Sommige promoteksten zijn ronduit potsierlijk en vol onzin. Een band wordt vaak met superlatieven tot grote hoogten geprezen, met allerlei teksten over ‘de beste plaat ooit’ en ‘diepgewortelde emoties die langzaam bezit nemen van de luisteraar’ enzo. Ik neem het vaak met een korrel zout. Dat moet het Duitse Hjort ook gedacht hebben. Die hebben helemaal geen tekst bij hun promo. Niet wie zij zijn of wat hun inspiratiebronnen zijn. Gewoon: ‘hier heb je de audio, doe ermee wat je wilt, houdoe’. Dank je Hjort!
Dan doe ik het zelf maar. Als een volleerd Sherlock Holmes begaf ik me naar hun bandcamp en daar ontdekte ik dat de band geen band is, maar een eenmansproject uit Mannheim. Met Evolve IV-VIII heeft hij zijn eerste volledige plaat uitgebracht. De eerste drie waren singles en een soort van EP, die, gelijk hun woordeloze Bio de eerste vier nummers meekregen. Het is dus een act van weinig woorden. Letterlijk, want de post-metal van deze Duitser is volledig instrumentaal. Dat is prima, maar dan moet je wel met een aantal sterke composities komen met de nodige hooks en wendingen, waarbij gitaarpartijen de boel vaak bij elkaar houden en de zang overnemen. Dat lukt Hjort prima op deze plaat.
Desondanks ligt het welbekende voortkabbelmonster regelmatig op de loer. Dat komt omdat de muziek in de eerste nummers wel volgens het sjabloonboek gespeeld wordt. Maar hoe verder de plaat vordert, hoe meer Hjort zich daaraan onttrekt door een paar hele fraaie riffs te schrijven die bovendien goed opgebouwd worden. Zoals in V, waar halverwege, nadat je een beetje in slaap bent gesust door de wat voorspelbare opbouw, ineens een waanzinnige riff te horen krijgt. Op het daaropvolgende VI gebeurt dat wederom, al voel je deze wel aankomen. Maar goed, voorspelbaarheid is bij post-metal vaak schering en inslag, het gaat er vaak om welke nuances of andere elementen een band weet te integreren in het geheel om het wat interessant te houden.
En Bij Hjort is het niet alleen maar beuken en hardheid op de plaat, want deze kent wel enige verfrissende momenten, zoals op VII waar er ineens vrij melodieus gitaarwerk te horen is dat invloeden verraadt uit de symfonische hoek en waarbij meerdere partijen om elkaar heen cirkelen. Dit zorgt ervoor dat je na een aantal luisterbeurten nog steeds nieuwe dingen ontdekt. Dat verrassende kan ik minder zeggen van het drumwerk. Dat is vooral dienend en volgt gewoon de lijn van het nummer en kent vrij voorspelbare drumritmes, daarom is het wel tof om te horen dat in afsluiter VIII er voor wat meer tribale ritmes wordt gekozen, het valt op omdat het afwijkt.
De nummers zijn niet alleen verbonden met elkaar door de chronologische cijfers, maar ik krijg ook een verhalend gevoel bij de plaat, de volgorde van de nummers zit erg goed in elkaar en de opbouw daarin ook. Het voelt als een reis die je maakt en dat maakt het dat ik de afgelopen tijd best vaak heb teruggegrepen naar deze plaat, omdat bij elke luisterbeurt je meer hoort hoe de puzzelstukjes in elkaar vallen. Het heeft bovendien een goede productie, de plaat ademt een vrij warm geluid, waardoor het eerder als een warm bad aanvoelt dan een aanval op je zenuwen.

Score:
80/100
Label:
Inertial Music, 2025
Tracklisting:
- IV
- V
- VI
- VII
- VIII
Line-up:
- Johannes Lenk – Alles
Links: