Dat het lef vereist om in juni een zwaar festival te organiseren, is nogal een understatement. Later in de maand komen op drie steenworpen van de South Of Heaven festivallocatie (moet je wel heel ver kunnen gooien) meer dan honderd metalen acts voorbij op Graspop Metal Meeting en veel daarvan plannen rond dat festival nog wat cluboptredens bij jou in de buurt. En op deze zaterdag is even hoger op de kaart ook Pitfest aan de gang. Genoeg mogelijkheden dus als metalfan om je zwaar verdiende centen uit te geven, en dat kan maar één keer. Velen kiezen ervoor om dat net te doen voor de zaterdag van South Of Heaven in de Limburgse hoofdstad. Zovelen zelfs dat de organisatie het bordje uitverkocht kan ophangen. Reden? Dat zal natuurlijk altijd een samenloop van omstandigheden zijn, maar de combinatie van goede bands – waarvan twee op een afscheidstoernee – en een wat kleinschaligere (maar goede) opzet zal zeker hebben bijgedragen. Michiel Hoogkamer ging langs met de pen in de hand.
Parkeren kan bijna voor de deur en op die parkeerplaats zien we gelijk dat de bereikbaarheid vanuit Duitsland ook wel een rol zal hebben gespeeld want de witte nummerborden vliegen je om de oren, net als de Megadeth-shirts op het festivalterrein overigens. Gelijk nog een aanwijzing waarom zovelen hier vandaag bij willen zijn. Want die toch wel licht legendarische band met de nog meer legendarische frontman is bezig aan zijn afscheidstournee en het is niet duidelijk hoe vaak we ome Dave nog live aan het werk kunnen zien. Kwestie van het zekere voor het onzekere nemen.
Nephylim, Main Stage (11:30 – 12:15)
Het wordt dus druk vandaag op het knusse festivalterrein – er wordt niet gewerkt met videoschermen naast het podium want dat is ook niet nodig met het goede zicht over het hele veld – en zelfs voordat opener Nephylim begint, staan er al wat mensen aan het hek. Die hebben zeker de lovende recensie van collega Patrick gelezen! Op de beoogde aanvangstijd wordt er her en der nog wat gerommeld op het podium (ook voor de elektra was het nog vroeg), maar dan start dan toch een sfeervol piano-intro. De bandleden komen – met her en der een lik verf in het gezicht – onder applaus professioneel één voor één op. Onder een gezellig zonnetje barst vervolgens ineens een hel aan drums los in het gewoonlijk zo vredige stadspark (mooi dat dat kan). Die drums zitten bij aanvang nog wat zwaar in het geluid waardoor het weliswaar lekker lomp klinkt, maar er ook wat nuance verloren gaat. En juist bij “melodieuze death metal met een progressieve, atmosferische inslag” (ik citeer Patrick) zijn die details wel belangrijk. Gelukkig zit er een persoon met oren aan zijn hoofd aan de knoppen, want na een prachtig vloeiende gitaarsolo staan de schuiven al een stuk beter en horen we de symfonische ‘touch’ en het subtiel ijzerwerkspel van de drummer ook goed doorkomen. Subtiel? Ja, maar wel direct gevolgd door een zware break. Meteen is duidelijk dat deze Bossche bollen goed zijn in wat zij doen. Een bombastisch totaalgeluid met zware ritmes en mooi leadwerk doen de hoofden op het veld al ras op en neer gaan, terwijl het technische vernuft in bas en drums de blikken dan juist weer naar het podium trekken.
De lyrische gitaarlijnen die Paradise Lost-gewijs onder de zanglijnen doorlopen nemen het publiek mooi mee in een song die het eerder misschien niet eens kende en dat is altijd knap. Volgens zanger Tijn is het een eer om South Of Heaven te mogen openen, maar dat is dan wel een eer die de band dubbel en dwars verdient/terugbetaalt. Met Withered bijvoorbeeld, waarin de bassist en gitaristen lekker vrij om elkaar heen spelen in een mooi kabbelend intermezzo met overtuigende cleane zang… Totdat Tijn de boel maar eens de diepte intrekt met zijn zware grunt. Het teken voor de eerste cirkelpit van de dag, en dat nog voor de middag! En nu we er toch zijn, flikker er dan gelijk maar een wall of death tegen aan bij Inner Paradigm/Grand Denial. Wat een brute breakdown ook, die slim voor het laatst bewaard is. We zijn onderweg en goed ook.
Aan brute deathmetalmachine Severe Torture om het rood-wit-blauw hoog te houden (niet met schooltas nog want de examenuitslagen volgen pas een paar dagen later). En zoals dat meestal gaat met machines, loopt dat behoorlijk stevig en soepel. De eveneens Brabantse veteranen zijn meteen ook de hardste band die vandaag het veld mag omploegen. Passend bij de zo geliefde underground worstelen banieren met logo en geraamtes zich op het podium net boven de risers van de hoofdact uit. De Cannibal Corpse/Dying Foetus-achtige verwoesting knalt er direct op een gruwelijk grindcoretempo in terwijl zanger Dennis zijn grunts/squeals verbeten in de microfoon spuwt. En daarmee gaat een deel van het publiek gewoon verder waar het gebleven was: rondjes rennen!
Strak als fiks aangetrokken corset rossen de heren er in drie kwartier even een stuk of elf tracks doorheen. Loodzware breaks worden gevolgd door indrukwekkend precieze versnellingen. Het is allemaal nogal overdonderend en de aanwezigen lijken even een tandje te moeten bijschakelen, want waar tot dan toe vooral vol ontzag naar het podium werd gekeken, slaat bij de derde track het vuur van het podium naar de pit die wijder en wijder wordt, aangewakkerd door het constante spervuur aan kickdrums. En dan voelt een breakdown aan als een bevrijding die een buitje kan brengen na een weken durende hittegolf. Zoals de daarop volgende versnelling aanvoelt als ineens weer kunnen ademen. Of… zoals Dennis het iets minder poëtisch maar minstens zo doeltreffend zegt: fokking vet!
Hellripper, Main Stage (14:30 -15:15)
En dan wanen we ons even terug in de jaren ‘80 van de vorige eeuw wanneer de muzikanten van Hellripper hun show beginnen door twintig seconden stevig op hun instrumenten te rossen om met een aanzwellende sonische aanval te laten weten dat ons wat stevigs te wachten staat. De kakofonie gaat direct over in een strakke versie van All Hail The Goat. Waar het kindje van James McBain de stempel blackened thrash ingebrand heeft gekregen is de uitstraling vooral die van de bands die ergens begin jaren ’80 in de Bay Area de heavy metal een stevige schop onder de kont gaven. In zwarte spijkerbroeken, zwarte bandshirts en witte gympen rennen James en zijn kornuiten (de drummer uitgezonderd uiteraard) over het podium als proberen zij het moordende tempo van hun “Motörhead on speed”-anthems bij te houden. Onbegonnen werk natuurlijk, want hoor die bas eens rap klapperen in Kinchyle (Goatkraft And Ganite)! Het is duidelijk: Hellripper is hier niet om gevangenen te nemen (dat gaf de bandnaam misschien al weg). Alles moet plat!
Terwijl drums en bas hun dodelijke ploegwerk doen, trakteren de gitaristen ons als schrale (?) troost op fraaie twinsolo’s aan 130 kilometer per uur. In het veld gaat al menig vuist omhoog. Dit wordt een thrashy feestje hoor, want nu al is duidelijk dat de muziek van Hellripper live nog beter werkt dan in de huiskamer. We hoeven hier immers ook geen meubelen opzij te zetten. Of we klaar zijn voor wat Hell’s Rock ‘n’Roll want dan kunnen we het krijgen ook! Geen probleem, want zowel in het publiek als op het podium zie ik enkel glimlachen. Black Arts & Alchemy heeft in de versnelling een lekker jaren ’70 gitaarloopje. Knap dat je dat aan dat tempo kun spelen zonder je vingers in de knoop te leggen. Het laat gelijk zien dat er meer technisch vermogen (en idee) achter de ruige muziek zit dan je op het eerste gezicht misschien zou denken.
Dismember, Main Stage (16:00 – 17:00)
Ik had me voorgenomen om zeker ook even bij Haywire op de Fons Stage te gaan kijken want de omschrijving van “1% techniek 99% inzet” spreekt me zeker aan, maar door omstandigheden geraak ik daar niet. Wel bij Dismember. Het zal toch wel bijna twintig jaar geleden zijn dat ik de band voor het laatst zag en dat in een waanzinnig pakket met Entombed, Grave en Unleashed. Sindsdien is er veel water onder de brug gestroomd, inclusief een hiaat van acht jaar, en sinds de heropstart van de band in 2019 is er geen plaat meer uitgebracht. Dat is voor vandaag natuurlijk niet erg want Dismember heeft een stapel klassiekers om uit te putten. Wel erg (of in ieder geval) lastig voor de aanwezigen is dat het cashless betaalsysteem uit ligt zodat het enige tijd lastig wordt om de dorst te lessen en de honger te stillen. Later op de avond lijkt dit probleem echter verholpen.
Maar we zijn hier niet voor problemen, we zijn hier voor Dismember en die zetten vanaf moment één het zaagje er weer lekker in. Het Boss Hm-2 pedaal is dus gelukkig gewoon mee. Dat geldt niet voor een tweede gitarist want de band moet het vandaag met één zessnarenplukker doen. Het zorgt ervoor dat Dismember vandaag bij vlagen wat rommelig klinkt. De hemel opent zich inmiddels voor een naar het lijkt “ever flowing stream” maar daar laat het veld zich niet door uit het euh… veld slaan. Tijdens Soon To Be Dead laat de pit zien nog energie zat te hebben. Bij Casket Garden zitten we net lekker in de sleepriff die zijn oorsprong vindt ergens op de wateren tussen Florida en Zweden wanneer de bandleden het optreden plots stilleggen omdat zij vanaf het podium hebben gezien dat er in eerder genoemde pit iemand is neergegaan. Pas wanneer duidelijk is dat er hulp is gekomen, wordt het optreden verdergezet. Maar niet zonder slag of stoot. Tot groot plezier van de heren zelf pakken ze de song niet allemaal op hetzelfde punt op. Nog maar een keer dan! De vriendelijke, bijna relaxte houding staat in schril contract met de teksten van de songs. Voorbeeldje? We gaan verder met Skin Her Alive waarin in de langere solo door het ontbreken van een tweede gitaar een beetje een gat valt. De breed lachende Fred Estby doet wel extra zijn best om de boel stevig dicht te timmeren. Sympathiek!
Boneripper, Fons Stage (17:00 – 17:45)
Bij Boneripper staat de tent (met balkon!) behoorlijk vol. Vanwege het volle programma pik ik maar een klein stukje mee, maar wat een energieke brok hardcoregeweld! Zanger WD spuugt Roger Miret-gewijs stukjes stemband in zijn microfoon en de gitaristen proberen hem in intensiteit nog te overtreffen. De band komt uit het noorden van Nederland, maar tussen de nummers door staat zanger WD de aanwezigen in het Engels te woord. Heel gek is dat niet, want waar ik eerder al de witte nummerborden noemde, hoor ik ook behoorlijk wat Frans om me heen. Je zou kunnen zeggen dat Boneripper hardcore uit het boekje brengt maar als het zo overtuigt en overtuigend wordt gebracht, kun je daar alleen je petje voor afnemen. Ook breakdowns en (vooral!) hooks vliegen je – tot groot genoegen van de energiecentrale voor het podium – om de oren. En zo kunnen we concluderen dat de liveprestaties niet onderdoen voor de door collega Maarten O zo gewaardeerde plaat. Dit spat van het podium!
Waar het tot nu toe vooral doodse metalen – of toch in ieder geval grunts – waren die de klok sloegen (kleine verwijzing naar Persistence Of Time) doen we voor de avond een klein stapje terug in hardheid. Vrees niet, voor de buitenstaander zal het nog steeds takkeherrie zijn. Met Anthrax maken we de stap naar de thrash en wel die van de vrij melodieuze en New Yorkse soort. Op de kickdrums zien we afbeeldingen van de Funko-pop van Charlie Benante en dat geeft alvast weg dat hij er voor deze tour ook daadwerkelijk bij is. Altijd mooi natuurlijk, net als die stapels Eddie Van Halen-versterkers op het podium. Voor het optreden wordt Number Of The Beast al hard over de speakers van het hoofdpodium afgespeeld en dat jaagt het enthousiasme in het veld al aardig de hoogte in. De “Yeah!” wordt hartstochtelijk meegebruld. Het publiek heeft er zin in en de zon komt spontaan weer door. Nu nog even door het Blues Brothers-intro heen en we kunnen los! Maar dat lijkt nog meer te gelden voor de band zelf, want met wat voor jongehondenenergie staan die vandaag op het podium zeg. Daar kan menig muzikant van in de dertig nog een voorbeeld aan nemen!
Benante jaagt de boel vanaf de eerste tel van Among The Living al lekker op in een set die belooft vol klassiekers te zitten. De vlammende uitvoering levert direct het grootste applaus van de dag op. De klok tikt door dus gelijk maar even de Vuurwerk 50-klassieker en Joe Jackson-cover Got The Time erachter aan geknald in de punky versie die de band zo goed staat. Zanger Joey, toch al 65 jaar, stuitert over het podium en ik weet niet of hij echt alle noten nog haalt of er gewoon een weg omheen weet, maar dit klinkt heel behoorlijk (of gewoon goed) hoor! Het ADHD-neefje van Benante (Frank) jut de boel voor het podium nog maar eens op, terwijl Scott Ian zijn iconische zelf is, en met effect. Madhouse wordt zo hard meegezongen dat de beide gitaristen een gat durven laten vallen bij de titel dat vanuit het veld gemakkelijk gevuld wordt. Met Caught In A Mosh en Metal Thrashing Mad wordt het feestje gewoon verder gezet (inclusief een beker bier in mijn nek). Het publiek is de hele dag al enthousiast, maar dit is toch wel een “new level”.
Becoming A.D., Fons Stage (18:45 – 19:30)
Snel even een blikje gooien bij Becoming A.D.. Hoewel net wat lichter dan Boneripper, vooral in de zang die soms wat melodieuzer is, gaat ook deze band prima naar binnen in de tent. Ik ben geen groot kenner van hardcore (cross-over) dus moet afgaan op wat ik hoor en dat is gewoon lekker. Misschien dat heel soms de overgangen wat gezocht lijken, maar als het vooruit gaat, gaat het ook gruwelijk vooruit. Of we moe zijn, is de vraag. Een beetje, maar dat geldt niet voor de mensen voor het podium want in die regio zie ik hoofden voorbij schuiven en deinen… en daar is dan toch die loodzware breakdown. De gitarist met het Oasis-shirtje lijkt volledig in zijn eigen wereld maar het past bij de alternatieve vleug die men soms laat horen. En in de vocalen denk ik wat Cro-Mags-invloeden maar dat is natuurlijk enkel een compliment. Fons wordt eer aan gedaan!
En dan begint het grote gedagzeggen. Zowel hoofdact Megadeth als Sepultura zijn bezig aan hun afscheid. Waar het bij Megadeth niet duidelijk is wanneer dat afscheid echt zal zijn, heeft Sepultura inmiddels zijn laatste concert aangekondigd. Dat zal op 7 november 2026 plaatsvinden in São Paulo en belooft een waar festijn te worden met als gasten onder meer Sacred Reich en Krisiun. Maar zover is het nog niet, want eerst staat de band nog eens in Maastricht en daar keek men naar uit, met een opkomst voor het podium die me toch wat groter lijkt dan ik me van een aantal jaren geleden denk te herinneren. Niet dat de aandacht onterecht is: het laatste album is toch een van de pareltjes in het oeuvre.
Maar eens zien hoe de heren het afscheid aanpakken… Nou, om te beginnen door te laat te starten omdat men de drums en gitaren niet versterkt krijgt (ten minste: zo lijkt dat toch). Maar uiteindelijk schalt toch Black Sabbath uit de boxen ten teken dat het concert aanstaande is. Maar dan is War Pigs toch wel een lange intro hoor. Van de toegewezen tijd is al een kwartier om en dan wordt Polícia van Titãs nog even ingestart van tape… Daarna kan het feest echter beginnen met het geweldige Inner Self van het al even geweldige Beneath The Remains. Op led-schermen worden stemmige beelden van donkere wolken vertoond (terwijl gelukkig even de zon schijnt). In 2024 verving Greyson Nekrutman drummer Eloy Casagrande die naar Slipknot vertrok. Dat leek een enorme aderlating want net Eloy had Sepultura in de jaren ervoor nieuw elan gegeven, maar Nekrutman laat direct met zijn eigen accenten horen dat hij net als zijn voorganger verre van een prutser is. Met grote rolls voegt hij behoorlijk wat groove toe aan de song terwijl hij ook een lekker punky versnelling in zijn vingers heeft. Andreas Kisser heeft er aan zijn grimassen te zien toch wel zin in en rost er maar eens een zinderende solo uit. “Lekker” zegt de dame naast me en ik moet me wel erg vergissen als ze het over haar biertje heeft. Bam, dat is alvast een track die we morgen in de Chaos A.D.-set niet te horen gaan krijgen. Maar hoe volg je een klassieker als deze op? Met All Souls Rising kennelijk: de opener van de EP The Cloud Of Unknowing die de band recent als laatste werk uitbracht. Geen gekke track hoor, met zijn razende start en overgang naar een klassiek stuk waarbij de luchtgitaar ingeruild kan worden voor een baton. In de fraaie break die volgt laat de band zich van zijn meest progressieve kant zien. Ik vind het tof, maar vraag me gelijk af of dit is waar het publiek voor is gekomen, zeker omdat ik vermoed dat er nog meer nummers van de nieuwe EP zullen volgen (het worden er uiteindelijk drie). Het geeft een wat tweeslachtig gevoel. Enerzijds is het machtig dat de band weigert een nostalgieding te worden, anderzijds ken ik ten minste één iemand die 230 kilometer is gereden omdat hij de band nog een keer wilde zien die hem dertig jaar geleden door zijn jeugd heeft geholpen. Genoeg gemijmerd, door met wat er op het podium gebeurt. In Kairos doet Andreas een paar stappen naar voren om de aandacht te vestigen op een blarentrekkende solo. En ja, dan valt er met één gitarist een klein gaatje, maar als die ene gitarist zo vurig tekeer gaat, is daar overheen te komen.
Vervolgens is het weer even terug naar de nieuwe EP met Beyond The Dream waar Derrick het vocaal wat lastiger lijkt te hebben. De tekst Leave it all behind, to begin again past echter wonderwel bij het afscheid. Vanaf nu komen de mensen aan hun trekken die voor jaren ’90 Sepultura kwamen. Refuse/Resist komt in een vrij ziedende versie voorbij en ja, we willen de boel wel “up fucken!” Dat bevalt Andreas en dus krijgt het publiek een “dankewel” gevolgd door een wel heel intense uitvoering van Arise die nog net even sneller gaat dan op plaat. Heerlijk! En dan? Een drumsolo… En zo haalt de band zelf toch steeds de flow wat uit het optreden. In Ratamahatta wisselen Andreas en Derrick zeer effectief hun zanglijnen uit. Bij Roots Bloody Roots gaan de vuisten nog een keer de lucht in en – op de korzelig vertraagde riff – de mondhoeken omlaag. En dan is het al voorbij. Hier had voor mijn gevoel meer in gezeten (en niet alleen voor mijn gevoel: de band speelde nog geen uur op een toegewezen speeltijd van vijf kwartier). Maar toch: het was mooi, Sepultura… Het ga je goed! Benieuwd waar we die heel goede drummer terug gaan zien.
Megadeth, Main Stage (21:30 – 23:00)
God van de regen Pluvius heeft zijn echte werk bewaard voor hoofdact Megadeth. Donkere wolken pakken zich inmiddels samen boven het Maastrichtse park. En dan komt plots de zondvloed. Het zou aardig zijn van Mustaine als hij ons een beetje warm probeert te houden (droog gaat niet meer lukken). En zie: hij zet zelf eerst alleen de riff in van Tipping Point van het laatste album. Dirk Verbeuren valt hem eendenretenstrak bij, waarna gitaarwizzard Teemu Mäntysaari direct een notenfestijn ontketent. De Tipping Point lijkt nu al om te slaan naar een heel goed optreden. Wel zitten de drums nog wat zwaar in het geluid, maar dat zal gedurende het concert beter worden. Teemu laat beide handen eens stevig over de gitaarhals gaan en met een ijselijk gil laat Mustaine horen dat hij er vocaal ook wel tegenaan wil. Meteen door naar Hangar 18 dan maar? Zeker wel, de vingers zijn inmiddels toch opgewarmd. Het is mooi om te horen hoe Teemu de lijnen van Marty Friedman naar zijn hand zet met een net wat scherper randje. De choreografie op het podium zit er ook weer lekker in net als het roepen van de naam van de band op de riff in het veld. Met This Was My Life en zijn mooi wrikkende riff volgt direct de volgende klassieker. Mustaine zingt een beetje om het melodieuze stuk heen, maar ja, in onze bodies zit nu eenmaal “die” en dus atrofie. Langzaam gaan de schuiven van de vocalen en gitaren steeds meer open en ontstaat een heel aangenaam geluid. Het podium is overigens best sober. Waar de band bij vorige optredens effectief gebruik maakte van led-schermen waarop beelden van mascotte Vic Rattlehead te zien zijn, ontbreken die nu. Wel komt de “beste man” gedurende het optreden een paar keer het podium op, maar nog steeds wil niemand zijn vrede kopen…
Na een kort “Good evening” duiken we meesterwerk Rust In Peace maar eens in. Het antwoord in de achtergrondvocalen wordt lekker overstuurd gebracht en dat voegt alleen maar toe aan de agressie. Teemu pakt overigens weer een glansrol in de rappe solo’s maar dat blijf ik niet zeggen. I Don’t Care is wat mij betreft niet echt het prijsnummer van de nieuwe plaat, maar daar denkt de band zelf kennelijk anders over. Er is zelfs I Don’t Care-merch gemaakt en ik moet toegeven dat de punky sfeer live behoorlijk goed werkt. De song is ook een fijne uitvalsbasis voor een solootje of wat, maar haalt toch niet het niveau van de rest van de avond. Zoals dat van Sweating Bullets. Hier is de snerpende stem van Mustaine ouderwets geniepig en in de beukende riff aan het einde van de zin horen we dat de gitaren nu echt wel goed in het geluid zitten, dus daar hoeven we niet meer opnieuw op te letten. Kan ook niet, want we zijn te druk met het meezingen van het refrein. We zijn los mensen!
En dan nemen we ook Trust voor lief. Naast me zingen mensen de track zelfs woord voor woord mee en dus heeft Mustaine gelijk deze song steeds te blijven spelen. Ik kijk er echter naar uit dat de band eens echt diep het oeuvre induikt naar de eerste plaat, zoals de band een paar dagen eerder in Polen ook deed. Dat is nog even wachten want we gaan naar een van de betere songs van de “selftitled”: Let There Be Shred. En geshred wordt er! Heerlijk hoe Teemu onder de riff door zwiert. Nog een typisch Mustaine-riffje erachter aan en je hebt de essentie van Megadeth 2026. Vic Rattlehead deelt deze mening kennelijk, want hij komt even langs in zijn witte pak waar het bloed van zijn daden kennelijk niet aan blijft kleven.
Peace Sells wordt gebracht met een zware distortie op de bas van James LoMenzo, waar de gitaren dan doorheen mogen snijden, evenals de snerp van Mustaine. “Can you put a price on peace?” Nee, en ook niet op de song die me de metal insleepte. Vic komt nog eens langs om nog maar een keer te proberen de vrede aan de man te brengen, maar tevergeefs. Verbeuren geeft zijn volledige (en uitgebreide) drumkit er nog van langs en dan gaan de armen tot achter in het veld omhoog.
De band verlaat kort het podium en komt terug met die gruwelijke riff. Er gaat hier symfonisch gesloopt worden en de stembanden van het publiek gaan er als eerste aan. Overal om me heen zie ik mensen lachen. Mooi toch dat een zware riff zo’n effect kan hebben. Het al even klassieke Holy Wars… The Punishment Due sluit een mooi concert – waarbij vooral Countdown To Extinction stevig werd aangedaan – af! Dave Mustaine neemt afscheid. Of het al voorgoed is weet ik niet. Zo ja, dan heeft een instituut Nederland voor het laatst aangedaan.
Datum en locatie
6 juni 2026, South Of Heaven festival, Maastricht
Links:


