Proscriptor McGovern’s Apsû – Proscriptor McGovern’s Apsû

“Na kort beraad en zonder enige wroeging heb ik besloten om Absu na drie decennia te ontbinden. Gezamenlijk en universeel gesproken is deze beslissing een gevolg van onoplosbare omstandigheden, die uiteindelijk hebben geleid tot dit resultaat. Tijd noch inspanning, noch formule of enige andere manier kunnen mijn beslissing herroepen.”

Met deze ietwat gevleugelde woorden kondigde Absu-meesterbrein Proscriptor McGovern (Russ Givens) in januari 2020 het einde aan van één van de meest iconische Amerikaanse blackmetalbands. De (‘onoplosbare’) omstandigheden waarvan sprake, zouden mogelijks een verband hebben met het eerdere ontslag van gitarist(e) Vis Crom (nu Melissa Moore), die zich in 2017 outte als transgender. Volgens de gitariste zou ze uit de band gezet zijn “omdat er geen plaats is voor een vrouw in Absu”, dixit Proscriptor. Er werd het nodige bewijsmateriaal bijgehaald, er is heel wat over geschreven en iedereen heeft er ondertussen wel zijn mening over gevormd. En hoewel ik transfobie in geen geval wil goedpraten of minimaliseren, zou ik het hieronder graag over de muziek hebben.

De enige die zich gedurende heel deze lastige periode heeft gehuld in stilzwijgen, is Proscriptor zelf. Tot begin 2020 dus, wanneer hij zijn geesteskind Absu na dertig jaar zelf ten grave droeg. Het einde van Absu? Het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk, want een half jaar later werd Proscriptor McGovern’s Apsû geboren. Een schone lei voor Proscriptor? Misschien wel, maar één ding valt toch duidelijk op: er is eigenlijk weinig veranderd.

Eerst en vooral het logo. De “B” is een “P” geworden en er zijn wat kleine details aangepast (zoals het onopvallende accent circumflex bijvoorbeeld), maar verder is dit duidelijk gewoon hetzelfde gebleven. Ook de twee steunpilaren in de line-up, zanger/drummer Russ “Proscriptor McGovern” Givens en bassist/zanger Paul “Ezezu” (nu Ezezû) Williamson, ondersteunen nog steeds het dak van deze Texaanse blackmetaltempel. Deathmetalgitaarvirtuoos Vaggreaz (Possessed, Gruesome) werd aangetrokken om Vis Crom te doen vergeten en multi-instrumentalist Vorskaath kreeg een plek achter de toetsen toegewezen. Proscriptor McGovern’s Apsû bulkt op die manier van de ervaring en de technische klasse.

Nog voor je één noot van het album Proscriptor McGovern’s Apsû hebt gehoord, geven de tracktitels ook al weg dat Proscriptors verwrongen genie niet stil heeft gezeten na de split. In bijna elke titel is er wel een woord te vinden dat je even door het woordenboek moet halen (en zelfs dan…), wat aantoont dat de “mythologische occulte metal” van Absu/Apsû nog steeds springlevend is. De creativiteit en fantasie druipen er gewoon vanaf. Werk dit dan af met een prachtige albumcover (werk van Zbigniew Bielak, die ook al covers ontwierp voor onder andere Darkthrone, Watain en Mgła) waarin de natuur, occultisme en een licht middeleeuws/Keltische toets centraal staan, en je hebt de perfecte omkadering voor een iconisch Absu-album. Onder een ander naam dan wel.

Er is nog één heel belangrijke reden waarom Absu niet zomaar mocht ophouden te bestaan. Een onafgewerkte trilogie namelijk: Absu (2009) – Abzu (2011) – Apsû (2021). De eerste trilogie van albums, bestaande uit de klassiekers The Sun of Tiphareth (1995), The Third Storm of Cythrául (1997) en Tara (2001), was een creatie van de eerste line-up, met Shaftiel en Equitant Ifernain. Het album Absu, met Aethyris en Zawicizuz aan de snaren, borduurde voort op deze traditie. Toch was er bij dit Absu 2.0 een duidelijke stijlshift merkbaar richting meer traditionele, symfonische black metal, met Oosterse melodieën (Proscriptor was daarvóór enkele jaren actief in Melechesh), occulte sfeerelementen, strak drumwerk en een aantal finesses die ik persoonlijk wel kon smaken. Typische Absu-elementen, zoals de opbouw van de nummers, de grillige ritmes en natuurlijk de furieuze thrashblack, bleven dan weer behouden, waardoor de continuïteit binnen de erfenis van Absu bleef bestaan. Opvolger Abzu, voor het eerst met Ezezu op basgitaar en met Vis Crom op gitaar, voegde vooral een behoorlijke dosis agressie toe aan deze mix. De coherentie in en tussen de nummers was hierdoor soms wat verdwenen, de chaos overheerste. Nog nooit waren de vocalen zo ruw en ongecompliceerd. Absu klonk op Abzu Scandinavischer dan nooit tevoren en leverde door zijn ruwe aanpak wel wat in aan raffinement.

Ik was heel benieuwd op welke manier Proscriptor McGovern’s Apsû zou passen binnen deze triptiek. Dat er tien jaar (en een split) voorbij zijn gegaan sinds het tweede deel van de trilogie, zou misschien wel zijn sporen hebben nagelaten. En ook de nieuwe gitarist (met een deathmetalachtergrond) zou zijn stempel kunnen gedrukt hebben. Hoog tijd voor een grondige analyse dus.

Voor ik het album onder de loep neem, nog even dit. Van nature wil ik altijd graag alle details te weten komen over een nieuw album: thematische inhoud, teksten, achtergrond… Voor Absu/Apsû maak ik echter graag een uitzondering. Absu/Apsû is namelijk ondoorgrondelijk. Absu/Apsû is Proscriptor McGovern en Proscriptor McGovern is Absu/Apsû: zijn ziel, zijn diepste verwrongen hersenspinsels, de overgecompliceerde en ondoordringbare occulte, metafysische afgrond van een krankzinnige. Een geniale, multi-getalenteerde krankzinnige in dit geval. Dat maakt deze band ook zo bijzonder, onder welke incarnatie dan ook. Volledig doorgronden is echter een illusie.

Proscriptor McGovern’s Apsû opent met de crescendo van het onbegrijpelijk genaamde Amenta Accelerando Azyn Including Hierophantasmal Expounder, waarin dat typische thrashy Absu-geluid al onmiddellijk doorschemert. Proscriptor McGovern’s Apsû klinkt fris en strak, maar ook verwoestend als vanouds. En zoals we dat gewoon zijn van de band, worden we regelmatig eens verrast door een onverwacht momentje hier en daar. Op het openingsnummer is dat een kort fragmentje cleane, ietwat Oosters aandoende solozang en zijn dat de vreemde mechanische gillen (komt dit uit de gitaar?) op het einde. Het korte solozangmomentje is het sein voor Proscriptor McGovern’s Apsû om zijn innerlijke Absu helemaal boven te halen, met alles erop en eraan: grillige, chaotische, staccato thrashritmes, een ongekende weelde aan riffs en solo’s (vaak virtuoos rondzwervend in de hogere frequenties) én Proscriptor die (met hetzelfde stemgeluid als op Abzu) de lyrics uitschreeuwt, uitspuwt en uitgorgelt. De toon is gezet.

Ik vond al dat er op voorganger Abzu wat meer death metal in Absu’s muziek was geslopen, en bij de start van Esoterically Excoriating the Exoteric (een heerlijke alliteratie!) is dat ook weer het geval. Opnieuw is dit een heel verzorgd nummer, dat misschien wel rauw klinkt in al zijn openlijke razernij, maar in vergelijking met de nummers op Abzu toch veel meer fijne details te bieden heeft. De drums klinken niet meer alsof ze uit het doosje van een industrial blackmetalband komen, maar zijn op Proscriptor McGovern’s Apsû een stuk organischer. Zoals vroeger, zeg maar. Daarnaast is er vooral veel aandacht besteed aan het gitaarwerk. Esoterically Excoriating the Exoteric loopt over van de frivoliteiten (wat te denken bijvoorbeeld van de bijna speelse lead op 1:17 en het Rotting Christ-achtige thema op 3:16?), maar heeft ook enkele mooie, melodische riffs te bieden. Op sommige momenten komen alle instrumenten prachtig samen (bijvoorbeeld op 00:45) en hier overstijgt Proscriptor McGovern’s Apsû zichzelf op sublieme wijze. Proscriptor heeft tien jaar de tijd gehad om de perfecte songs uit te denken, en dat hoor je echt wel. Net zoals op de meeste Absu-nummers staan de lyrics centraal, maar op Proscriptor McGovern’s Apsû blijft het evenwicht tussen stemmen en instrumenten wel mooi behouden. Maar laat ik duidelijk zijn: Proscriptor McGovern’s Apsû thrasht er bij momenten ook gewoon stevig op los (het korte Jupiter in Capricornus is een aanrader voor de liefhebbers).

Wat vooral opvalt op Proscriptor McGovern’s Apsû is de gesofisticeerde manier waarop de nummers zijn geconstrueerd. In die zin wijkt het album soms wel wat af van de typische staccato, je-weet-nooit-waar-het-heen-gaat ritmiek die zo typisch is/was voor Absu. Niet dat dit volledig verdwenen is, maar het is minder alomtegenwoordig dan op bijvoorbeeld de oudere albums.

Zoals ik hierboven reeds heb aangehaald wordt de thrashblack op Proscriptor McGovern’s Apsû vaak overgoten met een deathmetalsausje, iets wat bijvoorbeeld opvalt op het allesverpletterende en bij momenten apocalyptische Mirroracles (geniale titel toch?!). Vooral de solo’s (0:55 en 2:20) en het baswerk leunen mijns inziens dichter aan bij death dan bij black metal. Het moet overigens gezegd dat de solo’s op dit album (en zo zijn er een heel pak te bewonderen) stuk voor stuk verdienstelijk en relevant zijn. Halverwege Mirroracles toont het nummer zich pas echt in vol ornaat, startend met echoënde doodskrassen en gevolgd door één van de heerlijkste solo’s op het album: warm, melodisch, ergens laverend tussen traditionele heavy metal roots en progressieve perfectie. Ook hier komt alles op sublieme wijze weer samen wanneer de solo opgeslokt wordt in de turbulente Maelstrom die hier gecreëerd wordt. En dat alles in minder dan vier minuten. Potverdorie Proscriptor, ik ben écht onder de indruk.

En dan is het tijd voor wat stevige blackened thrash metal (of is het thrashende black?)! Dedicated To Thoth, But Azathoth Wasn’t Listening (A Necroloquy) zal niemand, maar dan ook niemand onbewogen laten, en dat bedoel ik hier letterlijk. Naast de extra zware sound van de gitaren en de razende drukte van de drums is het vooral de zeer overtuigende stem van Proscriptor zelf die hier de show steelt. Alle vocale registers worden hier opengetrokken, tot een monsterlijke doodsgorgel toe (Azathoth laat zich hier duidelijk horen…). Even worden alle subtiliteiten vergeten en gaat de band gewoon los in een furieuze catharsis. Want ja, ook dat is Proscriptor McGovern’s Apsû.

In de aanloop naar de release van dit “debuut” werden al enkele tracks als single uitgebracht. Het zijn stuk voor stuk nummers uit het laatste deel van het album. Het meest opvallende en tevens het meest “herkenbare” nummer van dit album is Caliginous Whorl, een onweerstaanbare wervelwind die je vlijmscherpe riffs en heerlijke staccato refreinen in het gezicht blaast. Dit is zo’n nummer waarvan je de (verder totaal onbegrijpelijke) lyrics uit het hoofd wil leren om ze keer op keer, repeat na repeat uit volle borst mee te kunnen krijsen. “In The Stance. Of Thee. Is The Flesh. Sеlf-Containing. Nucleus. Of the. Verisimilitudе Is. Impure. Habitat. Rancor. The Caliginous… Whorl!” Het is niets minder dan een blackmetalextase waarin alles (ritmes, riffs, sfeer, lyrics) perfect in elkaar past, overweldigend in zijn razernij maar tegelijk meeslepend in zijn gevatte finesses. Dit is nu al een iconisch nummer dat zijn plaats heeft tussen andere evergreens als Highland Tyrant Attack en Swords and Leather.

Het laatste deel van het album brengt geen grote verrassingen meer, of het zouden de ultrahoge kopschreeuw op The Coagulating Respite of de spacy gitaargilletjes op Prana: Therion: Akasha moeten zijn. Op Tantrums of Azag-Kkû wordt af en toe wat gas teruggenomen om de luisteraar onder te dompelen in een melodische droomwereld, een toevoeging die we zeker niet gewoon zijn van Absu/Apsû. Af en toe, zeg ik wel, want de hoofdmoot van deze muzikale driftbui bestaat uit technische, zwartgeblakerde thrash.

De prijs voor meest absurde songtitel is voorbehouden aan afsluiter Every Watchtower Within Is The Axis Of A Watchtower Without including Totemic Thresholds, een nummer dat ook al als single was uitgegeven. Het is niet alleen het langste nummer van dit album (al is dat hier relatief), het is ook het meest grillige, het meest onvoorspelbare, het meest chaotische. Qua stijl wijkt het duidelijk af van de rest en in die zin bevestigt het nog eens de veelzijdigheid van Proscriptor McGovern’s Apsû. Er zijn heel wat ritmewissels en plotse stops te horen, waaronder een full stop in het midden van het nummer, waarna het helemaal van stijl verandert. Net als bij de start van het album ontstaat hierna een crescendo, begeleid door ultrasnel roffelende drums en psychedelische seventies synths, en eindigend in een akoestische outro.

Ik heb nooit het voornemen gehad om deze recensie bewust kort te houden, maar dat het zo uitgebreid is geworden is volledig voor rekening van Proscriptor. Proscriptor McGovern’s Apsû’s Proscriptor McGovern’s Apsû is een album dat oud en nieuw vermengt, met heel veel lagen en heel veel diepgang, organisch als in de hoogdagen maar ook fris en voortvarend. Het is een stuk giftiger dan Absu en een stuk gevarieerder dan Abzu: een “in-betweeness gateway” tussen beiden zeg maar. Maar vooral een meer dan geslaagde aanvulling op het oeuvre van Absu. Of Apsû. Wat maakt het uit. Het album is een verplichte aanschaf voor de liefhebber en verdient zeker en vast een plaats in de jaarlijsten!

Score:

93/100

Label:

Agonia Records, 2021

Tracklisting:

  1. Amenta: Accelerando: Azyn including Hierophantasmal Expounder
  2. Esoterically Excoriating The Exoteric
  3. Quasaric Pestilence
  4. Mirroracles
  5. In-Betweeness Gateway Commuters
  6. Jupiter In Capricornus
  7. Dedicated To Thoth, But Azathoth Wasn’t Listening (A Necroloquy)
  8. Caliginous Whorl
  9. The Coagulating Respite
  10. Prana: Therion: Akasha
  11. Tantrums Of Azag-Kkû
  12. Every Watchtower Within Is The Axis Of A Watchtower Without including Totemic Thresholds

Line-up:

  • Proscriptor McGovern – Drums, synths, stem
  • Ezezû – Basgitaar
  • Vaggreaz – Gitaar, basgitaar
  • Vorskaath – Synthesizers, gitaar, mellotron

Links: