Zelden is de naam van een tour beter gekozen dan de Mass Hallucination-karavaan die in april door Europa trok. Want het gezelschap Hypocrisy, Abbath, Vreid en Vomitory deed 26 april Leiden aan. Leiden? Maar concertzaal Nobel is toch veel te klein voor een dergelijke verzameling klassebands? Dat bleek ook. Redacteur Remco Faasen trok hallucinant door de straten van de sleutelstad op zoek naar muziek. Esther ‘t Lam was present met haar fotocamera.

Ik dacht lekker op tijd te zijn voor de enige Nederlandse halte van deze tour waar death- en blackliefhebbers verlekkerd naar zullen hebben uitgekeken. Het is lekker weer dus eerst nog even wat eten in het park om vlak voor de start van Vomitory de deuren van Nobel te passeren. Helaas blijkt die tent bij aankomst potdicht te zijn. Het is vaker voorgekomen dat ik een week te vroeg voor de deuren van een concertlocatie stond maar als ik nu alles nog een keer controleer blijk ik op de verkeerde plek te staan. Ik moet naar de 450 meter verderop gelegen Stadsgehoorzaal: een Rijksmonument waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1826 en wat doorgaans het domein is van acts als Nederlands Blazers Ensemble en James Whale Orchestra.
De Stadsgehoorzaal is als vanzelfsprekend voorzien van een fraaie aankleding maar ik heb geen tijd het allemaal te bewonderen: Vomitory is namelijk al begonnen. Vier man in het zwart die klassieke death metal maken: het past wonderwel in deze omgeving. Veel haar op het podium ook: als doucheputje in de tourbus heb je het zwaar met deze mannen. Vomitory doet exact wat je vooraf verwacht: het brengen van degelijke death. Geen uitspattingen, geen rare dingen, gewoon het afleveren van een goed stuk, lekker smakend dood metaal. Vomitory is niet zoals het eerste biertje op een warme zomerdag na een dag hard werken, maar meer zoals het derde of vierde. De eerste dorst is gelest, maar er is zeker nog plaats voor meer.

Pitch Black Brigade! De Noren van Vreid pakken de zaken anders aan: meer black, meer melodie. En dat sinds 2004. Het titelnummer van de laatste plaat The Skies Turn Black wordt opgedragen aan The Prince of Darkness Ozzy Osbourne en ik heb inmiddels een plek gevonden op een klapstoel op het balkon als ik me realiseer dat ik nog nooit op deze manier naar metal heb gekeken. Ja, ooit eens in de even verderop gelegen Schouwburg, naar Amenra, maar dat was een akoestisch concert. Met een beter zicht ook. Ik heb geen idee wie ooit de plannen voor de bouw van deze zaal heeft goedgekeurd, maar de zijkanten van het podium vallen volledig weg als je gewoon normaal op je stoel zit.
Vreid zet Into the Mountains in (lekker!) en gaat daarna snel door met From These Woods want de band houdt de vaart er goed in, terwijl drummer Steingrim zijn blastbeats maar weer eens van stal haalt. Lifehunger sluit een set af waarbij Vreid er lekker inzat en op een beter geluid dan de openende collega’s van Vomitory kon rekenen, maar dat zou ook zomaar eens te maken kunnen hebben met de andere plek die ik heb gevonden.

Met To War! start Abbath de setlist maar het lijkt wel alsof iemand er een paar geluidskabels uit heeft gelopen. Het is werkelijk abominabel. We horen de toms van drummer Ukri Suvilehto en… dat was het dan wel. Ik moet me echt concentreren om hier iets uit te halen. Schandalig hoe slecht het geluid eigenlijk is, alsof de geluidsman zijn oren heeft afgezet. Voorman Abbath en consorten doen echt wel hun best maar hier is niet tegenop te boksen. Ik ontwaar Dream Cull en de Immortal-nummers In My Kingdom Cold en Tyrants. De zaal laat zich niet uit het veld slaan door het belabberde geluid en heeft de pit allang geopend.
Gelukkig zijn er wat kabels juist ingeplugd als Ashes of the Damned langskomt en heerlijk slepend wordt uitgevoerd. Bij The Artifex alles dan eindelijk enigszins in balans ervaren we Abbath in alle furieusheid. Count the Dead is voorzien van een extra snelle, bijna Motörhead-achtige uitvoering maar Abbath-de-zanger laat zijn Lemmy-stem helaas achterwege. Winterbane is altijd een fijne afsluiter, slecht geluid of niet en de Noorse hakmachine gaat er nog een keer vol in waardoor dat tweede deel helemaal tot zijn recht komt. Een dikke, dikke voldoende voor Abbath-de-band voor wat betreft inzet en een evenredig omgekeerde onvoldoende voor degene die verantwoordelijk was voor het geluid.

Dé band van de avond is Hypocrisy en dat blijkt als de eerste tonen worden ingezet door bandleider Peter Tägtgren, zijn trouwe bassist Mikael Hedlund en hun live-soldaten. De hele Stadsgehoorzaal heeft gelijk volledige focus. En hoewel ook nu het drumgeluid te wensen overlaat, knalt de band er gortdroog, bijna klinisch, bovenop met pakkende, melodieuze death metal van het betere soort. Tägtgren’s heerlijk gevarieerde grunts (venijnig maar toch verstaanbaar) klinken al snel door de zaal. Met haast chirurgische precisie wordt de zaal gesloopt dankzij nummers als Chemical Whore, End of Disclosure en Eraser. Meneertje Tägtgren weet dan ook wel hoe hij nummers moet schrijven én hij weet hoe hij zijn band moet presenteren want er is licht, rook en beeldmateriaal op grote schermen in overvloed.
Buiten het zoeken naar de juiste locatie is het ook haast hallucinant hoe er vanavond vier extreme bands die voor de gemiddelde toehoorder uit hetzelfde vaatje lijken te tappen, vier keer een compleet andere insteek voor hun muziek hebben gekozen. Vier keer een kwartet muzikanten ook, met Hypocrisy als winnaar ook omdat de band als headliner de beste productie heeft en het vijfde geheime bandlid (de toetsen op de meelopende geluidsband) voor een extra toevoeging zorgt.

Hypocrisy is in topvorm en beukt maar door zonder al te veel woorden richting het publiek te richten. De muziek spreekt voor zich. Lekker makkelijk ook met een kraker als Killing Art. De Zweden leveren een klasse set af zonder ook maar een seconde te verslappen en alleen maar hoogtepunten te brengen. Nu ben ik niet de grootste kenner van het werk van Hypocrisy (of zelfs maar een kleine kenner) maar het is verbluffend wat deze vier vandaag afleveren. Als een machine wordt de set afgewerkt, met het onvermijdelijke Roswell 47 als afsluiter.
Dat neemt niet weg dat dit experiment – metal in de Stadsgehoorzaal – wat mij betreft niet voor herhaling vatbaar is. Die tent is er simpelweg niet geschikt voor wat betreft geluid (kut), indeling (onhandige zitplekken en rare staplekken) en entourage (vloerbedekking op de trap). Dan maar wat kleinere bands gewoon in de Nobel graag!

Datum en locatie
26 april 2026, Stadsgehoorzaal, Leiden
Foto's:
Esther ‘t Lam (Instagram, Facebook)
Link:


