Devin Townsend over midlifecrisismuziek en carrièrelandmijnen

Met Empath brengt Devin Townsend een groots en meeslepend album uit. En wat doet hij dan, professioneel als hij is? Hij mediteert wat, neemt een kop koffie en gaat een goed gesprek aan met Zware Metalen. Over van alles eigenlijk, maar vooral over zijn keuze om geen compromissen meer te sluiten. En over Chad Kroeger natuurlijk!

Hé, hoe gaat het?

Goed! Geen probleem toch dat ik mijn camera niet aanzet? Ik word er echt door afgeleid.

Geen probleem. Op één van de video’s die voorafgaan aan de release van het album hoorde ik je al zeggen dat je een stuk makkelijker babbelt als je niet gezien wordt.

Ik doe heel veel dingen makkelijker als ik niet gezien word om eerlijk te zijn (lacht).

Ik heb het album nu (februari 2019 – red.) een paar dagen kunnen beluisteren en ik moet zeggen dat het niet helemaal meevalt om alles wat er op Empath gebeurt in zo’n korte tijd op te nemen. Natuurlijk was dit ook zo bij veel van je eerdere releases, maar – zo lijkt het – wat minder op de laatste platen van Devin Townsend Project zoals Epicloud en Transcendence. Was Devin Townsend Project een soort mal voor je geworden die je dwong om op een bepaalde manier te werken?

Jazeker en ook in een zekere zin een bepaalde gemoedstoestand die ik begon te voelen en die me enigszins verstikte. Ik denk dat het voordeel van een dergelijk sjabloon is dat het je in staat stelt dingen te doen als toeren. Zo kan het werken met een vaste groep mensen leiden tot een behoorlijke mate van succes. De emotionele impact die je werk heeft kan namelijk baat hebben bij een zekere voorspelbaarheid. Dat is een goed businessmodel, maar ik besefte de laatste jaren steeds meer dat zakelijk inzicht niet mijn sterkste punt is.

Ik begon te vinden dat ik afdwaalde van de functie die muziek voor mij heeft. Muziek stelt me in staat om tot uitdrukking te brengen waar ik op een zeker moment in mijn leven sta. Het geeft me de mogelijkheid om alles op een rijtje te krijgen in een soort van muzikale therapie. En nu begon het meer als een baan te worden waarvoor ik elf maanden per jaar weg moest zijn van mijn gezin alleen maar om quitte te spelen. Omdat de band op de loonlijst stond moest ik ervoor zorgen dat we maandelijks meer dan 15.000 euro in het laatje kregen om dat voort te kunnen laten bestaan. Dat zou betekenen dat het een veiliger zakelijke keuze zou zijn om wat eenvoudiger muziek te gaan maken en om vast te gaan houden aan formules waarvan ik wist dat ze redelijk succesvol voor me waren. Maar mijn energie raakte gewoon op en mijn interesse ook.

Mijn midlifecrisis zal er ook wel wat mee van doen gehad hebben. Ik dacht: Oh mijn god, ik wil niet in een rockband zitten om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik wil een muzikant zijn! Maar om muzikant te kunnen zijn, vond ik dat ik – op deze leeftijd – in zekere zin moest ontleden wat ik in het verleden had gedaan en een analyse moest maken van hoe ik daar nu insta. Dat resulteerde in de “gongshow” (Canadese term voor een uit de hand gelopen samenzijn – red.) waar je nu naar luistert.

Wel, het album is verbijsterend, maar in de goede zin van het woord.

Oh, top!


Ja, ik bedacht me net dat ik wat kritisch begon en daarmee misschien wat teleurgesteld klonk. Maar dat is niet het geval. Empath is een fantastische rit, bij gebrek aan een beter woord. Je ambities voor het album waren groot. Je wilde zien wat er zou gebeuren als je alle stijlen die nu je belangstelling hebben eindelijk eens zou samenbrengen op één plaat. Daar lijk je aardig in te zijn geslaagd. Zo horen we aan het begin direct een beetje Ki, dan komt er al snel iets langs in de sfeer van Juular en zelfs de Strapping Young Lad komt terug in de drums. Heb je zelf ook het gevoel dat je bereikt hebt wat je wilde doen?

(Diepe zucht) Ik voel dat de aard van wat ik doe is dat ik een perfectionist ben die ongelooflijk ver van perfect is. En dat betekent dat het antwoord “nee” is! Ik voel niet dat ik mijn doelstellingen gehaald heb. Echter, er is geen menselijke manier waarop ik ze dichter had kunnen benaderen. Dat is uiteraard een bron van eindeloze frustratie en (gelukkig ook) een soort van humor. Je gaat het nooit helemaal goed krijgen!

In mijn muziek probeer ik door middel van geluid de gevoelens uit te drukken die ik had toen ik in de nabijheid was van iets dat groter is dan ik: geboorte, dood, het universum, noem maar op. En mijn hoop is dat wanneer je dat doet met de vaardigheden, vooringenomenheid en persoonlijkheid die je hebt, mensen die geïnteresseerd zijn in wie je bent en wat je doet 0,00001% kunnen voelen van wat het is dat je probeert te zeggen. Ik zal altijd teleurgesteld zijn dat het niet precies goed is, maar het kan ook niet precies goed zijn. De aard van kunst is imperfectie. En misschien is het juist wel die constante irritatie die mij voortstuwt.

Je gaf aan dat je je gevoel in de nabijheid van grootsheid in muziek wilt uitdrukken. Empath heeft zeker een bepaalde grandeur over zich. Grootse koren, grootse orkestratie, grootse metal. Het is echt een groot album.

Ja, het is groot in elke zin van het woord. De moeite die erin gestoken is, het aantal mensen dat erbij betrokken was. Ik ga weer terug naar mijn midlifecrisis, hoewel dat misschien een te groot woord is. Ik denk dat mannen die leeftijd bereiken die ik heb (46 –red.) het gevoel krijgen dat hun mannelijkheid wordt aangetast zodat ze scheiden van hun vrouw om op stap te kunnen gaan met een vrouw die nog niet half zo oud is als zij. Of ze kopen een Corvette of iets dergelijks om aan de wereld te bewijzen dat hun testosteron nog steeds hoog is (anderen gaan voor Zware Metalen schrijven – red.). Ik denk dat Empath daar in de grandeur misschien ook wel iets van heeft.

Daarbij komt dat ik al veel jaren heb geprobeerd om dingen te maken die over de top zijn. Maar de afgelopen jaren ben ik meer gaan luisteren naar mensen die kritisch waren op het feit dat wat ik doe zo overdreven is. Daar werd ik wat onzeker van. Ik ging zelfs overwegen daaraan toe te geven. Misschien moet ik alles wel wat terugnemen. Misschien moet ik wel met het refrein beginnen en de nummers drie minuten lang maken om te proberen om ook eens op de radio gedraaid te worden. Maar toen kwam ik op punt dat dat ik dacht: of…

Ik doe precies het tegenovergestelde!

Precies! En ik wil graag wat meer inzicht geven in mijn overwegingen om juist voor dat laatste te kiezen. Chad Kroeger van Nickelback is bij deze plaat betrokken en hij was één van de belangrijkste factoren in mijn keuze om niet toe te geven aan mijn onzekerheid. Ik begon al bij aanvang met hem te praten over het feit dat ik ouder word en dat je nooit rijk zult worden van progmetal. Ik zei dingen tegen hem als “misschien moet ik iets commerciëler worden” en “misschien moet ik het allemaal iets minder ingewikkeld maken”. Misschien moest ik zelfs wel luisteren naar sommige van de mensen die zeggen dat ik er te veel lagen op leg en dat ik teveel orkestpartijen gebruik. En Chad was echt een grote hulp, want hij vertelde me dat hij succesvol is geworden door juist dicht bij zichzelf te blijven. En ja, er zijn mensen die dat niet leuk vinden, zeker! Maar zijn advies was om die veranderingen niet door te voeren, maar juist de andere kant op te gaan omdat daar mijn waarheid zou liggen. Dus in zekere zin is een kerel die verantwoordelijk is voor een aantal heel commerciële songs een belangrijke beweegreden om Empath juist niet een plaat te maken waar gemakkelijk naar te luisteren is. En daar ben ik heel dankbaar voor, omdat ik trots ben op deze plaat. Meer dan alles ben ik er trots op dat ik ervoor gekozen heb dit te doen op dit (late) moment in mijn carrière.

Dat het nu net Chad Kroeger moet zijn!

Vind je niet? Toen ik het voor het eerst aan mensen vertelden zeiden ze: “fuck Chad Kroeger!”. En ik had de grootste moeite om hen duidelijk te maken dat hij echt geholpen heeft. Hij zei niet: “ik heb gehoord dat je een of andere progkrachttoer van 23 minuten hebt geschreven. Wat ik denk dat je moet doen is dat ding terugbrengen naar drie minuten.” Hij deed juist het tegenovergestelde. Hij zei juist dat dat nummer precies was wat ik moest doen. En dat was wat ik nodig had want op dat moment voelde ik me behoorlijk onzeker over de richting van het album.

Dus je hebt die hele hoge doelen voor het album gesteld. Je hebt geschreven, je bent in de studio geweest en je hebt al die muzikanten op bezoek gehad die je geholpen hebben. En dan is daar het moment van de waarheid (of misschien wel niet): de release van het album. Als de doelen die je jezelf hebt gesteld vooral over jezelf lijken te gaan, doet de reactie van de mensen er dan nog wel toe?

Ongelukkigerwijs doet die er zeker toe. En dat is indicatief voor het feit dat ik nog een lange weg te gaan heb in termen van persoonlijke groei. Want het is nog steeds belangrijk voor mij dat mensen dit leuk vinden, dat zij er iets hoopvols uit krijgen of iets dat hen helpt. En misschien dat je ook niets meer hebt om over te schrijven als je die bevestiging van mensen niet meer nodig hebt. Ik heb de – uiterst dunne – theorie dat een artiest zijn betekent dat je sowieso een mentale afwijkingen hebt. En die mentale afwijking is vooral gelegen in een hoge nood om gewaardeerd te worden. Het is in directe tegenstrijd met wat mijn doelen als persoon zijn maar om eerlijk te zijn… het wordt inmiddels wel wat beter. Het wordt veel minder een issue of mensen het leuk vinden.

Ik denk dat ik niet langer noodzakelijkerwijs wil dat mensen het leuk vinden omdat ik wil dat ze mij leuk vinden. Het gaat er meer om dat mijn doelen om iets als dit te maken misschien wel voortkomen uit het feit dat ik te maken heb gehad met zaken als depressie of de ups en downs van het leven en het zijn van een ouder en al die dingen die veel voorkomen. Ik kan dat verwoorden in muziek, een vaardigheid die ik overigens geenszins voor vanzelfsprekend houd. Voor deze plaat heb ik veel tijd geïnvesteerd om er zeker van te zijn dat ik het doel had om – hoewel het wel degelijk over mij gaat – er misschien mensen mee te bereiken die het zou kunnen helpen om iemand over dergelijke zaken te horen zingen. Zaken als “hé, maak alsjeblieft geen einde aan je leven, geef alsjeblieft niet op”. Al die thema’s op Empath die er – in ieder geval in mijn beleving – duidelijk zijn. Ik hoop dat door daar doorheen te gaan de plaat in ieder geval wat mensen kan helpen.

Dat lijkt zonder meer door te komen. Want één van mijn vragen was de volgende. Ondanks de enorme dynamiek die uiteenloopt van het rustgevende geluid van de golven van de zee tot aan blastbeats lijkt het album een zekere flow te hebben. Zelfs in de allersnelste stukken wordt het nooit een erg boos album. Het album blijft over het geheel behoorlijk positief. Was dat inderdaad de belangrijkste boodschap die je wilde uitdragen?

Jazeker, maar ik denk ook dat er veel angst in het album zit. Dat heb ik mezelf, tandenknarsend, moeten toegeven toen ik het album af had. Hoewel ik er veel tijd aan heb besteed om ervoor te zorgen dat het geen boos album werd en dat er een element van hoop in zat moest ik toch constateren dat ik gedurende het proces echt bang was geweest. Bang omdat ik echt buiten mijn comfortzone werkte of om wat voor reden dan ook. Mijn oude onzekerheid heeft hier uiteraard ook weer een rol gespeeld. Hoe dan ook, angst is een groot deel van de plaat geworden, maar toch hoop ik dat mensen er iets uithalen dat hen helpt. Meer kan ik niet hopen.

Je hebt veel moeite in dit album gestoken en dat is nog een understatement. Je hebt zelfs drie drummers gebruikt met elk hun eigen stijl! Men zou zich kunnen afvragen waarom je niet gewoon met één heel goede allround drummer hebt gewerkt. Luisterend naar Empath hoor je echter dat het de nummers echt iets extra’s geeft. Neem bijvoorbeeld Hear Me. Daar hoor je echt wel dat hier een drummer aan het werk is die stevig gewend is te blasten. Was het zo belangrijk voor je om alles precies goed te krijgen?

Ja, het was belangrijk voor mij om alles en nog een beetje meer in dit album te steken. Op veel van de projecten die ik gedaan heb, heb ik me toch iets ingehouden, soms vanwege een gebrek aan financiële middelen, soms omdat ik zelf niet durfde. Maar dit keer heb ik besloten om alles voor de volle honderd procent te doen. Dus als een nummer orkestraal is, gebruik dan ook een orkest. Als een nummer om een vrouwenkoor vraagt, laat het dan ook inzingen door een echt vrouwenkoor. En als het death metal is, dan gebruik je een deathmetaldrummer net zoals je voor een passage met free jazz een drummer gebruikt die daar heel goed in is. Ik denk dat die buitensporigheid een groot deel van het album is.

Tegelijkertijd denk ik ook dat ik zoek naar een drummer die niet bestaat. Jij zegt: “waarom niet een drummer die het allemaal kan?” Als jij die kent, dan moet je mij zijn nummer geven want… (lacht). Toen ik jonger was, had ik altijd een beeld van wat een perfecte relatie zou zijn. Je gaat de perfecte partner vinden, je perfecte maatje toch? Maar dat bestaat gewoon niet. Die idee is geworteld in een fantasie, in zekere zin zelfs in een soort van egoïsme. Ik denk dat mijn verlangen naar de perfecte drummer is geworteld in iets vergelijkbaars. Ik zoek iemand die rap genoeg is om 280 beats per minute blastbeats te spelen, maar ook als een tank kan slaan voor mid-tempo harde rock en die dan ook nog eens met borstels compleet vrije en open achter de beat jazz kan spelen en dat dan in hetzelfde nummer. Misschien ben ik daar toch een beetje optimistisch in! In plaats van een of andere arme drummer door een hel te laten gaan, besloot ik maar om dingen leuk te houden en drie verschillende mensen hun ding te laten doen (lacht).

Je kunt inderdaad de verschillende kwaliteiten horen van de drummers waarmee je gewerkt hebt.

Ja, het zijn goede mensen!

Door naar de logistieke kant, als het mag. Je hebt je kamp opgeslagen in een studio in het Verenigd Koninkrijk waar, volgens het persbericht, de groep ook zijn intrek nam. Over welke groep hebben we het hier?

Nou, hier moet ik toch wat verduidelijken. Hoewel het niet zo in het persbericht staat, hebben we in die studio alleen de drums en basgitaren opgenomen. De rest is op veel andere locaties, zowel in Noord-Amerika als in Europa opgenomen. Dat deed ik omdat ik het een mooi idee vond om de variatie in sfeer van de plekken waar we opnamen door te laten klinken in de nummers. En opnieuw besloot ik, dat kan ik dan maar het best doen op deze plaat die ik toch al zo excessief wil laten zijn.

Maar de kerngroep waren ik, Mike Keneally (onder andere Frank Zappa – red.), bassist Nathan Navarro en de drie drummers, Morgan Ågren (onder andere Frank Zappa – red.), Anup Sastry (Monuments, Periphery red.) en Sam Paulicelli (Decrepit Birth, Abigail Williams – red.) die beter luistert naar de naam Samus. Daarbij hadden we uiteraard ook een team van engineers met voorop Adam “Nolly” Getgood die vroeger in Periphery zat en die veel engineering klussen doet. En dan hadden we nog vier of vijf andere engineers die zorgden voor de logistieke kant en hielpen met het bewerken van de muziek en het opzetten van opnameapparatuur et cetera. En dat was het zo ongeveer wel in het Verenigd Koninkrijk.

Maar ik reisde ook veel met mijn laptop. Ik werkte een tijdje in Zweden, een tijdje in de Verenigde Staten en eigenlijk door heel Europa. Ik zette gewoon mijn “winkeltje” op en maakte er mijn geïmproviseerde studiootjes. Voor het laatste deel van het opnameproces huurde ik een hut in het noorden van Brits-Columbia en nodigde diverse muzikanten uit om daar langs te komen. Ik voelde dat juist omdat de songs zo verschillend van aard waren – je weet wel, de ene song doet dit, de andere doet iets anders – opnemen op verschillende plekken nog iets aan de eigenheid kon toevoegen. Misschien dat het onbewust wat toevoegt aan de kleuren van dit alles.

Nu je het toch over kleuren hebt… In één van die video’s die je op YouTube hebt gezet, spreek je over de verschillende kleuren die je albums hebben. Terria is meer groen, Ziltoid is paars, maar dit album heeft voor jou alle kleuren. En dan kijk ik naar het artwork en zie ik inderdaad alle kleuren, maar toch vooral… wit. Zit daar iets achter?

Ik denk niet dat het een bewuste keuze is. Misschien dat in wit alle kleuren zitten, is dat niet zo?

Dat bedacht ik me dat ook, maar…

Ik zou graag claimen dat ik hier iets heel slims heb gedaan, anders dan dat het gewoon een esthetische keuze was. Eigenlijk kwam het hierop neer. In het begin hadden we artwork met alle kleuren inclusief monsters, water en bergen enzovoort. Dat zou de cover zijn. Maar ik heb een vriend die ik vaak wat ideeën voorhoud terwijl ik aan het werk ben. Je weet zelf hoe dat gaat. Als je in een creatieve periode bent zie je soms door de bomen het bos niet meer. Ik stuurde hem de cover en hij zei: “weet je, ik vind het echt mooi, maar je moet begrijpen dat de muziek zo chaotisch is, dat je ze met dit artwork al afschrikt voordat ze de deur zijn binnengegaan. Dus waarom maak je de cover niet simpel? Op die manier is, als je eenmaal door de deur bent, alle chaos en kleur daar om te zien.” Ik vond het idee wel goed om mensen niet al weg te jagen voordat ze op “play” hebben gedrukt. Uit de kleuren die ik kon kiezen voor een eenvoudiger cover, zou zwart bij dit album nergens op slaan. Alle andere kleuren leken te specifiek, dus moet ik een beetje tegen mijn zin toegeven dat het niet zo zeer om de prisma analogie gaat hoewel dat heel cool zou zijn geweest, maar meer om het feit dat het gewoon frisser is.

Devin Townsend’s White Album!

Lacht.

Na al dit werk moet je totaal uitgeput zijn.

Dat ben ik ook echt!

Maar zo klink je niet!

Ik zal je uitleggen waarom niet en dit is een wat praktisch verhaal. Uitgeput zijn in interviews is een landmijn voor je carrière. Dus voordat ik interviews doe neem ik een kop koffie, ik zorg ervoor dat ik wat meditatie heb gedaan en dat ik wat heb gegeten. Daarna doe ik mijn best om geen domme dingen te zeggen. Want het is erg makkelijk om al het werk dat ik in Empath heb gestoken en mijn carrière in het algemeen om zeep te helpen met één of twee stomme uitlatingen die veelal het gevolg zijn van vermoeidheid. Die doen dan af aan hetgeen ik met anderhalf jaar werken tot uitdrukking heb proberen te brengen.

Ik las onlangs een interview op Blabbermouth met die gast van The Misfits die overduidelijk boos was op zaken als Spotify.

Oh, dat artikel waarin gitarist Doyle Wolfgang von Frankenstein zei dat Lars Ullrich gelijk had toen hij een rechtszaak begon tegen Napster.

Ja precies, en daarin zei hij ook hoezeer hij meet and greets haat en meer van die zaken. Vaak als mensen op tour zijn, zijn ze moe. Als hij dit op tour tegen een vriend had gezegd, dan had die daar helemaal geen aandacht aan geschonken. Die had gedacht: oh okay, hij is moe. Maar zo gauw je dat voor een artikel zegt, dan definieert dat ineens wat je doet. Ik bedoel, ik ken die jongen niet – misschien is het wel een vreselijke kerel – maar misschien was hij wel gewoon moe. Dus ik denk dat je de vermoeidheid die je zeker voelt na een project als dit iets is dat je gewoon moet incalculeren in het werk. En natuurlijk ben ik moe, maar aan de positieve kant: ik zit binnen. Ik ben niet buiten in de sneeuw rioolleidingen aan het vervangen, zoals mijn maat vandaag wel aan het doen is. Een beetje perspectief helpt een hoop als je kijkt naar de vermoeidheid die komt kijken bij het maken van muziek. Maar ja, ik ben dus moe.

Het is dus belangrijk om ook nu nog gefocust te blijven…

Het is belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt om die focus te houden. Wat bij mij gebeurde de afgelopen jaren is dat de intensiteit maar bleef opstapelen. Er was steeds minder tijd om te herstellen, dus aan het eind van de rit voelde ik me creatief failliet. Nu probeer ik daar verandering in te brengen.

Toen ik naar het album luisterde vroeg ik me direct af hoe je dit enorme werkstuk in hemelsnaam op het podium tot leven gaat brengen.

Die vraag stelde ik me al in de eerste twee weken dat ik het album aan het schrijven was. In een project van achttien maanden! In de vierde week dacht ik bij mezelf: weet je waarom denken we daar niet later over na? Op de manier zoals het hoort! Maar het is nog niet helemaal later en hoewel ik wel wat ideeën heb en wat audities gepland heb met drummers die verdoemd zijn, heb ik besloten eerst maar eens zonder wat dan ook te gaan toeren. Zonder orkesten, zonder koren, zonder backing tracks. Alleen ik en een akoestische gitaar en een bakje galm uiteraard, want ik houd van galm.

Belangrijk daarbij is dat ik aan het eind van Devin Townsend Project begon te erkennen dat de hoeveelheid backing-tracks die ik gebruikte afdeed aan de ervaring om een band met het publiek op te bouwen. Het voelde soms meer als karaoke. En als ik Empath in zijn geheel ga spelen – hetgeen gepland staat voor 2020 – dan moet ik daar naartoe werken. De beste manier om dat te doen is volgens mij door te beginnen met een akoestische tour die, naar ik hoop, aan het publiek maar ook aan mijzelf laat zien dat deze liedjes ook bestaan op de manier dat ze geschreven zijn. Gewoon ik en een gitaar. Door van nul af aan te beginnen en dan langzaam mensen toe te voegen hoop ik tegen de tijd dat ik weer op “festivalniveau” functioneer de muziek met een echte groep van mensen te spelen in plaats van met vijf mensen en een stel computers.

De backing-tracks vielen me inderdaad op bij de laatste shows als ik eerlijk ben, maar daar hoeven we dus niet meer op in te gaan…

Het is juist wel goed om erop in te gaan, want ik zie het zelf ook. Mijn doel als een muzikant is niet om mensen voor de gek te houden. Daar heb ik niets aan. Ik bedoel, ja ik ben onzeker als een persoon en ik wil dat mensen het zien/horen zoals het bedoeld is. Maar ik ben er niet zo aan gehecht en ik leef niet zo in ontkenning dat ik de problemen niet heb herkend toen ze opkwamen. En dit is mijn oplossing daarvoor.

Er was nogal een run op de kaarten voor de “An evening with Devin Townsend”-kaarten in Nederland. Als ik me niet vergis was het optreden in Haarlem binnen enkele minuten uitverkocht.

Dat is top!

Is het overal zo?

Ja, op deze tour is dat zo. Maar ik moet daar gelijk bij zeggen dat het geen hele grote zalen zijn. Het ziet er natuurlijk leuk uit, zo’n volledig uitverkochte tour maar het heeft dan toch iets minder gewicht. Hé, we geven twee kaarten uit per stad, het is uitverkocht (lacht). Nee, maar het grootste aantal kaarten is duizend en het kleinste ongeveer 250. Het is dus wel een succes en ik geloof dat veel van wat deze mensen met de muziek verbindt hetzelfde is dat mij met de muziek verbindt. Ik geloof namelijk niet dat een artiest per se zelf verantwoordelijk is voor zijn muziek. Ik denk dat je probeert om een gevoel dat je hebt uit te drukken in muziek en hopelijk komt dat dan door. Ik geef veel om deze muziek omdat het me al die emoties laat voelen en ik denk dat dat ook geldt voor het publiek. Dus op veel manieren heb ik me altijd op dezelfde golflengte gevoeld met het publiek gevoeld. Ik hoop dat deze kans om een meer intieme show te spelen die connectie heel duidelijk zal maken.

Misschien nog wel meer in Haarlem. Daar speel je in een kerk!

Echt. Oh wow!

We zijn door onze tijd heen, maar misschien nog een laatste vraag die we altijd graag stellen?

Tuurlijk.

Is er iets in dit interview dat je gemist hebt of dat je nog wilt vertellen aan onze lezers?

Als ik op enige manier over kom alsof ik weet wat ik doe, dan is dat een vergissing. Ik klauter stap voor stap en dat doe ik in de hoop om ooit als ik een keer twee weken vrij heb, zoals de afgelopen twee weken,  deze niet door te brengen in dezelfde onzinnige existentiële crises waarmee ik al 46 jaar probeer om te gaan. En ik ben gelukkig dat ik deze muziek kan maken omdat het me echt helpt om wat van de verwarring, angst en depressie die ik heb gehad als een soort catharsis uit te kotsen. Ik hoop echt dat het tegelijkertijd ook andere mensen kan helpen. Want het komt voort uit ervaringen die veel breder gaan dan mijn persoon. Ze hebben niets met mij te maken. Mijn taak als een muzikant is ervoor te zorgen dat de kickdrum werkt met de bas. En om me als een artiest vast te klampen alsof mijn leven ervan afhangt en dan maar hopen dat we niet over de rand kletteren. En ik blijf gewoon hangen als jullie dat ook doen.

Hartelijk dank voor het interview en we zien je in Haarlem op 11 april 2019.

Jullie bedankt!

Links: