Dat het lef vereist om in juni een zwaar festival te organiseren, is nogal een understatement. Later in de maand komen op drie steenworpen van de South Of Heaven festivallocatie (moet je wel heel ver kunnen gooien) meer dan honderd metalen acts voorbij op Graspop Metal Meeting en veel daarvan plannen rond dat festival nog wat cluboptredens bij jou in de buurt. Genoeg mogelijkheden dus als metalfan om je zwaar verdiende centen uit te geven, en dat kan maar één keer. Waar de zaterdag van South Of Heaven desondanks gemakkelijk uitverkocht is de zondag een stuk rustiger. Het ligt natuurlijk ook wel een beetje in de lijn der verwachting dat hoofdact Black Label Society wat minder publiek trekt dan de afscheidstoer van MegaDave Mustaine. Het geeft wat meer ruimte op de knusse festivalweide en dat is wel zo relaxed. Voeg bij die gemoedelijke sfeer dat de kwaliteit van de optredens uiteenloopt van hoog tot belachelijk hoog en je hebt weer een heel geslaagde festivaldag te pakken, waarbij het zelfs de vraag is of de veel gemaakte keuze voor (alleen) de zaterdag wel de juiste is. De optredens van Death To All en Cavalera Conspiracy zijn namelijk van de buitencategorie en verder komt er ook meer dan voldoende vermakelijks voorbij. Nu ja, zelf weten natuurlijk. Redacteuren Michiel Hoogkamer en Barry Hodiamont schrijven jullie bij en Wilco Lamers zorgt voor de prachtige plaatjes.
Lees ook ons verslag van de zaterdag

Wanneer ik aankom bij de parkeerplaats bij het festivalterrein staat die vreemd genoeg veel voller dan de dag ervoor. Zou er dan toch een nog een “last minute run” op kaartjes geweest zijn? Nou, van een run lijkt wel sprake maar aan de sportkleding en startnummers te zien gaan we de mensen die uit de auto’s stappen niet op de festivalweide zien (hoewel het natuurlijk best geinig zou zijn om de deelnemers aan de circle pit een rugnummer te geven). Hoe dan ook, eerst maar eens naar het toilet.
Rectal Smegma, Main Stage (12:00 – 12:30, Michiel)
Heb ik dat?! Loop ik de keurig schone toiletten uit, beland ik midden in de smerige dixie die Rectal Smegma heet! De band met de prachtige naam heeft een prachtig foute (en grote) banner van de hoes van de laatste plaat achter zich gehangen inclusief blarende monsters, een bok met dolken in plaats van tanden en een “pinky flower district”. Dat lijkt jolig (en dat is het ook), maar stiekem staat er ook wel een serieus mooi drumstelletje te shinen. Drie kwartier is natuurlijk lang zat om in zo’n hokje te zitten zweten en dus houdt de band het vandaag vrij kort. Zo kort dat we eerst nog even langs Joe Cocker en zelfs Cock Robin moeten. Kiezen die gasten de uitvoerenden van de liedjes voor hun show ook met opzet?
Om 12 uur dan toch zover! Gitarist Stijn komt op in een fel oranje outfit en draagt een fluoriserende hoofdband en kekke zonnebril. Zanger Yannic houdt het dan weer bij een hardcore gabberoutfitje. We zijn modderfokkers en dat laten de aanwezigen zich geen twee keer zeggen, want al bij de eerste track ontstaat een (weliswaar nog kleine) circle pit. De gebrulde “ughs” over de loodzware breakdown zijn geniaal in hun eenvoud. Hoe kolderiek de band zichzelf soms ook neerzet in beeld en teksten, de gebrachte core is snel en brutaal ineen en daarmee eigenlijk behoorlijk serieus. Neem nu die voortdurend brommende bas die samen met de stevig door(kata)kloppende drummer een stevige en veilige fundering legt, voor de vocale fratsen van Yannic en rappe vingerverplaatsingen van Stijn. We zijn in ieder geval niet voor niets zo vroeg ons bed uit gekomen. Het volgende nummer (vraag me niet naar titels, daarvoor ben ik niet genoeg thuis in het walmende oeuvre van de band) is zowaar verdomd dansbaar. Het nodigt Yannic uit tot een “Don Kaaklijn-dansje”, terwijl drummer Walter het allemaal strak trekt als een plastisch chirurg.


Yannic wil weten of we het hele optreden zo blijven staan of dat er nog wat gaat gebeuren? Dat laatste dus, want het publiek gaat in de weer met een groene opblaaskrokodil en een babypop. Van die laatste is overigens al snel alleen het hoofd over waarmee stevig gevolleybald wordt. Ik denk te verstaan dat Slayer But Gayer langskomt en de mondhoeken gaan in een stevige grimas bij zoveel geweld. Kort nummer na kort nummer blaast het aangekoekte oorsmeer uit de oren. Fijn want dan horen we ook een behoorlijk goed S.O.D.-riffje voorbij komen. Sowieso mooi dat de organisatie van het festival bands van eigen bodem een groot podium biedt en nog mooier dat de band dat cadeau dan zo uitpakt. Over de organisatie gesproken, de organisator van het festival heeft zelf twaalf jaar in Rectal Smegma gezeten en komt het podium op om een nummer mee te spelen dat hij zelf geschreven heeft: het charmant getitelde Cream Bukakke. Daarin valt op dat het oudere werk ietwat speelser klinkt. De band heeft trouwens nog iets in petto. Er gaat een bal het publiek in en degene die aan het eind van het nummer de bal vasthoudt mag gratis een shirtje uitzoeken. Wat volgt is een complete rugbywedstrijd inclusief tackles en een verlenging. Leipe show! Over een maand weer te beleven op het Stonehenge-festival in Steenwijk.



Flotsam and Jetsam, Main Stage (11:30 – 12:15, Michiel)
Wanneer ik even langs het schuurtje met merchandise loop, hoor ik dat Flotsam and Jetsam vandaag de laatste show van de tour speelt en dat er daarom niet veel shirts meer over zijn. Leuk voor de band, jammer voor ons, want het zijn natuurlijk niet de mooiste shirts die er nog in meerdere maten zijn.
Na het baldadige rouwdouwen van Rectal Smegma is “Flots” overigens wel even een overgang. Het verschil in vocalen, melodie en lengte en opbouw van de songs is immens. We hebben hier immers vandoen met een band uit de tweede lichting thrashbands die kort volgde op het eerste kruipen van bands als Exodus en Metallica, en dan ook nog eens met een ijzersterke zanger die zijn hand er niet voor omdraait om ijle hoogten op te zoeken. Precies op tijd trapt de band rond oerleden Eric A.K. (vocalen) en Michael Gilbert (gitaar) af. Wanneer Eric na een lang, maar strak instrumentaal intro verbeten de eerste zanglijn van het aloude Hammerhead inzet, heeft hij een grote glimlach op zijn gezicht. En terecht, want waar hij in het verdere verleden (ik denk zo rond 2004 ten tijde van Live in Phoenix) soms niet zo goed bij stem leek, zorgt hij met die fijne snik in zijn stem vandaag direct voor kippenvel. In de goede zin van het woord welteverstaan, want hij raakt ze allemaal. Ook als frontman is hij gegroeid sinds ik de band vele jaren geleden voor het laatst zag. Hij maakt contact met iedereen, knalt zijn vuisten in de lucht en rent van hot naar her (waardoor hij soms wat buiten adem raakt). De solo’s van Gilbert zijn overigens net zo sterk en vloeien warm, vloeiend en precies uit de gitaarhals. Mogelijk dat de beste man door de jaren heen toch wat over het hoofd gezien is. Dreams Of Death van tweede album No Place For Disgrace (1988) dondert me ineens terug mijn jeugd in. De drumfills van Ken Mary in het (opnieuw) lange instrumentale middenstuk zijn volledig ‘on point’ maar dat mag niet verbazen met zijn palmares. Had ik al gezegd dat we inmiddels met nog geen twee songs al vijftien minuten onderweg zijn?





De zorgvuldige opbouw van de songs maken echter dat het geen moment verveelt en dan is daar dan toch die pit. Vervolgens grapt Eric dat de groep een cover zal spelen van een band die hij zeer hoog heeft zitten: Iron Maiden. Dat is niet helemaal waar want de song die volgt, heet weliswaar Iron Maiden en is geschreven in de stijl van die band, maar is niet van die band. Het is een alleraardigst nummer, maar haalt voor mij toch niet het niveau van de songs op de klassieke eerste twee platen… Zoals She Took An Axe! Het veld is inmiddels aardig gevuld zodat er voldoende aandacht is voor de mooie gitaartoon Gilbert heeft (en de uiterst hoge gilletjes die de song kenmerken). Nieuwer nummer (2021) Brace For Impact sluit daar toch vrij naadloos bij aan en als in de rustiger passage de vuisten in het publiek zonder enige aanmoediging de lucht ingaan schiet Eric in de lach. Die verbergt hij in een gladiatorenhelm voor het oudste nummer dat de band heeft: I Live You Die (dat toch pas op het tweede album een plek vond). Het is gelijk ook een van de beste songs in het oeuvre waarbij het publiek vol de “die!” brult na het “I live, you…” Afgesloten wordt met het latere maar wat eenvoudige Demolition Man en oerkraker Desecrator en dan zitten de vijfenveertig minuten er alweer op. Ze zijn voorbij gevlogen. 28 augustus komt nieuwe plaat Rats In The Temple uit. Dat is een mooie reden om nog eens langs te komen, meer in het bijzonder op Eindhoven Metal Meeting. Benieuwd of ze dan wel de magistrale titeltrack van het tweede album spelen. Hoe dan ook: Flots til death!





Death To All, Main Stage (14:30 – 15:30, Michiel)
Waar Flotsam and Jetsam richting huis gaat, is Death To All de ‘Symbolic Healing over Europe-tour’ net gestart. De naam van band en tour zeggen het al: de muziek van Death – de band van de zo gemiste Chuck Schuldiner – wordt gebracht. Door wie dan? Nou, houd je vast! Op drums hebben we ‘atomic clock’ Gene Hoglan (Dark Angel, ex-Death). Op alle mogelijke vormen van bas is daar Steve DiGiorgio (Testament, ex-Death, ex-Sadus en vele andere) en de zes snaren worden beroerd door ex-Death-gitarist Bobbie Koelble. Dat drietal wordt aangevuld door zanger/gitarist Max Phelps. Alleen al gelet op het curriculum vitae van de heren zou dit helemaal goed moeten komen, maar zelfs met die verwachtingen zal wat volgt volledig van de sokken blazen.




Het is alweer (bijna) 25 jaar geleden dat Chuck overleed en dat hij gemist wordt is wel duidelijk, want het veld staat inmiddels behoorlijk vol. Er zijn daarbij ook veel jonge koppies met daaronder een Death-shirt. Het is duidelijk dat zij Chuck en zijn band zelf nooit live hebben gezien en dan is dit toch wel het dichtst bij dat ze kunnen komen. Voor aanvang van de set duwen de muzikanten hun vuisten tegen elkaar en kijken en tel naar boven. Wanneer de riff van Living Monstrosity daarna inzet staan de armhaartjes direct recht overeind, want wat is het gaaf om die eens live te horen in de moderne geluidskwaliteit. Er zit zoveel ‘laag’ in die eerste gitaaraanslagen! DiGiorgio pakt voor de gelegenheid nog maar eens uit met zijn driesnarige fretloze bas en wat hij daarmee doet grenst aan het onaanraakbare. Het zou een reden kunnen zijn om een uur lang met open mond naar hem te kijken en luisteren, maar daarvoor zijn de songs simpelweg te goed en te meeslepend. Getrouw en retestrak worden die gebracht en het gemak waarmee Hoglan zijn toch niet eenvoudige accenten legt, is ijskoud verbluffend.
De ook al iconische riff van het aloude Zombi Ritual is weer voer voor opstandige arm- en nekhaartjes. Oh, en Koelble draait onder het spelen aan het stemmechaniek van een van de snaren van Phelps om die net wat zuiverder te krijgen. Ja, over dit niveau muzikanten hebben we het. Voor het al veel complexere basintro van Lack Of Comprehension pakt DiGiorgio er maar eens een paar snaren bij om het vlekkeloos uit te voeren. We zijn drie nummers onderweg en er zijn al evenveel verschillende albums langs gekomen. En dat houdt niet op want de band vervolgt met The Philosopher van Individual Thought Patterns. Op plaat heeft die track in mijn oren een vrij lichte productie, maar vandaag komt hij als dikke modder uit de boxen. De attack van de gitaren is machtig en hoor die bas eens klappen! Dan weer even terug naar Spiritual Healing voor de titeltrack. Hoewel de dictie van Phelps niet helemaal die van Chuck is (hoeft ook niet, het is geen tv-programma) gaat zijn gegilde “Practice what you preach” door merg en been, waarna de beide gitaristen vol de Eddie van Halen-kaart trekken.




DiGiorgio spreekt vervolgens het publiek kort toe en zegt dat hij misschien nooit meer tranen heeft gezien bij een show en dat de band het daar voor doet… en voor hun vriend Chuck, die ze missen. En zo vindt de ‘healing’ op diverse fronten plaats. Door naar het album Symbolic met de titeltrack. Ik hoorde een bekende metal-YouTuber laatst zeggen dat Death overrated is (en pas populair is geworden na de dood van Chuck). Luister dan eens naar de geniale openingsriff van deze song man! Het refrein van Zero Tolerance wordt na eens goed inademen massaal meegezongen, waarna Phelps de solo van Schuldiner natuurgetrouw leven inademt. Crystal Mountain zou de plek zijn waar het kwaad zijn vorm vindt, maar ik hoor alleen maar mooie dingen zoals het moment dat Koelble even mag laten horen wat hij kan. Bij de eerste noten van Spirit Crusher van de laatste plaat die de band maakte, rennen de mensen naar voren om vooral niets te missen van de pit en de muziek. In één moeite gaat Death To All door naar het veel oudere Pull The Plug met dat ijzersterke drumstuk in het midden (misschien wel de eerste keer dat een drumpatroon een zo grote rol kreeg in de death metal?). Er trekt een siddering door het publiek, want waarom trekken we de stekker er eigenlijk niet gewoon uit? Zo overtuigend is deze show. Voor mij nu al het niet te overtreffen hoogtepunt van de dag. Wat een belachelijk goed concert! Deze komt even binnen zeg…


A Knight Under Maria’s Altar, Fons Stage (15:30 – 16:15, Barry)
Tussen alle grote namen op South of Heaven blijkt de Fons Stage de meest interessante plek op het festival. Op het kleine podium in de tent komen zondag drie totaal verschillende gezichten van de Nederlandse/Limburgse underground samen.
A Knight Under Maria’s Altar, beter bekend als A.K.U.M.A., maakt van de tent direct een speelplaats voor een nieuwe generatie festivalbezoekers. Terwijl buiten vooral de gevestigde orde acte de présence geeft, domineren hier two-steppers, crowd surfers en opvallend veel jonge gezichten de ruimte voor het podium. Zelfs een van de jongste bezoekers van het festival laat zich zonder aarzeling richting het podium dragen.







Het collectief weet die energie moeiteloos vast te houden. Met twee frontmannen die elkaar voortdurend aanvullen, blijft de dynamiek hoog. Recente single The Withering behoort tot de hoogtepunten van de set en laat horen dat de band meer in huis heeft dan alleen breakdowns en agressie. Tijdens Violence With Consent verschijnen opnieuw de inmiddels bekende zwaarden. Wat gemakkelijk een gimmick had kunnen zijn, groeit uit tot een speels alternatief voor de klassieke pitdynamiek. Minder bier, meer mosh. De combinatie van metalcore, deathcore en een sterke nadruk op gemeenschap blijkt opnieuw een effectieve formule.
Septicflesh, Main Stage (16:15 – 17:15, Michiel)
Van een van de grondleggers van de death metal gaat het hoofdpodium naar een van de leidende namen in de symfonische death. De heren van Septicflesh hebben gelukkig een Grieks weerbeeld meegenomen… en een mooie banner met de van de band zo vertrouwde lugubere kunst. De zwarte mis wordt geopend met zware koorzang, waarna korte, moderne riffs overnemen en Spiros – die door wat vrouwen in het publiek hartstochtelijk wordt aangeroepen – zijn teksten imponerend in de microfoon brult. Sowieso is zijn lage maar verstaanbare grunt een sterk punt van dit gezelschap, net als de geschiedkundig-mystieke thema’s waarmee de heren hun songs larderen. Wanneer de band vol voor epiek, lange gitaarlijnen en het vertellen van verhalen kiest, zoals op het prijsalbum Communion, is de band voor mij op zijn sterkst. Ook de slepende riff in Neuromancer van Modern Primitive (2022) past in dat mooie straatje.





In de songs die gebouwd zijn op kortere, bijna djenty/nu-metal-achtige riffs, dwalen de gedachten soms echter wat af in de gezellige zondagmiddagsfeer die op het terrein heerst. U weet wel: lekker met een biertje in de hand een bandje kijken. In Hierophant valt het strakke drumwerk in de versnelling op en de dreigende sirenenzang in Coming Storm (opnieuw van de laatste plaat) doet in combinatie met de gemakkelijk komende berenbrul van Spiros toch even omhoog kijken of er misschien niet echt een windhoos aankomt. Oude track Virtues Of The Beast versterkt het eerder geschetste beeld, want hier slepen de donker vloeiende gitaren het veld mee de gotische donkerte in en zo vallen we toch weer even voor de Hellenistische betovering van Spiros en zijn mannen. Tegen het eind komt dan toch het verslavende Anubis van Communion voorbij. Het is niet voor niets de meest gestreamde track van de band, want de lead is mooi, de vocalen vol duisternis en mysterie en de melodieën groots. Dit is Septicflesh op zijn best en de kroon op een optreden dat goed is, maar misschien niet over de volle speeltijd meevoert naar de de tijden dat de goden nog met dierenhoofden onder ons liepen.





Trenchwar, Fons Stage (17:15 – 18:00, Barry)
Waar A Knight Under Maria’s Altar vooruitkijkt, staat Trenchwar met beide voeten stevig in de Limburgse klei. De hardcoreformatie uit Heerlen en omstreken speelt een thuiswedstrijd en dat is vanaf de eerste minuut merkbaar. Frontman Ché Snelting begroet Maastricht met een enthousiast “Hallo Heerlen!”, een knipoog naar Pharrell Williams die ooit op Pinkpop zijn inmiddels legendarische “Hello Amsterdam!” door Landgraaf liet galmen.





De grap zet direct de toon voor een optreden waarin de afstand tussen podium en publiek praktisch verdwijnt. Bekenden worden begroet, bevriende bands krijgen een shout-out en ook de organisatie wordt niet vergeten. Muzikaal kiest Trenchwar voor een beproefde combinatie van logge hardcoreriffs en voldoende groove om de pit in beweging te houden. Vernieuwend is het zelden, effectief des te meer. Nummers als Martelaar, Autogeddon en Het Stof Daalt worden met zichtbaar enthousiasme ontvangen. Het optreden voelt daardoor minder als een festivalset en meer als een bijeenkomst van een gemeenschap die elkaar al jaren tegenkomt in oefenruimtes, zalen en festivalweides. South of Heaven op zijn Limburgst.



Corrosion of Conformity, Main Stage (18:00 – 19:00, Michiel)
Geen idee waarom frontman Pepper Keenan zo pissig is. Aan het nieuwe album kan dat niet liggen, want met Good God / Baad Man heeft Corrosion of Conformity toch een zeer vermakelijke, zij het soms wat onsamenhangend album gemaakt. Wanneer hij het podium opkomt, spat de woede echter uit zijn ogen. Gitarist Woody Weatherman lijkt meer reden te hebben om woedend te zijn, want die heeft een grote pleister net boven zijn oog, maar die wandelt dan juist weer heel vrolijk over het podium. Het optreden zelf zal vooral de kant van Keenan opgaan, want Corrosion of Conformity klinkt vandaag boos, heel boos… en urgent.




Bobby opent vol fuzz met een bassolo (!?) en Pepper eist te weten of we “fuckin’ ready” zijn. Maakt niet uit want hoe dan ook krijgen we in de vorm van My Grain een aantal sonische klappen op onze moffel! Get up! Het nummer wordt aangepakt met de agressie van een punkformatie en daar zal de drummer die in een Black Flag-shirt gekleed is en stevig doortimmert ook wel voor iets tussen zitten. “Talk to me!” vordert Keenan. Bij vlagen zakken we echter ook af naar de meer relaxte sfeer van het zuiden, bijvoorbeeld in het heerlijk zwoele Who’s Got The Fire met het soulvolle refrein dat zich aan het eind zo lekker laat meezingen. De wat lichtere geluiden zetten een aantal onverlaten in de pit zelfs aan tot stijldansen. Dat stijldansen is wel afgelopen bij de opgevoerde woestijngeluiden van Gimme Some Moore, de felle rocker die voor de laatste plaat werd uitgeschoven: “Yeah, yeah, yeah!”. Het is duidelijk: de geruchten dat met de terugkeer van Pepper de punksfeer uit de band zou verdwijnen, zijn schromelijk overdreven. Hij lijkt het vuur juist aan te wakkeren.




En zo schakelt Corrosion of Conformity het gehele optreden gemakkelijk van punk, naar groove en zelfs momenten van soul. Andere hoogtepunten zijn de Southern jam met de naam Lose Yourself waarin Woody lekker onder de zanglijnen door soleert en natuurlijk de song die elke vier jaar weer relevant wordt (dixit Pepper Keenan) Vote With A Bullet, die log en lomp wordt gebracht, zoals dat hoort. Afgesloten wordt met de dubbelklapper Albatross/Clean My Wounds die deze zonnige zondagmiddag nog beter op hun plek vallen dan anders. En zo doe je dat!
The Fifth Alliance, Fons Stage (19:00 – 19:45, Barry)
Met The Fifth Alliance krijgt de middag vervolgens een compleet ander gezicht. De Bredase doom/post-blackmetalband vormt niet alleen muzikaal een contrast met de voorgaande acts, maar brengt ook iets wat op veel podia binnen het zware genre nog altijd schaars blijft: een vrouwelijke frontpersoon. Met Natalya Thelen beschikt de band over een stem die moeiteloos schakelt tussen kwetsbaarheid en dreiging.


De vriendelijke bril van Fons, naamgever van het podium, vormt een schril contrast met wat zich muzikaal ontvouwt. Massieve doomriffs, atmosferische post-metal en ijzige blackmetaltexturen vullen de tent. Het is muziek die eerder lijkt gemaakt voor de nacht dan voor een zonnige festivalmiddag. Op papier een mismatch, in de praktijk werkt het verrassend goed. The Fifth Alliance bouwt spanning op waar andere bands die direct ontladen. De theatrale uitstraling, zorgvuldig opgebouwde spanningsbogen en de intensiteit van Thelens voordracht trekken het publiek langzaam maar zeker mee. Invloeden van Amenra en Brutus zijn nooit ver weg, zonder dat de band zijn eigen identiteit verliest. Met nieuw album Stenahoria op zak laat The Fifth Alliance bovendien horen dat de ontwikkeling nog lang niet stilstaat.





Zo blijkt de Fons Stage op zondag veel meer dan een klein podium in een tent. Hier komen verschillende generaties, stijlen en ideeën samen. Van jeugdige death/metalcorechaos via Limburgse hardcoreverbondenheid tot verstikkende post-blackatmosferen. Juist daardoor vormt de Fons Stage misschien wel het meest complete beeld van waar de Nederlandse underground vandaag staat.
Cavalera Conspiracy, Main Stage (19:45 – 20:45, Michiel)
Waar de vorige twee bands op het hoofdpodium het met wat minder publiek moesten doen (mensen moesten crowd surfers soms zelf helemaal naar voren lopen omdat ze anders op de grond zouden pleuren) is dat bij Cavalera Conspiracy geheel anders. Gisteren zagen we al dat de muziek van Sepultura uiterst populair is en dat is precies wat de fans gaan krijgen, in de vorm van een Chaos A.D.-set nog wel. Misschien op voorhand niet mijn favoriete album van Sepultura – die vaandel gaat naar Beneath The Remains of Arise – maar benieuwd ben ik wel. Ook al omdat ik in het verleden nog wel eens een halfslachtig showtje van Max (met Soulfly) heb gezien. Nu, niets daarvan vandaag. De beste man staat gemotiveerd en vol enthousiasme op het podium om samen met zijn broer Iggor, met zijn zoon Igor en Travis Stone het album uit 1993 een nieuw live-leven te geven. Dat gebeurt overigens niet in de volgorde van de plaat, want na opener Refuse / Resist wordt hit Territory nog even achter de hand gehouden. Kwestie van goede opbouw van een live-set.



Strak op tijd begint de samenzwering aan haar vernietigende werk. Refuse / Resist klapt er gelijk hard in en de eerste tonen alleen al zijn genoeg voor de grootste pit van de dag. Max ziet er fit uit, maar klinkt wel wat hees. Dat hoeft voor de uitvoering van deze songs geen probleem te zijn natuurlijk. En hij mag dan geen meestergitarist zijn (hij heeft inmiddels wel zes snaren) maar hij voegt toch maar mooi een laag toe zodat het geluid ook bij de solo’s van Travis lekker vol blijft. Al bij Slave New World zijn alle mogelijke bedenkingen verdwenen en gaan de hoofden woest op en neer, ook bij de meest kritische onder de aanwezigen. Het geluid zit inmiddels ook goed met lekker veel laag (de bassen dringen diep door tot in de buik) en de hese stem van Max blijkt juist een passende hardcorevibe toe te voegen aan Amen. Het is duidelijk Cavalera Conspiracy geeft het publiek (wel) wat het wil.
Met Propaganda bijvoorbeeld waarin Iggor even op een paar lekkere, tribale drumpatronen trakteert en zo’n zware break voorbij komt die de muziek van (de oude) Sepultura zo speciaal maakte, knotterende bas incluis (ik doe het gewoon). Goed ook om te zien dat de broers die elkaar in het verleden een lange periode niet hebben gezien, nu zoveel lol hebben met elkaar. Dat biedt hoop. Travis soleert zich lekker door het anthem We Who Are Not As Others en we kunnen onze zwaar metalen plek in de wereld nog eens bevestigen door de titel hard mee te schreeuwen op de magistrale groove van Igor (ja, die met één g). Wel een beetje rustig aan doen heren, want anders komt die pop van de hoes van Chaos A.D. die driedimensionaal boven het podium hangt te bungelen nog naar beneden klappen!


Kaiowas geeft wat rust, maar Max deelt mee dat hij nog steeds Max Possessed is en inderdaad, vandaag gaat hij als een jonge hond tekeer. Ditmaal in Biotech Is Godzilla dat de circle pit nog maar eens aanzet. Die energie slaat weer over naar het podium waar Igor de hals van zijn bas op de versterker ramt en vervolgens vol adrenaline wegspurt. En dan moet Territory nog komen. Ik vermoed dat het de eerste (licht) gegrunte song was die overdag op de Nederlandse popzender werd gedraaid. Die DJ heeft het niet lang vol gehouden kan ik u meedelen. Het geschreeuwde “Chaoosssss!” is vandaag eerder een vaststelling dan een aanmoediging want de hele weide gaat toch al uit zijn dak. Als verdere toegiften volgen nog Symptom Of The Universe opgedragen aan “de beste band aller tijden en de beste zanger aller tijden” en de meer industriële/tribale versie van Refuse / Resist. En wanneer in die laatste song de riff valt onder het spervuur van Iggor blijkt dat de pit toch nog groter kan. Er moet nog even een wall of death komen en die zal het festivalrecord ook wel stevig in handen hebben. En dan is het ineens klaar. Het zal voor velen het concert van het festival geweest zijn en dat had ik even niet zien aankomen.





Black Label Society, Main Stage (21:30 – 23:00, Michiel)
Bij afsluiter Black Label Society lijkt het veld al wat leger dan bij de gebroeders Cavalera. Het lijkt bezieler/gitaarbeul Zakk Wylde alvast niet te deren want die staat bij het intro (een mash up van Led Zeppelin en Black Sabbath) al wat foto’s van het publiek te schieten. Over schieten gesproken onze Zakk laat er geen gras over groeien en schiet uit de startblokken. Staand op een verhoging en gekleed in een kilt (mogelijk geen optimale combinatie) legt hij zijn stoempende hardrock neer bij het publiek. De bas is nog wat zoek in het geluid als de beide gitaristen elkaar opzoeken om gelijk maar eens een duel uit te vechten, waarbij de gekende pinch harmonics je al om de oren vliegen. De gitaar in Name In Blood van de wel erg lekkere laatste plaat heeft die smerig scheurende kwaliteit als de eerste keer dat Zakk aanzet in No More Tears en dat is een mooie graadmeter. De snerpende zang van Wylde is – zo hoor ik om me heen – wel een kwestie van liefhebben of haten, maar de samenzang in het refrein zit alvast goed.



Bij Heart Of Darkness van Catacombs Of The Black Vatican loop ik even wat naar achter om te horen dat het geluid daar mogelijk wat beter is dan vooraan. Er zijn in ieder geval meer nuances te horen, maar mogelijk dat ome Zakk daar live niet zo van is. En dan schakelt hij ineens naar het tweede deel van No More Tears. De band pakt de track op na de toetsenpartij zodat Wylde die fraaie solo nog eens uit zijn gitaar kan knijpen om de man die hij “Boss” noemde eer te bewijzen. Daarna komt die eerder genoemde monsterlijke riff toch nog voorbij en met dit stukje metalgeschiedenis verlaat ik het festival. Verplichtingen de volgende dag staan een langer genieten niet toe, hoewel ik onderweg met het raam open nog wel wat meekrijg van het tranentrekkend mooie In This River dat Zakk schreef voor zijn vriend Dime. En ik vermoed dat ik nog veel moois, zoals Ozzy’s Song en een paar klappers van het licht geniale Mafia ga missen.



Het zijn (voor mij) de laatste tonen van South Of Heaven 2026. Ze zijn mooi, net zoals het festival zelf. De locatie is fraai, de mensen gezellig, de organisatie behulpzaam, de line-up lekker gevarieerd en de bands gaven bovengemiddeld goede shows met een paar fantastische uitschieters. Meer moet dat niet zijn. Op naar South Of Heaven 2027!





Datum en locatie
7 juni 2026, South Of Heaven festival, Maastricht
Foto's:
Wilco Lamers – Instagram
Links:


