Carcass, Grave, Asphyx, Immolation en anderen zetten Steenwijk op stelten op Stonehenge

Het Stonehenge Festival is en blijft bijzonder. Zo goed als onafgebroken staan op twee podia (dit keer naast elkaar) zware bands te razen… en dat dan op een parkeerplaats… midden in het stadscentrum… op enkele tientallen meters van woningen… vanaf 10 uur ‘s ochtends! Wat mooi dat dit kan! Bands zullen het daar ook mee eens zijn want voor de editie van 2026 trokken (onder meer) Asphyx, Immolation, Carcass en Grave naar Steenwijk. Zware Metalen is van de partij met fotografen Indy en Esther. Zij zorgen voor onderstaande fraai plaatwerk, waarin je jezelf misschien nog wel terugvindt. De schrijverssituatie was wat lastiger. De aangemelde redacteur raakte plots verhinderd. Daarom werd Michiel H – die zijn kaartje al een jaar in een kluis had liggen, maar door omstandigheden pas later aanwezig kon zijn – gevraagd om wat woorden aan het festival te wijden. Dat doet hij uiteraard graag, maar dus vooral vanaf 16 uur. 

Over dat festivalterrein gesproken. Dat is redelijk klein, maar zeer efficiënt ingericht. De rijen bij de drank- en eetstands zijn goed te doen, er is een mooi “straatje” met merchandise en er staan behoorlijk wat tafels en bankjes die je helpen de uitputtingsslag van 14 uur ratelen te winnen. De inrichting maakt ook dat je elkaar meer dan eens tegenkomt. Het zal zeker bijdragen aan het reüniegevoel dat ook bij dit festival hoort. Overal zie je (al dan niet) oude vrienden elkaar begroeten op weer zo’n fraai metalfeestje.

Laten we eens beginnen met wat foto’s van Novelization (atmosferische blackened death uit Arnhem, winnaar van de halve finale Oost van Wacken Metal Battle), Bloid (groovedeathband uit Heerhugowaard die al sinds 2006 bestaat en onder meer het hier besproken Rise To Ruination uitbracht)Braincasket (Friese brutaldeath-rotten die in april 2025 nog een luchtig getitelde single uitbrachten), Deadspeak (zie hier de juichende recensie van collega Remco over het laatste album van deze opnieuw Friese bruten) en Ceremony (een black/deathmetalband die al in 1993 werd opgericht en dan weer een zeer positieve recensie van collega Clemens in zijn zak mocht steken).

Novelization

Bloid

Braincasket

Deadspeak

Ceremony

Kijk eens aan, het is nog maar tien minuten middag en het festival is al vijf bands onderweg die elk 25-30 minuten hebben kunnen laten zien wat ze in hun (vroege) mars hebben. Daarbij valt op dat er alleen nog Nederlandse bands de podia hebben beklommen. Terechte keuze van de organisatie natuurlijk, want er is genoeg moois te vinden in de ondergrond van de Lage Landen. Zoals Clemens schreef over Solitary Bleed van Ceremony: dit “verdient het om óók live gehoord te worden”. Mooi dat de organisatie deze bands daartoe de gelegenheid biedt.

Maar we gaan snel – toch één van de kenmerken van het Stonehenge Festival – door met de foto’s van Caedere (meesters in een mix tussen Amerikaans blasten en Zweeds grooven die in 2021 hun strijdbare laatste LP uitbrachten), Dauthuz (die dan toch meer de Zweedse troef spelen en ook al een leuke recensie bij Remco lospeuterden), HusqwarnaH (Italiaanse death metal van de oude school en dus de eerste niet-Nederlandse band op de poster, kennelijk vernoemd naar het merk Husqvarna vanwege de kettingzagen die dat bedrijf maakt, dan weet u vermoedelijk genoeg over het geluid van de band!) en Putrid Offal (Franse goregrindpioniers die eerder dit jaar ook Smyrna Death Fest van bloedinfusen voorzagen)  .

Caedere

Dauthuz

Husqwarnah

Putrid Offal

Vier bands verder en inmiddels heeft de klok van twee geslagen. Overduidelijk tijd om er nog een stapje bij te zetten. Nog niet zozeer in speeltijd – elke band speelt nog steeds dertig minuten – maar wel in namen. Zo kwamen we de goregrinders (wat dacht u anders met zo’n naam) Rectal Smegma en brutaldeathklappers Severe Torture begin juni al tegen op het hoofdpodium van het South Of Heaven festival, alwaar zij prima optredens neerzetten. En ik neem aan dat we niemand hoeven uit te leggen hoe sterk het oeuvre van God Dethroned wel niet is. De band heeft vorig jaar het vijfendertigjarig bestaan gevierd om het allemaal nog maar eens te laten horen en zien. Over vieren gesproken: ook het Schotse Party Canon houdt – de naam indachtig – wel van een feestje, een partyslamfeestje wel te verstaan. Het is allemaal te zien op onderstaande foto’s.

Rectal Smegma

Severe Torture

Partycanon

God Dethroned

Nadat ik me eindelijk heb weten te ontworstelen aan een veel te lang durende ingelaste vergadering (even wat frustratie eruit gooien hoor) parkeer ik de auto vlak bij het terrein en sta binnen een paar minuten – opnieuw een compliment voor de organisatie, dit keer voor de goede bereikbaarheid – voor het rechterpodium te kijken naar de wel heel oude rotten van Messiah. De band is met wat behoorlijke tussenpozen al actief sinds 1984 en heeft met Hymn to Abramelin en Extreme Cold Weather (met heuse ijsbeer op de hoes) in de jaren 1986 en 1987 toch wel zijn steentje bijgedragen aan de opkomst van extremere metal. Vandaag zegt men echter (ook) de vijfendertigste verjaardag van het derde album Choir Of Horrors te vieren. Ach, het gaat er eigenlijk allemaal wel prima in. Een paar jaar geleden besprak ik de comeback-EP Fatal Grotesque Symbol-Darken Universe. Die kwam me toen vooral degelijk voor. Het klopte allemaal wel, maar de vlam sloeg niet echt over, vooral doordat het enthousiasme niet echt van de plaat afspatte. Dat is vandaag heel anders.

Nieuwe vocalist Marcus Seebach (sinds 2022 bij de band) straalt juist wel een verbetenheid uit die hoort bij een band die nog steeds iets wil bewijzen. Zijn grunt overtuigt terwijl de gitaren lekker doorzagen in simpele, maar pakkende riffs, terwijl de ritmesectie beukt en bij vlagen zelfs swingt. Van Extreme Cold Weather is intussen in Steenwijk geen sprake want op het festivalterrein zien we inmiddels de lucht rimpelen van de hitte. Dat laat de drummer niet aan zich komen, want die zet nog maar een zo’n heerlijk kataklopritme in. Ook Muenchhausen Syndrom komt nog even voorbij met zijn mooi vloeiende middenstuk en fraaie versnelling. Ja, bewijzen doet Messiah zich vandaag. Zozeer zelfs dat ik me voorneem om thuis de eerste platen én vooral Choir of Horrors op het leggen. Het is echter niet verwonderlijk dat dat album in 1991 wat ondersneeuwde. Check voor de gein eens welke deathmetalalbums in dat jaar uitkwamen. De trend was het oudschoolse bandgeluid toen misschien net voorbij, maar nu, 35 jaar later, is dit toch wel heerlijke herrie die een beetje voelt als thuiskomen.     

Messiah

‘Running a tight operation’ is een frase die vervolgens van toepassing is. want precies op de geagendeerde 16:45 uur doen we een stapje naar links voor MasacreNee, niet het Amerikaanse Massacre, niet het Franse Massacra (bestaat ook niet meer), we spreken hier over Masacre, naar wij horen uit te spreken als Ma-saa-cree. De  deathmetalband is al sinds 1988 actief in de Colombiaanse underground en die is – zoals we horen – hard en ruig. Zanger Alex is het enige lid dat er al sinds 1988 bij is, maar dat is hem niet aan te horen. In positieve zin dan, want hij laat met een zwaardere Jan Chris de Koeijer-berenbrul horen dat zijn stembanden nog niets te lijden hebben gehad van bijna veertig jaar death metal. In de geniepig kruipende riffs horen we trouwens nog maar eens dat Slayer ook in Zuid-Amerika enige bekendheid heeft, terwijl de band met regelmaat dat middentempo opzoekt dat de hoofden doet “bobben”.

De weidse handgebaren van Alex doen denken dat hij een episch gevecht aan het voeren is met demonen die alleen hij ziet. Het voegt sowieso wat toe aan het totaalplaatje, net als zijn krijsen. De man doet ergens wat Barney (Napalm Death) ook met moeite live niet voor elkaar krijgt. De gitaren vallen soms wat weg in het Sandoval-achtige, lekker grindende drumgeraas, maar dat heeft zo zijn charme net als gegrunte aankondigingen met zwaar Spaans accent.  Afgesloten wordt met het anthem Death Metal Forever. Het refrein dat precies uit die woorden bestaat is gemakkelijk mee te zingen en dat doen we op de onweerstaanbare groove die de muzikanten eronder leggen. En zo heeft Steenwijk even een ‘Muziekfeest op het plein’. De band kan (terecht) rekenen op een behoorlijk applaus en dus wordt er snel even een foto voor thuis geschoten.

Masacre

Na twee keer old school gaan we met Benighted (na een korte technische storing) een stukje moderner, een tandje technischer, een brokje lomper en een snuifje strakker. Deze Fransen brengen hun brutal death grind met indrukwekkende precisie. Zo vallen de muzikanten steeds milliseconden voordat de symfonische tape invalt rücksichtslos stil. De drums klinken machinaal met korte spervuren, maar nog altijd menselijker dan de squeals die zanger Julien op het publiek loslaat. In het begin lijkt hij zijn aankondigingen trouwens vooral in het Frans te doen. Dat komt wat afstandelijk over, maar die gedachte verdwijnt direct als hij even later met grote smile ‘dankjewel’ zegt.

Oh, en muzikaal kan het kennelijk nog sneller waarbij de breakdown ietwat doet denken aan het effect van een hogesnelheidstrein die op volle snelheid op een betonnen muur inrijdt. Het machinale treedt even op de voorgrond bij een Ministry/Thieves-achtig stukje, maar al snel worden de leegtes tussen de riff gevuld en worden we weer overdonderd door blastbeats. Genoeg reden kennelijk om iemand in een rolstoel over de hoofden naar het podium te dragen tot zichtbaar enthousiasme van Julien. Nodeloos te zeggen dat de circle pit inmiddels ook stevig ‘aan’ gaat als het na een lekkere ping weer eens los gaat. De intensiteit beneemt intussen bijna de adem.

Benighted

En even echt bijkomen is er niet bij. Toegegeven, de lollige outro voelt als bovenkomen na te lang onder water te zijn gebleven, maar daarna wordt de atmosfeer direct weer dik als stroop onder de immense druk van CryptopsyHet is alweer dertig jaar geleden dat de Canadese bazen van brutale technische death hun meesterwerk None So Vile uitbrachten en dat wordt vandaag met enthousiasme gevierd. Daarbij valt als eerste op dat het drumstel bijna breder is dan het podium. We gaan hier zeker muzikanten zien die tot het uiterste gaan. Drummer Flo Mounier slaat inderdaad bijna zijn armen uit de kom in een verbazingwekkende samenkomst van kracht en precisie, terwijl de gitarist zijn vingerkootjes welhaast verpulverd in razendsnelle riffs, leads en piepjes. Bij vlagen klinkt het ‘jazzy as fuck” maar de boel wordt strak bijeengehouden door de drums. Daarbij zijn, waar het geluid tot dan toe niet altijd evenwichtig was, de instrumenten hier goed te onderscheiden zonder dat het afdoet aan de verhoogde zwaartekrachten.

Zanger Matt steekt tussen de zanglijnen veelvuldig zijn tong uit en in langere instrumentale stukken draait zijn hoofd als dat van George Corpsegrinder. Zijn nek gaat ook al aardig die kant op (maar nooit helemaal natuurlijk). Mooi ook dat hij ons aftelt naar weer een zonnestelselzware break. Die overigens ook nog eens behoorlijk pakkend is, zodat je in alle extremiteit behoorlijk betrokken blijft. Cryptopsy geeft vandaag les aan de hand van de wild dirigerende Matt en wij luisteren voor eens maar wat graag naar de leraar.

Cryptopsy

En dan is het – om Stephan Gebédi van de Official Live Demo Tape 1987 te citeren- tijd voor een beetje hardcore (reactie publiek: boeoeh, reactie Stephan: een beetje!) want Carnivore A.D. – in mijn oren toch een kruising tussen thrash en hardcore – treedt aan. Dat geeft natuurlijk wat afwisseling na al het deathmetalgeweld.

Als ik het goed zie, heeft geen van de huidige bandleden nog in Carnivore zelf gespeeld, maar dat neemt natuurlijk niet weg dat het mooi is dat de muziek in leven wordt gehouden. Grappig is dat al voor aanvang wat fans “You suck!” roepen, zoals Peter Steele – dan is die naam alvast maar gevallen – graag wilde. Een paar jaar geleden zag ik de band op Graspop Metal Meeting en daar leek zanger Baron Misacura maar weinig zin te hebben in het optreden (toegegeven, voor een half lege tent). Tegenwoordig zit de motivatie echter meer dan goed. De band is zelfs helemaal uit de Verenigde Staten komen afreizen voor enkel deze set van veertig minuten – in de praktijk voor deze band een nummer of vijf – op Stonehenge. Een straf voorbeeld van leven voor je band en voor je fans.

Vanaf het begin van de set zingen de voorste rijen elk woord van de Carnivore-covers mee. Het debuut van die band klinkt niet heel vol, maar daar hebben we vandaag geen last van. Mijn buurvrouw duwt de oordopjes maar even wat meer richting haar trommelvliezen, zeker bij de scherpe gitaarsolo die overal doorheen snijdt. Barrrrron Misacura laat intussen horen dat hij de rollende ‘r’ van Steele volledig tot de zijne heeft gemaakt. Jesus Hitler wordt ingezet met het intro van War Pigs, mogelijk om zonder woorden het sarcasme van de tekst duidelijk te maken aan de slechte verstaander. Het wordt intussen meer dan duidelijk waar Life Of Agony zijn zeer vroege mosterd vandaan haalde (die van de door Roadrunner Records uitgebrachte demo’s).

In het melodieuze middenstuk van Male Supremacy gaan in het publiek de handen omhoog om mee te klappen. De minutenlange melodieuze solo is niet ingewikkeld maar wel tilt de muziek wel naar een mooi dromerig niveau en voegt nog een dimensie toe aan de dag. Van de nieuwe EP wordt het nummer I Stand Alone gespeeld. De poging tot echt zingen pakt daarbij misschien wat minder uit (ik denk Lee Dorrian), maar de opvolgende grunt gaat prima. Alles wat de band doet is voor Peter Steele en Keith Alexander, maar laatste song Race War is vandaag ook voor Lou Koller, want “Legends never die!” Amen.

Carnivore A.D.

De pauze in de deathmetaldag gaat nog even verder, want als je (ten onrechte) dacht dat Carnivore A.D. een vreemde eend in de bijt was, dan is Frontline Assembly vandaag een gele olifant. Tuurlijk, bandlid Rhys Fulber is in de metalwereld bekend van zijn werk met Nailbomb en Fear Factory maar dit is toch een ander pak industrial. Bij deze electro-industrialgroep is op het podium namelijk geen gitaar te bekennen. De muziek komt voornamelijk uit (al dan niet analoge) synthesizers. De drums en zang zijn wel live.

Het leek mij wel interessant om deze naam eens live te zien, maar die gedachte lijken niet heel veel anderen te hebben. Na het einde van Carnivore A.D. loopt het plein behoorlijk leeg. Als er dan ook nog technische problemen zijn die spelen (voorlopig) onmogelijk maken is het tijd voor Earik Mortem (The Lucifer Principle) om vanaf het podium een babbel aan te gaan met het publiek en dat gaat hem goed af. Achter hem lijkt vooral Fulber zich steeds bozer te maken over de storingen. Maar dan komt er ineens een man met pet het podium op en die regelt het allemaal zelf wel even. En dan kan de electrohel (vandaag vermoedelijk in meer dan een betekenis van het woord) los.

Ritmisch zit het allemaal goed in elkaar. Bij tijd en wijlen wordt het allemaal nog wat zwaarder aangezet wanneer Fulber er een trommel bijpakt terwijl zijn maat achter de draden en knoppen de boel stevig de vernieling indraait. Zanger Bill Leeb toont echter breekbaar. Zijn praatzang is afstandelijk en zorgt voor vervreemding, zeker bij metalfans die toch wat expressievere vocalen gewend zijn. Het past wel bij het gebrachte genre. Na een paar nummers dansen (voor de een serieuzer dan de ander) is het plots voorbij. De eerder geagiteerde Fulber verontschuldigt zich oprecht en aimabel bij wat trouwe fans voor het podium: de tijd is om. Waar de aanwezigen nog gemakkelijk meekonden met Carnivore A.D. lijkt Frontline Assembly net een stapje te ver buiten de comfortzone. Interessant was het wel.

Frontline Assembly

Asphyx heerst al jaren over het Nederlandse deathmetallandschap en dat is vandaag niet anders. Het publiek dringt over de hele breedte (dus ook voor het podium waar nu niets speelt) naar voren om maar niets te missen. Even heb ik het idee dat het geluid aan die kant veel minder vol is, maar na wat schuiven klinkt de gitaar plots wel vet. Hangend over zijn microfoon martelt Martin zijn resterende reepjes stemband nog maar eens om dat kenmerkende hese stemgeluid over het plein te laten schallen. Paul duwt een lompe riff onder een even lompe maar net zo terechte boodschap van zijn zanger: “het is een kolerezooi in de wereld. Overal oorlog. Hou godverdomme nou eens op!” Intussen doet de soepel lopende deathmetalmachine de hoofden knikken.

Het enthousiasme neemt nog toe als sloper Deathhammer voorbij komt. “Dit is echte death metal, klootzakken!” bijt Van Drunen ons toe. Er zullen er hier maar weinig zijn vandaag, die het niet weten. Misschien dat de band – op verzoek van “de heer Baaijens naast mij” – eens wat speelt dat niet heel vaak live gebracht wordt? Daarna wordt snel weer iets “dat jullie misschien wel zullen kennen”. En zo brengt Asphyx een show die iets te bieden heeft voor de “toevallige voorbijganger” en voor de rabiate fan die de band al veel vaker heeft gezien. Het geluid is daarbij lekker vet doordat de bas zeer vol in het geluid zit, zoals we nog beter horen als de vier snaren heel kort even op de voorgrond mogen. Tof optreden en de nekspieren zijn weer stevig getraind!

Asphyx

En die nekspieren blijven warm want nu komt Immolation hem even van jetje geven. Ook die band is kind aan huis in Steenwijk, want zanger Ross heeft zo het vermoeden dat hij voor de vierde keer het Stonehenge-podium betreedt. Zelf zag ik de band begin jaren ’90 toen men (met was het Massacre of Death?) voor het debuut toerde. We zijn nu 35 jaar verder en het collectief is nog net zo gretig (en goed!) als toen.

Maar vandaag wordt verre van een ‘trip down memory lane”. De heren hebben in april van dit jaar een nieuwe plaat uitgebracht. Van dat Descent wordt vandaag stevig wat gespeeld. Ook tweede single Attrition komt voorbij. De track heeft een zware groove waarover Robert Vigna zijn kenmerkende capriolen over zijn gitaarhals uithaalt. Overigens zit er inmiddels in het naastgelegen woongebouw iemand op hoogte in de vensterbank een boek te lezen. Als die per ongeluk een verkeerde beweging zou maken, hebben we ineens echt  te maken met death metal, maar gelukkig blijft dat uit.

Inmiddels zakt de zon ook wat achter podium, zodat voor het eerst ook de karige maar effectieve lichtshow wat tot zijn recht komt. Het geluid is mooi vol en Robert Vigna soleert zich slag in de rondte. Soms vind ik de latere Immolation-albums wat overgeproduceerd klinken maar live is er echt dat oude school gevoel gecombineerd met een strakheid die begin jaren ’90 (en ook nu)  niet altijd gewoon was. Met bend Towards The Dark, opniew van de nieuwe plaat, nemen de New Yorkers afscheid van het publiek. Graag tot een volgende keer!

Immolation

De laatste plaat van Rotting Christ werd op de redactie van Zware Metalen met gemengde gevoelens ontvangen. Ook elders lijkt Pro Xristou niet echt hoge ogen te gooien. Een band zou voor minder gaan twijfelen.

Maar dat geldt niet voor Rotting Christ Sakis Tolis en zijn mannen staan vol overtuiging op het podium wanneer het serene, klassieke aanroepen van de duivel begint. Die roep naar boven (beneden?) wordt overgenomen door een vlammende, bijna smekende gitaarsolo. Dan al is duidelijk dat de muziek van deze Grieken een aardig emotionele reis kan betekenen. In een opnieuw heel aardig geluid worden we meegezogen in duistere incantaten waar soms ook een stevige versnelling in zit, die (bijzonder knap) nooit de zorgvuldig opgebouwde bezwering verbreekt.

De ijselijke gillen zouden dat wel moeten doen, maar raken je recht in de ziel en stellen deze alleen maar meer open voor het onbekende. Non Serviam zal het lijflied van menig aanwezige zijn, maar ook los daarvan stampt de track lekker weg, terwijl de bassist en gitarist vanaf hun verhoging op het publiek neerkijken. Als ik me niet vergis komt ook de Thou Art Lord cover Societas Satanas voorbij, waarin we horen dat de gitarist echt wel kan spelen. Met Grandis Spiritus Diavolos komt het geïnspireerde optreden tot een einde.

Rotting Christ

Het schema van (inmiddels) veertig minuten per band geeft heerlijk ‘smorgasbordgevoel’: je kunt van veel dingen in kleine hoeveelheden genieten. Het heeft echter ook een groot nadeel: maar veertig minuten van het meesterlijke Carcass! Maak daar eerder twintig minuten van, want na het einde van het optreden van Rotting Christ wordt er op het linkerpodium gesoundcheckt en lijken de technische problemen te zijn teruggekeerd. Weer komt de man met de pet, maar dit keer heeft hij wat langer nodig om de boel weer op de rit te krijgen

Inmiddels wordt het drukker en drukker voor de podia en voor het eerst vandaag wordt er een beetje geduwd. Het heeft er toch veel van weg dat vrijwel iedereen deze legendarische band wil zien en horen. Als we dan toch los kunnen verontschuldigt zanger-bassist Jeff Walker zich: “Sorry, it’s a bit of a clusterfuck up here”. In het intro lijkt er dan nog een gitaar uit te klappen, waarop drummer Daniel enkel schouderophalend kan glimlachen. Ach, de gekortwiekte Jeff spuwt nu wel lekker nijdig in de microfoon. De mensen achter de schuiven slagen er daarbij in om het geluid nog een tandje voller en zwaarder te brengen dan bij de andere bands. En zo is er altijd bas boven bas, uhh baas boven baas. De drums drums knallen en de gitaren liggen daar lekker bovenop, terwijl de snarl van Jeff ook genoeg ruimte heeft. De beide gitaristen vinden elkaar veelvuldig, maar het zijn toch de gevoelvollere soms bluesy solo’s van Bill Steer die met de eer gaan strijken. In zijn spel en pakkingen lijkt hij toch wat te hebben meegenomen uit zijn Firebird-tijd.

Er gaat kennelijk weer iets mis op de bühne want Jeff reageert woedend, maar op het plein is er niet veel te horen van de problemen (mogelijk wat geplop). Incarnated Solvent Abuse blijkt niet geheel onverwacht een publieksfavoriet, met zijn bijzonder lopende riffs. Het samenspel van de gitaristen lijkt soms zelfs wat losjes. Dat zou niet moeten werken bij het strakke stramien van metal, maar dat doet het wel. Zozeer, dat ik ineens mijn “gemenehondjeslachje” op mijn gezicht heb. Gelukkig mogen de vriendelijke Engelsen langer door en zo komen we toch aan een nummer of zeven wanneer de groep om 23:20 afsluit met het geniale Corporal Jigsore Quandry. Hoe kan muziek die zo onbenaderbaar is, toch zo catchy zijn? Alleen Walker en Steer lijken het te weten.

Carcass

En dan gebeurt er iets dat ik niet direct had verwacht. De organisatie heeft Grave kunnen strikken om het festival af te sluiten. En nog wel met Jörgen Sandström achter de microfoon, die de eerste drie albums van de band inzong. Daarbij zaten het lang niet gekke Into The Grave en het voor mij bijna heilige You’ll Never See… Twee klassiekers uit de Zweedse death metal. En toch zie ik na Carcass veel mensen die denken dat zij de hoofdact al hebben gezien en vertrekken.

De band laat het niet echt aan zich komen en werkt zich ploegend en zwoegend door een sterke (maar korte) setlist die stevig put uit de eerste platen, waarbij men langzaam steeds een trackje beter gaat. Het totaalgeluid is misschien niet zo goed als bij Carcass, maar dat is misschien ook niet te verwachten bij een ‘Boss Hm 2’-band. Desondanks bloedt Turning Black wel loeihard uit de boxen. Deformed van het debuut tikt nog lekkerder door, maar de tijd ook. Ik heb er al een behoorlijke dag op zitten en een aardige reis voor de boeg, dus ik houd het met pijn in mijn hart voor gezien.

Stonehenge Festival 2026 is weer een mooi metalen feest geweest! Zo mooi zelfs, dat de editie van 2027 alweer helemaal uitverkocht is.

Grave

En het festival was natuurlijk niet mogelijk zonder jullie! Misschien kom je jezelf hieronder tegen op een van de foto’s.

Datum en locatie

25 juli 2026, Steenwijk

Foto's:

Indy’s fotografie – Instagram

Esther ‘t Lam – Instagram, Facebook

 

Link: