Het laatste weekend van juni staat voor de liefhebbers van punk, hardcore, metal en alle kruisbestuivingen daartussenin rood omcirkeld op de kalender. In Ysstelsteyn wordt er dan Jera On Air gehouden, een festival dat in de loop der jaren uitgegroeid is tot een soort zomerse bakermat van gevestigde en nieuwe bands binnen het genre, maar ook een plek waar gelijkgestemden elkaar ontmoeten met een positieve vibe. Dat maakt Jera stiekem tot een van de leukste festivals van het jaar, wat mede ook komt door de compactheid van het terrein. Is het dit jaar anders? Friso Veltkamp doet deze dag verslag namens Zware Metalen. Foto’s zijn van het Jera persteam, waarvoor dank!

Het wordt vandaag nog warmer dan gisteren. Dat belooft wat. Waar de eerste festivaldag pas halverwege de middag op gang kwam, begint de eerste band vandaag al om twaalf uur. Voor velen is het ook de tweede dag van het festival. Gelukkig heeft de organisatie van Jera de nodige maatregelen getroffen en kan het bouwen op veel vrijwilligers die dit festival mede mogelijk maken. Zoals de uiterst vriendelijke dames achter het uitpuilende zonnebrandkraam. Maar ook het barpersoneel, medewerkers die met emmers en sponsen rondlopen, vrijwilligers die mensen bij de toiletten even besproeien: iedereen helpt mee en let op elkaar. Dat maakt Jera natuurlijk ook tot zo’n leuk festival.
Curselifter
Eerst een huiskamervraag: is er ooit een band geweest die op zowel Revolution Calling, Roadburn als Jera On Air heeft gespeeld? Spoiler: ja, Curselifter. De band uit Utrecht is een graag geziene gast op festivalpodia en stelt niet snel teleur. Op Roadburn zette het viertal een bevlogen set in het skatepark neer, vandaag trapt de band de dag af in de Buzzard tent. En dat doet Curselifter met een heel dik geluid, wat wel zo fijn is met deze hardcore die met veel dikke metalriffs is opgesierd.

De band is vrij beweeglijk, stilstaan doet de band niet aan, en dat terwijl de thermometer toch echt de dertig graden heeft aangetikt. Met name gitarist Robin en frontvrouw Rosa leven intens mee met de muziek. Laatstgenoemde probeert de boel nog extra op te fokken, wat op zich wel een uitwerking heeft. Nummers als Last Breath en False Comfort klappen er lekker op. Hier en daar een schoonheidsfoutje, maar ach, dat hoort ook bij deze muziek. Het toffe van Curselifter is ook dat het geheel precies goed getimed is qua breakdowns en versnellingen. Een heel fijn begin van de dag, maar we verplaatsen ons snel naar Ilaender.
Ilaender
Ilaender dus, uit Twente. Als je dat nog niet wist, dan werd het meerdere malen bevestigd in de aankondiging van de rooie jager. Het vijftal speelt vandaag in The Sparrow, ofwel de schuur van Jera. Dat is een klein podium zonder airco. Afzien dus. Gelukkig gebeurt dat met de meer dan uitstekende muziek van dit ensemble, dat zich ergens op het snijvlak tussen pakweg Deftones en Hopesfall bevindt. De band heeft reeds een uitstekende EP op zak, waar vandaag ook de meeste nummers van gespeeld worden. Maar eerst opent de band met Crown, waarbij opvalt dat het kamerbrede refrein live ook goed tot zijn recht komt en werkt. Ilaender heeft dan ook een prima geluid in deze schuur. Dat is fijn, want zo komen alle lagen in de muziek goed tot hun recht.
Ilaender voegt regelmatig nieuwe invloeden toe aan zijn muziek die zijn effect live bewijst, zoals de hiphopinvloeden en wat springerige tempo’s in All Inside My Head. De aanwezigen staan goedkeurend toe te kijken. Hoewel het niet heel druk is in de deze schuur, doen de aanwezigen wel mee op de signalen die Martin geeft. Meezwaaien, meeklappen: het werkt. Er hangt dan ook een positieve participatieve sfeer hier.
Wat ook sfeerverhogend werkt, zijn de groovende stukken die her en der opdoemen, zoals in Push. Het houdt de aandacht vast, wat natuurlijk ook mede komt door het spelplezier dat de band uitstraalt. Daarbovenop de goede livevocalen van Martin. Hij krijgt bij een paar nummers hulp van een fan die zich niet onverdienstelijk laat horen met enkele langgerekte schreeuwen. Iedereen mag meedoen vandaag, we moeten ook een beetje op elkaar letten. Zullen we doen, Martin. Oh: tegen het einde, de haven in zicht, wordt er nog nonchalant een Crowbar riff gelanceerd. Pluspunten bovenop een goed en warm optreden.
Gridiron
Bij sommige bands vandaag denk je: “Doe nou even rustig aan. Het is buiten een open hete princess contact grill, spaar je energie.” Neem Gridiron. Die lijken de temperatuur volledig te negeren en brengen een hoop opgefoktheid met zich mee. Dat begint al bij de beats waarmee de band de set opent, om vervolgens een handvol agressieve metalcore nummers op het publiek af te vuren. Daarbij is het wel zo fijn dat het stemgeluid van zanger Karll prettig in het gehoor ligt. Zijn vocalen geven de loodzware riffs net wat meer balans. Hoewel Gridiron te boek staat als beatdown metalcore vind ik het door de rapstukken, de vele interludes en grooves veel meer richting nu-metal gaan. En dat is prima, want deze agressieve variant op dat genre werkt live goed en heeft een eigen smoel. Het is bijna knap hoe de band de loodzware riffs combineert met springerige tempo’s. Hier en daar een versnelling, af en toe totaal lomp, zoals in World At War. Gridiron levert een half uur precies wat je nodig hebt: energie om de batterijen weer op te laden.

Haywire
Een band waar ik naar uitkeek is Haywire. De heren uit Boston zijn de laatste jaren naam aan het maken met hun rauwe hardcore met punkinvloeden. Inmiddels treden ze veelvuldig op en hebben daarin ook een goede reputatie opgebouwd. Afgaande op het optreden vandaag blijkt dat volledig terecht. Haywire houdt er de vaart vanaf het begin goed in met met Summer Nights en Hang Up The Telephone, waarbij de band continu blijft doordenderen. De energie wordt gekoppeld aan meezingmomenten tijdens Boston Boot Boys. Het optreden voelt als één groot feest, dat alleen maar wordt versterkt met het voorlopige hoogtepunt: de naar de band genoemde song heeft een mokerbreakdown en daaromheen de hooliganagressie van de band zoals dat bijna alleen uit Boston lijkt te kunnen komen.

Zanger Austin heeft echter ook nog wat te melden, geheel volgens de hardcoretraditie. Het maakt niet uit hoe je eruitziet of welke muziek je luistert: niemand moet jou regels opleggen. Waarna het nummer Poser Disposer wordt gespeeld. Daarna volgt gelijk een nummer over depressie, waarbij Austin aangeeft dat hij zelf ooit in een donker dal zat maar dat er altijd licht is. Het is preken voor eigen parochie, iedereen omarmt deze boodschap natuurlijk, net als er gedaan wordt met The Rival Mob cover Boot Party. We zijn dan al in het punkgedeelte van de set terechtgekomen, dat met Always By My Side nog een soort anthem bevat, dat luidkeels (en vaak!) meegeschreeuwd wordt. De tent blijft bomvol en dat is op zichzelf al lovenswaardig te noemen. Het is op het heetst van de dag, en ik sta bij de geluidsman, waar de wind van de ventilatoren niet geraakt, het voelt alsof ik aan het douchen ben terwijl ik stil sta. Het is warm, het is een uithoudingstest. Maar voor Haywire doen we dit graag. Een van de hoogtepunten van de dag!
King 810
Ik besluit nog even wat nummers mee te pakken van King 810. Helemaal bekend met de band ben ik niet, terwijl King 810 toch echt een deal met Roadrunner heeft en al bijna twintig jaar bestaat. Twintig jaar lijkt ook het intro te duren. Dat is makkelijk mannen! Terwijl het buiten heet is hoef je je niet uit te sloven op het podium als je intro de halve set beslaat. De band komt overigens op in vol ornaat. Ik krijg het plaatsvervangend benauwd als ik kijk naar wat die gitarist allemaal aan heeft: een jas, een masker, een latex broek. Woont die gast normaal gesproken in een sauna?
Muzikaal heeft het allemaal vele malen minder om het lijf dan de gitarist kleren aan heeft, het is vrij makkelijk op Slipknot leest geschoeide nu-metal, gebracht met een hoop bravoure en een zanger die ervoor gaat. Het gaat duidelijk om de breaks die de aanknopingspunten zijn in de nummers, maar ik heb even genoeg van dit soort archetypische Jera-metal.
Periphery
Een vreemde eend in de bijt. Periphery. Gedurfd ook, zeker als je bedenkt dat een gelijkgestemde act als Tesseract het twee jaar eerder eveneens probeerde, en als headliner de gehele tent leeg speelde. Dat lag niet aan de set, die was goed, maar het Jera publiek lijkt niet altijd raad te kunnen met de technische metal. Bij Periphery valt dat gelukkig wel mee, wat ook komt omdat de basis van de band vrij hard is, en wat minder op een bepaald sentiment is geschoeid.

Het vijftal is vandaag een viertal: gitarist Jake is er vandaag niet bij. Dat hoor je deels, maar desondanks is het indrukwekkend wat een geluid dit viertal nog laat horen. Het klinkt bij vlagen alsof er zes gitaristen op het podium staan. Dat hoort natuurlijk ook wel bij Periphery; de eindeloze dieptes van de djentriffs op het publiek afvuren. En de band beschikt daarnaast nog over de (in mijn ogen) beste zanger van de metalscene: Spencer Sotelo. Dat etaleert hij in het begin ook, wanneer hij moederziel alleen het podium opkomt en het begin van Obsession alleen inzet. Het maakt gelijk indruk.
Enerzijds is het gedurfd om een festivalset te openen met een hagelnieuw nummer (A Pale White Dot is pas enkele weken uit), maar het is ook wel tekenend voor de band die altijd zijn eigen koers vaart. Dat blijkt ook uit de rest van de set, want verrassend genoeg bestaat een groot deel van het optreden uit nummers van de nieuwe plaat. Dat is op zich prima, maar bij een festivalset had ik iets anders verwacht. Afijn, zo krijgen we dus uitvoeringen van Mr. God, Unlocking en Everyone Dies Alone. Daarbij valt vooral het enthousiasme op waarmee dit gebracht wordt. Waar Spencer live nog wel eens rustig achter zijn microfoon wil staan is hij opvallend aan het dansen vandaag. In zijn Big Lebowski-John Goodman outfit.

Toch blijft Periphery geen makkelijke band voor Jera, ook hier wordt de tent niet voller, er is vooraan zelfs nog enorm veel plek. De hoge temperaturen in combinatie met de ingewikkelde maatsoorten (die weer bijzonder strak gespeeld worden) heeft wellicht zijn weerslag op de aandachtspanne van het publiek. De band trakteert de kenners en liefhebbers nog wel op een oud nummer in de vorm van Kill Total Destroy, afkomstig van PII. Dat blijkt een goede keus, want het refrein wordt massaal meegezongen.
Zo is de interactie er wel degelijk, helemaal wanneer aan het einde Blood Eagle wordt ingezet, in de loop der jaren natuurlijk uitgegroeid tot een soort cultklassieker en wellicht het hardste nummer dat Periphery ooit heeft geschreven. Daartegenover staat dan weer het rustige Unlocking, een nummer dat volgens Spencer persoonlijk veel voor hem betekent. Het is een set waarbij veel gebeurt, goed gespeeld wordt, maar waar ik toch een onvoldaan gevoel aan overhoudt. Iets meer oude nummers van klasseplaten als Hail Stan en Juggernaut had ik wel tof gevonden. Maar goed, ook zonder deze nummers speelt Periphery een goede en bevlogen set.
Ice Nine Kills
Ik ben nooit zo kapot geweest van Ice Nine Kills. Ik vind de platen overgeproduceerd en die refreintjes zijn vaak net zo mierzoet als een kilo haribosnoep. Toch besluit ik de band maar te gaan kijken, we zijn er toch. Om vervolgens totaal overdonderd te worden door de show. Ja, echt. Want wat Ice Nine Kills vandaag op Jera neerzet, is echt fantastisch om naar te kijken. Ik heb de band eerder op Jera gezien, destijds werden er al allerlei attributen, gelieerd aan films, het podium op gesleept, maar vandaag pakt de band pas écht uit.

Elk nummer is gebaseerd op een film, dat weten we ondertussen wel. Maar live wordt dit ook kracht bijgezet met scènes uit die films, of gewoon totaal over-the-top theater. Zo verschijnt er ineens een argeloze toeschouwer op het podium. Althans, die indruk kreeg ik aanvankelijk, maar ik begin toch wel te twijfelen wanneer zijn armen bruut worden afgezaagd en zanger Spencer die vervolgens gebruikt om het applaus aan het einde van het nummer aan te zwengelen.

Verder krijgen we nog allerlei mensen die toegetakeld worden met bijlen, boren en wat al niet meer. Er duiken varianten op van Pennywise, Hannibal Lecter en allerlei andere iconische horrofiguren. En dat alles krijgt een muzikale begeleiding die op en top Amerikaans is: vreselijk cheesy refreintjes, een productie waardoor het lijkt alsof er wel dertig gitaristen op het podium staan en een hoop voorspelbare breakdowns. Maar.. maar.. die breakdowns zijn zo vre-se-lijk goed in de set getimed. Neem het nummer The Great Unknown, gebaseerd op The Matrix, waarbij er twee vechtende agenten het podium opkomen. Wanneer zanger spencer zijn pistool pakt en zingt “only humans touch this” knalt hij een kogel door de kop van een agent. Of het nummer Hip To Be Scared, dat American Psycho behandelt, waarbij het hele publiek Hey Paul schreeuwt en Spencer op dat moment op de maat met een bijl op de uitbeelding van Paul Allen loopt in te hakken. Het is fascinerend om te zien.
Spencer, die overigens verdacht veel heeft van ons aller Rob Jetten, is de volksmenner die alles in goede banen leidt en de aandacht volledig naar zich toetrekt met zijn zang, gebrul en rol in de hele voorstelling. Want een voorstelling is het. En die boeit vijftig minuten lang. Muzikaal heb ik er niets van onthouden, maar qua show zeker wel. Goed dat de band hier geprogrammeerd stond.
The Offspring
Dan mag de hitmachine van The Offspring de vrijdag afsluiten. Een prima keuze van de organisatie natuurlijk, want de nummers van de vier Amerikanen hebben zich allemaal diep in het collectieve geheugen genesteld. Ben je opgegroeid in de jaren negentig, dan ken je elk nummer van de set waarschijnlijk wel uit je hoofd. Hoewel de band onlangs nog nieuw plaatwerk heeft uitgebracht, worden die tracks vandaag angstvallig vermeden. En daar valt veel voor te zeggen. Het publiek is moe na dag twee en de hitte, en wil ook helemaal geen moeilijkdoenerij in de setlist, nee, die wil de oude vertrouwde shit horen en nog één keer uit zijn dak gaan.

De aanwezigen worden op hun wenken bediend wanneer de band het verrassend epische intro Come Out And Play inzet en in hoog temp doorbeukt naar All I Want. Het is gelijk een groot feest in de tent. Strandballen vliegen door de lucht, bier vliegt door de lucht, veertigers vliegen door de lucht. Zo effectief zijn de nummers.
De band blijft ook geheel in zijn rol, en weet tussen de nummers door niet zoveel noemenswaardigs te melden, behalve wat flauwe clichématige grappen waar alleen Amerikanen om kunnen lachen, een hoop geklier met het publiek dat met de band allerlei langgerekte fucks moet meeschreeuwen. Heel grappig.

Waar de band dan wel enigszins mee verrast, is het eerbetoon aan Ozzy, waarbij stukken van Paranoid en Crazy Train in de set zijn verwerkt. Daarachteraan wordt dan weer een stukje Taylor Swift gespeeld, maar goed. The Offspring moet het natuurlijk hebben van zijn eigen nummers, en met name nummers die iedereen kent zoals Why Don’t You Get A Job en Pretty Fly, waar iedereen uitgelaten meedoet. En dat is eigenlijk precies waar deze show om draait: de band geeft het publiek wat het wil horen en doet dat op professionele wijze. Er zullen weinig mensen zijn die aan het einde van de set zonder glimlach de tent verlaten hebben.
Datum en locatie
26 juni 2026, Ysselsteyn
Link:


