Chat Pile – Who Loves The Sun

Rond 2019 gingen vier film- en muziekenthousiastelingen uit Oklahoma samen zelf maar eens wat muziek maken. Dat had natuurlijk eenvoudig kunnen verzanden in wat aanrommelen in ongemakkelijke oefenschuurtjes, maar zie: vier jaar later speelt Chat Pile al het prestigieuze Roadburn Festival aan flarden (als te horen op Live At Roadburn 2023), om twee jaar later daar opnieuw stevig indruk te maken. En nu brengt de band met het logo dat ten onrechte de indruk wekt dat je een berg bleke black om je oren zult krijgen al album nummer drie, en zelfs vier als je de samenwerking met Hayden Pedigo uit 2025 (In The Earth Again) meerekent.

In die zes jaar heeft de band een behoorlijke populariteit vergaard, zoals ook te zien is in onze ZM Jaarlijst 2024. Die populariteit en de intense beleving van fans bij optredens doet denken dat de muziek van de band mensen op een bijzondere manier raakt; dat die een (emotionele?) leegte vult. Maar hoe dat gebeurt is – nog los van de discussie of de band “wel metal” is – niet eenvoudig te vatten. We doen een poging.

We horen hoekige, schurende rock als een uitgeklede, blekere Bleach van Nirvana, waarin het vooral in de aankomende herfst heerlijk (ver)dwalen is, niet in het minst door de expressieve vocalen van Ray B (die zich ook wel Raygun Busch laat noemen). De man heeft op de keper beschouwd niet eens zo’n heel goede zangstem (u weet wel, naar Chris Cornell-begrippen), maar hij gebruikt zijn mogelijkheden zeer overtuigend. Hij klinkt als een getormenteerde ziel die het ene moment in het zwarte niets van de apathie van een diepe burn-out niet eens meer naar kleine lichtpuntjes zoekt, om vervolgens na de wanhopig herhaalde vraag wat in hemelsnaam te doen de meest zielverscheurende krijs uit te stoten.

Het is die murmelende lethargie die een metalfan wat tegen de borst kan stuiten, bijvoorbeeld als Ray in Same Rules prevelt “Carve my name above where I rest”. Waarom neem je in hemelsnaam een plaat op als je zanger niet eens de moeite neemt om zijn mond open te doen? Daarmee mis je echter dat kunst het leven imiteert/vastlegt. In de diepe leegten van depressie en uitzichtloosheid kost zelfs praten soms meer dan er in je te vinden is. Daarmee voegt de keuze enkel apathie toe aan de emotionele zeggingskracht van de plaat. En zo kruipt het veelvuldig herhaalde “No world on the outside” steeds verder naar binnen, sijpelend door kleine sneetjes gemaakt door wankele gitaarlijnen. In de slotzin schiet de zanger eenmalig uit zijn slof: “It was a different place, but I still saw you” huilt hij. Om heel stil van te worden, juist omdat de emoties in de aanloop zo ingehouden werden.

Verwar het soms hoekige, organische geluid overigens vooral niet met slordigheid of gebrek aan interesse, want voor een groep die is vernoemd naar bergen mijnafval denkt men verdomd goed na over wat waar precies moet gebeuren. De soms spaarzame instrumentatie wordt uiterst bekeken ingezet. De eenzame drums in het begin van Creature donderen met een onverwacht golvende diepte – die een voorbode blijkt van de tekst van de song – onder een nu eens wel kaal knotterende bas, terwijl iele shoegazy gitaarlijnen af en toe hoog overvliegen. Toch is de track in de basis vooral een samenwerking van drums en bas waarover onze Raygun zijn verslagen smeekbedes prevelt, totdat de woede die hij tot diep in zijn beenmerg draagt aan de oppervlakte komt. Je zou er toch ook gek van worden: “Every city underwater!!!”. De boodschap werd al onomwonden aangekondigd in het promovel: “Who Loves The Sun now peels back the skin on how a collective indifference for a decaying world defines this new century”. 

Het mogelijk wat kinderachtig getitelde PEN IS MALL zit ook al zo goed in elkaar. Industriële drums, bassen en ziedende vocalen stuiteren over elkaar heen in een woedend slopend betoog over vrijheid en de strijd die je daar soms voor moet leveren (tenminste, zo begrijp ik het toch): “Simon says get back to work!”. En in dat geweld begint de boel ineens (een soort van) te swingen doordat de drummer ingenieus wat ijzerwerk inzet. Het blijkt een vals voorteken, want de breakdown die volgt is zo zwaar en dicht dat er geen enkel straaltje licht meer kan ontsnappen (of zelfs nooit geweest lijkt te zijn).

In Shrine voegt het aarzelende van Same Rules zich bij de woede van PEN IS MALL. De gitaarlijnen kriebelen aan de oppervlakte, maar het is altijd duidelijk dat er meer is. Of juist niet, en is het juist dat dat tot de korte ratelend gedrumde woedeaanvallen leidt? “Physical space and nothing above us”. Mensen hebben soms toch iets meer nodig. Intruder kent vrouwelijke gastzang en een (vermoedelijk opzettelijk) irritant gitaartje, maar verder weer die dynamiek tussen twijfel, wanhoop en woede. De Jonathan Davis-huilbui naar het einde toe leidt een sterke passage van schurend, bijna djenty gitaarwerk in dat het niveau van de verder niet zo opvallende track behoorlijk omhoogtrekt.

Christabel ’26 stapt heerlijk uit het stramien met een bijna gothic aanpak en heel sterke, meervoudig gedubbelde zanglijnen. Die worden heel vaak herhaald zodat bijna sprake is van een meezinger. Wel een gitzwarte trouwens, maar het is wel net dat haakje dat maakt dat je de plaat vaker oplegt, waarmee ook de rest van de songs steeds beter op hun plek vallen. Family Funeral heeft voor mij in zijn schaarste wat Fudge Tunnel-vibes en is één van de sterkste tracks van de plaat. Het gitaarwerk pakt daar voor een deel in mee, zowel in de lichtere lijnen als de zwaardere riffs. Het zijn echter weer de hartekreten van Ray (“You will never hold them again”) die groots en lawaaierig klinkende muziek tot iets heel kleins maken, tot een heel kleine kern waarin de essentie van het menselijk bestaan en lijden samenkomt in één zin.

Metal of niet? Het zal me boeien. Who Loves The Sun raakt op momenten minstens zo hard en is door zijn donkere dynamieken minstens zo urgent. Mij is inmiddels wel duidelijk waarom dit Chat Pile mensen soms zo hard raakt. Het is tenslotte October All The Time!

Score:

85/100

Label:

The Flenser, 2026

Tracklisting:

  1. Creature
  2. Deep Blue
  3. Same Rules
  4. PEN I S MALL
  5. Shrine
  6. Intruder
  7. Christabel ‘26
  8. Influence
  9. Family Funeral
  10. October All the Time

Line-up:

  • Ray B. – Vocalen
  • L. Manhole – Gitaar
  • Stin – Basgitaar
  • Cap‘n Ron – Drums

Links: