Nadat The Ocean in 2023 Holocene uitbracht raakte het collectief in onstuimige wateren. Zanger Loïc en twee andere bandleden gaven aan hun leven anders te willen inrichten en te vertrekken. Dat gebeurde ook, maar kapitein Robin hield het schip – na enige aarzeling – boven. En nu is daar een nieuw album Solaris in een nieuwe bezetting met maar liefst drie gitaristen en twee vocalisten. Zoals je vrijdag zult kunnen horen geeft dat de groep nog meer mogelijkheden gegeven om sferen te schilderen, maar ook om bruut te slopen. Robin vertelt er alles over in dit gesprek met redacteur Michiel. En over het opvallende vervolg dat de plaat zal krijgen en een tour die dan toch ook Nederland zal aandoen.
Ha Robin, gefeliciteerd met het nieuwe album. Het is uiterst rijke en dynamische plaat geworden. Zozeer zelfs dat de afzonderlijke nummers elk bijna als een volledig album klinken.
Heel erg bedankt, fijn om te horen.
Laten we een paar stappen terug zetten, want in de aanloop naar dit album werd je geconfronteerd met de nodige veranderingen. Loïc (zanger), Paul (drummer) en David (gitarist) kondigden aan dat ze zouden vertrekken. Dat is nogal wat: Loic was een innemende frontman en ook Paul drukte de afgelopen jaren een flink stempel op het geluid met zijn ragfijne drumpatronen. Ik weet dat je The Ocean als een collectief beschouwt, maar had je na die boodschap meteen een visie of, en zo ja hoe, The Ocean verder zou gaan?
Nee, die had ik niet. Ik was enigszins overweldigd door de hele dynamiek die zich in de eerste helft van 2024 ontvouwde. Dat gezegd hebbende was het wel het resultaat van een langere periode waarin dingen niet goed zaten, en uiteindelijk stortte de hele boel in. Op dat moment was het voor mij wel duidelijk dat ik met deze band door wilde gaan en ook dat ik deze plaat wilde uitbrengen: Solaris, of beter gezegd wat later Solaris zou worden. De instrumentale kern daarvan was toen al geschreven! Ik wilde dus doorgaan met de groep, maar ik wist niet echt hoe of wanneer. Aanvankelijk dacht ik eraan ook zelf een langere pauze te nemen.
Tegelijkertijd was het voor mij niet makkelijk om te begrijpen hoe iets waarin we met zijn allen allemaal zoveel tijd van ons leven en zoveel energie in hadden gestoken, zomaar voorbij kon zijn. Dat was moeilijk te verteren en kostte me enige tijd. Ik probeerde nog om de boel bij elkaar te houden door te zeggen: “Laten we een langere pauze nemen, zodat ieder zich een tijdje op andere dingen kan richten.” Maar ik denk dat het op dat moment al te laat was. Achteraf gezien is het misschien ook wel een wonder dat we meer dan tien jaar met dezelfde mensen in deze band hebben gespeeld. Het is in ieder geval niet iets dat je als vanzelfsprekend mag beschouwen.
We waren allemaal in de veertig toen deze bezetting uit elkaar viel. Dat is ook een leeftijd waarop de prioriteiten in het leven vaak veranderen. Mensen krijgen kinderen, of zijn eigenlijk al laat met het krijgen van kinderen, en carrières en banen worden belangrijker. In die zin hebben we deze band voor meer dan een decennium tegen alle verwachtingen in draaiende gehouden en dat is een mooi iets. Uiteindelijk besloten we ons daar allemaal op te focussen. En dat was de beste manier om afscheid te nemen. In plaats van onszelf uit te putten over het feit dat we niet langer op dezelfde bladzijde zaten, was het veel beter om terug te kijken op ons gezamenlijke verleden en de mooie dingen daarvan. Dat gaf ons de mogelijkheid om aan het eind te zeggen: “Hé, high five, dit hebben we toch maar mooi gedaan.” Dat was de sfeer tussen ons bij Hellfest, bij het laatste optreden dat we met de oude bezetting speelden. Het was echt een prachtige viering van het verleden. Dat was niet altijd zo bij de eerdere optredens van de End of an Aeon-tour. Die waren een beetje vreemd. Voor onze begrippen waren dat behoorlijk grote shows en sommigen behoorden tot de beste die we ooit gespeeld hebben. Maar tegelijkertijd wist iedereen dat het voorbij was… Er was dus geen mogelijkheid dat het niet vreemd zou aanvoelen. Maar ik denk dat het allemaal heel goed is afgelopen. Ik ben mijn voormalige bandleden enorm dankbaar dat zij al die jaren zoveel tijd van hun leven aan deze band hebben gewijd.
Het heeft me wel wat tijd gekost om op dat punt te komen. Paul, onze voormalige drummer, stelde me een vraag rond de aankondiging van zijn vertrek. We waren bij mijn ouders, onderweg naar of terug van een optreden. Het was zomer en we zaten buiten in de tuin, bij de vuurplaats. Hij zei: “Robin, denk je niet dat het misschien ook tijd is om met deze band te stoppen, om het te laten rusten?”. Dat raakte me, maar op dat moment wist ik niet echt waarom. Ik moest daar echt even over nadenken. Achteraf gezien was het omdat mijn antwoord “nee!” was. En dat is waarom deze plaat er nu is. Ik wilde niet dat mijn eigen timing en de dingen die belangrijk zijn in mijn leven afhankelijk zouden zijn van de motivatie, of het gebrek daaraan, van anderen. Voor mij was het altijd duidelijk dat ik muziek wilde blijven maken onder de naam van deze band. Dat is wat ik al mijn hele leven doe. Ik al jaren geleden besloten dat te doen en die beslissing neem ik nog steeds. Ik vind het geweldig om in deze groep te zitten, om te toeren, om platen op te nemen. Ik houd van alles wat daarbij komt kijken. Ik denk ook dat het een enorm voorrecht is om dat vrijwel fulltime te kunnen doen. Mijn antwoord op die vraag was dus nee. Maar ik moest er wel over nadenken. Zoals gezegd: prioriteiten veranderen. Mensen geven uiteindelijk verschillende antwoorden op dezelfde vraag. En dat is doorgaans het moment waarop een band uit elkaar valt.
Dat klinkt heel organisch en natuurlijk. In het verleden brachten jullie instrumentale versies van veel van jullie albums uit. Was het ooit een optie om The Ocean verder te zetten zonder zanger?
Ja, dat was zeker een optie. Toen dit allemaal gebeurde, dacht ik aanvankelijk dat de toekomst van deze band heel goed instrumentaal zou kunnen zijn. Ik kon me simpelweg niet voorstellen dat ik een zanger, of meerdere zangers, zou vinden die konden aansluiten bij wat Loïc achterliet. Loïc is al die jaren een zeer krachtige frontman, een podiumbeest en het gezicht van deze band geweest. Tegelijkertijd heeft hij een ongelooflijke stem en veel charisma. Ik kon het me gewoon niet voorstellen. Een van de meest logische opties was daarom om instrumentaal verder te gaan.
Ik was klaar om die stap te zetten en simpelweg te zeggen: “Oké, dit is een nieuw hoofdstuk. Laten we iets anders doen en kijken hoe we daarin kunnen uitblinken.” Het was bovendien een ervaring die we al hadden. Toen we in 2022 door de Verenigde Staten toerden, brak Loïc beide benen. We moesten de tournee toen instrumentaal voortzetten. We waren daar niet op voorbereid. We hebben altijd parallelle instrumentale versies van onze platen uitgebracht, maar in die specifieke situatie hadden we niets daarvan ingestudeerd om het op die manier live uit te voeren. Plotseling moesten we die instrumentale sets spelen en dat kostte ons enige tijd, maar tegen het einde van de tournee hadden we het echt wel onder de knie. En toen gingen we terug om op het Prognosis Festival te spelen. We dachten er aanvankelijk aan om dat af te zeggen, omdat we wisten dat we niet met Loïc konden spelen. We stuurden erop aan om het optreden een jaar op te schuiven, maar onze agent overtuigde ons min of meer om toch te spelen, omdat het festival ons echt wilde hebben. Uiteindelijk gingen we overstag en hebben we bij die show Pelagial instrumentaal gespeeld. Dat was maar goed ook, wat het werd een van de beste shows die we ooit gespeeld hebben. Er hing gewoon zo’n magische sfeer. Mensen zongen de teksten over de muziek. Dat gaf ons een sterk gevoel. Het kon ook, omdat we in de Verenigde Staten ook al zonder vocalen hadden gespeeld. We hadden daarbij zoveel geleerd over communiceren zonder zanger, dat we ons echt op ons gemak voelden. En dat was waar ik me eigenlijk of voorbereidde toen duidelijk werd dat Loïc de band zou verlaten.
En toen ontmoette ik Lane en Enrico, en dat veranderde alles plotseling. Opeens was er een perspectief met zang dat veelbelovend en spannend voor me was. Dus schakelde ik om: niet instrumentaal, maar twee vocalisten! Dat was echt het laatste wat ik wilde: de bandbezetting nog groter maken.
Maar dat hield je niet tegen.
Het pakte anders uit! Hoe meer mensen erbij betrokken zijn, hoe ingewikkelder het logischerwijs wordt met planning en overlappende schema’s. Het vraagt om problemen, maar we werden allemaal zo enthousiast over de nieuwe dynamiek met deze groep mensen dat ik uiteindelijk besloot om niet de makkelijker keuze te maken. Ik kon me die plaat heel goed voorstellen met alleen Lane. Ik kon me de plaat ook heel goed voorstellen met alleen Enrico. Maar het feit dat ik ze beiden kende en dat ze zo verschillend waren, bracht me in een positie waarin ik die beslissing niet wilde nemen. Ik vroeg hen of ze zich konden voorstellen om samen met een andere vocalist in deze band te zitten. Ze zeiden beiden ja. Daarna kwamen we bij elkaar, het klikte, en dat was het begin van dit nieuwe hoofdstuk.
Eerst ontmoette ik Lane. Zij belandde in mijn woonkamer via een gezamenlijke vriend die ook voor mij werkt bij Pelagic Records, onze fotograaf en visual designer Jovi. Hij is Chinees en kende haar via een gezamenlijke vriend in Shanghai. Jovi nam haar mee naar een van de hotpot-diners die we regelmatig bij mij thuis hielden, waar hij meestal kookt. Hij is een fantastische chef en maakt zelf noedels. Ik realiseerde me toen dat ik haar band, Elizabeth Colour Wheel, op Roadburn had gezien. Wij gaan er elk jaar heen met het label, dus we hadden genoeg om over te praten. We kwamen erachter dat we ook in de Verenigde Staten veel dezelfde mensen kenden. Zo hadden we ons eerste gesprek. Daarna beluisterde ik haar soloproject otay:onii en ik dacht meteen dat zij heel interessant zou kunnen zijn voor The Ocean: een totaal andere richting, maar wel heel spannend. Ik heb het haar toen niet gevraagd, omdat ik dacht dat ze het idee niks zou vinden, maar ik hield de gedachte in mijn hoofd.
Kort daarna benaderde Marco – een van onze twee nieuwe gitaristen – ons om zijn diensten aan te bieden. Hij zei dat hij al lang fan van de band was en gitaar wilde spelen in The Ocean. Hij stuurde wat video’s die er veelbelovend uitzagen en ik bekeek de band die hij als referentie noemde. Terwijl naar de muziek luisterde vroeg ik me af wie die zanger was. Ik hoorde meteen dat dit erg leek op iets wat goed zou werken binnen de context van The Ocean. Dus ik vroeg Marco eens een biertje doen en zei hem ook zijn zanger mee te nemen. Zo kwamen we met z’n drieën bij elkaar om eens te babbelen over de mogelijkheden. Marco sloot zich aan bij de band en Enrico maakte vervolgens een heleboel vocale opnamen van oude nummers van The Ocean. Zijn stem lijkt veel meer op wat Loïc in het verleden deed. Het is natuurlijk een andere stem, maar hij heeft een vergelijkbaar register en bereik qua vocalen. Ik realiseerde me al snel dat het met hem mogelijk was om met hem ook het oudere materiaal te spelen. Dat was waarschijnlijk waar ik het meest mee worstelde toen ik me de band instrumentaal voorstelde: wat doen we met al die nummers uit ons verleden die zo zwaar op zang leunen? Zouden we die nooit meer kunnen spelen? Dat vooruitzicht zinde me niet erg. Toen Enrico covers zong van Jurassic | Cretaceous en dat zo geweldig klonk, dacht ik dat we met deze twee vocalisten ook het verleden kunnen eren en daarmee verbonden kunnen blijven.
Enrico heeft wel een beetje dezelfde warmte in zijn stem als Loïc in de rustiger passages ja. Met hem heb je de basis te pakken en met Lane kun je misschien wat grenzen over en het bandgeluid wat uitbreiden?
Ja, precies! Lane voegt echt een totaal nieuwe kleur toe die er niet eerder was. Dat was voor mij ook heel belangrijk, want ik wilde dit aangrijpen als een kans om iets nieuws te doen en niet alleen in het verleden te blijven hangen. Met Lane voegen we een nieuw instrument en een nieuwe kleur aan ons geluid toe. Vanaf het begin kon ik me voorstellen dat dat heel goed zou werken binnen de context van deze specifieke (nieuwe) nummers. Maar het kwartje viel pas echt toen zij wat demo’s opnam. Dat was echt een “hell yeah!” moment.
Ja, ze blinkt ook echt uit in de live-clip van Belligerence die jullie opnamen in Marokko. Ze spat echt van het scherm af.
Laten we eens naar het schrijven van de nieuwe plaat gaan. Als ik me niet vergist, is Holocene grotendeels ontstaan uit synthpatronen die Peter (toenmalig toetsenist van de band) componeerde en waar jij vervolgens mee aan de slag bent gegaan. Betekent dat — volgens mij heb je die vraag al deels beantwoord — dat je al sinds Phanerozoic II de tijd had om de muziek voor Solaris te schrijven?
Wel, we zaten midden in de pandemie: er gebeurde niets en ik zat lang thuis zonder te reizen. Daardoor had ik veel tijd om aan muziek te werken. Ik begon te werken aan nieuw materiaal en dat is uiteindelijk Solaris geworden. Toen ik halverwege of eigenlijk bijna aan het einde van dat proces was, stuurde Peter me een stapel elektronische dingen die hij had gemaakt. Ik raakte geïnspireerd en begon in feite The Ocean-nummers te bouwen op zijn ideeën. Dat werd Holocene. En zo werden (de kern van) Solaris en Holocene eigenlijk in dezelfde twee maanden geschreven. Peter en ik raakten heel enthousiast over het Holocene-materiaal omdat het net iets anders was. Het had een andere oorsprong: voor de verandering was ik niet degene die de nummers schreef, maar ik reageerde op dingen die iemand anders had gemaakt. Dat was heel verfrissend voor mij. Peter vond het ook geweldig hoe zijn ideeën transformeerden in de context van The Ocean. We besloten om ons daarop te richten. De pre-producties van Solaris verdwenen in de ijskast om daar later op terug te komen.
Vervolgens raakten we de weg kwijt in de mix van Holocene. Het duurde eeuwig en we waren niet tevreden. We wilden niet dat Jens Bogren de plaat zou doen, omdat we vanwege het elektronische karakter een ander geluid voor ogen hadden. We wilden een enorm, heel ruimtelijk en groots drumgeluid. We lieten verschillende mensen testmixen maken en dat leidde nergens toe. We raakten er behoorlijk gefrustreerd door, totdat onze goede vriend Karl Daniel Lidén ons redde. Hij heeft de plaat uiteindelijk gemixt. De plaat kwam uit in 2023 en sinds die tijd hebben we aan één stuk door getoerd in 2023 en 2024, totdat de bezetting in feite uit elkaar viel.
Pas daarna, letterlijk toen die laatste Holocene-shows achter de rug waren, was er tijd om echt in de studio te zitten en aan muziek te werken. Dat kan ik niet als ik op toer ben. Ik heb ook nog een platenlabel te runnen terwijl we toeren, dus dat is voor mij geen tijd om creatief te zijn. Daarom was het echt heel fijn om na Hellfest vorig jaar echt in deze plaat te duiken en een jaar lang geen optredens te hebben… om me echt puur op het studiowerk en het album te kunnen richten. Toen hebben we die pre-producties weer opgevist. Ze voelden op de een of andere manier nog steeds goed, fris en relevant, en we hebben dat als uitgangspunt genomen. Vervolgens heeft iedereen zijn eigen bijdrage eraan toegevoegd. We begonnen veel te experimenteren met vocalen en Mattias schreef de baslijnen. De instrumentale stukken waren bij aanvang in feite alleen nog maar geprogrammeerde drums, gitaren en een paar synths. Er is dus veel gebeurd sinds we er vorig jaar aan begonnen te werken. De nummers zijn echt getransformeerd, maar de basisarrangementen waren er al sinds de pandemie.
Was het verhaal van de film Solaris al de basis van je werk in de tijd van de pandemie?
Nee. Ik denk wel dat de nummers op mijn harde schijf opgeslagen stonden onder de werktitel Solaris, maar dat was het ook. Het was een werktitel bij gebrek aan beter, gewoon omdat ik dol ben op die film en het idee had om ooit een plaat te maken die op die film leunt. Toen we de pre-producties vorig jaar weer opgroeven, was die werktitel er nog. Dat bood onbewust waarschijnlijk een zetje om te gaan nadenken over de teksten en het concept van deze nieuwe plaat. Terwijl ik daarmee bezig was, realiseerde ik me dat het heel logisch was. We wilden de paleontologische albumreeks achter ons laten. Die was klaar. Ik wilde niet nog een Phanerozoic 3-album maken. Het was tijd voor iets nieuws. Ik wilde graag het terrein van de sciencefiction verkennen en iets totaal anders doen. Toen we er aan begonnen te werken, kwam het in me op dat er ook een mooi aansluitingspunt was met Holocene. Holocene eindigt met Subatlantic, wat een dystopische visie is op een aarde die uitgeput en onbewoonbaar is geraakt. Daarbij verlaat een groep overlevenden de aarde op een kosmische reddingsboot om elders in de ruimte te leven op een nieuwe plek. Daarbij komt dat voor mij duidelijk was dat ook de plaat zelf een vertrek zou zijn, een vertrek van de oude bezetting die de afgelopen tien jaar de band vormde. En toen ontstond het idee om dat ook echt het concept te laten zijn: een plaat van vertrek die voelt als die reis op een kosmische reddingsboot. Dan was daar nog die titel Solaris en daarmee viel alles op zijn plek. Dat kwam allemaal samen toen we vorig jaar over de teksten begonnen na te denken en aan de vocale invulling van de plaat werkten.
Het is eigenlijk zo geweest bij alle platen die we hebben gemaakt: de muziek werd geschreven voordat de tekstuele wereld werd ontwikkeld. De enige keer dat dat anders was, was bij Pelagial. Daar was het conceptuele idee van de plaat er al voordat ik muziek begon te schrijven. Maar bij elk ander The Ocean-album schreven we altijd eerst de muziek. Toch denk ik dat het nu interessant zou zijn om de pre-producties te vergelijken met het uiteindelijke album. Veel van de elementen die het heel sci-fi en ruimtelijk maken, komen uit de elektronische input van vorig jaar. En die is wel gemaakt met het concept in het achterhoofd. Een groot deel van de inkleuring van de elektronica voelt daardoor heel erg sciencefiction aan en maakt het als een perfecte soundtrack. Dus dat helpt misschien.
Vier van de nummers duren langer dan tien minuten. Simulacra duurt zelfs ruim achttien minuten. Heb je daar bewust naartoe gewerkt of leiden die songs je zelf naar die achttien minuten?
Ja, de nummers ontvouwden zich gewoon zo. Er was geen intentie om specifiek lange nummers te schrijven. Op dit moment lijkt de grens van tien minuten mijn comfortzone te zijn, maar dat is niet altijd zo geweest. We hebben ook een stapel kortere nummers. Het is gewoon waar dit specifieke album uiteindelijk op uitkwam. Eigenlijk hebben de meeste songs ook een vergelijkbare lengte. We hebben sommige opgedeeld in twee tracks, terwijl het eigenlijk gewoon één nummer is. Het geheel van Ultima Esperanza en Milk Of My Dreams voelt voor mij ook als één lang muziekstuk van twintig minuten. In feite is Milk of My Dreams een variatie op thema’s die in Ultima Esperanza al zijn geïntroduceerd, maar dan in een elektronische context.
Maar een bedoeling om bijzonder lange nummers te schrijven was er niet. Ik denk soms dat alles na drie minuten wel gezegd en gedaan is. Op de oudere platen, zoals Fluxion en Aeolian hebben we wat van die songs. En soms duurt het tien of misschien wel achttien minuten om de boodschap over te brengen of het idee te ontwikkelen. Wanneer ik begin met schrijven, weet ik nooit waar het eindigt. Dingen gebeuren gewoon onderweg en meestal leidt het ene gedeelte tot het andere. En dan soms weer terug en dan krijg je van die ingewikkelde arrangementen zoals in Simulacra. Het zijn eigenlijk heel veel songs binnen een nummer die door de hele track terugkomen, om helemaal aan het einde weer terug te grijpen naar het beginthema. Die song overigens ook een van de lastigste omdat ze gewoon nooit ‘af’ was. Ik bereikte nooit het punt waarop ik dacht: zo, het staat erop. Ik ging er toch steeds weer naar terug. In dat opzicht is het heel erg te vergelijken met Jurassic / Cretaceous van Phanerozoic 2. Dat was ook zo’n nummer waar geen einde aan leek te komen. Er zijn van die songs die je in een dag schrijft, waar je tevreden mee bent en over tien jaar nog steeds. En soms bereik je op de een of andere manier nooit de finish. Simulacra was een van die nummers.
Maar er was dus toch een punt waarop je dacht: het is mooi geweest, zo is het af.
Ja, dat punt moet je wel vinden! Anders komt het album er nooit. Dat is ook belangrijk om te leren: beslissingen durven nemen, zelfs als je niet altijd 100% zeker bent. Je kunt niet altijd zeker zijn en dan moet je op je “guts” vertrouwen en ervoor gaan: ik weet niet of het de ‘juiste’ keuze is, maar er moet een knoop worden doorgehakt. Daar ben ik door de jaren heen wel beter in geworden. De eerste tien jaar van deze band worstelde ik daar erg mee en trok ik dingen die al lang besloten waren constant weer in twijfel. Tja, dan beland je in een vicieuze cirkel. Ik denk dat ik er nu wat efficiënter in ben geworden om gewoon beslissingen te nemen en me daaraan te houden.
Je wordt er waarschijnlijk ook beter in als je bijvoorbeeld vijf jaar later terugkijkt op nummers en denkt: ja, dat was de juiste beslissing. Dan neemt de twijfel wel af.
Ik wil het nog met je hebben over de teksten, omdat je parallellen trekt tussen oude dagboeken van historische ontdekkingsreizigers, een sciencefictionverhaal en de wereld van nu. Dat lijkt me een behoorlijke onderneming. Hoe breng je dat samen?
Nou, het uitgangspunt daarvoor was om het thema van de ruimteverkenning – het uitgangspunt voor deze plaat – te vergelijken met historische ontdekkingsreizen uit het verleden. Ik begon dagboeken van ontdekkingsreizigers te lezen: Magelhaen, Sir Francis Drake, Amundsen… noem maar op. Het is heel vaak hetzelfde verhaal: witte, mannelijke Europeanen vertrekken vanuit Europa met nobele motieven om te ontdekken wat destijds ‘de grens’ was. In de 16e en 17e eeuw (of nog eerder) waren die grenzen bijvoorbeeld in Zuid-Amerika: Ultima Esperanza, Patagonië. Tegenwoordig is ruimtevaart waarschijnlijk een van de laatste ‘frontiers’, omdat de aarde tot op de laatste vierkante centimeter in kaart is gebracht. En misschien is er in de diepzee nog iets te verkennen. Als je naar die dagboeken en verhalen van die verkenners kijkt, eindigden ze heel vaak rampzalig. In feite legden die hoofzakelijk witte Europese mannen hun waarden op aan andere culturen, domineerden ze en roeiden die culturen in grote lijnen uit. Denk maar aan de Inca’s en de precolumbiaanse culturen in Zuid-Amerika.
Tegelijkertijd herkennen wij artiesten heel erg die verkenningsdrang. Dat is iets wat we delen, toch? Dat is wat achter elke artistieke onderneming zit: verkennen, iets nieuws vinden, nieuwe expressievormen ontdekken en idealiter iets doen waar nog nooit iemand een voet heeft gezet. De vraag die tijdens het werken aan de teksten voor deze plaat opkwam, was dus: zit er misschien een keerzijde aan die medaille van nieuwsgierigheid? Want dat is wat er achter ontdekkingsreizen zit, toch? Ook wij willen zien hoe dingen zijn in gebieden waar we niet veel van weten. Dat delen we die historische ontdekkingsreizigers. Die nieuwsgierigheid in de kunst is een heel onschuldige term, iets wat we allemaal koesteren en omarmen. Maar drijft dat ons er misschien ook al toe om onze waarden aan anderen op te leggen zonder het te vragen, misschien zelfs zonder dat we doorhebben dat we het doen?
Dat vond ik heel boeiende vragen die opkwamen. Ik heb er geen antwoorden op, maar ik begon die parallellen te zien en dacht: oké, wat is dit? Wat is de psychologische gesteldheid van een ontdekkingsreiziger en is dat iets waar we ons mee kunnen identificeren? Ik denk dat de meeste artiesten/kunstenaars meteen intuïtief ‘ja’ zullen zeggen, maar kijk dan eens naar wat erbij komt kijken… Er kwamen gewoon veel interessante vragen op die hun weg vonden naar de teksten en de thema’s van de afzonderlijke nummers op de plaat.
Ik zou zeggen dat de nieuwsgierigheid er is, maar over die verwoesting twijfel ik. Misschien bij sommige heel destructieve kunstenaars… Alhoewel, je zegt natuurlijk ook dat die ontdekkingsreizigers bij hun vertrek niet bewust uit waren op verwoesting.
Nou ja, in de context van harde muziek is er juist wél veel verwoesting en zijn er veel louterende, reinigende ervaringen die voortkomen uit destructie en geweld, toch? Er is een hele subcultuur die daarop gedijt. De hele metalcultuur, grindcore… dat is op een bepaalde manier heel destructief.
Zo heb ik er nooit naar gekeken, omdat het me juist zo veel energie geeft. Maar goed A campaign for musical destruction was natuurlijk niet voor niets jaren geleden al een slogan. Het album eindigt met twee meer elektronische nummers. Zijn dat de tracks waar Thorsten van Tangerine Dream het meest met jullie aan heeft gewerkt? Of zit ik er nu helemaal naast?
Daar zit je niet helemaal naast. Morgen is de première van The Milk Of My Dreams als vierde single van de plaat. Dat is een directe samenwerking met Tangerine Dream. Dat is het nummer waarop de bijdrage van Thorsten het duidelijkst hoorbaar is. Maar hij heeft op alle songs gespeeld. We hebben eigenlijk nog veel meer materiaal met hem opgenomen dat het album niet heeft gehaald, simpelweg omdat de plaat al zo vol was dat we geen manier vonden om het er nog bij te duwen. We belandden namelijk pas een week voor de mix in Thorstens studio, dus het gebeurde heel laat in het proces. Alle zang was op dat moment al opgenomen. Het kostte ons ook een paar dagen om samen met hem in het ritme te komen, maar toen dat eenmaal gebeurde, was het pure magie. Hij heeft echt geweldige dingen gedaan. Het was voor ons ook heel inspirerend om hem te zien werken. Hij is niet alleen een supernieuwsgierige en veelzijdige muzikant, hij is ook een wandelende synthesizer-encyclopedie. Zijn studio is net een synthesizermuseum, ongelooflijk. We kwamen zo tot heel veel geweldig materiaal, waarvan slechts een deel de plaat heeft gehaald. Milk Of My Dreams is de track waar je het het meest hoort, maar ook in Ultima Esperanza en Belligerence is zijn inbreng groot.
Over een ‘campaign ‘ gesproken. Ik keek naar jullie aankomende tour in het najaar. Ik zag Nederland niet in het schema staan. Heeft dat te maken met het feit dat een paar weken terug hoofdact waren op Pelagic Fest in Maastricht, of wat is er aan de hand?
Dat je nog niets hebt gehoord over shows in Nederland heeft inderdaad ‘misschien’ te maken met Pelagic Fest. Maar – spoiler alert – er komt een tweede deel van de tour in januari en februari en daarin zul je ook een aantal Nederlandse aantreffen. We zullen dit deel van de tour waarschijnlijk komende week al aankondigen.
Kijk, nog iets om naar uit te kijken! Bedankt voor je tijd en voor het interview.
Jij ook heel erg bedankt en het ga je goed!
Links:


