Argesh – Excommunica

Een tijdje geleden kreeg ik een heel nette CD in de bus. In een mooi glanzend zwart hoesje, met een stilistisch heel geslaagde coverafbeelding. Een wit geitje loopt erop door het bos en komt daar een vierhoornige bok tegen. Daarboven prijkt het grillige logo van Argesh, gekroond met de omega, de Griekse letter die het einde symboliseert. Daarin prijkt een mystiek pentagram.

Satan is in het geval van Argesh enkel een symbool voor een revolte tegen de gevestigde morele waarden van onze maatschappij. Die dogma’s worden ons, zo schrijven de bandleden, ingefluisterd en opgelegd vanuit de misvattingen van een samenleving die vastgeroest zit in een religieuze context. “We stikken allemaal in de zuurstof die beheerst wordt door verdorven, heilige idolen.”

En dus hebben deze drie Italianen zich samen achter een project geschaard dat een kruistocht wil zijn tégen spirituele zelfvernietiging en vóór zelfontplooiing en vrije wil. “Afvallige black metal”, zoals ze het zelf noemen. Wij noemen het gewoon Argesh. Excommunica is hun allereerste aanval op de heilige huisjes van deze tijd.

Om het witte geitje het vuur aan de schenen te leggen maken de zelfverklaarde kruisvaarders gebruik van het zware geschut: epische, majestueuze, compromisloze en explosieve symfonische black metal.  Het is een genre dat groots en pakkend kan zijn indien goed uitgevoerd en creatief benaderd, maar ook heel lamlendig en inspiratieloos kan overkomen wanneer men de nadruk legt op de vorm, eerder dan de inhoud. Een valkuil waar al menig band is ingetuimeld. De vraag is dus: behoort Argesh tot dat selecte groepje symfonische blackmetalbands dat een blijvende indruk zal achterlaten in de geschiedenis van het genre? Een analyse.

Elke degelijk symfonisch blackmetalabum steekt van wal met een overtuigend orkestraal, filmisch intro. Daarin is Argesh alvast met vlag en wimpel geslaagd. Abiura (“Afzwering”) is de opmars van een demonenleger, de verrijzenis van de duivel, de onmiddellijke verwoesting van alle kerkelijke legers, de ondergang van de maatschappij en al zijn hypocrisie, de uitroeiing van alle heiligheid op aarde. Abiura vernietigt op twee minuten alle hoop voor de godvruchtige tegenstander, zaait gif en verderf over de wereld en eist alle zielen op voor de Heer der Duisternis. Wanhoop, moordlust, zelfverheffing: Abiura is een adrenalinekick die op vleugels van vuur, bloed en toorn komt aanvliegen. Wat een impact! Het gesproken woord druipt van het venijn en doet er zodoende nog een schepje bovenop. Het is een soundtrack zeg ik u. En de film is een heuse blockbuster!

Want wat volgt er normaal gezien op zo’n intro? Uiteraard: een uitbarsting van geweld die zijn gelijke niet kent. En ook hier laat Argesh geen steken vallen. Het is niet evident om na zo’n aanloop de juiste intensiteit te kunnen brengen, maar Suffocate in Oxygen (de titel werd hierboven al uitgelegd) is een nauwgezet uitgebalanceerde gifmenging die zorgvuldig balanceert tussen furie en finesse. De drums (ze klinken onmenselijk of geprogrammeerd, maar wat maakt dat ook uit) roffelen en ratelen alles kapot, de snelheidsmeter is net door het dak gegaan, HHG gilt en grunt alsof hij uit de onderwereld zelf komt en de gitaren schreeuwen er feilloos doorheen met traditionele maar passende riffs.

En we roepen met z’n allen: Dimmu Borgir! Uiteraard is dit de voor de hand liggende invloed hier, maar Argesh weet al na een halve minuut te verrassen met enkele snelle, geslaagde themawissels, waarmee ze meteen hun eigen geluid uittekenen. De cleane zangstonde is op zich niet verkeerd, maar is mijns inziens net wat te hoog uitgevallen, waardoor het eerder past bij een progressieve deathmetalband dan bij het genre dat Argesh gekozen heeft. Desalniettemin komt Suffocate in Oxygen over als een volwassen, creatief en evenwichtig nummer met een mooie geluidsmix (de drums zijn behoorlijk prominent, maar dat mag hier wel vind ik) en uitzonderlijk veel sterke ideeën. Op vier minuten hebben ze alles laten horen wat ze in hun mars hebben, zo lijkt het wel.

Niet dus, want Argesh blijft het niveau even hoog houden als het tempo. De gelaagdheid en de wisselwerking tussen gitaren en basgitaar aan het begin van Source of Miracles toont mooi de technische beheersing die de bandleden op dit album aan de dag leggen. Dit nummer heeft, in vergelijking met Suffocate in Oxygen, een minder symfonische maar meer black/death aanpak. Zeker wanneer HHG zijn hese strot opentrekt zijn er duidelijke gelijkenissen te horen met Behemoth, bijvoorbeeld. Op andere momenten neemt het melodische wat meer de overhand, wat de muziek een frissere fysiologie en modernere esthetiek geeft. Het tragere, wat reflectief aanvoelende middenstuk is iets minder opwindend, maar het brengt het nummer wel in evenwicht, zeker in contrast met het staccato beukstuk dat erna komt. Het sample-achtige gesproken woord heeft hier overigens een duidelijk sfeerversterkende meerwaarde. Alweer een technisch én gevoelsmatig sterk nummer en dus een drie op drie voor Argesh.

Het opvallend getitelde Praelatorum Pedophilia legt de vinger op de meest verachtelijke der religieuze wonden. Muzikaal ligt het in het verlengde van het vorige nummer en in die zin is het de minst interessante track op dit album. Er zit wel een goede flow in en de tremolo-riffs bevatten meer energie en melodie dan doorgaans het geval is bij dit soort bands. Er zijn ook enkele aandachtstrekkers, zoals een onverwachts logge beukpartij halverwege en een kort stukje kerkelijke zang (kwestie van de pointe nog wat duidelijker in de weerzinwekkende verf te zetten), maar voor het overige kabbelt het nummer iets te veel de minuten vol. Degelijk, maar veel minder opmerkelijk dan de titel.

Op dit punt heb je dus het gevoel dat Argesh het momentum van de eerste nummers niet kan vasthouden. Gelukkig haalt de band net op dàt moment zijn meest duistere wapen boven: het zeer toepasselijk genaamde Apocalypse 20.7-8-9. Deze calamiteit is in eerste instantie sinister en bruut (heerlijke samples ook) en vervolgens scherp en razend. Het is allemaal wat harder en minder gesofisticeerd dan Dimmu Borgir: de nadruk ligt duidelijk op de agressie. De exponent van deze wilde razernij is zonder twijfel HHG zelf, met zijn beestachtige grom en zijn overspannen snare drums. Ik ben er zeker van dat er heel wat hardliners (drummers en ex-drummers) zullen zijn die het erover zullen vinden, maar persoonlijk vind ik dat dit integraal deel uitmaakt van deze episch-symfonische black/deathstijl. Vooral in combinatie met de vingervlugge akkoordentornado’s die we hier te horen krijgen is het absoluut een meerwaarde. Argesh heeft zijn innerlijke demonen duidelijk ontketend en zelfs de “cleane” stemmen klinken hard en rauw. Even krijgen we een rustmomentje te horen wanneer het verhaal van de opstanding van Satan wordt verteld. Dit leidt een machinale, apocalyptische (tja…) stamppassage in die zowat het hoogtepunt van het nummer is. Het niveau van Suffocate in Oxygen wordt niet meer gehaald, maar zinderend is het wel.

Argesh gaat als afsluiter niet voor een orkestrale outro, maar kiest voor het stijlvolle The Elohim’s Mark, waarmee het in één keer ook bewijst dat het veel meer kan dan enkel epische riffs schrijven en stampende drumroffels voortbrengen. De esthetiek ligt hier hoger, de emotionele inhoud ook. De cleane zang overtuigt hier veel meer en dat is makkelijk te verklaren: deze zang bevat heel veel sentiment en dat past beter in een gevoelvol nummer dan in een epische kraker als Suffocate in Oxygen.

Degelijkheid troef op Excommunica, al blijf ik toch met een onvoldaan gevoel achter. Ik betrap er mezelf op dat ik uitermate kritisch ben voor deze band, want na de eerste nummers was ik best wel verbluft. Het verwachtingspatroon was torenhoog. Op dat moment verwachtte ik jaarlijstmateriaal, maar dat is het nèt niet geworden. Het album bevat geen enkel zwak nummer, maar na de voortvarende start blijft Excommunica wat steken in het slijk der bevestiging. Doorheen het album hoor je desalniettemin dat men tot heel wat instaat is, maar dit album haalt niet de perfectie van een Puritanical Euphoric Misanthropia. En daar had ik wél op gehoopt. Het blijft desondanks een zeer solide release met een duidelijk verhaal, veel technische klasse en heel wat strakke blastmomenten.

Score:

81/100

Label:

Nero Corvino, 2021

Tracklisting:

  1. Abiura
  2. Suffocate in Oxygen
  3. Source of Miracles
  4. Praelatorum Pedophilia
  5. Apocalypse 20.7-8-9
  6. The Elohim’s Mark

Line-up:

  • HHG – Gitaar, drums, stem
  • Il Rakshasa – Gitaar
  • Azghal – Basgitaar, synths

Links: