Unholy Congregation Pt. 3: ondergedompeld in duisternis

Door verschillende ontmoetingen met het verschrikkelijke filemonster kwam ik pas kort na het officiële aanvangsuur van Unholy Congregation 3 aan bij de Qubus in Oudenaarde voor wat in mijn ogen het occulte blackmetalfeestje van het jaar zou moeten worden. Cult Of Erinyes, Antzaat, Misotheist, Djevel, Mörk Gryning én Vemod op één affiche? Hulde voor de organisatoren! Abrahamic Liars en Verwoed kende ik dan weer niet, maar ik sta altijd open voor stevig spul van de Lage Landen. 

Nog meer hulde voor de organisatoren: het vooropgestelde tijdschema werd knap gerespecteerd, de medewerkers waren vriendelijk, de merchandisetafels van de bands enerzijds en van Immortal Frost Productions – dat onder andere Antzaat onder zijn hoede heeft – anderzijds boden veel lekkers. Dat laatste kan ook gezegd worden van de foodtruck die ter plekke kwam met typisch festivalvoedsel: frieten, hamburgers en worsten. Lekker dus!

Jammer genoeg waren er een aantal technische problemen, zowel met de belichting als met het geluid. Je ziet niet elke dag een in vol ornaat en corpse paint uitgedoste blackmetalband op het podium met “HDMI searching” op de voorhoofden geprojecteerd. Dat werd na een paar optredens gelukkig verholpen. Ook het geluid was een beetje ‘hit and miss’. Geregeld hoorde je gekraak van de kabels door de monitoren. Tijdens snellere stukken (denk blastbeats of rollende dubbele basdrum en die komen nogal vaak voor in dit genre natuurlijk) drukte het geluid van de drum de gitaren en de stem vaak helemaal weg. Laat de gitaren bij bands als Antzaat, Djevel en Vemod net de sfeermakers zijn. Hierdoor vonden sommige aanwezigen de optredens van bands waarmee ze minder bekend zijn niet geweldig, want “ze spelen steeds hetzelfde”. Na een periode van bijna geen optredens en rekening houdende met het feit dat topbands als Misotheist, Djevel en Vemod speciaal voor Unholy Congregation naar België afgezakt zijn, is dat toch jammer. Laat me echter zeker niet helemaal in negativiteit vervallen: rustigere en tragere stukken muziek met een minder aanwezige basdrum kwamen dan weer veel beter uit de verf. Bij momenten werd het geluid ook wel wat bijgestuurd. Uit feedback van enkele leden van de aanwezige bands blijkt bovendien dat het geluid op het podium zelf zeer goed was. 

Het strakke tijdsschema werd al van in het begin aangehouden, waardoor ik de eerste tien minuten van Abrahamic Liars gemist heb. Zware Metalen collega Maarten R. die ook aldaar ter plaatse was, kon me echter vertellen dat de band wat moeizaam op gang gekomen was. Dit hoeft niet te verbazen: Abrahamic Liars gaat nog niet zo lang als band door het leven, door één of ander virus waren er het voorbije anderhalf jaar ook al bijna geen optredens en de band bestaat eigenlijk maar uit drie vaste bandleden. Allen samen repeteren zal dus geen evidentie zijn geweest. Vocalen op het debuut Genesis (2020) worden door gastzangers en -zangeres verzorgd. Arne van Marche Funèbre, die ook op het debuut zijn vocale duit in het zakje doet, komt voor zijn nummer de band versterken en doet dit op gekende geweldige wijze. Vanaf dat nummer kunnen we toch van een kleine transformatie spreken: de zelfzekerheid van de band neemt toe, de intensiteit van de show ook. De combinatie van de mannelijke schreeuwer en vrouwelijke shrieker op de andere nummers werkt zeer goed. Complimenten voor zangeres Cin, die mij qua stemgeluid aan Dani Filth ten tijde van Vempire en Dusk And Her Embrace laat denken (met dus veel meer blackmetalkorrel in de stem, in tegenstelling tot de hoge piep die er bij Dani de laatste vijftien jaar live vaak uitkwam). Abrahamic Liars speelt het ganse debuut en dat smaakt wel naar meer.

De tweede band van de dag is Cult Of Erinyes, een gerespecteerde naam in de Belgische blackmetalscene, met onder andere grootmeesters Corvus en Déhà in de gelederen. Qua presentatie zijn de heren passend uitgedost, wat de sfeer er al in brengt voor er nog maar een noot gespeeld is. Gedurende het hele optreden wordt een film geprojecteerd op de achtergrond waarover ik echter niet zoveel kan vertellen (omgekeerd gedragen kruisen en vlammen herinner ik me vaagjes): de band, en in het bijzonder Déhà, zuigt de aandacht namelijk helemaal naar zich toe. Wat een presence en wat een indrukwekkend stemgeluid heeft die man toch! Met vaak fanatieke gezichtsuitdrukkingen neemt hij verschillende rollen aan – het publiek hypnotiserend als ritualistische sjamaan of helemaal in zichzelf gekeerd, zijn persoonlijke demonen exercerend. 

De band doorloopt bijna zijn volledige discografie, aftrappend met Insignificant en Call No Truce van A Place To Call My Unknown (2011), het debuutalbum van Cult Of Erinyes dat dit jaar zijn tienjarig jubileum viert. Deze worden gevolgd door The Glowing Embers waarmee de band zelfs helemaal teruggaat naar de eerste EP Golgotha (2010). Met het volle geluid van dit liveoptreden staat dit nummer nog steeds als een huis. Dan is het tijd voor recenter werk van Aestivation (2019) dat ingezet wordt met Corruption. Dit psychedelische maar ook zeer emotionele nummer wordt met zoveel overtuiging gebracht dat uw nederige scribent er zowaar stil van wordt. Daarna deinen de hoofden van de aanwezigen mee op de doompartijen van Nothing Is Owed To The Void waarop de band opnieuw terug in de tijd gaat met The Vlasov Notes van Blessed Extinction (2013). De dreiging van het trage maar zware middenstuk is bijna fysiek voelbaar in de zaal. Cult Of Erinyes sluit af met A Thousand Torments en maakt zo de cirkel terug rond naar A Place To Call My Unknown. Cult Of Erinyes zorgt zo voor een machtige ervaring en voor het eerste hoogtepunt van de dag. Ik kan de lezers van dit verslag die deze band van eigen bodem nog niet kennen enkel aanraden hun oren eens te luister te leggen bij Cult Of Erinyes. En gaat dat zien als de kans zich voordoet!

Naar het optreden van Antzaat keek ik erg uit. Op hun zeer geslaagde EP The Black Hand Of The Father (2017) en volwaardig debuut For You Men Who Gaze Into The Sun (2020) brengen de heren snelle, afwisselende catchy black metal. Tijdens de zomer zag ik ze live aan het werk in café Hell in Diest en daar brachten de heren een technisch hoogstaand optreden: vlot gespeeld en met een goed geluid. Het geluid bij Antzaat deed, zoals hierboven al gemeld, de muziek vandaag echter tekort: de melodische leads zijn nauwelijks te horen en ook de krijs, die tijdens de eerste nummers nog behoorlijk goed doorkomt, verdrinkt na een tijdje grotendeels in de bij momenten allesverzwelgende drummix. 

Pas naar het einde van het optreden toe, bij Through The Eyes Of A Rotten Mind met zijn trage eerste helft, is het volop genieten en de break naar de snellere tweede helft van het nummer, die ingezet wordt door een solitaire tremoloriff, laat horen hoe Antzaat eigenlijk al de hele tijd had moeten klinken: met een prominente rol voor de gitaar die de melodieën draagt. Afsluiten doen ze met topper The Black Hand Of The Father, dat tijdens de chaotische maar melodische passages echter weer veel minder goed uit de verf komt. Jammer voor de band, maar aan hun enthousiasme zal het niet gelegen hebben. Volgende keer beter en hopelijk krijgen ze van de andere aanwezigen bij een volgend optreden nog een kans.

Verwoed kende ik tot vandaag helemaal niet. Ik had debuut De Val (2019) al even onderweg in de auto laten spelen en dat klonk bepaald niet mis! Verwoed is het project van één heerschap, Erik B., wat impliceert dat de rest van de band gastmuzikanten zijn. Op het podium is daar echter niets van te merken: de band speelt samen alsof ze nooit anders gedaan hebben en ze doen dit met veel overtuiging. Het rauwe stemgeluid van de zanger past goed bij het donkere, sombere geluid. Verwoed dreunt, raast en bezweert: de meer typische snelle stukken worden afgewisseld met veel trage, slepende passages, vaak doorspekt met loodzware breaks, en hier en daar zelfs een postmetaluitstapje. Onder leiding van Verwoed daalt een occulte sfeer neer in de zaal die de festivalnaam Unholy Congregation alle eer aan doet. Het publiek geniet zichtbaar met volle teugen van deze zwarte mis. Tussen de nummers door blijven gitaar en bas feedback geven waardoor het ritueel op geen enkel moment onderbroken wordt. Indrukwekkend. 

Na de zwarte mis van Verwoed neemt Misotheist ons mee naar de hel. De outfits en corpse paint van de heren brengen ons helemaal terug naar de kerkverbrandende oertijden van de black metal. Jammer genoeg steken problemen met de belichting de kop op en zeker in het begin van het optreden geven de bandleden de indruk dat ze er niet graag bij zijn (maar we spreken hier natuurlijk over een misantropische blackmetalband en misschien maakt dit gewoon deel uit van de act van de band?). Bovendien laat een van de gitaristen al snel zijn misprijzen blijken over het gebrek aan direct enthousiasme van het publiek. Naarmate het optreden vordert, groeit de respons want het is wel genieten: het rauwe geluid van Misotheist komt goed uit de verf met zijn repetitieve, pulserende black metal, die regelmatig onderbroken wordt door doomy passages waarbij de zanger prevelend en gorgelend de teksten brengt. Jammer genoeg wordt het optreden vroegtijdig afgebroken; de band had nog tien minuten te spelen toen de kabel er letterlijk door één van de bandleden uitgetrokken werd. Nochtans een sterk optreden. 

Met heel mijn hart hou ik van Djevel. De ijskoude maar vaak melancholische muziek snijdt door merg en been en laat de ziel zwerven doorheen fjorden en het onherbergzame noorden, dat toch steeds als thuis aanvoelt. Ook bij Djevel is de aankleding van de band geslaagd; het duurde hierdoor een hele tijd voor ik door had dat de zang bij de band tegenwoordig waargenomen wordt door de frontman van niemand minder dan Vemod. Maar tot mijn grote droefheid heeft Djevel het geluid helemaal niet mee. Na het eerste nummer is er even sprake van beterschap (de gitaar komt wat beter uit de verf door het activeren van één van de pedaaltjes van gitarist Trånn) maar ondanks mijn behoorlijke kennis van de discografie van de band is het voor mij soms gissen naar welk nummer nu precies gespeeld wordt. Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel: het raspende stemgeluid dat niet altijd even goed door de geluidsmuur van de drum heen komt, klinkt wel geweldig. De snellere passages missen de sfeervolle en melancholische kwaliteit van de albums, maar de meer uitgesponnen passages met  de occasionele bombastische break klinken prachtig. De zanger knikt regelmatig goedkeurend met de muziek mee wanneer hij naar het publiek kijkt, dat naarmate het optreden vordert, ook steeds meer lijkt te genieten van wat Djevel brengt. 

En toen kwam Mörk Gryning. En o ja, de band zag en overwon ook meteen. Mörk Gryning blaast de opstekende gevoelens van vermoeidheid zo de zaal uit en brengt leven en activiteit in de brouwerij zoals geen enkele band hen die avond al voorgedaan heeft. Opvallend is het feit dat Mörk Gryning de eerste en enige band van de avond is met een keyboardspeler. Nog meer opvallend is het contrast tussen de statige, bijna bewegingloze monnik-lookalike en bassist Goth Gorgon. Met vaak een brede grijns op het gezicht trekt hij het publiek mee en zweept hij ons op, het spelplezier springt er waarlijk van af. Zanger Draakh is goed bij stem en ook hij zorgt voor interactie met het publiek. Het respect tussen band en aanwezigen is duidelijk en dit geeft het optreden een extra dimensie.

Buigend op een van de beter uitgebalanceerde geluiden van de avond knalt de band meteen van start met het geweldige catchy Fältherren en men ramt er meteen Existence In A Dream tegenaan, beide van het meest recente album Hinsides Vrede (2020). Dit laatste album krijgt trouwens heel wat aandacht; ook het aan heavy metal refererende Infernal, A Glimpse Of The Sky en catchy meebruller Black Spirit worden in de loop van de avond gespeeld. Niet verwonderlijk aangezien er tussen dit laatste album en het vorige vijftien jaar voorbij gegaan zijn. Je zou bijna denken dat ze het erom doen, maar verder worden van het debuut Tusen år har gått (1995) de meeste nummers gebracht (onder andere Omringningen, het titelnummer en als afsluiter Mörkrets Gryning). Het is opvallend dat, hoewel de stijl van Hinsides Vrede zeker niet dezelfde is als het debuut, de nummers uit de verschillende tijdperken van de band mooi naast elkaar kunnen staan. Ook Return Fire (1997) en Maelstrom Chaos (2001) komen aan bod met World Of The Dragon, Supreme Hatred en Ont Blod. 

Vemod sluit de dag af en is toch een beetje de vreemde eend in de bijt. De band staat voor een meer sfeervol geluid en valt eigenlijk niet eens als black metal te categoriseren. Zelf noemen ze hun muziek Dark Ethereal Metal en die vlag dekt de lading wel. Ik zag Vemod in 2015 op het Prophecy Fest in Balver Höhle, een natuurlijke grot in Duitsland. Daar had de band een speciale set voorzien die bestond uit een lange, rustige inleiding, om daarna bijna ononderbroken een intense lange, maar steeds sfeervolle set te spelen. De aanpak vandaag is anders: Vemod kiest, zoals vooraf reeds aangekondigd was, voor een “old school” set, die grotendeels gebaseerd is op democassettes die dateren van voor het debuutalbum Venter På Stormene (2012), dat intussen ook al bijna tien jaar oud is. De band vertrouwde me toe dat deze nummers voor hen erg persoonlijk zijn en het voor hen belangrijk was ze dit jaar live te spelen. Een aantal van deze gespeelde nummers zullen opnieuw opgenomen worden voor toekomstige albums. Er komt bovendien binnenkort eindelijk een opvolger voor Venter på stormene: Vemod werkt momenteel aan de laatste mixen van het nieuwe album en wil deze zo snel mogelijk aan hun label bezorgen. 

De band begint het optreden met nummers van de demo Kringom Fjell Og Skog (2004). Als intro brengt men de mooie, rustige maar volle, repetitieve akkoorden van Over Fjellvatn, die naadloos overgaan in Det Bles Kringom Fjell Og Skog. Jammer genoeg worden we opnieuw met een geluidsbrij geconfronteerd wanneer de drum intenser wordt. Gelukkig wordt dit beter naarmate het optreden vordert: het daaropvolgende Venter på Stormene van het debuut klinkt heel mooi en ook de ondersteunende zuivere stemmen die verschillende keren in dit nummer opduiken, zijn goed te horen en tillen de sfeer een pak hoger. De band gaat verder met Bortenfor van de demo Vinterilden (2011) en sluit af met Og Vinden Sang Mitt Navn. 

De lange nummers van Vemod zijn voor een groot deel instrumentaal, maar wanneer zanger Eskil zich laat horen, passen zijn keelklanken, die ergens tussen een grunt en krijs te situeren zijn, perfect bij het totaalgeluid, dat de indruk geeft uit meer te bestaan dan enkel drum, bas, gitaar en stem. Zeker in deze livesituatie speelt zijn stem meer de rol van een extra instrument. Zo baadt een optreden van Vemod in een sfeer waarin je helemaal ondergedompeld wordt. De muziek zorgt niet voor gekke of enthousiaste taferelen bij het publiek maar golft over de aanwezigen heen en neemt ze mee naar een wereld waar even enkel Vemod bestaat. In vergelijking met de andere bands van de dag was Vemod dus een wat aparte, maar zeer geslaagde afsluiter van deze derde editie van Unholy Congregation. 

Intussen heeft de organisatie laten weten dat Unholy Congregation Pt. 4 zal plaatsvinden op 12 november 2022. De datum heb ik alvast in mijn agenda aangestipt.

Datum en locatie:

13 november 2021, Qubus, Oudenaarde

Foto's:

Tessa Verstraete

Link: