Graspop 2017 – Zaterdag

Fris en monter sta ik om half elf op dag drie reeds op de festivalweide, dat moet een persoonlijk record zijn en ik heb ontdekt dat dit zijn voordelen heeft. Je kan immers rustig genieten van een koffietje, terwijl het geen overrompeling is aan de oplaadpalen van Proximus. Een zenmomentje, want ondanks dat de vrijdag compleet uitverkocht was en de bands op zondag wat meer in trek leken bij het publiek, is er genoeg aan materiaal om ons vandaag enthousiast te krijgen.

Het is ergens ook bereidwillig dat ik zo vroeg op de wei sta, want het Zweedse Avatar begint reeds om half twaalf met zijn set. De vorige keer dat ik deze Zweden aan het werk zag, was op FortaRock en ik was benieuwd of de thematiek van de freakshow zo vroeg op de dag voor succes zou zorgen. Een understatement, zo blijkt. Niet enkel over de headliners heeft Graspop nagedacht dit jaar, ook de openingsacts zijn verdraaid slim gekozen. Met het stevige Hail The Apocalypse vangt de band aan en meteen is duidelijk dat deze clowns stevige muziek maken die ergens tussen Gothenburgse death metal en heavy/nu-metal in dwaalt. Vooral meezinger The Eagle Has Landed, het vurige Let It Burn en afsluiter Smells Like a Freakshow maken het aanwezige publiek wakker. Maar het hoogtepunt blijft gewoon deze frontman die de carnaval draaiende houdt en erg ludieke bindteksten uit zijn mouw schudt. Blij dat ik hiervoor ben opgestaan. (Yves)

Subrosa was ideaal om zaterdag wakker te worden. De band telt twee violisten en een zangeres die met gemak afwisselt tussen hard en zacht. Dat levert heel sfeervolle muziek op die door een beperkt gevulde marquee gesmaakt wordt. Alleen spijtig dat de mix het geluid van de violen volledig verdrinkt. De beide dames spelen met veel enthousiasme en passie, maar het resultaat komt helaas niet goed tot z’n recht. Desondanks een leuke binnenkomer zo vroeg op de dag. (Willem)

De virtuositeit van Axel Rudi Pell dan maar, om even terug wat tot rust te komen. Nogmaals, Graspop heeft over alles nagedacht, inclusief deze muziek, waarbij je ideaal wat kan gaan eten terwijl je kijkt en luistert. De gitarist en songwriter bracht met zijn band vorig jaar nog een plaat uit (Game of Sins) en bracht een paar maanden terug nog wat ballades op een schijfje uit, wat vermoedelijk de reden vormt dat deze Duitsers hier staan. Gek dat ze dan niets spelen van die twee platen, met uitzondering van de intro. Op zich maakt het ook niet uit, want dit komt steeds neer op hetzelfde: cheesy lyrics en bindteksten, platte rock zonder ballen en mooie gitaarstukjes. Geluk dat de gitaarklanken van de man in kwestie vanaf nummer twee wel hoorbaar worden, stel je voor… (Yves)

Ook bij Svart Crown gaat de meeste nuance verloren, maar bij deze Fransen was dat gewoon de bedoeling. Eén van de weinige platte blackmetalbands op Graspop dit jaar en heel wat mensen haken na enkele nummers af. Vooral vocaal kan Svart Crown niet boeien en de band mist de overtuiging om een hele marquee in zijn greep te houden. Mijn tip: ga Svart Crown ‘s avonds in een kleinere zaal zien, niet in een gigantische tent aan het begin van een festivaldag. (Willem)

Dan liever Baroness, waarvoor het storm loopt in de Metal Dome. De zuiderse rock/sludge is catchy en bijzonder dansbaar, en krijgt de volgepakte tent zonder moeite mee. Baroness staat duidelijk te vroeg geprogrammeerd (iets wat de heren en dame zelf enkele keren benadrukten), maar maakt van zijn eerste passage op Graspop meteen een feest. Naar het einde toe verslapt mijn aandacht door een toename van het aantal trage nummers, maar al bij een meer dan geslaagd optreden. Dit is zeker niet de laatste keer dat we Baroness op Graspop zien, want ook het publiek is helemaal overtuigd. (Willem)

Het volk was wat ingedommeld aan de Main Stage door meneer Pell, dus wat doen we dan? DevilDriver, juist ja. Als uitloper van hun Trust No One-promotie bezoeken de heren nog wat zomerfestivals en vandaag staat Graspop op het schema. Toch lijkt er van die laatste plaat niet veel meer naar voren te komen, met uitzondering van Daybreak. Het zal de aanwezigen worst wezen, zolang het maar beukt. En dat gebeurt dan ook. Met de nodige technische problemen, Dez valt onder andere even weg, maar deze Amerikanen reageren on stage heel rustig en bouwen gewoon een lekker rollend en bonkend feestje. Iedereen is terug met beide voetjes op de grond. (Yves)

De core-brigade verplaatst zich en masse van de Jupiler Stage richting Main 2 voor Architects, een band die blijkbaar groot genoeg is om die kans te krijgen. Meer dan een hele hoop fucks zijn me in alle eerlijkheid niet bijgebleven. Het enige verschil met andere core-collega’s is dat Architects nog eenvoudigere en nog toegankelijkere muziek maakt. U snapt dat ze mij niet hebben kunnen overtuigen. De band vroeg en kreeg z’n ‘fucking wall of fucking death’, maar memorabel zou ik het allemaal niet willen noemen. (Willem)

Op naar de Rhapsodyreünie, het powermetalhoogtepunt van de dag. Fabio Lione en Luca Turilli samen op de planken, dat moest ik toch even meegemaakt hebben. Het werd gezegd dat de band Symphony of Enchanted Lands integraal zou spelen, maar dat kan uiteraard nooit op drie kwartier. De band kiest daarom om het over een andere boeg te gooien na Wisdom of The Kings, dat overigens erg fout klonk door het plotse gebrek aan synthgeluiden. Er volgt onder andere een terugkeer naar de eerste plaat, met Land of Immortals en het heerlijke Dawn of Victory (met wederom wat technische problemen). Los van die technische minpuntjes is dit een leuke duik in de geschiedenis van de band. (Yves)

Tijd dan maar om de gaten in mijn cultuur op te vullen met een concert van Sanctuary in de MarqueeSinds 2014 is de band terug en het laatste nieuwe dat deze heren uitbrachten was de Inception-compilatie dit jaar. Progressieve heavy/groove metal die me eigenlijk weinig deed op deze zaterdagnamiddag, maar hier en daar wel een fijn groovy of melodisch hoogstaand moment had. Vooral de scherpe vocale uithalen van Warrel Dane vielen bij mij minder in de smaak. Misschien was het vooraan fijner in de moshpit. (Yves)

Of misschien wachtte ik gewoon iets te fel op wat daarop zou volgen in de Marquee. De gekke Canadees Devin Townsend kwam weer wat genialiteit leveren on stage met zijn projectje. Zonder beelden zijn de live-shows van Devin misschien wel een niveautje lager, maar aan de andere kant levert hij bakken vol kwaliteit af, en weet je gewoon dat zijn concerten nog een extraatje meegeven. Tijdens het begin van de set ligt de nadruk op het nieuwe materiaal van Transcendence, dat best wel aardig in de oren klinkt, maar hier en daar wat flauw dreigt te worden. Gelukkig zijn er halverwege nummers als Supercrush! en March of The Poozers om het geheel dynamischer te maken. Een erg fijne show en uiteraard is de humor van deze Canadees nooit ver weg. ‘This is a song about my ballsack’ is maar een van zijn ludieke uitlatingen dit uur. Het volk in de Marquee zag dat het goed was. (Yves)

Roots twee keer op een weekend, teveel van het goede? Niet voor de aanwezigen op Graspop. Omdat het twintig jaar geleden was dat deze legendarische plaat uitkwam, spelen de broertjes Max & Iggor Cavalera deze nummers nog eens op de Main Stage. Neen, de agressie van toen zit uiteraard niet meer in deze heren, maar ik kan nog aardig genieten van klassiekers als Ratamahatta en Cut-Throat. Sepultura ruilde ik op vrijdag in voor Sólstafir, dus zelf kan ik niet vergelijken of Roots Bloody Roots nu beter klinkt dan de dag ervoor, maar ik heb het wel voor deze reünieconcertjes van de Cavalera’s. Integraal werd de plaat niet gebracht, maar wel grotendeels en met de afsluiter Ace of Spades als ode aan Lemmy. Tot volgend jaar wellicht heren, voor die nieuwe plaat van Cavalera Conspiracy? (Yves)

De Franse bulldozer Gojira klonk oprecht dankbaar toen de heren hun Graspop-traject beschreven. De band heeft tijdens zes passages op Graspop zowat elke tent van het festival platgespeeld en kreeg eindelijk een kans op de mainstage. Daar bewezen ze dat de nummers van Magma live hun mannetje staan tussen de klassiekers, maar dat het vooral The Heaviest Matter in the Universe, Flying Whales en Backbone zijn die de vlam in de pan krijgen. Gojira kwam, zag en overwon voor de zoveelste keer. Hoewel de mannen volgens mij beter tot hun recht komen in een tent, bewezen ze geen moeite te hebben om ook het publiek voor de mainstage te overtuigen van hun kunnen. (Willem)

Gojira missen en daar niet echt spijt van hebben (hoewel ik ze uiteraard liever gezien had), dat moet je kunnen. Mayhem kan dat, toch als de band integraal De Mysteriis Dom Sathanas speelt. Eigenlijk kan gesteld worden dat het geluid in de Marquee vrij barak was, maar op de een of andere manier paste het bij deze revival van het oude en bij de geweldige show van Attila en co. Een ritueel met een schedel, de handen in de kaarsen houden (kijk Watain, wij kunnen dit ook); kortom: de dood op het podium roepen zoals dat 25 jaar geleden ook gebeurde. Hier en daar met wat hoogtes en laagtes: we kunnen die solo uit Freezing Moon nog spelen (maar niet die van Life Eternal), we spelen Buried By Time and Dust nu drie keer sneller zodat Attila niet meer bij kan blijven met zijn occulte zanglijnen, maar naar de verdoemenis ermee. Deze show en dit gouden oude materiaal heeft mij drie dagen nekpijn bezorgd en dat is al wat telt! (Yves)

Na Baroness eerder de dag, zorgt Clutch voor het tweede dansfeestje in de Metal Dome. Met Decapitation Blues had de band de hele dome meteen bij hun nekvel en de heren zouden niet meer loslaten. Catchy, toegankelijkheid en toch heel veel power zorgen voor een aanstekelijke cocktail en opnieuw een hele fijne live kennismaking voor ondergetekende. Dit zijn de bands die Graspop toegankelijker maken voor een niet-metalpubliek zonder dat het festival haar donkere kantje verliest. Meer van dit, Graspop! (Willem)

Hoewel ik de Jupiler Stage zaterdag grotendeels heb kunnen vermijden, zag ik mij toch verplicht om een kijkje te gaan nemen bij Of Mice & Men. Buiten een belachelijke bandnaam (goed boek hoor) heeft deze groep ook een nieuwe zanger na het afhaken van Austin Carlile. Bassist Auron Pauley neemt de vocalen nu voor zijn rekening en kan zeker overtuigen. Dat maakt van Of Mice & Men een van de betere metalcore-bands van het weekend. Een hele opluchting na alle crap van vrijdag. (Willem)

Helaas gaat het na Clutch steil bergaf met mijn zaterdag. Na de Jupiler Stage is het immers tijd voor Five Finger Death Punch op de Main Stage. Ik beschouw deze band een beetje als een Limp Bizkit anno nu. Gemakkelijke, vlot verteerbare muziek die eerder toevallig bij een metalpubliek is beland. Neen, mij ga je niet overtuigen dat FFDP een meerwaarde was voor Graspop, al moet ik zeggen dat Tommy Vext wel kon overtuigen. Hij nam over nadat zanger Ivan Moody zichzelf naar de kloten heeft gezopen. Vext heeft duidelijk zenuwen en hengelt op aandoenlijke wijze naar goedkeuring van het publiek. Dat geeft hem met veel plezier elke bevestiging waar hij om vraagt. Het weze hem gegund, Vext doet het meer dan behoorlijk en ik denk niet dat veel mensen Moody hebben gemist. (Willem)

Mayhem was fijn, maar geen verrassing. Amorphis is dat wel. Twee jaar geleden stond de band er om integraal Tales From a Thousand Lakes te brengen en dat is nu uiteraard anders. De nadruk ligt bij deze Finnen nog steeds op de nieuwste plaat Under The Red Cloud, die twee jaar terug uitkwam. De heren hebben een erg mooie verhouding tussen de nummers gevonden en op de koop toe is het geluid nog eens de moeite in de Marquee (met uitzondering van de technische malheur aan het eind). Neen, hoe nostalgisch een Into Hiding ook mag klinken, deze set laat een band horen die erg volwassen klinkt en een prachtig arsenaal aan nummers weet te brengen. Volgende live-show ben ik opnieuw van de partij! (Yves)

En het beste van de dag moet na Mayhem en Amorphis dus nog komen… Ministry staat op de planken, en dat mogen we niet missen. Hoewel Al Jourgensen en zijn collega’s soms wat mikken op het verkeerde keelgat bij sommige aanwezigen met tracks als Antifa, ga ik gewoon lekker op in de song en vooral in de show die bij deze verheerlijking van het oude gebracht wordt. Niets van Relapse en The Last Sucker, alsof de reünie nooit gebeurd is. Ook amper wat van From Beer To Eternity, dus vooral gericht op oud spul van The Mind is A Terrible Thing To TastePsalm 69 en Dark Side of The Spoon. Het hoogtepunt is gewoon de show die Ministry aanbrengt bij deze haast psychedelische industrial. Wat een belevenis! (Yves)

Voor Deep Purple had men wat mij betreft stoeltjes mogen voorzien. Niet voor de band, maar voor het publiek. Meer dan een leuk luisterconcert wordt het immers zelden. De heren zien er uit als een groep jolige opa’s die weliswaar heel goed muziek kunnen spelen, maar op het einde van de dag wel aan de zuurstofmachine moeten. Bovendien ontbreekt met Child in Time een absolute kraker op de setlist (Ian Gillan haalt de hoge tonen niet meer). Voor de oudere generatie is het heerlijke nostalgie, voor de jongeren is het vooral belangrijk om Smoke on the Water te kunnen meezingen. Beide heel fijn, maar weinig wereldschokkend. Deep Purple doet zo ongeveer wat van hen verwacht werd, maar ook niet meer dan dat. (Willem)

In Flames heeft zaterdag de eer het hoofdpodium af te sluiten. Met hun optreden bewijzen de heren twee dingen: (1) Battles is een absolute kutplaat en (2) In Flames is al een tijdje niet meer ‘probably the best band in the world’, zoals hun t-shirts vroeger beweerden. Bij momenten klinken ze als een heel slap aftreksel van Korn en dat kunnen ze niet compenseren met hun oudere werk. Er zijn zaterdag tal van bands te bewonderen die een overtuigendere headliner waren geweest dan In Flames, dus zonder twijfel een van de teleurstellingen van het weekend. (Willem)

Foto’s:

Graspop Metal Meeting

Datum en locatie:

17 juni 2017, Boeretang, Dessel

Links: