Oranje boven en het Mandylion-effect op laatste dag Into the Grave

Terwijl Leeuwarden oranje kleurt voor de eerste WK-voetbalwedstrijd van het Nederlands Elftal, blijft het op de laatste dag van Into the Grave gewoon zwart dat de boventoon voert. Al is de black metal vandaag alleen afkomstig van Carach Angren. Verder zien we lokale Friezen Atmoran, de teutonische Duitsers Destruction, krijgen we geen kabouterdans te zien van het Belgische Gnome en sluit het festival af met het collectief The Gathering dat diens  doorbraakalbum integraal laat horen. Met meer dan de helft van de bands van eigen bodem, is het hier ook een volksfeestje. Voor de laatste keer dit weekend doen Ruben en Esther verslag vanaf het Oldehoofsekerkhof. 

Lees ook het verslag van dag 1.
Lees ook het verslag van dag 2.

Graceless (Main Stage, 14:00 – 14:30)

Om maar direct met wat Nederlanders te beginnen trapt Graceless de laatste dag af op het hoofdpodium. De deathmetalband uit Leiden krijgt niet veel tijd als openingsact. In een half uur jagen ze er maar snel een zestal nummers doorheen. Zo snel dat de stem van frontman Remco Kreft er even van overslaat. De complexe riffs spelen en daarnaast de vocalen doen kan ook niet makkelijk zijn natuurlijk. Ondanks de korte set horen we duidelijk dat Graceless een band met kwaliteiten is, niet voor niks gooide de vorig jaar uitgekomen plaat Icons of Ruin hier hoge ogen. Het meer melodische werk met duidelijke grooves komt hier goed uit de verf. Met de gestage output van de band zullen ze vanzelf een keer wat langer mogen spelen, want dit smaakt absoluut naar meer.

Atmoran (Reaper Stage, 14:30 – 15:10)

Dit jaar wordt Friesland vertegenwoordigd door AtmoranIk heb deze jongens wel eens zien optreden als Sepultura-coverband, maar vorig jaar leken ze de stap te willen maken naar serieuzer werk met een gooi naar de landelijke Metal Battle. Inmiddels zijn ze zelfs zo ver dat het eerste studioalbum We Fight Back! is uitgebracht. Het lijkt een droom die uitkomt voor de band, spelen op ‘hun’ lokale metalfestival. Zo spreekt frontman Frank van der Ploeg het in ieder geval wel uit. Ze genieten dan ook zichtbaar van het podium en persen alles eruit wat er in zit. De toegestroomde fanschare wakkert dat enthousiasme nog eens extra aan en zorgt voor extra energie in het publiek. Fans die een bord hebben gemaakt voor drummer Max van der Meij. Die hebben we eerder voorbij zien komen in zijn andere band Drôvich, maar hier is hij volledig ontketend. Zijn razendsnelle slagwerk springt er hier bovenuit als uitblinker in de band.

De jonge thrashers gaan helemaal op in hun optreden en het publiek doet mee. De eerste crowdsurfers komen langs en er is een constante pit gaande voor het podium. Een waar frontman Frank ook nog even induikt met een floor tom om nog even extra te trommelen.
Ze zijn zo fanatiek dat ze over hun tijd heen gaan, kennelijk krijgen ze geen genoeg van het podium. Van der Ploeg doet nog een oproep om elk jaar Friese bands op de affiche te krijgen. Dat is de afgelopen jaren al zo, maar het staat niet vast in de statuten. Als er meer bands van dit niveau rondlopen, lijkt dat me niet eens een slecht idee.

Rivers of Nihil (Main Stage, 15:10 – 15:55)

De meest interessante naam in de line-up van vandaag is Rivers of Nihil. Het technische deathmetalgezelschap uit de Verenigde Staten speelt zich geregeld in de kijker met bijzondere composities en de toevoeging van een saxofoon in een genre waar je dat niet direct zou verwachten. Zo ook met de vorig jaar uitgebrachte zelf getitelde zelf getitelde plaat waar we vandaag een viertal nummers van horen.

Die saxofoon komt alleen om de hoek kijken als hij nodig is, verder blijft hij van het podium. Op zich wel jammer, want de overige muzikanten zijn duidelijk diep geconcentreerd aan het spelen en hebben weinig ruimte om wat actiefs te doen op het podium. De saxofoon brengt dan wel een welkome dynamiek op de planken. Maar muziek blijft natuurlijk het belangrijkste en dat zit bij Rivers of Nihil wel goed. Meanderende composities die van snelle hoogtepunten naar bedachtzame rustmomenten stromen weten het publiek hier te boeien.

Dormant Ordeal (Reaper Stage, 15:55 – 16:35)

Het Poolse Dormant Ordeal heeft naar eigen zeggen sinds november niet meer op het podium gestaan en dit is hun eerste keer terug op de planken. Dat lijkt nog wel weer even wennen voor ze, want helemaal gemakkelijk oogt het allemaal niet. Frontman Maciej Proficz probeert het publiek op te zwepen terwijl de rest zich concentreert op hun instrumenten. Misschien hadden ze dan toch een keertje extra moeten repeteren.

Het vorig jaar uitgebrachte Tooth and Nail werd hier goed ontvangen en daar horen we hier in ieder geval Halo of Bones en Orphans van. De sterke blastbeats vormen de rode draad door het optreden, energie gegarandeerd. Het publiek wil er wel een een extra rondje voor rennen, want het is toch behoorlijk koud vandaag. Het vuur wordt wel verzorgt door de Polen. De live-vertoning van vandaag klinkt lang niet zo goed als op de plaat, maar het feit dat het hier in levende lijve te zien is maakt al veel goed.

Carach Angren (Main Stage, 16:35 – 17:25)

Het enige blackmetalgeluid van vandaag komt van eigen bodem en wel van Carach AngrenCorpse paint en dit soort tonen is eigenlijk geen gezicht op klaarlichte dag, maar de symfonische blackmetalformatie heeft wel een ijzige koude wind mee om sfeer te maken. De Limburgse band heeft fans in het publiek, ‘dit kennen jullie allemaal’ schreeuwt frontman Seregor als de band begint aan Franckensteina Strataemontanus en dat lijkt ook te kloppen. Er wordt flink met vuisten gegooid en geschreeuwd. Het mag duidelijk zijn dat deze muziek het daglicht eigenlijk niet kan verdragen, want hier in de open lucht zonder de bedrukkende sfeer van een met rook gevulde zaal kijk je toch anders naar de nummers. A Strange Presence Near the Woods lijkt hier dan ook meer een schurkennummmer uit een geanimeerde Disneyfilm dan een serieus blackmetalhoogstandje. De band zet in een ultieme poging om nog wat eer te behouden de rookmachine er bij aan, maar dat waait direct weer weg en heeft totaal geen zin.

Vorig jaar bracht de band de EP The Cult of Kariba uit, waar we vandaag twee nummers van te horen krijgen. De opbouw in The Resurrection of Kariba valt mij hier aardig tegen, er wordt telkens op rem getrapt elke keer als er wat momentum is. Dan heb ik wel betere verhalende nummers gehoord. Het toepasselijke, in het Nederlands gezongen, Ik Kom Uit Het Graf is dan wel weer leuk om te horen. Carach Angren doet zichzelf geen gunsten door in deze setting te spelen, maar speelt voor een overtuigd publiek. Bij een volgend festival zou je ze toch minstens in een tent moeten zien voor het totaalplaatje.

Severe Torture (Reaper Stage, 17:25 – 18:05)

Alweer de vierde Nederlandse band van vandaag is Severe Torture. De deathmetalband uit Noord-Brabant begon eind jaren negentig en weet nog steeds van geen ophouden. Deze mannen zijn van de oude stempel en ze gaan dan ook ouderwets hard, hun muziek zit bijna tegen grindcore aan. Het zijn de gitaarpartijen die het toch binnen de perken van de death metal houden, maar het scheelt echt niet veel. Voor het eerst vandaag trommelen de blastbeats tegen de grenzen van wat mogelijk is aan en de circlepit komt als vanzelf ook weer op gang. Onverstaanbare gorgelgeluiden van frontman Dennis Schreurs bulderen over het plein voor de Reaper Stage. De mannen gooien flink de beuk er in en het publiek doet gretig mee. Laat ons maar weer even warmdraaien met deze temperaturen.

Destruction (Main Stage, 18:05 – 18:55)

Het hoogtepunt van de dag is toch wel de thrashsensatie van onze oosterburen. Het Duitse Destruction komt met hun teutonische invulling van het genre het Oldehoofsekerkhof op de kop zetten. Al dik veertig jaar bezig en nog speelt de band rond bassist en vocalist Schmier op torenhoog niveau. Ze horen niet voor niets bij de grote thrash vier uit Duitsland. Dat maken ze nog maar weer eens waar en dat kunnen de vandaag aanwezige toeschouwers wel waarderen.

Inmiddels lijkt het publiek zich wat uit te dunnen en ik vermoed dat velen zich richting een café begeven voor de eerste WK-wedstrijd van het Nederlands Elftal. Maar deze Mannschaft heeft ook nog genoeg te bieden en zeker het oudere publiek dat over blijft wil het nog wel meemaken. Veel is daar niet van over, zo merkt de band zelf ook op. ‘Vorige keer dat we hier waren was de pit groter en waren er meer crowdsurfers’ horen we van de frontman. Dat was vier jaar geleden op de Reaper Stage, dus dat zegt wel wat over wat er nog over is op het grote plein.

Met een staat van dienst zoals deze mannen hebben moet het moeilijk zijn om een setlist samen te stellen. Maar het meest recente werk krijgt toch altijd de meeste aandacht. Het vorig jaar verschenen Birth of Malice levert drie nummers aan, waaronder de afsluiter Destruction. Ja, na veertig jaar heeft Schmier toch een keer een nummer met de bandnaam geschreven. Verder is het de hitparade met de meest bekende uitingen van de heren. Dikke prima natuurlijk, het beste wat ze te bieden hebben. Zelfs de overgebleven oude thrashers willen nog wel even headbangen.

Gnome (Reaper Stage, 18:55 – 19:40)

Meer toevoegingen uit de lage landen, maar dan van de Vlaamse zuiderburen. Kabouterband Gnome ziet alle gekke, oranje hoofddeksels en gaat daar nog even overheen met hun puntmutsen. De stonerrockers zijn nu een jaar of tien bezig en hebben drie platen uitgebracht. Met de naam, de beeldvorming en het Vlaamse accent is het onmogelijk om niet aan Kabouter Plop te denken, maar we horen hier geen zware cover van de Kabouterdans of iets anders uit de Studio 100-stallen. Een gemiste kans, want dat was er hier wel goed in gegaan denk ik.

In plaats daarvan speelt het drietal zware riffs, want ondanks de puntmutsen is dit toch wel een serieuze band. Ze spelen zo hard dat de muts er bij de bassist op den duur af valt. Kabouters met een groot geluid dus en ook absoluut niet met een piepstemmetje, want frontman Rutger Verbist kan ook aardig grunten als het moet. Genoeg mensen die dan toch nog een paar keer rond willen draaien in de pit en met hun voeten op de grond willen stampen.

Paleface Swiss (Main Stage, 19:40 – 20:40)

Zonder twijfel de hardste band van de dag is Paleface Swiss. Harder dan dit gaat het ook absoluut niet meer worden met de resterende bands. De bleke Zwitsers kijken verbaasd naar de aanwezige menigte en constateren dat dit een nogal oud publiek is. Iets wat de groep duidelijk niet gewend is en waar ze hun hele optreden mee worstelen. Zelf stuiteren ze druk over het podium, maar het publiek deelt hun enthousiasme voor het deathcoregenre duidelijk niet. In Leeuwarden houdt men er vandaag kennelijk een andere muzieksmaak aan over, want aan de kwaliteit ligt het niet. Trillende blastbeats en zware breakdowns zouden aan moeten zetten tot stevige moshpits, maar het publiek is niet vooruit te branden. We zien frontman Marc Zellweger steeds wanhopiger worden om toch wat energie op het plein te krijgen. Alle trucjes worden uit de kast getrokken, maar een hondsdolle menigte zoals de band gewend is wordt het vandaag niet.

‘Jullie houden allemaal van die jaren tachtig en negentig bands toch? Doe dan net alsof het die goede oude tijd is!’ Roept de steeds onzekerder ogende frontman. Het levert het een paar crowdsurfers op en daar ziet hij mogelijkheden in. Voor het rustige Everything is Fine van de dit jaar verschenen EP The Wilted roept hij op om zoveel mogelijk mensen op de schouders te krijgen, maar ook daar krijgt hij weinig gehoor.

‘Kennen jullie deze oude plaat dan?’ klinkt het appel van Zellweger, maar voor Paleface Swiss betekent oud 2020 en het lijkt erop alsof deze menigte gestopt is met naar nieuwe muziek te luisteren rond 1992. The Rats vindt hier dan ook geen herkenning. In een ultieme poging om toch nog wat beweging te creëren pakt de nu wanhopig ogende frontman er een verdwaalde strandbal bij met de boodschap dat als iemand die vangt in de moshpit, diegene dan gratis merch krijgt. Dan moet er natuurlijk wel eerst een moshpit zijn en dat lijkt nu toch wel te veel gevraagd. Zellweger gooit het dan maar over een andere boeg: als niemand wil bewegen, dan gaat iedereen er maar bij zitten. Dat lijkt eindelijk te werken, want er gaan toch aardig wat mensen naar de grond.

Ik vraag me af of we Paleface Swiss ooit nog terug gaan zien in Leeuwarden, zelf zeggen ze dat ze niet in deze line-up passen. Ik kan het wel waarderen en een kleine minderheid op de eerste rij geloof ik ook. Wel wil de band ons op het hart drukken kleinere festivals als Into the Grave te blijven steunen, want dat houdt de muziek in leven. Ik had ze graag een enthousiaster publiek gegund en mezelf eigenlijk ook, want dit was wel echt een dode boel. Aan de Zwitsers heeft het niet gelegen, het publiek kan alleen zichzelf de schuld geven.

Blackbriar (Reaper Stage, 20:40 – 21:25)

Beide podia worden vandaag zowel geopend als afgesloten door bands van eigen bodem. Eigenlijk is Blackbriar het formaat van de Reaper Stage wel ontstegen, maar ze zijn met een man minder, dus het past allemaal nog net. Recent heeft er een bassistenwissel plaatsgevonden, maar de nieuwe aanwinst is er vandaag nog niet bij. Er blijft dus ruimte voor frontvrouw Zora Cock om haar dansjes over het podium te doen. Die vrouw moet het wel ontzettend koud hebben, in het publiek staan er een aantal te klappertanden. Gelukkig bibbert de kenmerkende stem van Cock totaal niet en blijft de zang dus het meest indrukwekkende aan de band. Dat kan niet gezegd worden van de rest van de muziek, in de open lucht komt die toch minder tot zijn recht. De symfonische klanken hebben gewoon de akoestiek van een zaal nodig.

Voor de fans maakt het niet uit, de voornamelijk vrouwelijke eerste rij is helemaal verknocht aan de zangeres en eet uit haar hand. De band kan hier eigenlijk niks fout doen. Lang is de setlist niet, ze spelen voornamelijk de meest recente plaat A Thousand Little Deaths en we horen het singeltje A Thousand Anemones dat vijf weken eerder werd uitgebracht. Dat zijn nogal wat duizendtallen. Zoveel mensen zijn er niet meer over vanavond en ook deze laatste, jonge bezoekers zijn hierna weg.

The Gathering (Main Stage, 21:30 – 23:00)

Een half uur voor de aftrap van Oranje’s eerste WK-wedstrijd Japan is het aanzienlijk minder druk op het Oldehoofsekerkhof dan het gisteren was. Velen snellen zich naar een café in de stad en laten The Gathering maar voor wat het is: een bijna vergeten band die tot drie jaar geleden in kleine zaaltjes voor een paar honderd man speelde, maar nu overal headliner mag zijn omdat Anneke van Giersbergen weer terug is om het doorbraakalbum Mandylion en een aantal andere nummers uit haar periode met de band te spelen. Het werd al gezegd, maar wat hier op het plein overblijft is echt de oudere garde die hier kennelijk nostalgische herinneringen aan heeft. Ik kan niet delen in die ervaring, ik at namelijk nog zand toen die plaat uitkwam.

Misschien bent u bekend met het Mandela-effect; het fenomeen dat men zich collectief iets verkeerd herinnerd. Ik zou dat nu graag het Mandylion-effect willen noemen. Kennelijk heeft iedereen ineens bedacht dat dit een fenomenale plaat was en ik zou niet weten waarom. Het zal de generatiekloof wel zijn, maar in dit genre waren mijn inziens veel betere bands actief in 1995. Noem alleen al het Nederlandse Ayreon dat hetzelfde jaar hun debuutplaat uitbracht, maar denk ook aan Queensrÿche dat we hier gisteren nog zagen, Dream Theatre en Tool. Stuk voor stuk namen die nog even relevant zijn als dertig jaar geleden, maar toch is het The Gathering met Mandylion dat nu ineens overal hoger aangeschreven staat. Niet eens alleen in Nederland, in heel Europa staan ze op de grote festivalpodia.

Ik breek mijn hoofd hier over en hoe langer ik hier naar sta te kijken, hoe minder ik het geloof. Is dit nou waar die hele hetze over gaat? Dit is mijn eerste ervaring met de band en het album, dus ik heb geen roze bril om doorheen te kijken. Het openingsnummer Eléanor is nog het meest boeiend met de bijna filmische compositie, maar alles gaat snel bergafwaarts vanaf daar. Alles is eentonig en vlak en van progressieve elementen is eigenlijk geen sprake. Ik heb Van Giersbergen wel echt veel beter horen zingen en dat heeft denk ik alles te maken met hoe de nummers geschreven zijn. Welke gedachte erachter zit weet ik niet, maar dit lijkt me geen succesformule.

Dit komt niet op mij over als een revolutionaire plaat en als ik om me heen kijk zijn er meer die hun bedenkingen hebben. Het halfvolle plein staat met opgetrokken kragen tegen de koude avondlucht roerloos naar de progressieve rockband te kijken terwijl er geen enkele energie van het podium komt. Een statisch verlicht toneel zonder enige aankleding waar al even roerloze mensen van middelbare leeftijd een oude plaat uitvoeren, dat is de laatste headliner van Into the Grave. Na drie dagen festival verwacht je eigenlijk een knetterend einde om met een overweldigd gevoel naar huis te gaan, dat is hier niet zo. Het is toch een beetje alsof je de laatste gloeiende kooltjes van een eerder razend kampvuur langzaam zien doven.

Het mag dan niet knetteren, het begint wel degelijk te spetteren en op de al koude avond geef ik de voetbalfans geen ongelijk. Dit Mandylion-effect krijgt mij niet te pakken en ik vind het halverwege wel mooi geweest. Mij niet gezien dat ik hier nog drie kwartier sta te blauwbekken. Ik laat de overgebleven toeschouwers graag in hun collectieve waan.

Lees ook het verslag van dag 1.
Lees ook het verslag van dag 2.

Datum en locatie

14 juni 2026, Into the Grave, Leeuwarden

Foto's:

Esther ‘t Lam (Instagram, Facebook)

Links: