Tons Of Rock 2019: Kiss weergaloos ingestudeerd en Behemoth in gevecht met de zon (donderdag)

Na het enerverende openingsconcert van Accept met orkest in het operahuis van Oslo begint Tons Of Rock 2019 dan eindelijk. Het voelt gek om een driedaags festival op een donderdag te beginnen, maar het is in dit voornamelijk christelijke land klaarblijkelijk makkelijker om meer dan tienduizend Noren een extra dag vrij te laten nemen dan om een festival op een zondag te organiseren. In het onderstaande verslag dansen we mee met Perturbator, verbranden onze nekken tijdens Behemoth en aanschouwen we het Rebel Extravaganza van Satyricon. Maar aan het einde van de dag weet Kiss ons he-le-maal in te pakken met een weergaloos en volledig ingestudeerd rock-‘n-roll festijn.

Lees ook ons verslag van het openingsconcert van Accept!

Black Debbath (Main Stage)

Huisband Black Debbath (geen coverband overigens) is meeverhuisd van Halden naar Oslo en speelt voor de zesde keer tijdens Tons Of Rock. De band met het festival is innig, want Black Debbath heeft zelfs het nummer Tons Of Rock in zijn discografie zitten. De vooral in eigen land populaire groep brengt stoner rock met makkelijke southernrockriffs en Noorse zang, maar moet het vooral hebben van het komische aspect dat langs mij heen gaat vanwege de gesproken taal. Aanvoerder Lars Lønning leest brieven voor, houdt quizzen en verhult op die manier het ontbreken van muzikaliteit. Het is in ieder geval duidelijk dat dit optreden niet voor een internationaal publiek bedoeld is en dus kan de verslaggeving summier blijven. Van een afstand slaan we onverschillig het aangeklede podium gade met halve motor als microfoonstandaard, cowboyhoeden en een op een pogostick springende zanger.

Perturbator (Vampire Stage)

De kleinste tent wordt zo donker mogelijk gemaakt voor de gothclub van Perturbator. Natuurlijk staat deze innovator van het uit de dood herrezen noveltygenre crimineel scheef geprogrammeerd om drie uur ‘s middags, maar in Noorwegen gaat de zon in juni toch niet onder. De duistere synthwave, zoals gewoonlijk gemaakt door een batterij synthesizers en een begeleidende drummer, is smullen voor de elektronicaliefhebber van dikke wobbles, Miami Vice-loopjes en gierende synths. Perturbator wordt gekenmerkt door een geduldige opbouw, terwijl de concurrenten alleen volop blazen. Onkarakteristiek is ook de sobere podiumaankleding, in tegenstelling tot de poppenkast van GosT of Carpenter Brut. Met dezelfde tactvolle werkwijze als de indietronica van Weval piekt de muziek wanneer nieuwe deuntjes na gas terug geïntroduceerd worden. Dat betekent echter niet dat we het vandaag zonder kapotgetriggerde basdrums en ophitsende hi-hats moeten doen. De stuwende onderste baslaag met inkleurende melodielijn daarboven wint het publiek gestaag over. De industriële Gesaffelstein meets Bacardi Mojito zorgt er zelfs voor dat de op mijn shirt gedrukte Arnold Schwarzenegger (in rol van de Terminator) David Hasselhoff uit zijn KITT gooit en zelf de Knight Rider wordt.

Behemoth (Main Stage)

Behemoth wil niet een van de tenten afsluiten en verkiest een tijdslot op het hoofdpodium om vier uur ‘s middags. Een groot deel van de charme en aankleding gaat daardoor verloren, maar de Polen gaan moedig het gevecht met de zon aan. Er wordt hard gewerkt om Behemoth naar een groter publiek te brengen en daar is dit soort gedurfde plaatsingen op festivals voor nodig. De verse headliner van FortaRock 2019 trekt vreemd genoeg minder bekijks dan de onzinshow van Black Debbath, ondanks dat alle attributen meegenomen zijn. De banieren, platforms, maskers, LED schermen, pyromanie en dropkrijtjeswit geschminkte gezichten kunnen niet voorkomen dat velen wat apathisch naar het podium staren. De blackened death knalt er gelukkig niet minder hard door en dankzij het extreem goed afgestelde geluid worden de straffe blastbeats en melodische solo’s op vlotte wijze over de weide geblazen. Mijn collega’s hebben deze show al uitvoerig besproken, en ik hoef alleen nog te bevestigen dat Behemoth de zaken netjes op orde heeft. Dat betekent echter niet dat de gesynchroniseerde pasjes van Nergal en Orion, de rockende gitaarsolo’s en meeklapmomentjes van het nieuwe I Loved You At Your Darkest me niet gestolen kunnen worden.

Amaranthe (Scream Stage)

Zonder het optreden van Powerwolf (waarover in het zaterdagverslag meer) was dat van Amaranthe de boeken in gegaan als de grootste aanfluiting van Tons Of Rock 2019. Waar te beginnen? Bij de millennialdanspasjes van zangeres Elize Ryd, of de Oost-Europese O-Zone klanken van de andere zangers? Synchroonspringen op breakdowns is al sinds 2010 verboden, en dat is nog het lichtste vergrijp. Drie matige zangers maakt nog geen goede, dat kan de schaarse kleding van de frontvrouw niet verhullen. Op het vocale vlak is dit nog rommeliger dan een optreden van Wu-Tang Clan, terwijl het merendeel van een bandje komt om het zwakke stemgeluid te verbloemen. De drukke trancegolven (toch wel de instrumentale blikvanger) zijn overigens ook niet live en de generieke gitaren wekken dezelfde indruk. Zou de band naar de Russische trancecore van Fail Emotions geluisterd hebben? Zelf denk ik aan de cocktailcore van HORSE the band of Iwrestledabearonce. Ergens is Amaranthe dan toch best geniaal, want die twee bands waren vooral obscure puberinventies uit Amerika, terwijl de Zweden hier praktisch een thuiswedstrijd in een volle tent spelen. De misselijkmakende mix van symfometal, -zanglijnen en metalcore is opzichtig en met ADHD achter elkaar geplakt. De liefde voor en door het publiek is ontroerend, maar het optreden verontrustend on(opr)echt.

Dropkick Murphys (Main Stage)

Aan de feestelijke AmIerikanen van Dropkick Murphys om de stijve (volgens de band zelf volwassen) Noren uit hun schulpen te trekken. Onder een strakblauwe hemel en vriendelijke zonneschijn werkt de jolige folkpunk uitstekend. De Noren blijven ondanks de absurd hoge bierprijzen gestaag doordrinken, het liefst met twee halve liters in de hand, en laten zich graag opjutten. Haast iedereen steekt z’n hand op bij de vraag wie Dropkick Murphys al eens eerder gezien heeft en host mee tijdens grote hits als I’m Shipping Up To Boston, Rose Tattoo en The State Of Massachusetts. Dat is gezien de softe line-up op dit podium geen verrassing. De gangshouts van de acht bandleden worden gretig aangevuld, terwijl de trekharmonica, doedelzak, banjo en fluit voor instrumentale veelzijdigheid zorgen. Het gehey, geho en gehurroo van zanger Al Barr (gehuld in herkenbare baretpet, polo en skinnyjeans) begint mij echter snel op de zenuwen te werken. Tot overmaat van ramp krijg ik jeuk van de hupsende drumritmes, lyrische thema’s en desoriënterende folkdeuntjes. Zodoende besluit ik Dropkick Murphys te reduceren tot de achtergrondmuziek van mijn avondeten.

Satyricon (Scream Stage)

Een onmogelijke keuze en belachelijke programmering: Satyricon dat het twintig jaar oude Rebel Extravaganza integraal speelt staat lijnrecht tegenover het illustere en ongrijpbare Ulver geprogrammeerd. Natuurlijk, in muzikaal opzicht liggen de bands tegenwoordig ontzettend ver uit elkaar, maar de serieuze muziekliefhebber wil van beide Noorse trotsen geen seconde missen. Ook al staat Rebel Extravaganza niet bekend als het beste album van Satyricon, toch trekt dit optreden ontzettend veel bekijks. Zelfs buiten de tent is het dringen geblazen. De band is lekker op dreef met rockende midtemporiffs, deftige orgeltjes en een gereserveerd imponerende Satyr. Vooral de heerlijke omschakelingen naar blastbeatstukken met donderende basdrums zorgen ondanks het warme weer voor een frosty aangelegenheid. Tevreden kan meegeknikt worden met de iconische black metal, maar toch moet ik de klassieke vertoning achter me laten voor het verrassende Ulver dat me tot nu toe altijd is ontglipt.

Ulver (Vampire Stage)

Zou Ulver op dit metalfestival in de verleiding gebracht kunnen worden om iconische blackmetalnummers van de platen Bergtatt en Nattens Madrigal te spelen? Een korte blik richting aanvoerder Kristoffer Rygg, met door haarelastiekjes bijeen gehouden baard en hiphop-petje (met sticker voor authenticiteit) op, is voldoende om te weten dat het antwoord negatief is. Het is ook aan de podiumindeling af te zien: het drumstel staat aan de linkerkant haaks op het publiek, rechts een arsenaal aan bongo’s en andere alternatieve ritme-instrumenten en daarachter twee bandleden die allerlei weelderige samples oprakelen. Huurling Stian Westerhus, gehuld in een Waylon-hoedje en zuurtjewrappershirt, haalt een strijkstok langs zijn gitaarhals en luidt opener Nemoralia in. De dromerige doch dansbare krautsferen krijgen een vol en gelaagd geluid mee. Southern Gothic brengt dan weer sensuele indie die een berg referenties uit de jaren ’80 instigeert en niet had misstaan op een festival als Le Guess Who? of Best Kept Secret. De The War On Drugs-gitaarlijnen van het opvolgende 1969 of door bongo voortgedreven synthwave van So Falls The World maken duidelijk dat we geen greintje metal hoeven te verwachten. Deze nummers van The Assassination Of Julius Caesar worden aangevuld door de EP Sic Transit Gloria Mundi ‒ strikt materiaal uit 2017 dus. Het prachtig gezongen Bring Out Your Dead en het neonverlichte Echo Chamber met Swans-waardige climax geven slechts een fractie van de overweldigende diversiteit van Ulver prijs.

Kiss (Main Stage)

Zelden was ik zo voorbereid om een optreden af te keuren. Waarom zou Kiss, die uitgerangeerde showband, met Gene Simmons, die arrogante droeftoeter, in 2019 nog kunnen boeien? Met een aangeboren intuïtie wist ik het zeker: de laatste reden waarom ik naar Oslo zou reizen, was om Kiss te zien. Maar niets blijkt minder waar. Het doek valt, Detroit Rock City wordt ingezet en de bandleden zweven in de lucht terwijl knetterend vuurwerk alle kanten op vliegt. Daar staan ze dan; in vol ornaat, pak en al, op duizelingwekkend hoge plateauzolen, de pensioenleeftijd ver gepasseerd. Na vijf seconden ben ik compleet ingepakt en kan ik maar één conclusie trekken: Kiss is de beste liveband op aarde, en ik vervloek mezelf dat ik geen zwartwitte verf op mijn gezicht heb. Wat volgt zijn de confessions of a millennial.

Virieler dan Conan the Barbarian op een viagra-dieet zijn de iconische poses en outfits. Of hij nu een pruik draagt of niet, iedereen heeft een natte broek wanneer Gene Simmons in je ogen staart en de devil horns opsteekt. “Wild animals, make some noise!” Het publiek wordt bespeeld en reageert uitzinnig. Dit charisma is ongeëvenaard en het resultaat van decennia podiumervaring. Het ziet er totaal niet uit alsof de bandleden er geen zin meer in hebben, daarvoor wordt het toneelstuk simpelweg met teveel flair opgevoerd. Hier is geen greintje spontaniteit te vinden; alles is ingestudeerd en wordt iedere avond weer herhaald. Een anekdote: Gene stapt op de verhoging van Paul Stanley om zijn plectra het publiek in te gooien. Paul komt hem van achteren een zetje geven zodat Gene van het podium af kan vallen, en Gene acteert al alsof hij geduwd wordt vóórdat Paul hem aanraakt. Dan weet je dat je naar iets volstrekt geniaals staat te kijken.

Ik denk dat ik niemand op de tenen trap wanneer ik zeg dat Kiss in muzikaal opzicht niet geweldig is. De kwaliteit van de gespeelde nummers is er te wisselvallig voor. Knakenharde riffs (Deuce, Say Yeah) worden opgevolgd door nummers die suffer dan suf zijn (Dr. Love of, nog erger, Beth) om het grote publiek aan boord te krijgen. Het is af en toe dus even wachten tot de muzikale krenten uit de discografie voorbij komen, maar het visuele spektakel laat het nooit afweten. Popfilters en snottebellen worden opgegeten, vuur wordt gespuugd, oksels worden tijdens drumsolo’s afgedroogd; dit is overcompensatie van de bovenste plank en nog maar het begin. Kom op, Gene, steek die tong nog eens uit!

De bijlbasgitaar komt tevoorschijn bij God Of Thunder en terwijl jam over de mondhoeken druipt, wordt Gene naar het plafond gehesen. “I like iiiiiiiit!” Paul laat het er niet bij zitten en vliegt tijdens Love Gun met behulp van een kabelbaantje over het publiek naar de soundbooth. Het Droste-effect van een Paul die karaoke-zingend de camera in kijkt met het publiek achter hem, tegelijkertijd op het grote scherm achter hem uitgezonden, is ronduit geniaal. Wie dit verzonnen heeft, verdient een Nobelprijs. Maar de showtrein raast onverminderd door. We dansen onder een reuze discobal tijdens I Was Made For Lovin’ You, zwemmen door een ballonnenzee tijdens toegift Crazy Crazy Nights en douchen met confetti gedurende afsluiter Rock And Roll All Nite. Nadat Kiss als een halfgod de rock-‘n-roll aan Oslo gegeven heeft, is overrompeld is het enige woord dat genoemd mag worden. In het Las Vegas van Kiss is iedereen een winnaar.

Lees ook ons verslag van het openingsconcert van Accept!

Foto’s:

Niek van de Vondervoort (website)

Datum en locatie:

27 juni 2019, Ekeberg, Oslo, Noorwegen

Link:

Tons Of Rock