Interview Bodyfarm

Interview Bodyfarm

Uit het midden van Nederland komt een band die de laatste jaren een snelle opmars in de scene maakt: Bodyfarm. Op 6 november komt de nieuwe cd (Battle Breed) uit. In de aanloop daarnaar toe staat gitarist en zanger Thomas Wouters Zware Metalen te woord.

Interview Bodyfarm 1

Gefeliciteerd met jullie derde volledige cd. Elke band vindt zijn nieuwste cd natuurlijk helemaal fantastisch. Vertel eens wat jou zo enthousiast maakt.

Wij proberen inderdaad een product af te leveren waar we zelf honderd procent achter staan, maar als band zijn we veel te kritisch om ons eigen product helemaal fantastisch te vinden. Waar ik erg blij mee ben is dat dit album puur natuur is. Geen triggers en vrijwel geen edit-werk. De productie vind ik vele malen beter dan voorganger The Coming Scourge. We hebben wederom niet gekozen voor een gruizig wannabe oldschool geluid, elk instrument moet hoorbaar zijn. Dus de plaat klinkt helder zonder daarbij agressie te verliezen. Ik vind zelf dat ik ook gegroeid ben als vocalist en dat motiveert mij.

Drie cd’s in iets meer dan drie jaar tijd en daarnaast spelen jullie ook nog weleens live. Heb je geen betaalde baan of een vriendin?

Malevolence stamt uit 2011 dus we nemen het wel iets ruimer. Maar inderdaad, soms is het heel erg druk. We hebben allemaal een full-time baan, een vriendin, en de helft heeft kids. Het spelen in een groeiende band die iets wil bereiken kan alleen als je bereid bent om offers te brengen. Hier en daar een dag onbetaald verlof, vakanties met het gezin inkorten of helemaal laten schieten. Dat soort dingen. In ruil daarvoor spelen we regelmatig erg gave shows. We genieten enorm van het live spelen voor een enthousiast publiek en de road-trip op zich alleen al is de moeite waard. Je komt nog eens ergens en je maakt nog eens wat mee. Maandag is het altijd even afzien op de zaak, dat wel.

Staat er allen maar nieuw werk op of waren er nog wat ideeën over van The Coming Scourge?

Nee, al dit materiaal is uitsluitend geschreven voor Battle Breed. Er zijn bands die ongeveer twintig nummers schrijven en daar een selectie uit nemen om de rest wellicht later te gebruiken. Bij ons werkt dat niet zo. We schrijven een x aantal nummers en daar blijven we aan werken tot we tevreden zijn. Die komen dan ook op het album. Het is beter dan al je creativiteit in tien nummers te pompen dan het te verdelen over twintig nummers. Maar het schrijfproces stopt nooit. Dus tijdens de opnames van The Coming Scourge hebben we ongetwijfeld al riffs geschreven voor Battle Breed maar dat kan ik mij niet exact meer herinneren.

Battle Breed klinkt erg goed. Ik neem aan dat jullie ook buitenlandse ambities hebben? Je wilt toch niet alleen maar van Heerejezusveen tot Kontekrabbersgat toeren?

Bedankt! Ja we hebben absoluut buitenlandse ambities, we zitten dan ook al een tijdje in het internationale circuit. Zo stonden we een paar weken geleden nog op Carpathian Alliance Festival in Ukraine en in november doen we Boekarest aan. Ook hebben we diverse shows in Frankrijk, België, Zwitserland en Oostenrijk gespeeld. Bijna als vanzelfsprekend spelen we erg veel in Duitsland waar de scene vele malen groter is dan ons eigen land. We hebben er wel altijd plezier in om in ons eigen land te spelen. Zo stonden we afgelopen zomer op Dynamo Metalfest. Dat was een feest zeg! En in december zien we Eindhoven weer, maar dan voor de tweede keer op Eindhoven Metal Meeting. Uiteraard zijn onze ambities groter en zijn we nog lang niet tevreden. We willen zoveel mogelijk landen bezoeken en zoveel mogelijk toeren.

Bodyfarm interview 2

Krijgen jullie hierbij steun van het label (Cyclone Empire Records)?

Nee. Cyclone Empire brengt onze albums uit en verzorgt de promotie en distributie. Voor het boeken van shows en management werken wij samen met District-19, voorheen TMR Music Promotions. Dat doen we sinds 2013. We zijn een kleine band en uiteraard waren we destijds nog kleiner maar District-19 is ontzettend betrokken en zeer pro-actief. De samenwerking bevalt zeer goed.

Op Battle Breed Maakt bassist Alex Seegers zijn debuut bij jullie. Hoe zijn jullie aan hem gekomen en beschouwen jullie hem als vast bandlid?

Alex kennen wij al erg lang. Hij speelde altijd in Pleurisy als gitarist en is dus een stadsgenoot. Voorganger Harry had de lat vrij hoog gelegd en het viel niet mee om een geschikte kandidaat te vinden. Eigenlijk hebben we maar een kandidaat over de vloer gehad en dat was Alex. Die had in eerste instantie wat bedenktijd nodig. Vond hij bassen wel leuk? Zou het te combineren zijn met het gezinsleven? Maar als metalfan in hart en nieren had hij weinig tijd nodig en besloot al snel om zich bij ons aan te sluiten. Een nieuw bandlid is altijd even aftasten. Je deelt lief en leed met elkaar of je dat nou wil of niet. Maar wij werken niet met sessiemuzikanten. Alex is honderd procent volwaardig lid van Bodyfarm en heeft dat ook dubbel en dwars bewezen door zijn inzet en prestaties op de bas. Als oudste van de band krijgt hij uiteraard wel de nodige lading pesterijen over zich heen, haha.

Interview Bodyfarm 3

Een van de meest opvallende dingen zijn de gastbijdragen van Clemens Wijers en Martin van Drunen in respectievelijk Hell March en The Dark Age. Jullie hebben hen gebeld en ze namen gelijk op?

Ja, eigenlijk wel. Metaforisch dan. Martin kennen we al een hele tijd, en we beschouwen Asphyx en Hail Of Bullets als goede vrienden. Ik heb altijd al de droom gehad om een duet met Martin op te nemen. Uiteraard bedoel ik dat niet vanuit commercieel oogpunt. Ik ben gewoon een groot fan van zijn werk en zijn stemgeluid. Ik heb Martin dus gemaild en het leek hem leuk om te doen. Hij heeft ook bijgedragen door de tekst en zanglijn een eigen twist te geven en we hebben een leuk weekend gehad in de studio. Ook van Clemens’ composities ben ik een groot fan. Ik ken niemand die zoveel sfeer kan creëren in muziek. We vonden het tijd voor een album dat weer een intro heeft dat we ook live kunnen gebruiken. Clemens had erg weinig tijd nodig om onze ideeën te vertolken in een zeer spannend stuk orkestraal muziek.

Stemden de platenlabels van Carach Angren en Asphyx meteen in of moesten jullie flink in de buidel tasten?

De labels hebben daar niets mee te maken. Zowel Martin als Clemens zijn individuele muzikanten, en hebben uit eigen naam meegewerkt, niet in naam van hun band. Wij werken vrijwel niet met externe artiesten tenzij we echt groot fan zijn van hun werk. Hoe groot hun naam is maakt ons niet uit, het gaat ons erom wat ze bijdragen. Als Martin had geweigerd was dit een plaat geworden zonder gastvocalen. Als Clemens had geweigerd hadden we geen intro gebruikt. Wij weten erg goed wat we willen en als we dat niet kunnen krijgen houdt het op. Ik vind het vrij kansloos om per se een grote naam als gast op je plaat te willen vanuit commercieel oogpunt. Je speelt in een band voor je plezier en als je alleen nog oog hebt voor euro’s kan je beter kappen. Zo’n vetpot is het trouwens toch niet, haha.

Het artwork is van de hand van Juanjo Castellano. Hoe zijn jullie bij hem gekomen?

Klopt, net als de vorige plaat! Voor The Coming Scourge hadden we eigenlijk al artwork. Toen kwam ik op internet bij toeval het werk van Juanjo tegen waar ik eigenlijk wel gecharmeerd van was. We hebben hem benaderd en heeft een fantastisch kunstwerk geleverd. Onder het motto “don’t fix things that aren’t broken” hebben we hem ook deze keer weer benaderd voor een samenwerking alleen dit keer heeft hij er een gigantisch landschap van vernietiging van gemaakt dat ook de achterkant van de cd beslaat. Juanjo is zeer flexibel en niet al te eigenwijs. Daar bedoel ik mee dat hij zich door ons ook laat pushen en motiveren om nog een mooier kunstwerk te maken. Voor beide partijen is dat soms frustrerend maar uiteindelijk is iedereen extra blij met het resultaat.

Bodyfarm kwam enkele jaren geleden met de term ‘keistad deathmetal’, een verwijzing naar de stad waar jullie opereren (Amersfoort). Is er samen met Khaoz en Bloodphemy sprake van een opleving van deathmetal in deze voorstad van Utrecht?

Haha, drang om te profileren is denk ik de reden. Niet zo zeer opleving van deathmetal in onze eigen stad. We houden echter van onze stad en zijn er trots op. Het heeft een prachtig wapen en dat hebben we destijds op een shirt laten drukken met ‘Keistad Death Metal Division’ achterop. Klonk wel stoer. Dat Amersfoort een voorstad van Utrecht is moet je overigens tegen een Amersfoorter niet zeggen. Dat is het trouwens ook niet. Om op je vraag terug te komen: ik zie in Amersfoort geen opleving van deathmetal. Bandjes komen en gaan, net als overal. Dat is natuurlijk ook prima maar echt eenheid zit er niet in.

De cd-presentatie is op 6 november in Arnhem. Waarom niet in de Kelder in jullie thuisstad?

Die vraag sluit goed aan bij de vorige. Ik suggereer het daar al een beetje: er is eigenlijk geen scene hier. De metalfans die er zijn spelen of speelden zelf ook in bands en die kennen elkaar allemaal via het lokale oefenhok. We hebben inmiddels twee keer in de Willemeen te Arnhem gestaan en dat was twee keer een succes. Het ligt centraal en er zijn meer metalfans in die omgeving. Onze Amersfoortse aanhang is vast niet te beroerd om naar Arnhem te komen. En begrijpt zelf ook wel dat het weinig zin heeft om een release-party in Amersfoort te plannen. Het nieuwe poppodium is hier net geopend en dat lijkt sowieso meer interesse te hebben in het boeken van hippe muziek.

Hebben jullie het voorprogramma van die avond (Funeral Whore, Dead Mans Walk en The Heritance) zelf samengesteld?

Ja, in samenwerking met District-19. Dead Mans Walk en The Heritance komen beide uit die regio en The Heritance heeft bijvoorbeeld ook net een nieuw album uit. Funeral Whore is een ander verhaal. Toen wij net begonnen heeft Funeral Whore ons op veel shows uitgenodigd om te komen spelen. Uiteindelijk is er een ruzietje geweest en zijn we elkaar min of meer uit het oog verloren. Die ruzie is jaren geleden alweer bijgelegd hoor, dus het leek ons erg gezellig om hen uit te nodigen. Ze zijn vreselijk ambitieus en hebben alles in eigen hand. Zelfs het artwork maken ze zelf en dat respecteer ik enorm. Het is veel belangrijker om met bevriende en gezellige bands te spelen dan met een vette (en vaak veel te dure) publiekstrekker.

Jullie lijken een voorliefde te hebben voor de tweede wereldoorlog. Nou is er in Amersfoort ook wel het een en ander gebeurd in die tijd, kamp Amersfoort is daar een voorbeeld van. Komt jullie fascinatie daardoor? Of is er in jullie families iets gebeurd? Als dat laatste te persoonlijk is moet je het maar zeggen.

Dat valt op zich redelijk mee. Op Battle Breed staat maar een nummer over de Tweede Wereldoorlog met als onderwerp de U-boten. Verder is het een chronologische vertelling van veldslagen en oorlogen door de eeuwen heen, van de vroege middeleeuwen tot de Vietnamoorlog. Ik kan echter niet ontkennen dat er een fascinatie voor is ja. Het is tenslotte relatief kort geleden dus het is nog steeds een soort realiteit (steek je hand in de grond in deze omgeving en je vist er tien hulzen uit) maar toch spreekt het ook weer tot de verbeelding omdat er weinig mensen over zijn die de oorlog bewust hebben meegemaakt. We hebben voornamelijk een fascinatie voor oorlog in het algemeen. We verheerlijken het niet maar het is interessant om te zien hoe zelfdestructief de mensheid is en het is doodeng om te zien hoe creatief we daar in zijn. Dat klinkt vrij misantropisch, en zo is het ook bedoeld. Verder zijn we hele vrolijke jongens hoor, haha.

Zoals altijd is het laatste woord aan jullie:

Bedankt voor het interview, en welkom in de Willemeen te Arnhem op 6 november!

Links: