Slow – Abîmes I

Eindelijk trekt de lente aan, de glitters en het drama van Eurosong liggen achter ons, en misschien is daar ver weg van blijven wel de reden waarom funeral doom meestal in de loop van de herfst of winter het droeve levenslicht ziet. Zo ook met het zevende album van Slow dat op 12 december van vorig jaar traag de wereld in schreed. Abîmes I, wat ‘afgronden’ of ‘dieptes’ betekent.

Niets toepasselijker misschien dan een bespreking met veel vertraging van een band die Slow heet (nee hoor, de ironie ontgaat mij niet), maar vergeef uw redacteur van dienst voor de traagheid van dit geschrift. Jammer genoeg doorkruist de bezigheid der dingen nu eenmaal vaak het genot van een monumentale brok overweldigende en melancholische doom. De band is al jaar en dag een vaste klant in mijn cd-speler en daarom dus, in de geest van ‘beter laat dan nooit’, alsnog deze bespreking.

Met Abîmes I brengt Slow voor het eerst een genummerd album uit. Vorig werk werd steevast door een nummer voorafgegaan maar de albumtitel doet vermoeden dat we richting een meerdelig geheel gaan. Tevens kunnen we een nieuw, machtig logo bewonderen. Gaat Déhà met zijn funeraldoomgeesteskind, dat hij opnieuw met Lore ter wereld bracht, dan ook muzikaal een andere richting uit? 

Het antwoord bestaat uit drie woorden: ja en nee. Slow blijft – hoe kan het ook anders – synoniem voor een zeer traag bewegende brok aan overweldigende en melancholische doom. Het beeld van de oceaan en zijn monumentale karakter vormt al lang de kern van zowel het muzikale als het visuele karakter van de band en dat gedeelte van de beeldvorming is gebleven – kijk maar naar dat sfeervolle artwork – en ook de muziek is daarmee nog steeds zeer goed te vergelijken. Stel je enorme, huizenhoge golven voor, die je zeer, zeer traag, onverbiddelijk, overspoelen. 

De zelden zo getormenteerd klinkende, bijna onmenselijke schreeuwen van Déhà (luister maar naar de schreeuw na vijf minuten in Abyss) sleuren je mee in een slowmotiondraaikolk van pijn, droefheid en onmacht. Het gevoel dat er geen uitweg is, heb ik zelden zo sterk bij Slow ervaren. Het verschil met voorgaand werk zit hem in mijn ogen in de meer gebalde aanpak, niet enkel door de te ervaren muziek, maar ook door wat je net niet te horen krijgt. Er wordt namelijk minder tijd genomen voor rustige passages doorheen het album, wat die oppressieve ervaring benadrukt. Dit heeft zijn invloed op de speelduur: daar waar een album van Slow vaak vlotjes over het uur gaat, deelt Déhà zijn emoties dit keer gedurende iets minder dan drie kwartier aan de hand van meer gefocuste woede, wanhoop en frustratie (en hier en daar een glinstertje hoop). Deze meer directe werkwijze was voor mij aanvankelijk even aanpassen. Maar naarmate ik aan het luisteren was, kwam het allemaal samen en komen de details en soms meer subtiele veranderingen in de muzikale bewegingen naar boven.

Helemaal niets subtiels aan het begin van de negen minuten durende opener Implode, die aantoont dat het vanaf de eerste seconden menens is. Na een kort moment van gitaarfeedback is de muziek meteen verpletterend. Déhà’s vocalen gaan diep op een geweldig mooi samengebracht geheel van gitaarmuur, bas en keyboards. De drum is in het algemeen minder opvallend aanwezig met fills die op de achtergrond gespeeld worden, maar bas- en snaredrum klinken steeds plechtig en krachtig. Na een tweetal minuten volgt een kort rustpunt, gedragen door piano-aanslagen die de volgende beweging introduceren. De laatste drie minuten worden ingezet door een serene leadgitaar die het verhaal van Déhà overneemt en voor die prachtige combinatie van hoop en treurnis zorgt, typisch voor dit genre. 

Barren wordt ingeleid door een rustige gitaar met wat vervorming, om na ongeveer een minuut helemaal weggeblazen te worden door een nog trager aanvoelende stroming. Met een glansrol voor de leads halfweg het nummer vallen ook de keyboards rond drie en een halve minuut op, die mij helemaal terugbrengen naar de romantisch-melancholische black metal ten tijde van Dusk… And Her Embrace van Cradle Of Filth. Muzikaal is dit een heel ander beest uiteraard, maar het feit dat die sfeer opgeroepen wordt, toont aan dat dit album in zijn massiviteit toch heel wat schakeringen en nuances kent, naast de te verwachten – machtige – inzetten van ultralage akkoorden die je van je tenen tot haartoppen doorheen je hele wezen voelt gaan. Nog zo’n opvallend moment is de afsluitende minuut van Barren (catharsis ten top) en hoe Abyss na zeven minuten lager-dan-laag gaat. 

Afsluiter Collapse, met een speelduur van tegen het kwartier, is een monumentale afsluiter van een monumentale plaat. Zwaar en sterk vanaf de eerste lethargische noten is het vanaf minuut twee kippenvel en tranen-in-de-ogen met een passage die doorheen het nummer verschillende keren terugkomt. Hier vallen de verwevenheid van de verschillende instrumenten nog eens bijzonder op; elkaar versterkend zorgen ze voor een duister, kwaad, droevig, hartverscheurend maar bloedmooi stuk funeral doom. En sta me toe het nogmaals te herhalen: de intensiteit en kwelling, voelbaar in de vocalen, maken dit helemaal af. Luister maar naar de dubbele schreeuwen na ongeveer negen minuten, volgend op een Clouds-waardig, sereen stukje piano.

Lieve help, wat is dit prachtig. Met zijn band Slow blijft Déhà één van dé meesters in het vertolken van dit soort emoties. De muziek worstelt, en laat de luisteraar worstelen, met de minder leuke emoties die nu eenmaal deel uitmaken van het leven en het mens-zijn. Het richt de blik naar binnen, confronteert en loutert. Deze bespreking sluit ik af met het vermelden van de laatste muzikale beweging van Abîmes I: na een voorzichtige versnelling van de basdrum volgt nog een korte passage met blastbeats, en dit alles met dezelfde overweldigende emotionele intensiteit. De samengebalde gevoelens ontploffen, je wil niet anders dan meeschreeuwen, dit gaat verder dan ‘enkel’ muziek. Mind, heart and soul-fucking-blown. 

Score:

94/100

Label:

Code666, 2023

Tracklisting:

  1. Implode
  2. Barren
  3. Abyss
  4. Collapse

Line-up:

  • Déhà – Vocalen, gitaar, drums, keyboards
  • Lore – Basgitaar

Links: