35 jaar Thanatos, deel 1: van de middelbare school naar het einde met Shark Records en Gorefest (1983-1993)

De oudste extreme Nederlandse metalband Thanatos, werd 35 jaar geleden opgericht. Dat wordt gevierd met een jubileumconcert in thuishaven Rotterdam, een compilatiealbum en een serie interviews over verleden, heden en toekomst van de band rondom zanger/gitarist Stephan Gebédi met Zware Metalen. Deel 1: over het begin in 1983, de lange weg naar de eerste plaat, het einde in de jaren ’90 en anekdotes over Gorefest, Carcass en Celtic Frost.

Stephan, 35 jaar Thantos! Maar laten we eens teruggaan naar het prille begin, terug naar 1984.

Ik denk dat het eigenlijk al in 1983 zo’n beetje begon, op de middelbare school. Ik luisterde naar Venom en wilde toen zelf zo’n een band oprichten. Ik verwachtte dat dat wel in het bereik van een beperkte gitarist zou liggen. Ik was net met gitaarspelen begonnen op mijn vijftiende, zestiende en vond op school een paar gelijkgestemden. Met Remco de Maaijer heb ik uiteindelijk de band opgericht en in Marcel van Arnhem vonden we de eerste drummer. Op zijn zolderkamer zijn we zo’n beetje begonnen. Rond de jaarwisseling zijn we muziek gaan maken: ik had een paar nummertjes geschreven. In maart, april 1984 was de band echt een feit.

De allereerste line-up van Thanatos, met links Stephan Gebédi

De geboorte van Thanatos! Waarom die naam?

We heetten eerst heel kort Whiplash, maar toen kwamen we erachter dat er al een Whiplash rondliep in de Verenigde Staten. We kozen toen voor Thanatos omdat we op het gymnasium een beetje de studiebol liepen uit te hangen en vonden een naam die wel met de dood te maken had maar niet Engelstalig was spannender en meer obscuur klinken. Thanatos is de personificatie van de dood in de Griekse mythologie. Ik heb toen een eerste versie van het logo gemaakt, Wim Baelus, die destijds voor een aantal fanzines schreef en later voor Aardschok, heeft dat verbeterd. Hij was één van de eerste redacteuren die aandacht aan ons besteedde.

Op die zolderkamer hebben we onze eerste demo Speed Kills opgenomen, met afgeplakte bekkens en goedkope versterkertjes en zo klonk die demo ook. Maar het vond toch z’n weg door de underground. De eerste erkenning volgde toen Metal Forces in Engeland het in zijn top tien van beste demo’s zette, samen met bands als Possessed en Crimson Glory. In Nederland werden we natuurlijk vreselijk afgezeken: het was allemaal herrie en chaotische ellende. En dat was ook wel zo, maar blijkbaar vonden andere mensen het wel leuk.

De Thanatos line-up in 1987 en 1988. Achteraan Stephan Gebédi

Maar waarom kozen jullie voor deze muziek? Venom was er, maar lag het niet veel meer voor de hand om richting de hair metal te gaan?

Ik begon vanaf mijn elfde met Kiss en daarna werd het eigenlijk steeds harder: Metallica, Motörhead, Raven, Tank. Dat vond ik gewoon heel gaaf. Ik vond Black Sabbath en Judas Priest ook wel goed, maar de hairmetalkant heeft me nooit zo aangesproken. Althans, toen niet. Nu kan ik bands als Steel Panther, Mötley Crüe en Dokken wel waarderen. Maar toen keken we om ons heen: er waren hier en daar wel wat semi-speedmetalbands, maar wij wilden gewoon de hardste, snelste en extreemste worden. Daar deden we ons best voor. Met de eerste demo lukte dat nog niet, maar met de eerste zogenaamde livetape ‘Live’!, die we ook gewoon opnamen op zolder, was het al een stuk bruter. We hebben gewoon alle schuiven opengezet en zo hard en heftig mogelijk gespeeld.

Hoe werd daar tegenaan gekeken?

Er werd vooral lacherig over gedaan. We zagen er ook nog niet zo metal uit. We lieten net ons haar een beetje groeien, maar hadden een drummer met een brilletje die helemaal niet metal was. Hij deed gewoon met ons mee en probeerde daar zijn jazzrock-ideetjes in te gooien, waardoor het allemaal nog wat extremer en chaotischer werd.

Thanatos in de periode 1989-1992 (foto boven: Stephan Gebédi links, foto onder: Stephan Gebédi tweede van rechts)

Internationaal sloeg het wél aan. We kwamen in contact met allerlei andere bands die rond die tijd opkwamen, zoals Death, Possessed, Wehrmacht en Slaughter. Met al die gasten hadden we goed contact en we ruilden demo’s met elkaar. Een leuke anekdote is dat het jongere broertje van Marcel van Arnhem, Remo – die later nog de drummer is geweest –, die zogenaamde livetape ruilde met de mannen van Carcass. Die waren dolenthousiast over het ruige publiek dat ze hoorden en wilden graag weten waar we dit hadden opgenomen, maar dat waren wij gewoon zelf en een paar vrienden die door de muziek heen schreeuwden. Maar we kregen aandacht van over de hele wereld, omdat die underground zo wijdvertakt was. Onze demo’s en opnames zijn allemaal wel tussen de achthonderd en duizend keer verkocht. De eerste demo heb ik nog niet zo lang geleden nog verkocht voor tweehonderd dollar.

Hoe ging het met optredens de eerste jaren?

Niet. De eerste echte optredens waren pas eind 1986, toen we al een andere bezetting hadden. Er zijn heel veel wisselingen geweest en pas in 1986 hadden we een redelijke line-up bij elkaar en kwamen de eerste optredens. Vanaf 1987 ging het echt hard. Tot en met 1991 hebben we wel dertig tot veertig keer per jaar opgetreden, misschien wel meer. We speelden echt veel in de tijd. In Nederland, maar ook Duitsland, België en Frankrijk. In 1989 stonden we al in Portugal, nog voordat de eerste plaat uitkwam. Dat was wel bijzonder, in een sporthal voor duizend man en die braken letterlijk de tent af. Het werd echt een puinhoop: er werden ruiten ingegooid, bushokjes in brand gestoken, gevochten met de security… De politie moest erbij komen, we wisten niet wat ons overkwam. Maar een week later stonden we weer voor vijftig man ergens in de polder…

De poster van het beruchte Thanatos-concert in Almeida, Portugal

Toch ging het in Nederland ook wel lopen. Toen in 1990 eindelijk de eerste plaat uitkwam, Emerging from the Netherworlds, stonden we in de verschillende populariteitspolls van het jaar van Aardschok. Ondertussen kwam natuurlijk ook de scene op, met Pestilence en Asphyx. Wij waren wel iets eerder, maar zij gingen harder en kregen deals bij betere platenmaatschappijen zoals Roadrunner en Century Media terwijl wij helaas bij Shark Records tekenden en dat bleek achteraf niet zo’n goede zet.

Hoe kwam het dat pas zes jaar na de oprichting het eerste album uitkwam? Lag dat aan alle bezettingswisselingen?

Ja, de band lag meerdere keren min of meer op zijn gat. Vooral drummers vinden ging moeizaam, maar het was sowieso moeilijk mensen te vinden die dezelfde kant op wilden en er veel tijd in wilden steken. Ik ben altijd wel een redelijk gedreven baasje geweest en niet iedereen was er even goed mee bezig. Zelfs de bezetting van de eerste twee albums was meer bezig met feesten en het randgebeuren dan muziek maken. Die leefden iets te veel het rock-n-roll levensstijltje: kleedkamers, hotelkamers.. niets bleef heel. We mochten vaak ook niet meer terugkomen in bepaalde zaaltjes. Gelukkig waren er nog genoeg zalen die ons wél wilden boeken. Maar zeker rondom die twee eerste platen hebben we wel onze eigen glazen ingegooid door ons gedrag en door onze mentaliteit. We dachten er iets te makkelijk over.

Thanatos in de studio in 1991

En dan waren jullie de eerste extreme band in Nederland, maar dan kom je terecht bij Shark Records, dat uiteindelijk failliet ging.

In de tweede helft van de jaren ’80 hebben we gewoon veel tijd verloren met line-up wisselingen en intern gerommel. Shark Records was ook een beetje een noodsprong. We besloten nog één demo te maken en als er dan geen goed label zou komen, zouden we ermee stoppen. Toen kwam dus Shark Records, dat alle opnamen wilde betalen en een goede distributie leek te hebben, maar ze bleken enorm in de clinch te liggen met pers en boekingskantoren in Duitsland en hadden overal schulden. Dat hoorden we pas later van Sepultura, die daar ook hadden gezeten.

En toen kwam eindelijk die eerste plaat uit en had ‘ie een belabberd geluid.

Ja, het was een mindere productie en onze onervarenheid in een echte studio hielp ook niet mee. We namen alles live op, op de solo’s en de zang na. Dat hoefde niet, maar met het oog op budgetoverwegingen werd ons dat gevraagd. Het zou later wel goedkomen. Maar de producer wilde ons niet eens bij de mix hebben. Dat hebben we voor de tweede plaat, Realm of Ecstacy, heel anders aangepakt en die klonk ook een stuk beter. Daar waren we wel tevreden over.

 

Emerging from the Netherworlds (1990) en Realm of Ecstacy (1992)

Was het niet frustrerend om eerder bezig te zijn en dan te zien dat andere bands beter terechtkomen?

Best wel. In 1991 kwam Gorefest op en die werden op een gegeven moment boven ons op festivals geboekt. De rest van de band begreep dat niet zo, maar die gasten van Gorefest deden wél hun best en gingen er wél voor en wij zaten maar een beetje aan te kloten. En wij hebben onszelf heel erg in de vingers gesneden met een Carcass-tour in 1992. We konden tien optredens met Carcass doen, in flinke zalen in Europa, maar we konden het niet eens worden over de voorwaarden. Gorefest wel en het betekende hun doorbraak. Op een gegeven moment zag ik dat het allemaal niet meer zo goed ging en toen heb ik de stekker eruit getrokken. Ik was er echt even helemaal klaar mee.

Dat had je in 1983 niet verwacht.

Nee. We hebben hier en daar wel de boot gemist op sommige punten. Soms ook buiten onze schuld om. Na het tweede album zouden we bijvoorbeeld op toer gaan met Cannibal Corpse en nog een band als voorprogramma. Een Europese toer met 35 shows. Alles was in kannen en kruiken en toen blies Cannibal Corpse alles af omdat ze een nieuwe plaat op moesten nemen. Maar voor ons waren er geen andere shows geboekt ter promotie van de tweede plaat. Ook een tour met Exhorder ging opeens niet door. Er kwamen nóg meer frustraties in de band en toen viel het eind 1992, begin 1993 uit elkaar. Het was een beetje over, ik had geen zin meer om weer nieuwe mensen te zoeken.

   
Overigens heb ik in 1991 nog een flirt gehad met Gorefest. Jan-Chris de Koeijer (zanger/bassist – G.) wilde mij graag in de band hebben, maar in die tijd was het nog niet gebruikelijk om in meerdere bands te spelen. Ik heb nog met ze opgetreden in Duitsland, maar uiteindelijk was het toch mijn band niet en Jan-Chris was de grote baas, die had een bepaalde visie. Dus heb ik toch voor Thanatos gekozen. Daar heb ik op zich nooit spijt van gehad, maar ik moet wel eerlijk zeggen dat toen ze het jaar erop op Dynamo Open Air stonden en de cover van de Aardschok haalden, ik wel even dacht van ‘hmm…’. Maar het is voor Gorefest denk ik wel beter geweest, met mij erbij was het een andere band geworden.

Was je niet ook benaderd door Celtic Frost?

Haha, ja. Dat is een raar verhaal. Thanatos lag weer eens op z’n gat en ik had een cassettebandje opgestuurd naar het management van die band. Op de ene kant stond een demo van Thanatos, op de andere kant speelde ik mee met Celtic Frost. Een paar weken later kreeg ik een brief dat ze de demo kut vonden, maar dat mijn gitaarspel bij het Celtic Frostwerk erg gaaf was. Ze waren geïnteresseerd in meer en of ik een daarom recente foto’s kon sturen en kon doorgeven welke apparatuur ik had. Toen heb ik mijn stoerste foto opgestuurd, maar blijkbaar verwachtten ze iets professionelers, want het ketste af. Maar dat was wel even grappig. Het idee dat ze mij overwogen was al leuk op dat moment.

Links: