The Mountain King – Apostasyn

Okay, ik doe bij deze een oproep aan eenieder, wie u ook bent of wat u ook doet, op ons webzine. Mag ik u vragen om mij er in de toekomst op te wijzen wanneer ik iets heb gemist op muzikaal gebied? Inmiddels kent u mijn muzikale voorkeuren toch wel, mag ik hopen? Reden daartoe is de in februari verschenen schijf Apostasyn van het in Mainz (Duitsland) gesitueerde The Mountain King. De vaste kern van dit gezelschap lijkt te bestaan uit de bandleden Eric McQueen en Frank Grimbarth. Ieder album is dan ook weer net iets anders van insteek, waarbij de hoofdzakelijke focus wel op het instrumentale aspect lijkt te liggen. Bof ik even, vanwege het feit dat Apostasyn dan ook nog eens van behoorlijk wat vocale verscheidenheid is voorzien. Normaal gezien trek ik enkel instrumentale muziek niet te lang, of het moet van een schrikbarend hoog niveau zijn.

 
Fascinatie laat zich maar lastig definiëren, maar wanneer ik de bijgesloten tekst lees ben ik op zijn minst nieuwsgierig hoe de muzikale vormgeving van Apostasyn tot stand is gekomen en op plaat klinkt: “Apostasyn is our slow descent from the drug that is religion. To leave the tradition of your social group is the hardest part of life nonetheless important to open a new world for yourself and those brave enough to join. Abolish the past, embrace the end!” ofwel, vrij vertaald: “Apostasyn is onze langzame afdaling van de drug die religie is. De traditie van je sociale groep verlaten is het moeilijkste deel van het leven, maar niettemin belangrijk om een nieuwe wereld te openen voor jezelf en degenen die dapper genoeg zijn om zich aan te sluiten. Schaf het verleden af, omarm het einde!” 

Er zijn natuurlijk talloze referenties aan dit stuk tekst, die zowel in het verleden lagen of in de hedendaagse maatschappij. In essentie bevat dit album ongeveer tweeënveertig minuten aan muziek, waarbij er een viertal nummers ten gehore worden gebracht. Elk van de vier nummers wordt nadien dan nog als instrumentale versie voor de liefhebbers herhaald. Hiermee komt de totale speelduur dan ook op ongeveer vijfentachtig minuten. Voor deze recensie beperk ik mij dan ook tot de vier nummers waar het hoofdzakelijk om draait, namelijk de originele versies met vocalen. Het zal u niet verbazen dat The Mountain King geen eenvoudige luisterervaring te bieden heeft op dit twaalfde (!) album. Het gezelschap heeft er dan ook vier jaar de tijd voor genomen, waarbij de ideeën uit verschillende hersenpannen zijn ontsproten, en dat is wel terug te horen op Apostasyn.

Qua genres is de reikwijdte behoorlijk, waarbij we dronende ambient, spacey post-metal, verpletterende doom en rauwe, bijtende extrememetalelementen mogen verwachten. Tel daar nog de nodige black, death, progressieve en experimentele klanken bij op. De geluidsoverdracht heeft een rauwe korrel in zich, maar is daarnaast ook opvallend organisch, zo horen we direct al wanneer de opener Dødo aanvangt. Ritmische drumpartijen en gitaarescapades, die perfect zijn getimed, brengen u gaandeweg richting de eerste vocale partijen, de dualiteit tussen de cleane, wat bevreemdende vocalen van Julia Gusso en de grunts en cleans van Eric McQueen en Frank Grimbarth. In een atmosferische, zeer melancholieke sfeerzetting weet de band de variatie met toetsenwerk, afwisselend drumspel, verschillende wendingen en rustige passages continu op het scherpst van de snede te houden. Hierbij is de tekstuele verhandeling over “het ontsnappen aan” nog een extra aangrijpend element. De programmering, waarbij de invloed van de synths prominent is, voegt een vreemdsoortig omhulsel toe aan deze toch al niet bepaald misselijke beleving. Na een dikke negen minuten hap ik naar adem om mij blindelings maar met de oortjes gespitst schrap te zetten voor het titelnummer.


Het gevoel dat de beginfase en het verdere verloop van dit nummer bij mij oproept is min of meer gelijk aan eenzelfde gevoel dat ik krijg wanneer ik luister naar Subterranean Rivers van het eveneens Duitse Cosmic Void. In overeenkomst met laatstgenoemde musiceren de bandleden van deze “bergkoning” ook vrij uitgesponnen. Een naam als Ultha komt ook bij mij naar boven, zij het enkel gedurende de heftigere passages. De samenzang, in combinatie met het instrumentale spel, weet mij wederom helemaal mee te krijgen. En wanneer de korrelige growl in de laatste minuten van dit dik vijftien minuten durende nummer invalt, met op de achtergrond de ratelende basdrums, zit ik dan ook al hoofdschuddend op het puntje van mijn stoel. De growl gaat haast ongemerkt over in een wat gemenere krijsstem, waarna het nummer dan wordt afgesloten met een korte vertraging.

The White Noise From God’s Radio opent dan vervolgens letterlijk ruisend en dronend, zonder dat het een ontoegankelijk geheel dreigt te worden. De inkleuring is ditmaal in eerste instantie voor de toetsenpartijen, gitaren en even later ook voor de wat ongrijpbare vocalen. De scherpe keelklanken horen we pas tegen de vijfde minuut, met op de achtergrond ruwe, maar evengoed rustige gitaarriffs. We zetten de reis verder met een korte herhaling op toetsen, die alsnog in allerlei variaties doorklinken, drums die een eigen leven leiden en dromerige gitaren. Hoe meer het nummer vordert, hoe heftiger de muziek en met name de drums worden. Tegen het einde bereikt de band dan ook het volgende hoogtepunt door een heel aantal eerder gehoorde en beschreven elementen samen te versmelten.

Axolotl Messiah begint dan met een gesproken sample en gaat daarna direct over in een stuk progressieve heftigheid. Een mooi uitgesponnen, gebalanceerd geheel volgt, waarbij de drummer pas tegen het einde een partij blasts laat horen. Niet direct knetterend hard, maar mooi opbouwend, zonder dat er vocalen aan te pas komen.

Dat gezegd hebbende bevallen de eerste twee nummers mij dan ook het beste. De structuren en het bijzondere gevoel voor songwriting vallen daarbij nog het meest in positieve zin op. Maar over de gehele linie is dit een fijn album en daarnaast ook een unieke luisterervaring, waar de breed georiënteerde liefhebber van progressieve muziek wel even zoet mee is.

Score:

85/100

Label:

Eigen beheer, 2024

Tracklisting:

1. Dødo
2. Apostasyn
3. The White Noise From God’s Radio
4. Axolotl Messiah
5. Dødo (Instrumental)
6. Apostasyn (Instrumental)
7. The White Noise From God’s Radio (Instrumental)
8. Axolotl Messiah (Instrumental)

Line-up:

  • Julia Gusso – Vocalen
  • Eric McQueen – Gitaren, vocalen, bas, drums, programmering
  • Frank Grimbarth – Gitaren, vocalen
  • Robert Bished – Synthesizer

Links: