Igorrr – Spirituality And Distortion

In juni 2017 bracht Gautier Serre Savage Sinusoid uit op Metal Blade Records. Vervolgens is er door Igorrr, want daar hebben we het hier over, stevig opgetreden. Op festivals als Hellfest, Roadburn, Download, Fortarock en zelfs het vermaarde Montreux Jazz Festival, kon een groot publiek kennis maken met de waanzin in zijn muziek, welke nog werd versterkt door de volstrekt schizofrene performance van zangeres Laure Le Prunenec. Anno 2020 is de release van een nieuw album van de Franse act dan ook een gebeurtenis waar (meer dan in 2017) door velen reikhalzend naar wordt uitgekeken. Dat reikhalzen werd de afgelopen weken nog verder “aan” gezet door de video van Parpaing met George ‘Corpsegrinder’ Fischer (nu we het toch over halzen hebben!) van Cannibal Corpse. Er is minder voor nodig om menig metalfan op play te laten drukken. Op YouTube is de video inmiddels dan ook meer dan honderddertigduizend keer bekeken.

Parpaing (betonblok) kenden we dus al een tijdje. Het is een song waarbij de zware strot van Fischer, heftige metalriffs en ultralompe drums de nek om worden gedraaid door jaren ’80 8-bitcomputermuziek, naar zeggen van Serre “de minst heavy muziek op aarde”. Om eerlijk te zijn werkt het het allerbest met het beeld erbij, maar ook zonder is het een opmerkelijke track met vooral een heerlijke break waarin de man aan de knoppen (Serre dus) de boel vakkundig deconstrueert, op een of andere manier zonder alles volledig van de rails te laten lopen. Het is in deze gekte dat ik Igorrr het best vind.

En Parpaing is met zijn combinatie van metal, computermuziek uit de digitale prehistorie en breakbeats misschien nog wel één van de meer rechtlijnige songs van het album. Neem bijvoorbeeld Musette Maximum dat Parpaing opvolgt. Het is in hoofdzaak een vrolijk trekharmonicadeuntje waar dan weer akoestisch doortikkende drums en elektronische bassen onder gegooid zijn. Een prachtig vloeiende gitaarlead en koorzang trekken de song even in vertrouwde regionen, maar daarna gaat de klederdracht weer aan en dansen we lekker door. Of Very Noise, waarin over echte jaren ’90 breakbeatritmes een funky bas losgaat terwijl ook de digitale bassen steeds verder opengaan. Het zal inmiddels duidelijk zijn: enige ruimdenkendheid is wel vereist in deze. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de klavecimbel die net als voorheen, vaak tezamen met de emotionele zang van Laure, diverse nummers (Hollow Tree), een stevige duw richting barok geeft. Barok met zware bassen en elektronische beats, dat natuurlijk wel. Die schijnbaar moeiteloze samenvoeging van diverse stijlen en de verschillende invalshoeken die daarbij worden gekozen maken dat elke song op de plaat een bijzonder werk is geworden.

Opener Downgrade Desert bijvoorbeeld opent het album rustig en loom met een meeslepend tokkelend gitaarthema dat je de trillende lucht op een warme dag voor ogen doet komen. Maar langzaam komt daar wat disruptieve sonische ruis doorheen om de weg vrij te maken voor een lekkere old school doomriff. Een door merg en been gaande gitaarlead, mooie vrouwenstem en ziedende mannenstem sleuren de song vervolgens naar de climax, waarin er meer en meer ruimte komt voor ketelende drums en verdere productionele verstoringen.

Bij Nervous Waltz denk je bij aanvang dan weer in een Spotify-advertentie voor een klassieke playlist te zijn gevallen, zo oorspronkelijk klinkt het klassieke intro. Zware gitaren en diepe drums nemen echter snel over. De aardverscheurend zware breakdown aan het einde van de track resulteert dan weer in een jungleversie van het klassieke thema dat door de knoppendraaier van dienst (opnieuw Serre dus) op indrukwekkende wijze naar de Filistijnen wordt gedraaid. Camel Dancefloor geeft in de titel al veel weg. Het dragende thema is een sterke Oosterse melodielijn op een stevig fundament van sub-bassen die bij de juiste boxen en stand van de volumeknop de ruiten uit je auto duwen. De djenty metalpassages in de track verdwijnen, helaas, sneller dan wc-rollen uit supermarkten (we schrijven 15 maart 2020).

Himalaya Massive Ritual is inderdaad “massive”, niet alleen omdat het met zeven minuten de langste track van het album is, maar ook omdat stevige gitaren, bassen en drums het (vrijwel) vanaf het begin voor het zeggen hebben in een afwisselend spel van technische maar pakkende riffs en vloeiende leads. Etnische zang en koorzang doorbreken het instrumentale geweld waarna gevoelige snaarmelodieën opbouwen naar monumentaal zwaar klinkende gitaren. Nee, op de productie is hier niets aan te merken. In Lost In Introspection levert Laure misschien wel haar mooiste prestatie. Ze zingt bij vlagen zo zuiver dat het lijkt of je naar een blaasinstrument zit te luisteren. Zware klassieke muziek en rappe gitaarleads worden hier naadloos in een amalgaam geduwd met breakbeats opnieuw zonder dat het geforceerd overkomt. Fraai ook is hoe het toetsenspel naar het eind toe uit elkaar valt in valse noten.

Paranoid Bulldozer Italiano is dan weer een breakbeatkraker voordat de bulldozer uit de titel binnen dendert in de vorm van gitaren, woedende corescreams en lage deathgrunts. Maar Igorrr speelt graag met licht en donker want in het heftig gecomprimeerde bas- en drumgeluid mag een hemelse gitaarpartij de meubels redden. Het is overigens in deze track dat zangeres de teugels laat vieren (wat zeg ik? Ze is ze gewoon kwijt!). Haar zang wordt in woestheid alleen nog overtroffen door de ultralage grunt die haar bijstaat. Het metalen zwaartepunt van het album lijkt naar het einde toe te liggen, want ook in BaroccoSatani en Polphonic Rust krijgen de gitaren een fijne hoofdrol. In eerstgenoemde song vormen de piepende strijkinstrumenten, rituele zang en deathmetaldrums samen een soort horror-barok die de haren op je armen overeind zetten. In Polyphonic Rust is het dan weer de hypnotiserende samenzang die hard binnenkomt.

Afsluiter Kung Fu Chevre is verfrissend. De song wijkt af van wat in de voorgaande tracks met de zware modern klinkende gitaren toch (durf ik het te zeggen?) ietwat op een formule dreigde te gaan lijken. Balkan en techno vinden elkaar hier wonderbaarlijk goed, maar daar kan een ieder die Gogol Bordello kent zich misschien wel een voorstelling van maken. De vernuftige melodieën en hypersnelle funky baslijntjes zijn hier de sterkhouders en laten nog maar eens horen hoe intelligent Igorrr te werk gaat.

Het is onverminderd knap hoe Igorrr zoveel stijlen knap maar nooit geforceerd tot een geheel weet te brengen in een plaat die én ingenieus én pakkend is. Een kanttekening die ik zou kunnen maken is dat het album de woeste dynamiek en totale gekte ontbeert van het optreden dat ik op Fortarock 2018 zag. Maar een livesituatie en de huiskamer verschillen nu eenmaal. Het zal me dan ook niet verbazen als een aantal van de nieuwe tracks in een livesetting niet onderdoen voor de verwoesting die ik toen heb aanschouwd.

Score:

84/100

Label:

Metal Blade Records, 2020

Tracklisting:

  1. Downgrade Desert
  2. Nervous Waltz
  3. Very Noise
  4. Hollow Tree
  5. Camel Dancefloor
  6. Parpaing
  7. Musette Maximum
  8. Himalaya Massive Ritual
  9. Lost In Introspection
  10. Overweight Poesy
  11. Paranoid Bulldozer Italiano
  12. BaroccoSatani
  13. Polyphonic Rust
  14. Kunf-Fu Chèvre

Line-up:

  • Gautier Serre – Programmering, vocalen
  • Laure Le Prunenec – Vocalen
  • Laurent Lunoir – Vocalen
  • Sylvain Bouvier – Drums
  • Timba Harris – Viool
  • Mike Leon – Basgitaar
  • Matt Lebofsky – Piano
  • Mehdi Haddab – Oed
  • Fotini Kokkala – Kanun
  • Benjamin Bardiaux – Klavecimbel
  • Pierre Lacassa – Vocalen
  • Jasmine Barra – Vocalen