Meeslepend en kiezelhard: Body Count verkoopt 013 terecht uit

Body Count was weer in het huis. De groep rond rapper/acteur Ice-T blijft maar goede platen afleveren en blijft dus ook een graag geziene gast op de Europese podia. Tussen optredens op Alcatraz en Bloodstock door hield het thrash/crossover/groove-gezelschap halt in Tilburg, waar 013 de poorten opende. De anonieme leden van de jonge nu-metalband Blackgold waren er ook maar die miste Remco Faasen als schrijver namens Zware Metalen. Plaatjesschieter Wilco Lamers zag ze wel.

(Blackgold)

Populariteit is een raar iets. Wanneer Body Count Nederland met een bezoek vereert, is dat doorgaans op een van de twee poppodia van Amsterdam. Sta je met vijftienhonderd man veel te dicht op elkaar gedrukt in Melkweg of met hetzelfde aantal mensen maar met iets meer ruimte in Paradiso. Nu is een uitverkochte grote zaal van 013 opeens het speelveld van Ice-T en zijn kompanen. Dus met balkon en alles. Het zorgt voor een verdubbeling van het aantal bezoekers.Een mooi compliment voor de hustler die in februari 68 is geworden maar vorig jaar een prima plaat met zijn band afleverde. De achtste alweer: Merciless. Live is de setlist behoorlijk op z’n kop gezet want waar de band jarenlang teruggreep op het materiaal van de eerste twee platen, is er nu een mooie verdeling over de hele discografie.

Beginnen doen we natuurlijk wel met Body Count’s in the House, setopener sinds het prille begin van de band. Daarna volgt verrassend Raining Blood/Postmortem, een dubbel cover van Slayer waarbij  bassist Vincent Price bijspringt op vocalen. Het woeste Point the Finger wordt direct daarna over de zaal uitgestort waarbij Price de zanglijnen van Power Trip’s Riley Gale op zich neemt. Body Count speelt als een bezetene maar heeft nog wel tijd om op te roepen de hoorns in de lucht te steken om de veel te vroeg overleden zanger te herdenken. Mooi!

There Goes the Neighborhood heeft de setlist-schifting overleefd (blijft toch een lekker nummer: Here come them fuckin’ niggas/with their fancy cars. Who gave them fuckin’ niggas/those rock guitars?). Nieuw is het machtige The Purge. Little Ice, de zoon van Ice-T die al als kleine jongen al met de band meeging en inmiddels de rol van hype man en vocalist heeft, komt met een bebloed masker het podium op en geeft daarna instructies om de pit op te zetten. Het resultaat mag er zijn.

De grote roerganger Ice-T zelf heeft tot dan toe nog niet veel gezegd maar het moet hem van het hart dat het volgende nummer handelt over een verschijnsel dat alleen maar erger lijkt te worden: de teloorgang van mannelijkheid. Sophie Straat moet maar even naar achteren voor Manslaughter (Man’s an endangered species/this shit is getting soft.) We gaan gelijk door met No Lives Matter. “Of je nu links of rechts bent”, zo horen we van Ice-T, “when it comes to the poor no lives matter.” Psychopath blijft daarna de energie hoog houden en met name Litte Ice blijft ervan rondstuiteren. Respect ook voor gitarist Juan of the Dead die zijn artiestennaam op het oog eer aandoet en er niet uitziet alsof hij dit nog tien jaar gaat volhouden maar ondertussen uiterst soepel zijn partijen uitwerkt. Bij collega-gitarist Ernie C gaat het allemaal wat minder gladjes maar drummer Ill Will is misschien wel het geheime wapen van Body Count: hij houdt de boel bijzonder strak bij elkaar. Al kan niemand Beatmaster V natuurlijk doen vergeten.

Ice-T is niet helemaal tevreden over de intensiteit van de moshpit tot nu toe en beoordeelt het geheel plagerig met een 7. Little Ice heeft er wel een oplossing voor en laat Drive By inzetten: 1.26 minuten pure gekte uit 1994 en we blijven in het verleden hangen met Necessary Evil dat werkelijk kiezelhard wordt gebracht. Van Tilburg ’26 gaan we naar LA ’92 met Disorder dat feitelijk geen Body Count-nummer is: Ice-T nam het in 1993 met Slayer op, op basis van een nummer van The Exploited met een aangepaste tekst die verwijst naar de rellen in Los Angeles een jaar eerder. De rol van Tom Araya wordt vanavond uiteraard vervuld door Vincent Price.

Al sinds jaar en dag vaste prik bij een Body Count-show: de zanger die een jochie het podium ophaalt en hem uitlegt dat als hij ooit nog eens gepest wordt hij een beroep kan doen op zijn nieuwe oom Ice-T. Met een Body Count-shirt over dat van Slayer stuitert het jochie vrolijk mee met Talk Shit, Get Shot. Daarna is het tijd voor ons nieuwe volkslied: het bij verschijning zo beruchte Cop Killer, waarbij Little Ice al crowdsurfend meebrult.

Wanneer iedereen weer op het podium staat, vertelt Ice-T dat we allemaal weten wat er nu moet komen. De encore. Maar op zijn leeftijd heeft hij er helemaal geen zin meer in om het podium af te gaan, ons te laten klappen en juichen en dan weer terug te komen: “If I get of the stage it’s to get my dick sucked and then I ain’t coming back.”. En dus gaan we gauw door met Born Dead. De afsluiter wordt opgedragen aan iedereen die een vriend heeft verloren aan drugs of geweld: This Is Why We Ride is één van de betere Body Count-nummers in een toch al niet kinderachtige collectie. Meeslepend én kiezelhard en een waardige afsluiter van een bijzonder geïnspireerd optreden. Benieuwd waar we de band volgende keer tegenkomen.

Datum en locatie

8 augustus 2026, 013, Tilburg

Link: