Einar Solberg – Vox Occulta

De naam is Solberg. Einar Solberg. Werp een korte blik op de albumcover en je snapt direct de referentie naar die ene al te bekende geheimagent. Het lijkt erop alsof Einar elk moment zijn revolver gaat trekken, terwijl hij met een strakke blik recht op je af kijkt. Met Vox Occulta brengt de man – die we toch vooral kennen als frontman van het Noorse proginstituut Leprous – zijn tweede werk onder eigen naam uit. Drie jaar geleden bracht hij namelijk zijn debuutalbum 16 uit, waarmee al een duidelijke stijlbreuk met zijn hoofdwerkgever Leprous werd afgekondigd in een prachtige uitvoering van muzikale én tekstuele introspectie. Hoewel de hoofdband van Solberg ook de afgelopen jaren verder verwijderd is geraakt van zware gitaren, door een mengelmoes aan prog, pop en elektronica te integreren, kon zijn solowerk grotendeels volledig buiten het zware spectrum geplaatst worden. Zwaar was het echter zeker, maar dan door de thematische invulling en persoonlijke worstelingen die in de muziek en teksten geïntegreerd werden. Op dat vlak kan Vox Occulta als een thematische opvolger gezien worden, waarmee Solberg andermaal zijn ziel en zaligheid op het hakblok legt. Muzikaal vinden we echter een totaal andere invulling. Hoog tijd om daar eens in te duiken!

De vergelijking met die ene geheimagent uit de eerste alinea komt niet geheel uit de lucht vallen. Niet alleen de smoking op de albumcover verwijst daar naar. De muziek op Vox Occulta heeft daarnaast ook een totaal andere invulling gekregen. De oplettende kijker had namelijk ook al gezien – of al gehoord op één van de vier reeds uitgegeven nummers – dat het album tot stand is gekomen in samenwerking met The Norwegian Radio Orchestra. Het resultaat laat zich raden. We krijgen hiermee een groots en bombastisch geluid, waarbij een epische filmscene nooit ver uit de gedachten blijft. Voeg hieraan toe dat op dit Vox Occulta meer met progressief rockwerk wordt gespeeld dan op voorganger 16 en dat op meerdere plekken de getergde screams van Solberg de opgebouwde spanning tot ultieme uitbarsting laten komen. Solberg zelf geeft over de nieuwe muzikale richting aan dat hij herinnerd wil worden als de meest cinematische verschijning in de progressieve muziek. Eens kijken of dat ook gerechtvaardigd wordt.

In deze muzikale reis krijgen we acht nummers voor de kiezen, die samen tot bijna een uur aan prachtige composities leiden. Met recht kunnen we hier spreken van een machtsstrijd om de spotlichten. Solberg zelf laat nog maar eens horen waarom hij – en geheel terecht – de afgelopen twee jaar op rij verkozen is tot de beste stem in de progressieve wereld. Hij manoeuvreert zich ogenschijnlijk met groots gemak tussen fragiele passages en grootse uithalen. Luister daarbij eens naar de verslavende refreinen op bijvoorbeeld Medulla en Vox Occulta en niemand zal dit verder betwisten. De spotlichten moet hij op dit Vox Occulta echter toch zeker delen met The Norwegian Radio Orchestra. De orkestrale toevoeging drukt uiteraard een sterke stempel op het geluid van het album, maar is daarnaast ook van wonderschone kwaliteit en krijgt ruim baan om die klasse te etaleren. Dat is al direct te horen op de opener Stella Mortua, maar zijn toch zeker nog prominenter op het titelnummer Vox Occulta en op de Efteling-themasong Vita Fragilis.

Anders dan tijdens voorganger 16, krijgen we op dit Vox Occulta meer progrock geïntegreerd in de composities. Zo kenmerkt Medulla zich door lekker speelse gitaarritmiek en prominente baslijnen, terwijl in Liberatio wellicht de grootste vergelijking met Leprous gevonden kan worden. Het belangrijkste verschil is echter dat dit in alles is wat de laatste plaat van Leprous ontbeerde: spanning, urgentie en simpelweg een steengoede compositie. Ook zijn er op diverse plaatsen uitbarstingen van bombastische en epische proporties waarneembaar, waarbij gitaren, orkestratie en de screams van Solberg het geheel naar een hoger niveau tillen. Hiermee krijgen we meer geschreeuw voor (of eerder uit) de kiezen dan Solberg in recente jaren heeft laten horen. Zoals het goede progrock betaamt, zijn er echter ook rustige composities nodig om de boel in balans te houden. De titel Serenitas doet dat mogelijk al vermoeden en zorgt voor een rustpunt in het midden van het album. Een fragiele pianomelodie neemt ons bij de hand, terwijl de vocalen, baslijnen, drums en orkestratie langzaam wordt toegevoegd. Het haalt het tempo enigszins uit het album, maar met de bluesy progrock in de tweede helft is toch ook wel weer erg lekker. Ook het laatste nummer op het album, Anima Lucis, kent een rustige insteek. Hoewel het nummer nog wel tot lichte ontbranding geraakt, kabbelt het geheel toch net iets te lang door. Hiermee eindigt het album met het minste nummer en dat geeft toch een kleine smet op de eindscore.

Voordat we daar echter aan beginnen moeten we het nog hebben over Grex. Het enige nummer dat tot nu toe nog niet de revue heeft gepasseerd. Voor de beste twaalf minuten aan muziek, die tot nu toe in de jaar zijn uitgekomen, nemen we namelijk graag de tijd en ruimte. Met Grex vinden we dan ook met afstand het langste nummer op het album. Het nummer kent een ingetogen opbouw met viool en orgeltonen. De zalvende stem van Einar vormt de ultieme begeleiding. Het wordt echter meteen groots als de gitaren bijvallen en het nummer verder stuwen. De vocalen van Einar zijn hier misschien wel meeslepender dan ooit. De bluesy gitaarsolo komt op het perfecte moment en zorgt samen met de orkestratie voor een heerlijk warm gevoel, dat langzaam uitmondt in een serene passage. Het nummer kent vervolgens een duidelijke tweedeling, waarbij na dik vijf minuten een andere koers wordt ingezet. Het startsein is een soort ingetogen alarmklok – ik kan het niet anders omschrijven en je snap het direct als je het hoort. We krijgen vervolgens een lange, uitgesponnen en filmische passage te verteren, waarin Einar zijn fragiele kant nog maar eens laat horen. Richting het einde van het nummer keert de alarmmelodie terug, maar dan weergaloos ondersteund door de gitaar. Dit barst vervolgens uit in een stevige passage met bombastische orkestratie, rockende gitaren en verbeten screams. De alarmklok heeft tot slot het laatste woord. We zijn wakker hoor!

Einar Solberg wil met dit Vox Occulta Solberg gezien worden als de meest cinematische verschijning in de progressieve muziek. Nou meneer Solberg: missie geslaagd! Ik zou de grote filmbazen in ieder geval adviseren om eens contact te leggen. Naast het slagen van de missie, is ook de muzikale uitkomst zeer geslaagd. De vocale prestaties van Solberg dragen daar zeker aan bij, maar ook de muzikale composities zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Het knappe is dat ondanks de orkestrale aanwezigheid, dit niet voelt als een totale overheersing of overdadigheid. Hiermee vormt dit een perfect samenspel met de elementen uit de progressieve rock. Het eindresultaat is een waanzinnig sterk album, dat kan wedijveren voor de titel van beste album in de progressieve rock van dit jaar.

Score:

91/100

Label:

InsideOutMusic, 2026

Tracklisting:

  1. Stella Mortua
  2. Medulla
  3. Vox Occulta
  4. Liberatio
  5. Serenitas
  6. Vita Fragilis
  7. Grex
  8. Anima Lucis

Line-up:

  • Einar Solberg – Zang, piano, keyboard
  • Ben Levin – Gitaar
  • Pierre Danel – Gitaar
  • John Browne – Gitaar
  • Jed Lingat – Basgitaar
  • Chris Baum – Viool
  • The Norwegian Radio Orchestra

Links: