Beyond God – The Great Divide

Een Nederlandse symfonische metalband die toe is aan het vierde album, maar nog nimmer ter recensie is verschenen op Zware Metalen. Geen idee hoe dit mogelijk is, maar het is toch echt zo. A Moment of Black (2016), Dying to Feel Alive (2017) en All Strings Attached (2019) kwamen allen niet terecht op onze burelen. Als ik de promo moet geloven, volledig ten onrechte, want na album nummer twee was er een Europese tour met vele positieve (album)reviews! Voor het gemak zullen we dat maar even met een korreltje zout nemen, desondanks komt deze band bij mij uit de “achtertuin” van mijn ouderlijk huis. We praten over Helmond en Maarheeze in dit geval en dan schaam ik mij toch een beetje vanwege het feit dat Beyond God tot op de dag van vandaag bij mij onbekend is gebleven. Laten we dan eens aanhoren of The Great Divide, Beyond God definitief op de kaart weet te zetten, zowel bij het metalpubliek als ook bij mij persoonlijk.

Het doel tijdens het schrijven van de nummers was om meer dynamiek, agressieve riffs en zodoende moderne metal te laten horen. Dit alles zonder diepe grunts, maar wel met het stemgeluid van Meryl Foreman. Meerdere zanglagen overlappen elkaar dan ook, om een vol geluid en een totale beleving te creëren. Wat daarbij absoluut helpt is het feit dat het stemgeluid van Meryl prettig in het gehoor ligt en voldoende weet te variëren. Dit gaat dan van hele mooie, niet al te zachte, sierlijke zang tot een wat geknepen schreeuwgrunt (Frostbite). Die laatste variant is niet al te overdadig in de mix gezet, waardoor we toch vooral de mooie zang, ook tegen het einde veel prominenter blijven horen. Het eerste nummer Cronos, is toch precies wat we van een band als Beyond God verwachten. Het is duidelijk dat de band zo kan aanhaken bij de eveneens succesvolle Nederlandse bands Epica, After Forever en ReVamp. Het derde nummer, Coronation, weet dezelfde lijn door te trekken en met een aardige gitaarsolo tegen het einde het niveau zelfs even te ontstijgen.

Een meer emotief vervolg horen we wanneer Heartbreaker met pianotoetsen zijn intrede doet, maar tot mijn verrassing slaat dit al snel om in het vlottere gebeuk van de ritmesectie. Gecombineerd met een scala aan symfonische elementen die wat meer op de achtergrond zijn gepositioneerd en zo nu en dan als het ware even naar voren komen (tegen het einde van de tweede minuut) blijkt dit in de basis een prima nummer. De moderne twist die met name de verhaallijn met teksten als “text me when you get home” oproept voelt voor mij in eerste instantie wat vreemd aan, maar ja ik realiseer me tegelijkertijd ook dat dit past bij een moderne metalband en ik zo stilletjes aan niet helemaal meer tot de doelgroep behoor (?). Met het titelnummer kan ik nog wel wat beter uit de voeten, sterker nog het stemgeluid lijkt op deze track een stuk warmer en meer bezwerend. Dit roept bij mij al snel de vergelijking op met de stijl waarmee Oceans of Slumber op The Banished Heart furore maakte. Het snellere drumwerk en de vette riffs maken het nummer compleet en één van de betere van dit album.

A Sirens Cry valt eveneens in positieve zin op, chuggy riffs worden gecombineerd met dynamisch drumwerk, waarbij het geheel zelfs even richting wat metalcore gaat. Moeiteloos weet de band dan weer een rustige passage met de prachtige stem van Meryl te integreren. En wat fijn dat het basgeluid ook over de gehele linie goed hoorbaar blijft. De koorachtige nuance tegen het einde past hier ook, maar het nummer had van mij ook nog wel wat langer doorgetrokken mogen worden. Dat zegt natuurlijk ook wel wat over de kwaliteit van de composities. Pierced is in vergelijking met de rest van het materiaal geen uitzonderlijk nummer, maar laat gewoon oerdegelijke symfonische metal horen, die we ook kennen van de eerder genoemde bands. De gitaarsolo tegen het einde in combinatie met het stemgeluid brengt mij wel even in vervoering. Dit lijkt mij live wel een feest om aan te horen!

Met The Elder Tree komen we weer terecht in kalmere wateren, waarbij er ook ruimte is gemaakt voor de basgitaar, symfonische elementen en uiteraard de vocalen. De drums vallen pas na enige tijd in, maar blijven zich ditmaal gedeisd houden. Het nummer laat zich aanhoren als een wat dramatische ballad, waarbij er hier ook slim gespeelt is met een dubbele laag aan vocalen. En dan zijn we alweer toe aan het voorlaatste nummer van deze plaat Aphantasia. De band trekt dezelfde formule door en weet ook het niveau op peil te houden. Toch betrap ik mijzelf erop dat mijn aandacht een beetje verslapt. Gelukkig is dit maar van korte duur, mede te danken aan het integreren van een rustige passage en wederom een prima gitaarsolo. Het einde is wat mij betreft dan wel weer wat aan de abrupte kant. After Love Ends heeft als afsluitend nummer niet al teveel verrassingen meer in vergelijking met de andere nummers. Desondanks kan ik de band niet betrappen op schoonheidsfoutjes of onlogische overgangen.

The Great Divide is met name een aanbevelingswaardig album voor de symfonische liefhebber, die ook kan genieten van de eerder genoemde bands. In zijn opzet is Beyond God dan ook geslaagd, want we horen de moderne twist wel degelijk. Ook op het gebied van dynamiek en agressie heeft het album voldoende te bieden, maar wel binnen het kader van symfonische toestanden. Zo nu en dan gaat de ritmesectie richting death metal, maar dit blijft relatief, omdat de wonderschone vocalen toch prominent overheersen. De hier geplaatste nummers Coronation en Frostbite zijn sterke nummers en voldoende representatief voor het album. Dat gezegd hebbende is het titelnummer voor mij het meest aansprekende.

Score:

80/100

Label:

Eigen beheer, 2023

Tracklisting:

  1. Cronos
  2. Frostbite
  3. Coronation
  4. Heartbreaker
  5. The Great Divide
  6. A Sirens Cry
  7. Pierced
  8. The Elder Tree
  9. Aphantasia
  10. After Love Ends

Line-up:

  • Ferry Guns – Drums, piano, orkestratie
  • Meryl Foreman – Vocalen
  • Dennis Winkel – Bas
  • Mariusz Krawitowski – Gitaren

Links: