Soen – Reliance

Ditmaal moesten we er ietsje langer op wachten. Normaal kunnen we iedere twee jaar (puur op basis van niet afgeronde jaartallen) een nieuwe schijf verwachten van deze Zweedse progressievelingen, maar nu heeft het toch een half jaartje langer geduurd. Mogelijk om dezelfde timing te hanteren als voor Imperial, dat destijds ook in de eerste weken van januari werd uitgebracht. Dat legde Soen toen zeker geen windeieren, aangezien het album hoog in alle jaarlijsten terecht kwam (en zelfs op plek twaalf in onze eigen ZM-jaarlijst). Ook de vorige plaat Memorial werd weer goed ontvangen en scoorde een respectabele prijs in de lijst der lijsten van 2023 met een notering net in de top 20. Dat stemt uiteraard nu ook weer zeer nieuwsgierig naar het nieuwste werk. Dat heeft ditmaal de titel Reliance meegekregen, waarmee de band ons lijkt te zeggen dat we muzikaal op ze kunnen bouwen met een hoge mate van vertrouwdheid.

En vertrouwd is misschien wel het juiste woord als we afgaan op de recent uitgebrachte singles naar de voorbereiding op het volledige album. In grote mate zijn er op dit nieuwe album dan ook geen verrassingen te noteren. Soen heeft voor zichzelf in de meest recente geschiedenis een kenmerkend geluid weten op te bouwen. Dat heeft enkele zeer sterke albums voortgebracht, waar Lotus  en Imperial toch uitspringende voorbeelden van zijn. Op Memorial werd al enige vorm van slijtage zichtbaar, maar bleken de individuele nummers toch ook memorabel genoeg om een sterk album af te leveren. Op Reliance wordt de muzikale koers verder doorgetrokken met een focus op stevige, doch simpele, riffs in de wisselwerking met grootse refreinen en eenvoudige songstructuren. Hiermee is de Soen-franchise op alle vlakken inmiddels behoorlijk formulematig te noemen en wordt in feite definitief afscheid genomen van het bijvoegsel progressief. Het duurde dan ook enkele luisterbeurten voordat ik echt in het album wist te komen. De inspiratie voor het schrijven van onderscheidende nummers lijkt op dit nieuwe werk helaas ver weg te zijn en de nummers blijven niet direct plakken. Is het dan allemaal kommer en kwel? Zo ver zouden we wellicht niet moeten gaan, want de individuele nummers zorgen ontegenzeggelijk voor wat goedkeurend hoofdgeschud. Op dit nieuwe werk komt Soen daarnaast af en toe stevig uit de hoek en komt de eigen belofte na om de metal niet uit het oog te verliezen.

Het album start met de zware riffs van het eerder uitgebrachte Primal, waarbij de heldere vocalen van Joel Ekelöf zoals altijd de perfecte begeleider vormen. Het refrein is zoals we gewend zijn: groots en meeslepend. Richting het einde vormt de atmosferische brug de opmaat naar het refrein en een terugkeer van de (toch wel lekkere) riffs. Ook Mercenary knalt na wat melodisch introductiewerk stevig uit de startblokken met rollende drums en riffs. Ook hier hebben de nekspieren een kleine eigen wil, maar alles wat we hier horen, hebben we toch ook eerder al eens voor de kiezen gekregen. Discordia is de eerste keer dat de oren echt gespitst worden. In eerste instantie wordt ook de standaard formule gevolgd, maar de stevige djent halverwege het nummer zorgt toch voor een nieuwe smaak aan de ingrediëntenlijst. Gelukkig keert dit richting het einde van het nummer nogmaals terug. Ook op de tweede helft van het album vinden we in Drifter de djenty invloeden weer terug, met halverwege het nummer een set aan zeer heftige riffs. Op deze twee nummers komt Soen steviger uit de hoek dan de band wellicht ooit heeft gedaan.

Net als in de filosofie van yin en yang, vinden we ook op de albums van Soen gevoelige nummers terug die de stevigheid in balans weten te houden. Het eerste voorbeeld hiervan vinden we in Huntress, dat het tempo sterk naar beneden haalt en grotendeels leunt op atmosferische keyboardlagen en de gevoelige vocalen van Ekelöf. Met momenten zwellen de gitaren echter aan en geven toch een klein stevig tegenwicht. Indifferent kan echter zelfs een heuse ballade genoemd worden. Met de afwezigheid van drums en (bijna volledig) van gitaren, is dit het meest gevoelige nummer van het album, maar mist ook enigszins de dynamiek om volledig te overtuigen. Afsluiter Vellichor heeft die dynamiek juist wel in zich en blijkt een intrigerende oorwurm te zijn. Het progressieve karakter van Soen komt hier weer ouderwets naar boven, waarbij de muzikale compositie veel beter in elkaar zit en de emotionele lading goed wordt overgebracht.

De oplettende lezer heeft inmiddels wel door dat de nummers Axis, Unbound en Draconian nog niet besproken zijn. Om niet in herhaling te vallen, verwijs ik hiervoor graag naar de omschrijvingen van de eerste twee nummers van het album. Deze nummers vervallen namelijk overwegend in dezelfde formulematige opzet en klinken dan ook grotendeels hetzelfde. Dit geeft dan ook meteen de opmaat voor de conclusie over het album: het is allemaal wel erg veel van hetzelfde en het klinkt allemaal net iets té vertrouwd. Hiermee grijpt de band veelal terug op bekende gitaarlijnen en eenvoudig riffwerk. Deze verschuiving komt niet uit de lucht vallen en is eigenlijk sinds Lotus al voorzichtig ingezet. Op Memorial was dit zeker nog te verdedigen door de individuele kracht van de nummers en het album als geheel. Op dit nieuwe Reliance kunnen we dit echter niet meer door de vingers zien.

Score:

70/100

Label:

Silver Lining Music, 2026

Tracklisting:

  1. Primal
  2. Mercenary
  3. Discordia
  4. Axis
  5. Huntress
  6. Unbound
  7. Indifferent
  8. Drifter
  9. Draconian
  10. Vellichor

Line-up:

  • Joel Ekelöf – Zang
  • Cody Ford – Gitaar
  • Lard Enok Åhlund – Gitaar, keyboard
  • Stefan Stenberg – Basgitaar
  • Martin Lopez – Drums

Links: