Jordfäst – Av Stoft

In 2021 bracht het Zweedse duo Jordfäst (“in de aarde verankerd, begraven”) een kort debuutalbum uit van ongeveer een half uurtje lang, bestaande uit slechts twee nummers: Hädanefter (“Van Nu Af Aan”). Hun stijl: relatief traditionele mid-tempo black metal, geschoeid op de leest van de oude Scandinavische (Zweedse) meesters, maar met opvallend veel aandacht voor melodie-ontwikkeling en gevoelsuitdrukking, en hier en daar een pagan-/vikingmetalinsteek.

In 2022 bracht het Zweedse duo Jordfäst (“in de aarde verankerd, begraven”) een kort tweede album uit van ongeveer een half uurtje lang, bestaande uit slechts twee nummers: Av Stoft (“Uit Stof”). Hun stijl: relatief traditionele mid-tempo black metal, geschoeid op de leest van de oude Scandinavische (Zweedse) meesters, maar met opvallend veel aandacht voor melodie-ontwikkeling en gevoelsuitdrukking, en hier en daar een pagan-/vikingmetalinsteek.

U leest het goed: de twee Zweden die samen Jordfäst vormen zijn terug en doen de dingen zoals ze dat het jaar daarvoor ook al deden. En daar hebben ze uiteraard alle redenen toe, als u de recensie van het debuut, door collega Joris, er nog eens op na leest. Hädanefter werd terecht als “indrukwekkend” bestempeld, en vooral de afsluitende zin sprak boekdelen: “Ik zou zeggen, Jordfäst, gewoon verder doen zo.”. Instrumentverantwoordelijke Elis en vocalist Olof hebben deze recensie ongetwijfeld grondig gelezen en hebben het advies van onze recensent duidelijk ter harte genomen. Verwacht dan ook niet teveel nieuwigheden, maar een bestendiging van hun eigen, kwalitatief hoogstaande stijl. Wie wel nieuw is, is drummer Joakim, die de band ondertussen is komen versterken.

Nordvis Produktion, eveneens uit Zweden, heeft na Hädanefter nu ook Av Stoft onder haar vleugels genomen. Dit is een label met een historiek, een boodschap en een ziel. De ziel van de pioniers die voor het eerst de onherbergzame Lapse taiga bewoonden. Durf, doorzettingsvermogen, vindingrijkheid en ontzag voor Moeder Natuur: dat waren de karaktereigenschappen van deze pioniers. En dat is ook waar Nordvis Produktion voor staat. En dus zijn het deze kwaliteiten die het label specifiek zoekt bij de bands die het onder zijn hoede neemt. Jordfäst past perfect in dit plaatje.

De roots van Jordfäst zijn volgens de promo te vinden in de wouden van Småland (Zuid-Zweden). De kracht van de natuur staat dan ook vaak centraal in hun thematische benadering van black metal. Vooral het grootse, destructieve karakter van de natuur wordt bezongen, en dit tegen een achtergrond van het grimmige verleden van Scandinavië. Dat laatste element omhelst ook de moeilijkheden die de mens (toen en nu) ervaart in zijn worsteling om te leven en te overleven: vechten tegen ontbering, tegen conformisme en tegen (religieuze) onderdrukking. En vóór het recht op een eigen identiteit. Deze boodschap, de thematische inhoud van de nummers, is essentieel in de muziek van Jordfäst en de instrumenten zorgen daarrond voor een muzikaal kader. En niet omgekeerd. Volgens Nordvis Produktion zijn er op muzikaal vlak vooral stilistische overeenkomsten met Ulver, Primordial, Khold  en Bathory. Dat zijn behoorlijk grote namen om mee vergeleken te worden…

…Maar Jordfäst houdt zich moeiteloos staande tegenover al deze iconische bands. Als je de liedteksten doorneemt, dan valt vooral op dat de nummers van Av stoft inderdaad veel thematische diepgang bezitten. Uiteraard zijn beide tracks behoorlijk lang (beide zijn langer dan zestien minuten), waardoor de tekstuele onderbouwing dan ook zeer uitgebreid is. Abortologen (“De Abortuswet”) is vooral een maatschappijkritisch nummer. Thematische elementen: een priester, een kindje, een zwangerschap en heel veel ellende… Het eerste nummer maakt dus geen connectie met de ongerepte natuur van Zweden, maar wel met onderwerpen als machtsmisbruik en uitzichtloosheid. De initiële fluisteringen zijn vermoedelijk die van de priester, de daaropvolgende melodische black metal druipt dan weer van de wanhoop en tristesse. En dit alles wekt bij Jordfäst duidelijk veel boosheid op, want na een korte opbouw komt de band plots heel snel en agressief uit de hoek. De black metal is riff-gestuurd, met thrashy elementen en een meerlagige melodie-opbouw. De gekozen riffs zijn scherp, gejaagd, maar ook, en vooral, uitgesproken melodisch. Én ze blijven hangen. Hoewel ik nu even een bruggetje maak naar een ander genre, moet ik toegeven dat de gebruikte riffthema’s (en de vocalen) me vooral aan Finntroll doen denken, maar dan eerder de latere blackmetal-geïnspireerde Finntroll en niet de vroege humppa-riedeltjes. Net als het verhaal hangen deze riffs ook mooi samen, maar het is wachten tot 3:20 tot Abortologen zijn eigen leidmotief laat horen, verstopt achter een Zweedse uiteenzetting. Het is een tweeledig refrein dat zich na enkele luistersessies al snel definitief in je onderbewustzijn gaat nestelen. Zoals het een leidmotief betaamt, komt het doorheen het nummer nog verschillende keren terug. Iets wat overigens ook voor een aantal andere riffs geldt, waardoor er een duidelijke rode draad en continuïteit ontstaat in de muzikale vertelling.

Ik merkte op dat mijn streamingdienst het nummer onderverdeelt in Pt. 1 tot Pt. 4, iets wat ik niet terugvind in de promo of op de Bandcamppagina van de band, maar wat dan wel weer gehanteerd wordt door het label. Toch snap ik die indeling wel, want af en toe lijkt er een hoofdstuk afgesloten en start er een nieuw. Vooral het gesproken woord fungeert als interpunctie. Zwaarmoedigheid is het overheersende gevoel hier, wat vooral weerklinkt in het tempo, de klankkleur van de gitaren en de doffe, bijna eenzame drumslagen. Het gesproken woord vormt rond 5:17 echter de intro van een heus versnellingsmoment met Taake-iaanse, bijna banjoachtige vingervlugheid op de gitaarsnaren en een wervelende solo. De drums hebben de eenzaamheid ondertussen van zich afgeschud en pompen nu blastbeats doorheen de ether, alsof ze die vieze oude man (“Je baarmoeder is vuil en onteerd voor God”) willen neermaaien met een salvo aan drumkicks.

Het leidmotief wisselt doorheen het nummer mooi af met slepende en snellere passages, die niet geneigd zijn om veel af te wijken van hun vaste timbre. Ze staan dan ook ten dienste van het verhaal, dat verteld wordt door de heerlijk hees krijsende stem van Olof, in het Zweeds. Hoe deze man klemtonen en intonaties weet te leggen in zijn screams, is gewoon geniaal. Pas in het tweede deel van het nummer komt er ook wat vaker gif uit de instrumenten en wordt er wat vaker gespeeld met het ritme. Koorzang ondersteunt eerst nog het leidmotief en geeft het zo een episch, sacraal karakter. De meest memorabele vertolking vinden we echter helemaal op het einde, wanneer het solo en zonder instrumentale begeleiding terugkeert: de stem klinkt aarzelend en vermoeid (of is het toch rustig en onbezorgd?) en lijkt zo in schril contrast te staan met het vrolijk gefluit van de vogeltjes die we hier ook te horen krijgen. Abortologen sluit ingetogen af met piano.

“Kom Vuur, Kom Regen”. Dat is de letterlijke betekenis van Kom eld, kom regn, het nummer dat start met een vikingmetal-achtige samenzang en daar vervolgens een kleurrijke, vikingmetal-achtige melodie doorheen stuurt. Qua stijl doet het me bij het begin wat aan Moonsorrow denken, al hoor ik er ook wat Elegy-stijl Amorphis in. Kom eld, kom regn is duidelijk gedurfder en afwisselender dan Abortologen. De melodieën zijn indringender en directer, de gitaarlijnen epischer, de cleane groepszang (met solo-elementen ertussen verweven) toegankelijk en aangrijpend. De vocale inbreng wordt vooral naar het einde van het nummer toe heel groot en hier neemt zij het hele nummer ook op sleeptouw. Heerlijk is het vooral wanneer de eerder zalvende groepszang (een soort aangepaste reprise van de start van het nummer) overgaat in een pittiger, meer energieke expressie van vurig gezongen Zweeds, gelijkaardig aan wat we in enkele van de betere Borknagar-nummers te horen krijgen.

Kom eld, kom regn komt wat vaker onverwachts uit de hoek dan het vorige nummer, bijvoorbeeld door plotse ritmewissels (vanuit het niets krijgen we zelfs plotsklaps een stukje blackened thrash voor de kiezen) of een onvermoed rustpunt (ongeveer halverwege het nummer) waarin een variatie op Chopins dodenmars weerklinkt. Het algemene gevoel is hier ook grootser en wijder. Als Abortologen je al dan niet integraal in een boze, neerslachtige bui had geduwd, dan trekt Kom eld, kom regn je er met al zijn grootsheid toch wel weer uit. Het is een opwindend nummer, dat inhoudelijk echter opnieuw behoorlijk triest is, rond onderwerpen als verlies en dood. De dramatiek wordt hier echter anders verwoord dan op Abortologen.

Dat episch-dramatische karakter en de vaak opzwepende drive van Kom eld, kom regn liggen me persoonlijk beter dan de vaak brute uitzichtloosheid van het eerste nummer, maar het is de combinatie van beide tracks die van Av Stoft een interessant geheel maakt. Twee stijlen die samenkomen en mekaar eerder aanvullen dan met elkaar te wedijveren. Jordfäst blinkt vooral uit in hun keuze van melodieën, die doorheen de nummers op geniale wijze getransformeerd en ontwikkeld worden. Deze transformaties brengen ook subtiele stijl- en sfeershifts met zich mee. Daarnaast is met name in het tweede nummer het vocale compartiment meer dan de moeite waard.

Av Stoft is een boeiend en, na een aantal luisterbeurten, beklijvend blackmetalalbum geworden, dat ik in navolging van collega Joris gerust als “indrukwekkend” durf te bestempelen. Ik zou zeggen, Jordfäst, gewoon verder doen zo.

Score:

85/100

Label:

Nordvis Produktion, 2022

Tracklisting:

  1. Abortologen
  2. Kom eld, kom regn

Line-up:

  • Elis – Gitaar, basgitaar, keyboards, stem
  • Olof – Stem
  • Joakim – Drums

Links: