Prognosis Festival 2022: instrumentale verhalen, engelenzang en donkere pracht (vrijdag)

In maart 2020 was de tweede editie van het progressieve festijn Prognosis een van de eerste festivals die sneuvelden. Nu, meer dan twee jaar later, is het een van de eerste grotere indoorevenementen die doorgaan zonder coronamaatregelen. Toch liet het op de loer liggende spook zich nog even zien in de vorm van een late afmelding van Klone en van één van de twee Zware Metalenredacteuren die zich hadden warm gelopen om verslag te doen. Met de hulp van collega Cor de Vos die het festival toch al bijwoonde, doet redacteur Michiel Hoogkamer zijn best om zoveel mogelijk optredens de aandacht te geven die zij verdienen. De fraaie foto’s in dit verslag zijn van Emmelie Herwegh, waarvoor dank!

Lees ook het verslag van zaterdag 16 april 2022!

The Ocean (Mainstage, Michiel)

De organisatie van dit festival doet dingen graag net even wat anders. Dat past natuurlijk ook wel een beetje bij de muziek die gebracht wordt. Zo krijgen de bands op de Mainstage naar festivalmaatstaven vaak ruim de tijd. Een mooie keus, die maakt dat je nergens het gevoel krijgt dat je naar “even een festivalsetje” staat te kijken. Daarbij doet men hard zijn best om bands te bewegen een speciale show te brengen. In dat kader zegde The Ocean toe zijn laatste album van voor naar achter te spelen. Acht fracturen in twee benen van zanger Loïc schopten die plannen in de war. Maar de band omarmt wat hij niet kan veranderen en dus werd besloten een (vrijwel) volledig instrumentaal optreden te geven. Daarmee was de exclusiviteit die zo goed past bij Prognosis een feit want in de Verenigde Staten – waar Loïc zijn ongeval had – maakten de Duitsers hun tour af met vooraf opgenomen vocalen. Het weglaten van vocalen is voor The Ocean overigens niet een al te groot risico, want dat de band ook zo boeit, weten we al sinds de instrumentale versie van Pelagial (het zal niet geheel toevallig zijn dat er vandaag wat songs van die plaat passeren).

The Ocean

Wanneer we bij het eerste nummer de zaal binnen rennen valt dan ook meteen weer op dat de muziek van The Ocean lyrisch genoeg is om volledig op eigen benen (see what I did there?) te staan. Wanneer Silurian: Age Of Sea Scorpions in een extra logge, ultrazware versie wordt ingezet zet de stuwende basgitaar na twee jaar livestilte het kippenvel meteen stevig op de armen. Gelukkig, we zijn terug! Het is gelijk een gevoel dat menig band dit weekend met het publiek zal delen: blijdschap en dankbaarheid om na lange tijd weer voor zoveel mensen te kunnen spelen. Maar we zijn pas bij de eerste band op de Mainstage. De keuze om geen tapes mee te laten lopen blijkt – nog los van wat je daar überhaupt van vindt – een juiste. Op deze manier kan er (voor een keertje) nog meer genoten worden van de muziek die als warme golven van het podium wordt gestuwd. Syncopen en meditatieve momenten worden onderbroken door bassen die tektonische platen doen verschuiven en uitstapjes in oneindige ruimte en tijd. Zonder de urgentie van woorden en zang is het makkelijk om je weg te laten voeren naar andere tijden en plaatsen. Daarbij helpt dat het geluid gelijk goed zit (hoewel misschien nog wat zacht), waarbij opvalt dat de drums erg organisch klinken.

Door met de ritmische gymnastiek (zonder linten, knuppels of ballen) van Bathypelagic I: Impasses. Daar neemt een deel van het enthousiaste publiek het “I’ve chosen to embrace all the things that I cannot change. But I’m not sure if this helps to relieve you from bitterness” voor zijn rekening. In Permian: The Great Dying lijkt Loïc even mee te kijken over een omhoog gehouden smartphone (maar het kan ook het tevoren opgenomen filmpje zijn waarin hij zijn afwezigheid uitlegt). Hoe dan ook, de band betrekt hem bij de show en dat is op zijn minst een sympathiek gebaar naar de brekebeen. Wanneer de band vervolgens het gaspedaal indrukt voor aan black metal grenzende snelheden gaan de gehaarde katten massaal de lucht in. De band brengt de georkestreerde chaos overigens net zo gemakkelijk weer terug naar meer behapbare tempi.

Genietend met de ogen dicht horen we na een funky gedrumd intro ineens toch een zanger. Drummer Paul Seidel blijkt zijn plek achter de kit afgegeven te hebben aan toetsenist Peter en pakt wonderbaarlijk gemakkelijk de rol van frontman op Holocene. Natuurlijk, hij doet normaal al veel achtergrondvocalen, maar het is toch iets anders om vooraan te gaan staan. Als er al een lichte aarzeling doorklinkt in zijn stem, past die prima bij de tekst en aanpak van de song. Na deze prettige verrassing werkt de band zich gemotiveerd en instrumentaal naar een passend einde van de gedenkwaardige set heen (om maar niet te zeggen dat The Ocean zijn beste beentje voor zet). Een ovatie tot achterin de zaal volgt. Met de kracht van de oceaan valt nu eenmaal niet te spotten.

The Ocean

The Fierce & the Dead (Second Stage, Michiel)

In de kleine zaal is The Fierce & the Dead inmiddels aan zijn optreden begonnen. De bebaarde frontman van het Noord-Londense kwartet vraagt zijn bandgenoten in welke toonsoort het volgende nummer ook alweer staat. In de toonsoort “loodzwaar” zo blijkt als de band inzet. We horen donderende (de basgitaar en drums) en gierende (de twee gitaren) rock met invloeden van Black Sabbath maar ook de atypische ritmes van de oude Soundgarden. In eerste instantie zijn we niet zo overtuigd van de vervormde zang. Dat blijkt even later niet zo vreemd. Deze vertegenwoordigers van de slopersbranche afficheren zich namelijk als instrumentale act en zang blijft de rest van het optreden dan ook achterwege. Af en toe gunt de band de toeschouwer wat rust, maar dat is alleen maar om je daarna harder op je bakkes te kunnen meppen met weer zo’n stevige riff. Dancing Robot is dan weer wat meer uh … dansbaar. Bij het opvolgende Parts 7 & 8 lukt het menigeen zelfs niet meer om stil te blijven staan en nee, dat is niet om de zaal uit te lopen. Afgesloten wordt met een heerlijke stonerbeuker die bij vlagen aan het betreurde Kyuss doet denken. Meer moet dat niet zijn, geslaagde passage!

The Fierce & the Dead

Enslaved (Mainstage, Cor)

Ietwat onverwacht werd er binnen de redactie gevraagd om de recensie voor Prognosis over te nemen van een collega-redacteur die zich helaas moest afmelden wegens een niet nader te noemen virus. Het was dan ook een beetje mazzel dat ik mijn kaartje voor Prognosis 2022 al in de pocket had en even heerlijk los wil gaan op wat voor mij het eerste festival zou worden na alle ellende van de afgelopen paar jaar. En wat een manier om dat te starten, zeg! Op een toch al zeer indrukwekkende (en vrij dynamische, zo blijkt later) affiche is het aan mij de eer om het Noorse Enslaved te mogen beluisteren, aanschouwen en absorberen.

Enslaved

En dan verschijnt daar de band waar ik al jaren op wacht om live te mogen zien (vraag het maar niet). De heren openen met The Crossing van het album Below the Lights. Gitarist Ivar maakt nog een klein foutje bij het eerste akoestische riffje, maar weet zich gauw te herpakken. Wat volgt is heerlijk atmosferische en progressieve ‘heavy metal’, zoals zanger Grutle Kjellson dat noemt. Noem het vooral geen black metal (zoals iemand in het publiek schreeuwde), want dan krijg je een onmiddellijk tegenwoord! Dat het album Below the Lights een populaire keuze is vanavond is wel gebleken als The Dead Stare wordt ingezet. Feest, want dit is toch één van mijn favoriete nummers. Met kramp in mijn nek sta ik te headbangen alsof het mijn laatste keer is (want je het weet tenslotte maar nooit, ofzo) en met volle teugen te genieten. Al juichend en met een licht verzuurde nekspier sta ik dan even bij te komen als de heren Ruun inzetten van het gelijknamige album. Alhoewel ik dat slechts een paar minuten volhou, want wanneer de dubbele kickdrums en de screams van Grutle ingezet worden, kan ik de verleiding niet meer weerstaan. En ja, hoor! De h*fters doen hem gewoon… Havenless van het album Below the Lights! Bij verre mijn favoriete track en man, wat ga ik los. Ik niet alleen trouwens, de hele zaal is aan het genieten van deze titanen (want dat zijn ze!).

Dan worden wij nog getrakteerd op Urjotun van het laatste album Utgard, de track Ground van Vertebrae, het machtige Return to Ygdrassil van het bijna net zo machtige album Isa, en als afsluiter de track Sacred Horse van het album E. Ruim een uur hebben de mannen gespeeld, maar het voelt als een schamele minuut. IJzersterk en zeer dynamisch blijkt de set en deze redacteur is zowaar nog een beetje extra fan geworden vanavond. Liefhebbers van hun muziek zijn haast verplicht om de band minstens eenmaal live te aanschouwen (maar als het even kan zo vaak als mogelijk). De heren verlaten dan ook het podium met een daverend applaus van het zeer luid juichende publiek in de zaal. Ik ben in ieder geval verkocht en ga als ik weer thuis ben naarstig op zoek naar het eerstvolgende optreden in de buurt.

Novena (Second Stage, Michiel)

Aan het einde van het weekend heeft Haken-zanger Ross Jennings al drie keer op Prognosis gespeeld en dat terwijl het nog maar tweemaal heeft plaatsgevonden! In 2019 deed hij met zijn hoofdband op de eerste dag nog de lichten uit op de Mainstage, nu stelt hij “zijn andere band” Novena voor in de kleinere zaal. Daar lijken drie era’s van prog bij elkaar te komen: de glasheldere, ietwat klassieke zang van Jennings zelf wordt gekoppeld aan veelsnarige Dream Theater-prog die af en toe een stevige djent-injectie krijgt (start hier uw eigen discussie of djent een genre is). Juist door die injectie komt het eerste nummer nog wat scherp en hyperkinetisch uit de speakers. Het is slechts de zweem van melancholie in de stem van Jennings die de boel bij elkaar houdt. Grunts zijn er ook in The Stopped Clock. Waar deze eerder voor rekening werden genomen door Gareth Mason is deze in geen velden of wegen te bekennen in Eindhoven. Het is dan ook Jennings zelve die zijn kostbare gouden keel martelt. Hij komt er aardig mee weg en brengt zo nog meer lagen in de toch al avontuurlijke muziek.

Novena

In het drukke samenspel wordt gelukkig af en toe ook wat ruimte gemaakt om een gevoelige gitaarsolo neer te leggen. Voor het folky intro van The Sundance gordt Jennings een akoestische gitaar om, maar na een hartgrondig “fuck” begint de song te stuiteren. Het versterkt het beeld van een mix van oud en nieuw. De vraag van de frontman hoe het geluid “out there” is, wordt met gejuich beantwoord. Jennings feliciteert ons daarmee want, zo zegt hij lachend: “up here it is really shit”. Het weerhoudt hem er niet van een sterke prestatie neer te zetten. De glasheldere engelenzang in het volgende intro doet menigeen even kijken of er een tape is ingestart. Dat blijkt niet het geval, hetgeen de man achter me een heus “Jesus Christ!” ontlokt. Zodra de muziek losbarst schakelt Jennings zelfs nog een paar noten hoger.

Sail Away heeft en fraaie Steven Wilson-vibe en wordt met het juiste gevoel gespeeld: de smachtende en treurende zanglijn wordt nog eens dik in de verf gezet in de lead. Waar het optreden dan eigenlijk al niet meer stuk kan wordt de boel opgeschud door een “four to the floor” beat die daarna wordt ingestart. Deze blijkt zich te ontvouwen tot een behoorlijk ge(s)laagde versie van Billie Eilish’ Bury A Friend. Wanneer band en publiek zijn uitgedanst, vertelt Jennings dat hij vandaag voor het laatst de “growling duties” doet omdat er een nieuw bandlid aankomt. Wie dat is houdt hij nog even voor zichzelf. Doet er nu ook niet toe. Wat er wel toe doet is dat de gelukkige band het even gelukkige publiek nog even wat magie laat beleven met de meer proggy stukken uit de catalogus. Het is misschien dezelfde magie die alle Novena-cd’s uit de merchandisestand doet verdwijnen.

Katatonia (Mainstage, Michiel)

Het is aan de Zweden van Katatonia om ons de nacht in te wiegen. Ook zij spelen op verzoek van de organisatie een bijzondere set. Deze “best of” duurt bovendien een half uurtje langer dan oorspronkelijk voorzien omdat het Franse Klone door een gevalletje, ach laat ook maar … moest afzeggen en Katatonia bereid bleek om een stapje extra te doen. Mooi opgelost!

De lange set wordt vindt zijn aanvang in Lethean, mooi en vol weemoed, van het Dead End Kings-album uit 2012. In een vol geluid en over een dikke laag toetsen (uit een doosje) legt gitarist Roger Öjersson een lekker scheurende maar gloedvolle solo die hij ergens uit het tijdvak 1970-1980 lijkt op te diepen. Nog eens zo’n lap stevig gitaarwerk biedt tegenwicht voor de melancholieke stem van de zich kalm over het podium bewegende Jonas Renkse. Ook bij Behind The Blood van het laatste album zit de leadgitaar stevig in het geluid. Zweedse verstilling wordt afgewisseld met felle gitaarpartijen en bij het derde nummer Teargas wordt al volop meegezongen. De band met het publiek is gesmeed en zal het hele optreden blijven. Öjersson steelt opnieuw de show door Paradise Lost-gewijs zijn leads onder de zanglijnen door te blijven spelen.

Katatonia

De enthousiaste ontvangst van Deliberation, laat zien dat Katatonia niet misschiet door vanavond maar liefst zes nummers van The Great Cold Distance uit 2006 te spelen, want de kelen zijn nu echt gesmeerd en de publieksparticipatie bereikt een eerste hoogtepunt. Bij The Racing Heart heeft Renkse, die zich vooral op zijn zang concentreert, zijn publiek inmiddels stevig in de greep met zijn desolate zang. Er zijn er maar weinig die tegelijk zoveel warmte en leegte in hun stem kunnen leggen. Het brengt je naar een warme, veilige, donkere plek in je zelf waar niemand je kan raken.

Na negen nummers slaat de (muzikale) stemming letterlijk om en duikt de band het zwaardere werk in. Stampende gitaren en felle drums vertalen zich in strobende lichten. Tonight’s Music werkt toe naar een uptempo crescendo waar de drummer eens even stevig zijn handen uit de mouwen mag steken. Het opvolgende In The White wordt op een luide gruntjuich onthaald. Wat betreft grunts zal het vandaag daar (vrij)wel bij blijven want de oudere albums van de band hebben de setlist niet gehaald. Buildings knalt er wel nog lekker stevig in met een “oeh!” en een stevig doorploegende bas. Naarmate de set vordert schakelt de band weer wat meer naar het gevoeliger werk, waarbij de donkere sprookjessfeer van Omerta iets licht magisch in zich lijkt te dragen. Dan volgt er nog een drietal nummers van het uit 2006 afkomstige album, The Great Cold Distance. De track My Twin wordt groots ontvangen en luidkeels meegezongen door het publiek. In Unfurl wordt dan weer op indrukwekkende wijze de sterfelijkheid een muzikaal gezicht gegeven. July daarentegen zorgt weer voor het nodige grooven en headbangen. Onder een luid “we want more” neemt de band afscheid en dat is toch sterk na een set van een uur en 45 minuten.

Datum en locatie:

15 april 2022, Effenaar, Eindhoven

Foto's:

Emmelie Herwegh

Links: