Vliegende walvissen in kruikenstad met Gojira

Voor de heren van Gojira was het moment dan eindelijk daar: op 14 juli 2022 mocht men de eerste keer als headliner aantreden in 013 Tilburg. Als blijk van succes lukte het overigens niet om één totaal uitverkocht optreden te geven, maar er werd zelfs een tweede concert aan de tourplanning toegevoegd (13 juli dat eveneens in een mum van tijd uitverkocht was). De voorprogramma’s op beide avonden werden verzorgd door Employed To Serve (Engeland) en Alien Weaponry (Nieuw-Zeeland). Vanwege de heerlijke temperatuur reisde redacteur MaartenO met het schuim tussen de billen af richting de kruikenstad om verslag te doen van de avond, terwijl fotografe Seth Abrikoos namens Zware Metalen aanwezig was om wat gave foto’s te schieten voor jullie. Veel leesplezier!

Op een doordeweekse dag om 19:30 starten is natuurlijk geen ideale uitgangspositie om je band te etaleren. Desalniettemin staat de zaal tijdens het betreden van de grote zaal al aardig gevuld. De aanwezigen zien de Britse metalcoreband Employed To Serve strak op tijd aftrappen. De laatste keer dat ik het gezelschap live zag was tijdens Jera On Air 2019, net ná het uitbrengen van van de één na laatste plaat Eternal Forward Motion. Destijds stond het gezelschap op het kleinste podium van het festival. De set start met Universal Chokehold, het eerste nummer van Conquering dat oktober vorig jaar verscheen. De lekkere binnenkomer doet zo vroeg op de avond in combinatie met het (te) grote podium en de half gevulde zaal een beetje onwennig aan, maar een goed begin is het halve werk. De nadruk van de set van deze avond blijkt al snel toegespitst te zijn op het meest recente album, als ook Exist en Sun Up To Sun Down de revue passeren. Beide nummers zijn in vergelijking met de ‘roots’ van het gezelschap overduidelijk geschreven zijn voor een breder publiek. Van die meedeinzende structuren is het Forced Fed niet voorzien. Het blijft dan ook redelijk rustig als de vette breakdown aan het eind wordt ingezet terwijl het normaal zou zorgen voor flink wat reuring voor het podium.

Het blijkt wel de opmars te zijn naar wat meer reactie vanuit het publiek want terwijl de zaal steeds voller begint te lopen gaan er ook meer koppen op en neer tijdens het groovende Sun Up To Sun Down en de singles Mark Of The Grave en Party’s Over. Het rauwe stemgeluid van Justine Jones blijft een dealbreaker, maar dat de zangeres steeds sterker en stabieler presteert is een understatement. Daarnaast valt haar echtgenoot Sammy Urwin wederom in positieve zin op met zijn sterk gitaarwerk. De stroperige riffs in Owed Zero vallen goed in de smaak bij het publiek en wanneer alle handen op elkaar gaan tijdens de afsluiter, is het duidelijk dat Employed To Serve goede zaken heeft gedaan met het half uur aan speeltijd die het is toebedeeld. De set is slim ingevuld met nummers die aansluiten bij de muziek van vandaag (en gisteren). Dat de ongepolijste metalcore van de eerste albums steeds verder naar de achtergrond verdwijnt op een avond als deze, is dan ook een begrijpelijke keuze. Lekkere opwarmer!

Na het ombouwen start een Mᾱori-ritueel en wanneer drummer Henry de Jong als eerste de sfeer passend neerzet vanachter zijn drumstel, weten we dat het Nieuw-Zeelandse Alien Weaponry gaat starten. De groovemetalband is sinds 2010 actief en met slechts twee full lengths op zak is het alleszeggend dat het trio hier mag aantreden. In een zeer korte tijd hebben de mannen zich flink in de kijker gespeeld en met optredens als deze, zal niemand zich afvragen hoe dat kan. Het drietal start met het minder overtuigende Raupatu, dat wat voortkabbelt en erg simplistisch en voorspelbaar qua opbouw is. De kenmerkende, cleane zanglijnen van gitarist en zanger Lewis de Jong beklijven het best. Holding My Breath en Tangaroa pakken vervolgens al wat beter uit met heavy riffs en opzwepende drumritmes. Wederom is het de frontman met zijn blonde dreads die belangrijke rol pakt, maar ook met de op en neer springende bassist en ‘nieuwkomer’ Tūranga Morgan-Edmonds weet Alien Weaponry de zaal langzaamaan steeds beter mee te krijgen. Uiteraard slaan de logge riffs van Kai Whatu ook goed aan bij het aanwezige publiek, want invloeden van onder andere Gojira zijn nooit ver weg.

Vanaf Ahi Ka dat mede door de gebruikte samples de sfeer en typisch geluid van de band extra aandikt, slaat de vlam pas echt in de pan. De statische zanglijnen en de pompende metal zorgen ervoor dat er flink wat beweging ontstaat voor het podium. De fanatiekelingen worden vervolgens op hun wenken bediend als Rū Ana Te Whenua, wat het eerste nummer ooit blijkt te zijn dat het drietal schreef in zijn eigen taal, zorgt voor een kolkende moshpit. Dat de mannen nog steeds repeterende songstructuren hanteren met weinig diepgang en vooral een grote voorspelbaarheidsfactor lijkt niemand te deren. En eerlijk is eerlijk, daar is op dat moment ook helemaal geen reden toe. De tribal-vibes doen regelmatig denken aan Soulfly en Sepultura, terwijl de opzwepende ritmes weer een vette knipoog is richting Rage Against The Machine. Wanneer de single Kai Tangata van het eerste album wordt ingezet en de zaal nog eenmaal los mag gaan op de vurige samba-ritmiek, is de wall of death halverwege het nummer het ultieme bewijs dat de drie jonge gasten hier een heel vet optreden neerzetten. Hoewel de muziek bovengetekende op plaat niet genoeg kan bekoren bij gebrek aan afwisseling, blijkt het live een schot in de roos te zijn. Terugkijkend op de avond durf ik gerust te concluderen dat dit het meest energieke optreden van de avond was. Met een flinke portie bevlogenheid en inzet kom je al een heel eind. Hulde mannen!

Op het moment dat we eindelijk een drankje hebben gescoord in de pauze, begint het grote projectiescherm op het podium al af te tellen tot nul. Althans, de projectie op het grote doek dat voor het podium hangt, waarna de silhouetten van Gojira‘s bandleden zichtbaar worden achter de hangende doeken middels felle verlichting. Tegelijkertijd begint opener Born For One Thing dat ook het eerste nummer van Fortitude is. De gave, strakke podiumindeling wordt direct na het vallen van het doek zichtbaar en als een koning die hij is, zit Mario Duplantier op een podiumverhoging met zijn drumstel. Een fijne binnenkomer die uiteraard strak gespeeld wordt. Als het podium van blauw naar rode verlichting verandert, start de band Oroborus in. Dat is opmerkelijk, aangezien Space Time een avond eerder te horen was als tweede nummer. De langere track zorgt voor wat rustigere klanken, maar met het explosieve Backbone is de avond dan toch echt officieel aan. Het geweld krijgt een verdiende beloning in de vorm van een kolkende pit en als de drummer zijn retestrakke blastbeats inzet, snapt iedereen (die überhaupt nog twijfelt) waarom de beste man middels een podiumverhoging goed in beeld is gebracht. Eigenhandig trekt de drummachine nummers van dit kaliber naar een nog hoger niveau. Bovendien blijkt ook de show zelf te kloppen, want als de CO2-kanonnen de eerste keer blazen tijdens Stranded en een knallende lichtshow voor de spreekwoordelijke puntjes op de i zorgen, zijn alle ingrediënten voor een mooie avond al voorzichtig voorbij gekomen. Dacht men..

Als het projectiescherm golvend water laat zien, maakt de zaal zich op voor het epische Flying Whales. De zaligmakende opbouw van het nummer krijgt bijval van pompende vuisten en een opblaasbare walvis die speels van links naar rechts vliegt tijdens de knetterstrakke uitvoering. Als een geoliede machine en mét veel zichtbare spelvreugde blaast Gojira de papiersnippers van de avond ervoor af van alles wat aan het plafond hangt. Dat de Fransmannen al vaker zijn genoemd als toekomstig headliner, bewijst men hier met volle overtuiging. Het luide applaus na afloop zegt dan ook genoeg. Met bliksemschichten op de achtergrond start daarna The Cell (Magma, 2016) dat mede door herkenbare zanglijnen van Joe een typisch Gojira-sfeer ademt. De zaal valt er letterlijk even stil van…

Wat vanavond ook anders is dan de avond ervoor, is het feit dat het vandaag de verjaardag van bassist Jean-Michel Labadie is. Joe Duplantier vraagt het publiek om een verjaardagsliedje mee te zingen voor de beste man, en dat krijgt hij dan ook. Hoewel de energieke podiumprestatie anders doet vermoeden, houdt de snarenplukker het vervolgens bij een voorzichtige ‘now champaign’. Speciaal voor hem als ‘clanoudste’ zet Gojira de monsterriffs van Love in, afkomstig van het debuut Terra Incognita uit 2000. Dat de band ooit begon met één voet in de death metal, blijkt maar weer eens. Uiteraard is het wederom Mario achter zijn drumstel die de show steelt. De track loopt over in het eveneens harde Remembrance waarna het even tijd is voor een kleine onderbreking. Terwijl de ritmesectie een slokje drinken pakt, geeft de vellenmepper een klein showtje weg waarna er een bord tevoorschijn komt met daarop de tekst ‘ik kan je niet horen’. Pas wanneer de publieksreactie beter is en Mario het bord ‘ok goed!’ laat zien, gaat men verder met het mooi uitgebalanceerde Grind, inclusief het lekkere soleerwerk van de goed presterende frontman. De setlist golft zodoende op en neer tussen harde tracks en iets rustigere arrangementen, want de karakteristieke Gojira-riffs tijdens Silvera laten de koppen weer een stuk heviger op en neer bewegen.

Terwijl het aantal crowdsurfers langzaam toe begint te nemen, krijgt het publiek van Fortitude het rechtlijnige Another World en The Chant te horen, waarbij het laatstgenoemde nummer een stuk interessanter en sfeervoller wordt gemaakt door de gevraagde, vocale ondersteuning tijdens de ‘aaa-haaaaa’ stukken van het publiek. Precies dit soort slimme aanvullingen en interactie maakt dat Gojira zelfs de minder spannende nummers nog fraai weet te brengen. En als het de interactie niet zou zijn, dan zijn het de tien hectare aan bomen c.q. papiersnippers wel die onder hoge druk de zaal in worden geblazen en zorgen voor een mooi tafereel. Voor het gemak gaan we er maar vanuit dat alle snippers na het opvegen weer opnieuw in de kanonnen gaan, daar de heren milieubewustheid hoog in het vaandel hebben (knipoog). Terwijl het publiek gewoon doorzingt en de band het podium verlaat, weet iedere ziel dat de Fransmannen écht nog wel terugkomen voor wat extra’s. Als Mario het bord ‘Ik kan je niet horen’ nog maar eens laat zien, beëindigt de band in topvorm zijn set met de jankende gitaren in het eenvoudige beukwerk van New Found en het meeslepende Amazonia, wat persoonlijk één van de favorieten is van de laatste plaat. Nog eenmaal mept Mario op zijn drumstel alsof hij er nog geld van tegoed heeft, knallen de drie kundige gitaristen nog de vette riffs de zaal in en sluit Gojira af op een bijzondere manier: één voor één komen de leden de zaal bedanken voor deze geweldige ervaring. Het getuigt van oprechte dankbaarheid waarbij de muzikanten heel goed weten waar zij vandaan komen en hoe speciaal dit soort avonden daadwerkelijk is. Het is de charismatische band zonder meer gegund, want het stond vanavond (wederom) als een betonnen bunker.

Setlist:

Gojira

  1. Born For One Thing
  2. Oroborus
  3. Backbone
  4. Stranded
  5. Flying Whales
  6. The Cell
  7. Love/Remembrance
  8. Hold On
  9. Grind
  10. Silvera
  11. Another World
  12. Toxic Garbage Island
  13. The Chant
  14. The Gift Of Guilt
  15. New Found
  16. Amazonia

Alien Weaponry

  1. Raupatu
  2. Holding My Breath
  3. Tangaroa
  4. Kai Whatu
  5. Ahi Kan
  6. Rū Ana Te Whenua
  7. Kai Tangata

Employed To Serve

  1. Universal Chokehold
  2. Exist
  3. Forced Fed
  4. Sun Up To Sun Down
  5. Mark Of The Grave
  6. The Party’s Over
  7. Owed Zero
  8. I Spend My Days
  9. Twist The Blade

Datum en locatie:

14 juli 2022, 013, Tilburg

Foto's:

Seth Abrikoos (site en Facebook)

Link: