Chuck Schuldiner – Altering The Future: de man die de toekomst veranderde

Op 13 december 2001 overleed Chuck Schuldiner, bezieler en mastermind van het baanbrekende Death. Hoewel het aanlokkelijk is op deze datum stil te staan bij zijn tragisch overlijden hebben zijn familieleden daar nooit veel voor gevoeld. Zij vieren liever het leven van de man die de wereld van de zware metalen zoveel gegeven heeft in de korte tijd die hij had. Dat is ook wat wij hier zullen proberen, hoewel het natuurlijk altijd de vraag zal blijven hoeveel moois Chuck nog had kunnen maken en welke nieuwe richtingen hij nu weer zou uitgaan, zou hij de kans gekregen hebben.

Charles Michael Schuldiner werd op 13 mei 1967 geboren in New York. Op zijn negende pakte hij voor het eerst een gitaar op. De aanleiding was een droevige. Zijn zestien jaar oude broer kwam om bij een ongeluk en vader en moeder Schuldiner hoopten dat muziek hun jongste wat afleiding zou kunnen bieden. Chuck was echter niet meteen verknocht aan het akoestische instrument. Alles veranderde toen hij een paar jaar later een goedkope elektrische gitaar kreeg. Verloren in het heftiger geluid oefende hij elke dag uren om beter te worden op het instrument.

Inmiddels verhuisd naar Florida richtte Chuck in 1983 zijn eerste metalband op genaamd Mantas welke naam eind 1984 werd veranderd in Death. In Mantas speelde hij samen met Kam Lee (drums en vocalen) en Rick Rozz die elkaar later weer zouden vinden in Massacre. Mantas liet in een jaar maar liefst drie rehearsaltapes, een live-tape en de nu legendarische Death By Metal-demo op de niets vermoedende wereld los. Chuck had haast.

Je kunt er lang over discussiëren of hij hiermee nu echt de grondlegger van de death metal was. Je belandt dan al snel in discussies als “is Possessed death metal of leunt die muziek nog teveel tegen thrash aan?”, “heeft Master wel genoeg navolging in het geluid gekregen om als grondlegger beschouwd te worden?” en “Mantas klonk ruig maar is het wel death metal?”. Onzinnig en onnodig natuurlijk, want duidelijk is dat Schuldiner in ieder geval mee voorop liep in de golf van bands die de heftige versie van heavy metal van een act als Venom als uitgangspunt nam om deze bruut een nog hardere en meer duistere richting in te duwen.

Als je een visie hebt iets nieuws te doen word je vaak meewarig aangekeken of voor gek versleten (voor wie het nog weet: vraag het maar aan de mensen achter Sport 7). Ook voor Chuck viel het niet mee om muzikanten te vinden die zijn visie van “harder, better, faster, stronger” én zijn gedrevenheid deelden. In zijn zoektocht maakt hij kortstondig deel uit van het Canadese Slaughter en verhuist hij tot twee keer toe vanuit Florida naar San Francisco. De tweede keer, het is begin 1986, hoort de jonge drummer Chris Reifert (nu Autopsy) van de aanwezigheid van Death in Fog City. Hij belt Chuck op en getweeën gaan ze direct aan de slag met nieuwe rehearsals en demo’s. Alles staat in het teken van één ultiem doel: een platendeal. Deze komt er uiteindelijk met het relatief kleine Combat Records, dat – na wat oponthoud omdat de resultaten van de eerste opnamesessie “lame” klonken – in mei 1987 dan toch het debuut Scream Bloody Gore uitbrengt.

De plaat is een woeste en – in de beste zin van het woord – primitieve uitbarsting van energie. Nergens horen we nog een aanwijzing voor de grote technische hoogten die de band op latere releases zal bereiken. Deze eenvoud is tegelijkertijd ook de grote kracht van de plaat want juist daardoor staan songs als Infernal Death, Evil Dead en vooral Zombie Ritual na één keer luisteren onuitwisbaar in het geheugen. Dat weerhoudt Chuck er overigens niet van om zelf later wat afstand te nemen van deze liedjes (want dat zijn het!). Met name bij optredens lijkt hij er zichtbaar moeite mee te hebben dat fans deze oude titels blijven roepen terwijl zijn band in zijn hoofd inmiddels veel verder is.

Die komende ontwikkeling laat zich – zij het pril – al horen wanneer Death in november 1988 zijn tweede album Leprosy uitbrengt. Het debuut werd ingespeeld door alleen Chuck (vocalen, gitaar en basgitaar) en Chris (drums). Voor de tweede heeft Schuldiner echter een volledige band rond zich verzameld (of, zo je wilt, de bezetting van Massacre geplunderd en Kam Lee ontdaan van zijn drummer, gitarist en bassist). Gebleven is de primitieve energie, maar tegelijkertijd is te horen dat Chuck een uit duizenden herkenbare stijl van riffs spelen heeft ontwikkeld. Die riffs, de slimme accenten als de geniaal pakkende drumpartij in Open Casket en de ijzersterke screams van Schuldiner zelf maken van Leprosy een plaat die de tijd moeiteloos heeft doorstaan en zal doorstaan.

Maar Chuck wil door. Spiritual Healing, dat in februari 1990 uitkomt, is muzikaal, tekstueel en qua sound alweer een zevenmijlssprong verder. In een helder, meer gedefinieerd geluid worden de riffs en afwisselende soli meer naar de voorgrond geduwd. Het maakt dat de derde van Death evenzeer een deathmetal- als een heuse gitaarplaat is. De constant naar zijn whammy bar grijpende Rick Rozz maakt dan ook geen deel meer uit van de band en is vervangen door de uiterst getalenteerde James Murphy die met zijn vloeiende stijl van soleren later ook bij Testament nog goede sier zal maken.

Hoewel de teksten met regelmaat nog horrorelementen in zich dragen horen we plots een Chuck die zich druk maakt over maatschappelijke thema’s als geld graaiende gebedsgenezers en aan cocaïne verslaafde zwangere vrouwen. In Altering The Future pakt hij een onderwerp dat vaker terug zal komen. De dood zal altijd de loop van de geschiedenis veranderen: je zult nooit weten wat iemand nog had kunnen doen of bereiken. Door het (nog) zware totaalgeluid is er zeker iets voor te zeggen dat Spiritual Healing het Death-album is waarop de kracht van death metal en een meer technische aanpak het meest in evenwicht zijn (hoewel dat voor iedere fan zal verschillen).

Nadat de plaat is uitgekomen haakt Chuck kort tevoren af voor een Europese tour met Kreator. De tijd zou er niet rijp voor zijn. Bandleden Terry Butler (basgitaar) en Bill Andrews (drums) reizen dan maar met twee ex-leden van de thrashmetalband Devastation naar Europa om zich bij Kreator te voegen en onder de naam Death de tour te doen. Volgens Butler en Andrews deden zij dit om de fans niet teleur te stellen, maar ook om een financieel debacle af te wenden. Er is zelfs even sprake van dat die gelegenheidsband onder de naam Death door zal gaan. Zo ver komt het niet want Chuck houdt de touwtjes strak in handen en stuurt Butler en Andrews de laan uit. Ook zonder dit incident zou een nieuwe bezettingswisseling wel in het verschiet hebben gelegen. Schuldiner is immers weer eens een paar stappen vooruit en voor de muziek die hij nu in zijn hoofd hoort heeft hij wel heel getalenteerde muzikanten nodig.

Deze vindt hij in Paul Masvidal (gitaar) en Sean Reinert (drums) van Cynic dat enkele jaren later op eigen kracht het geniale Focus zal uitbrengen. Steve DiGiorgio van Sadus (nu ook Testament) wordt bereid gevonden om zijn fretloos klinkende basgitaartalenten in te zetten op het korte maar baanbrekende Human. De zwaarte en kracht worden nu toch echt ingebonden ten faveure van complexe ritmes en fijnzinnig gitaarwerk met een jazzy inslag. De achterwaarts afgespeelde gitaarsolo in Cosmic Sea laat misschien nog wel het meest horen waar Schuldiner met zijn hoofd zit: experimenteren houdt het (ook voor hem) interessant.

Tekstueel graaft hij nog dieper dan voorheen. In Suicide Machine spreekt hij zich uit voor de vrijheid van de mensen om bij ondraaglijk lijden hun leven te (laten) beëindigen. Hij doet dit met de sterk confronterende zin: “How easy it is to deny the pain of someone else’s suffering”. Het is echter het niet minder sterke Lack Of Comprehension dat een videoclip krijgt en op MTV wordt gedraaid. Human is tot op vandaag een essentieel album voor het genre van de technische death metal (net als het eerder genoemde Focus overigens).

Het is tussen Spiritual Healing en Human dat Schuldiner misschien wel zijn meest stormachtige ontwikkeling als muzikant en songschrijver doormaakt. Op Individual Thought Patterns wordt de lijn verder doorgetrokken. Voor het eerst worden er wat geluiden gehoord dat het nieuwe werk van Death misschien teveel doorslaat naar techniek en theorie, ten koste van emotie en zwaarte. Toch is ook Individual Thought Patterns een album dat ver boven het maaiveld uitsteekt met ongekend sterk spel van (opnieuw) DiGiorgio, Gene “The Atomic Clock” Hoglan (Dark Angel, Testament) op drums, Andy LaRoque op gitaar en natuurlijk Chuck zelf wiens grunt per album wat hoger lijkt te gaan klinken. Dit keer is het het introspectieve The Philosopher dat MTV haalt.

Hoewel Chuck er nu niet bepaald bekend om stond om zich iets aan te trekken van wat anderen van zijn muziek vonden (dan had hij er misschien in 1984 al de brui aan gegeven) laat het opvolgende Symbolic toch weer een zwaarder geluid horen en nog belangrijker: Schuldiner heeft bij het schrijven van het album vooral de songs zelf voorop gezet. Zero Tolerance, Empty Words, 1,000 Eyes en Crystal Mountain hebben allemaal knallers van refreinen die meteen in je hoofd terug opkomen zodra je de titels op de hoes leest.  Misschien geldt dit nog wel het meest voor 1,000 Eyes maar het is Crystal Mountain dat uitgroeit tot fanfavoriet.

Hoewel Symbolic behoort tot de sterkste albums die Death uit zal brengen, begint het weer te kriebelen bij Schuldiner. Hij wil zich niet langer druk maken om de grenzen binnen de metal. Zijn favoriete uitdrukking was: “Let the metal flow” en hokjes pasten daar niet bij. Met een grunt zou echter altijd het stempel van death metal gedrukt worden. In 1996 begon hij daarom Control Denied, een band waarin hij die grens kon slechten door zijn muziek te brengen met “gewone” metalzang. In 1997 trad daartoe Pharaoh-zanger Tim Aymar toe tot de gelederen. Maar waar Chuck er helemaal klaar voor was om Control Denied als band neer te zetten, bleek de industrie daar nog niet aan toe. Het was zelfs voor de grote naam Chuck Schuldiner lastig om een goede platendeal te scoren voor zijn nieuwe band. Uiteindelijk hapte Nuclear Blast toe, maar naar verluidt zag die maatschappij wel graag dat Chuck eerst nog even met Death een (laatste?) plaat uit zou brengen op het label.

Dat wordt in 1998 The Sound Of Perseverance. Opnieuw een sterke plaat, maar wel een die klinkt als een overgangsplaat. Dat is ook niet verbazingwekkend. De meeste nummers zijn geschreven in 1996 en 1997, de periode dat Chuck vooral met Control Denied bezig wilde zijn. Waar Schuldiner zelf ontkende dat muziek is gebruikt die was bedoeld voor Control Denied, bevestigt Tim Aymar later dat een paar van de songs voor die band in een “deathized” versie op The Sound Of Perseverance terecht zijn gekomen. Het zorgt ervoor dat de plaat niet de boeken zal ingaan als sterkste plaat die Death (of Chuck) ooit heeft gemaakt. Daarvoor is de rest van de catalogus te sterk. Een song als Spirit Crusher doet echter niet onder voor het beste werk.

Een jaar later volgt dan toch het debuut van Control Denied. De opener van The Fragile Art of Existence bevestigt met golvende baspartijen van Steve DiGiorgio en het herkenbare riffwerk van Schuldiner, direct het gelijk van laatstgenoemde. Metal en de grenzen tussen de diverse genres erbinnen (moeten) vloeien, want in essentie verschilt de muziek die wordt gebracht niet eens zoveel van die op Symbolic, Dit is vooral goed te horen in de lange instrumentale passages met solo’s die bij vlagen de haren omhoog doen staan. De nummers klinken misschien een stuk epischer en de toch wat scherpe zang van Aymar is even wennen, maar de klasse en eigenheid van Schuldiner als muzikant en songschrijver verloochenen zich niet. Sterker nog, The Fragile Art Of Existence bevestigt nog maar eens het ongekende talent en de veelzijdigheid van de man.

Het is dan ook niet gek dat de bandleider trots is op het album en aan de slag gaat met een volgende Control Denied-plaat. Deze zal helaas nooit in de (al dan niet digitale) schappen belanden. Op 13 mei 1999, de dag dat hij zijn tweeëndertigste verjaardag zou moeten vieren, vertellen artsen Chuck dat hij hersenstamkanker heeft. Chemotherapie en een operatie lijken tot genezing te leiden, maar in mei 2001 wordt vastgesteld dat de kanker terug is. Dit keer wordt het gevecht niet gewonnen. Op 13 december 2001 overlijdt Chuck aan complicaties van de chemotherapie.

Gedurende zijn ziekte is hij steeds blijven werken aan When Man and Machine Collide, zoals het tweede album van Control Denied zou moeten gaan heten. Hij heeft een heel stel riffs en misschien zelfs wel een veel groter deel van de muziek opgenomen. Na zijn dood zweren de andere leden van de band daarom de plaat alsnog af te maken: voor Chuck. Tot op heden is dat niet gelukt en het is maar zeer de vraag of het ooit zal lukken. Enige jaren geleden kwam het bericht dat de door Chuck voor zijn dood gemaakte opnamen zodanig versleuteld zijn dat ze niet goed ontsloten kunnen worden.

Met acht indrukwekkende albums hebben we de tweede Control Denied natuurlijk niet nodig om het leven en het werk van de man te vieren. En toch blijft het knagen … Chuck Schuldiner is slechts 34 jaar oud geworden.

Link: