat haar stem veelzijdig in om sferen en personages een gezicht te geven. Dat is wat wennen voor de niets vermoedende luisteraar, vooral waar zij inzet met een wat kinderlijk stemmetje, maar zodra het kwartje is gevallen is het vooral de onderhuidse spanning in de muziek en vocalen die beklijft. We horen het in Vingt Mille Lieus Sous Les Mers waarin omineus gitaarspel, (bijna) dubbele bassdrums en intricate ritmewisselingen (onder het motto “telt u even mee”) leiden naar de rust van de zee. Het levert de band een groot applaus op.

Long Distance Calling (Mainstage, Michiel)

Twee jaar geleden stond de volledige uitvoering van het magnifieke en indrukwekkende Stummfilm op het programma van Prognosis 2020. Dat werd gecanceld en nu staat er alleen nog “special set” achter de naam Long Distance Calling. Dat laat nog steeds ruimte voor moois maar niet voor een volledige uitvoering van Stummfilm want die score duurt maar liefst twee uur en acht minuten, waar de band vandaag 75 minuten heeft.

Het optreden begint met Curiosity van het laatste album How Do We Want To Live? Daarna wordt het qua titels wat ingewikkelder doordat Long Distance Calling een instrumentale band is, waarbij het goed wegdromen is zonder de titels al te veel aandacht te geven. Meer nog dan bij The Ocean gisteren zit er zoveel lyriek in de instrumentatie dat de zang niet gemist wordt. In een van het begin glashelder geluid vertellen de gitaarlijnen hun boeiende verhaal. Daarbij valt gelijk op dat alles warmer en meeslepender klinkt dan de ietwat kille productie van de laatste plaat. Deze muziek werkt toch het beste als het alomvattend uit grote speakers komt zodat je er bijna in weg kunt zwemmen.

Long Distance Calling

Anders dan bij Stummfilm geen beelden dit keer, wel een soms sobere, maar mooie en sfeervolle lichtshow. In de tweede track speelt leadgitarist David Jordan, die zichzelf in elke lead opnieuw lijkt uit te vinden direct na de sample een werkelijk hemel openscheurende solo waardoor geluid heel even nog de enige energie in het universum lijkt te zijn. Het volgende nummer leidt hij dan weer in alsof hij de geest van Gilmour kanaliseert. Die leeft nog zegt u? Ach, u begrijpt wat ik bedoel. Van Avoid The Light komt Black Paper Planes voorbij. Het brengt de handen ritmisch op elkaar tot op het balkon, voordat een korzelige gitaar het feestgevoel doorbreekt. Naarmate het optreden vordert werkt de muziek meer en meer hypnotiserend. Om me heen zie ik ogen dichtgaan en er zijn zelfs wat rave-achtige bewegingen waar te nemen. Resteert er toch nog één vraag. Wat was er zo “special” aan deze set? Anders dan dat na twee jaar stilte elke set speciaal is en dat het optreden van zeer hoog niveau was, bedoel ik. Zelfs de band sprak over zijn eerste “regular” show sinds 2019.

Cellar Darling (Second Stage, Michiel)

Bij het populaire Cellar Darling is er inmiddels geen doorkomen aan. Om een hoekje kijkend krijgen we ervan mee dat zangeres/multi-instrumentaliste Anna Murphy vooral in het middenregister overtuigt met haar controle. Ook zien we in een doomy passage een voorproefje op de dwarsfluit van Thijs van Leer later op de avond. Sowieso laat de samenstelling van veelsnarige bas, drums en een gitaar mooi de ruimte voor extra’s als de hurdy-gurdy die in het volgende nummer van stal wordt gehaald. Voor zover we hebben kunnen zien en horen is duidelijk dat de ervaring van de leden van Cellar Darling zich niet verloochent. Overtuigend optreden.

Focus (Mainstage, Cor)

Opgericht in dit kleine kikkerlandje in 1968 en slechts een paar jaar later een wereldwijde sensatie als de Nederlandse band Focus op globale schaal doorbreekt. Met dank aan de legendarische frontman, Thijs van Leer, die door zijn spontane gejodel en cabaretachtige trekjes bij de track, Hocus Pocus, de internationale deuren opende. Uiteraard deed hij dit niet alleen en waren gitarist Jan Akkerman, basgitarist Cyriel Havermans en drummer Pierre van der Linden erbij. Sinds dat moment zijn er een hoop wisselingen in de bezetting geweest, maar vanavond bij Prognosis mogen wij Thijs en Pierre in levende lijve aanschouwen, in de vorm van Focus dat een gouden jubileumshow neerzet.

Focus

Geweldig om te zien hoeveel Nederlanders (jong en oud) bekend zijn met Focus, maar ook hoeveel buitenlandse bezoekers ontzettend nieuwsgierig zijn. De zaal is dan ook redelijk vol (al blijkt er de rest van de avond verrassend genoeg bewegingsruimte over te blijven) als Thijs en Pierre het podium opkomen en de eerste compositie ooit van Focus inzetten: de gelijknamige en instrumentale track. Al gauw komen gitarist Menno Gootjes en basgitarist Udo Pannekeet op en is het feestje aan! Dat zeg ik nu wel, maar het feest barst pas echt los als Thijs de allereerste hit van de band inzet met House of the King. Al (fliere)fluitend begint het pakkende en zeer vrolijke nummer en het publiek in de zaal begint te dansen en mee te klappen (alleen dan niet op de off-beat zoals in het oorspronkelijke nummer). Dan worden de bezoekers die bekend zijn met het werk van de heren ietwat verrast met het maar liefst 22 minuten durende Eruption, afkomstig van het album Focus II. En verschijnen alle blije gezichten weer bij de derde hitsingle, Sylvia.

Maar het dak gaat er past echt af als gitarist Menno Gootjes het wereldwijd bekende Hocus Pocus inzet. Iedereen danst mee en lacht als Thijs zijn alom bekende gejodel start en het publiek half falend probeert om de opbouw van de zanglijn mee te zingen met de gitaar. Het zorgt voor een hoop hilariteit, genot en menig blik van respect. “Hoezo respect”, vraagt u? Thijs mag dan inmiddels de zeventig gepasseerd zijn (wat zo nu en dan resulteert in een nodig rustmomentje gedurende de set), maar wat kan deze beste man vermaken! Jong en oud, bekend met of onbekend met, het maakt niet uit: iedereen danst, lacht, klapt en juicht bij dit toch wel unieke optreden. Mannen van Focus: ik dank u zeer en het was mij een waar genoegen u te mogen aanschouwen.

Wheel (Second Stage, Michiel)

Aan Wheel om de serie goede tot wel heel goede optredens op de Second Stage van een passend einde te voorzien. Onze geheimzinnige collega MrJingles voorzag het laatste album Resident Human van een rollende recensie en had de band vandaag vast graag aan het werk gezien. Aan mij is de band tot nu toe helaas ietwat voorbij gegaan. Pas bij de opkomst zie ik dat ik eerder die dag bij een optreden een tijd naast de zanger stond.

Opener Lacking komt van het eerste album. Van MrJingles heb ik geleerd dat het in die tijd de bedoeling van de groepsleden was om het album te maken dat zij graag zouden willen dat Tool zou maken. Het is te horen, want hier blijft de band dichtbij het toenmalige voorbeeld totdat een woeste climax en schreeuw de song tot een einde brengt. De nummers van de nieuwe plaat die volgen klinken meer eigen. Waar bij Lacking het thema nog was de controle niet te verliezen klinkt de band nu ruiger. Ook worden er andere keuzes gemaakt in hooks en refreinen. Maar steeds worden worden melodieën met groot gemak gekoppeld aan techniek en agressie alsof die drie altijd al elkaars beste vrienden geweest zijn. In Hyperion van de laatste plaat horen we pas goed hoezeer de slaggitaar tegendraads dondert onder kenmerkende spacey leads. Maar tegen die tijd zijn de aanwezigen al lang overstag. De handen gaan op elkaar tot aan de achterwand en van horen zeggen ontstond er zelfs een heuse progpit. Toen waren we al onderweg naar het hoofdpodium voor de afsluiter. Wheel, nog zo’n hardwerkende, sympatieke maar vooral overtuigende band die je nog eens kunt meepakken in het clubcircuit.

Leprous (Mainstage, Michiel)

Afsluiter Leprous heeft zich verbonden om later dit jaar een From The Beginning-set te spelen in Doornroosje. Vandaag krijgen we eerst nog een “by request” show voorgeschoteld. Dat de groep hier serieus werk van heeft gemaakt blijkt uit het (vriendelijke) gemopper van zanger Einar Solberg dat de fans steeds maar op van die lange nummers hebben gestemd. Met single Golden Prayers staat er zelfs een nummer op de lijst dat de bandleden zelf waren vergeten. Maar we lopen op de zaken vooruit.

Eerst wordt namelijk Running Low van de laatste plaat Aphelion gespeeld. Het is misschien niet de meest gemakkelijke opener want Einar lijkt in zijn eerste uithalen wat moeite te hebben. Het kan er ook mee te maken hebben dat de band hyperkinetisch over het podium stuitert. Later in het optreden, wanneer Einar noodgedwongen wat meer achter zijn toetsenbord staat, omdat hij de nummers minder goed kent, horen we het helemaal niet meer. Los daarvan valt gelijk de grote rol op die de cello  krijgt. Deze wordt niet alleen ingezet voor solospots, maar speelt ook door in de heftiger stukken. Met Moon van The Congregation kijkt de band al wat verder achterom. Het geluid wordt langzamerhand beter, maar in het freaky tussenstuk zijn de instrumenten niet altijd goed te onderscheiden. Dan maar even luisteren naar de waanzinnige drumpartijen. Het lijkt alsof de energieke Baard Kolstad geen maat hetzelfde invult. Slag op slag vuurt hij de band aan nog energieker en nog beter te spelen. Dan kan het natuurlijk ook geen kwaad om hem midden in het nummer een korte solospot te geven.

Leprous

In Dare You van het debuut uit 2009 begint Einar echt te schijnen. Midden in de song mag de cellist voorop het podium een vrij klassieke solo spelen. Het geluid is inmiddels zo opgebouwd dat het je omringt en de armharen doet trillen, zeker in de chaos en entropie waarin met instrumenten wordt gezwaaid en de strijkstok in de cello zaagt alsof alles kapot. Dit alles totdat Kolstad met maar weer eens een stoot energie alles bij elkaar trekt. Daarna raast de band feilloos door de resterende horten en stoten. Men lijkt zelf ook tevreden want de ene gitarist kan glimlach niet onderdrukken als zijn maat aan de andere kant de klassieke ‘70 solo aan het eind puik neerlegt.

Met de fanfavoriet en meezinger Rewind dan pakt Leprous het publiek definitief in en doet er een strik om. Gedaan met kanttekeningen (hoewel ik las dat er mensen waren voor wie het geluid wat ondermaats bleef) en genieten. Dikke bassdrums stompen in je maag en drijven de track naar een dEUS-achtige climax met schreeuwen die de onderste lagen der menselijke emoties een stem lijken te willen geven. Alsof er nog niet genoeg sympathie voor de band is vertelt Einar dat gitarist Tor zijn been heeft geruïneerd, maar er toch is en dat hij zelf een aantal dagen vijftien uur per dag heeft gereden om hier op tijd te zijn met wat gasten uit Moldavië. “Als ik wat emotioneel ben, dan weet je waarom”. Vervolgens draagt hij Acquired Taste op aan de mensen in Oekraïne. Het gevoelige pianostuk dat volgt is een al even prachtige manier om het nummer in te leiden. Wanneer een stevige gitaar overneemt dient de vraag zich aan waarom bands eigenlijk zo lang in een studio zitten als er live zoveel meer dynamiek kan zijn.

At The Bottom van Pitfalls rijpt met de jaren en bloeit na een fraai gezongen intro volledig open. Een volgend hoogtepunt is Forced Entry van Bilateral (2011), tot gespeeld ongenoegen van Einar alweer een lang nummer. Er is geen speld te krijgen tussen de muzikale progpatserij die volgt, met weer die verdraaide Baard die ongemerkt de aandacht opeist met zijn magnifieke spel. Het is echter een gedreven From The Flame dat de aanzet vormt voor het grootste applaus van het weekend, en terecht. Bij Passing (“another old fucker/sucker”) trekt Einar een vet gegrunt “no way” uit de kast, opnieuw een teken dat de band bereid is diep te gaan. Afgesloten wordt met The Sky Is Red van het voorlaatste album, toch niet de gemakkelijkste hit. Disruptieve quasi-valse noten worden herhaald en herhaald tot ze zich tot in je reptielenbrein hebben gebeiteld. De terechte ovatie die volgt, wanneer het optreden na een uur en drie kwartier wordt afgesloten, wordt dankbaar in ontvangst genomen door een inmiddels licht uitgeputte band.

Het is gelijk het afscheid van Prognosis#2. De liefhebber kan de data voor 2023 echter alvast in de agenda zetten. Dan komt het festival terug, dit keer zelfs voor drie dagen: 14, 15 en 16 april. Wij kijken er alvast naar uit!

Datum en locatie:

16 april 2022, Effenaar, Eindhoven

Foto's:

Emmelie Herwegh

Links: