Oude geschiedenis en hedendaagse woede: een interview met Chris van Winterfylleth

De nieuwste worp van het Engelse Winterfylleth, The Unyielding Season,  verscheen 27 maart en op die plaat borduurt de band voort op het door hemzelf gecreëerde geluid: atmosferische black metal met folkinvloeden, ook wel omschreven als English Heritage Black Metal. Deze benaming is deels ingegeven door de thematiek van de teksten, waarin wordt geput uit Engelse literatuur en historische gebeurtenissen, vaak gesitueerd in landschappen. Daarnaast is het album een reactie op de huidige staat van de maatschappij. Dat vertaalt zich in een geluid dat merkbaar agressiever is dan vorig werk. Genoeg stof dus voor redacteur Friso Veltkamp om eens met de uitermate sympathieke bandleider Chris Naughton om de (online)tafel te gaan zitten.

Allereerst: het was tof om jullie vorig jaar in mijn woonplaats te zien spelen in Nederland. Jullie speelden toen in De Cacaofabriek in Helmond.

Ja, het was zeker tof. Volgens mij was er alleen niet heel veel promotie voor de show, waardoor er helaas niet zo veel mensen waren. Maar het was wel een erg goede show. Er was destijds blijkbaar een wisseling van programmeur bij de venue. De persoon die de show had geboekt was net vertrokken en hij vertelde me dat er eigenlijk geen promotie voor het concert was gedaan. Daardoor wist bijna niemand dat het plaatsvond.

Da’s niet fraai. Het lijkt alsof jullie met Winterfylleth een heel herkenbare, eigen sound hebben ontwikkeld, iets wat tegenwoordig best zeldzaam is. Op The Imperious Horizon kwam dat voor mijn gevoel perfect samen. Hoe kijken jullie daar zelf naar? Is het iets waar jullie bewust naartoe hebben gewerkt, zo’n signatuursound? Of is het gewoon organisch ontstaan?

Ik denk wel dat er zoiets bestaat als een typisch Winterfylleth-geluid en dat dat in de loop der jaren steeds duidelijker en meer uitgewerkt is geworden. Als muzikant is het nu eenmaal zo. Wanneer ik een gitaar oppak, komt er automatisch Winterfylleth uit. Zelfs als ik zou proberen een nummer te schrijven dat klinkt als Mayhem of Immortal, dan nog speel ik uiteindelijk op mijn eigen manier.

Dat heeft ook te maken met mijn eerdere bands en projecten en met hoe we onze instrumenten stemmen en benaderen. Door al die zaken samen is er langzaam een soort stijl ontstaan. Ik speel vaak zowel de ritme- als een deel van de leadpartijen en samen met de zangstijl en de keyboards vormt dat uiteindelijk dat typische Winterfylleth-geluid.

Sommige bands lijken een beetje bang te zijn voor hun eigen sound en proberen voortdurend iets anders te doen om zichzelf niet te herhalen. Daar zit natuurlijk wel iets eerbaars in, maar tegelijk denk ik ook: niemand klinkt echt zoals wij. Daarom vind ik het juist interessant om te kijken hoe je dat geluid organisch kunt laten groeien, hoe een Winterfylleth-nummer of een Winterfylleth-album zich verder ontwikkelt. Door de jaren heen is het geluid gewoon steeds verfijnder geworden. Op de nieuwe plaat hebben we bijvoorbeeld meer keyboards toegevoegd en zijn sommige stukken ook wat agressiever.

The Imperious Horizon, de vorige plaat, voelde voor mij wat melancholischer en weemoediger. Er zaten nog steeds snelle en zware momenten in, maar de algemene sfeer was vrij somber. Op het nieuwe album zit wat meer woede.

Ja, dat hoor je ook. Dat viel me meteen op: de vocalen klinken een stuk rauwer, meer richting black metal.

Ja, misschien wat bozer inderdaad. Uiteindelijk is Winterfylleth natuurlijk gewoon een blackmetalband, al lijkt niet iedereen dat altijd zo te zien. Ik denk dat de albumhoezen bijvoorbeeld niet altijd meteen uitstralen dat dit black metal is. Tegelijkertijd kan het ook zijn dat we sommige mensen vervreemden die juist van de meer traditionele, zwart-witte black metal houden. Toch denk ik dat het soms mensen verrast hoe agressief we eigenlijk zijn als band, naast de epische en atmosferische kant die we ook hebben.

Ik heb zelf het gevoel dat black metal tegenwoordig door een breder publiek wordt geaccepteerd dan een paar jaar geleden. Vroeger moest alles true en extreem zijn, maar nu luisteren ook veel mensen buiten de metalscene naar black metal.

Ja, dat denk ik ook wel. Er zijn de laatste jaren veel nieuwe bands bij gekomen. Misschien sinds bands als Deafheaven en Ghost Bath. Dat soort acts heeft het genre wat toegankelijker gemaakt voor een groter publiek. Het is misschien niet altijd pure black metal, maar ze gebruiken wel veel van de typische riffstijlen en elementen uit het genre. Daardoor zijn meer mensen er interesse in gaan krijgen.

Was er bij het schrijven van het nieuwe album een bepaald nummer dat echt de richting van de plaat bepaalde? Of is het meer een kwestie van de gitaar oppakken en kijken wat er ontstaat?

Eerlijk gezegd is het vooral dat laatste. We beginnen meestal met de albumtitel en het concept van de plaat. Daardoor heb je al wel een bepaald idee van wat je met de teksten en de thematiek wilt zeggen en dat brengt je automatisch in een bepaalde mindset. Maar ik probeer eigenlijk nooit een album in te gaan met het idee dat we per se een bepaald soort nummer moeten schrijven: dat er een snelle track op moet of juist een langzamer nummer.

Als je wat ouder wordt en al twintig jaar in een band speelt, is je leven natuurlijk ook anders dan toen je begin twintig was. We touren nog steeds, maar er is ook werk, familie en gewoon het dagelijkse leven. Je hebt simpelweg minder tijd dan vroeger. Daarom moet je die momenten waarop je inspiratie hebt goed benutten en kleine muzikale ideeën oppikken en verder uitwerken. Voor mij begint het tegenwoordig vaak gewoon met het oppakken van de gitaar en zorgen dat je in de juiste mentale staat bent om iets te schrijven.

Wat ook helpt bij deze plaat, en bij de vorige, is dat ik niet de enige ben die nummers schrijft. In de band hebben we vier muzikanten die gitaar spelen, keyboards gebruiken en composities maken. Iedereen brengt dus ideeën aan. Het is niet zoals bij sommige bands waar alles van één persoon komt. Onze drummer schrijft bijvoorbeeld niet zozeer riffs, maar wel heel creatieve drumlijnen. Uiteindelijk zijn het de gitaristen die de basis van de nummers aandragen, maar we werken allemaal mee aan het uiteindelijke resultaat.

Wat ik leuk vond aan de laatste paar albums, is dat het schrijven eigenlijk veel makkelijker ging dan vroeger. Iemand komt bijvoorbeeld met een eerste en een tweede riff en zegt: Ik weet niet precies waar het daarna heen moet. Dan zijn er meteen drie andere bandleden die met ideeën komen.

Misschien was de grootste uitdaging op deze plaat juist dat er méér ideeën waren dan normaal. Dan moet je beslissen: gaan we met deze riff die kant op, of juist een andere richting uit? Maar ik vond het eigenlijk wel prettig dat we die opties hadden. Op sommige nummers hebben we daardoor gekozen voor een meer agressieve aanpak, terwijl andere tracks juist langer, atmosferischer en trager zijn geworden.

De nummers krijgen op het album ook echt de ruimte om te ademen. Schrijven jullie vooral samen in de repetitieruimte, of sturen jullie elkaar vooral bestanden heen en weer?

We doen eigenlijk allebei. We hebben wel een repetitieruimte, maar veel gebeurt thuis. Dat is met de technologie van tegenwoordig ook allemaal vrij eenvoudig. Drie van ons, ikzelf, Russell (gitarist) en Mark (bassist) wonen vrij dicht bij elkaar. We schrijven dus veel materiaal hier in mijn studio en sturen dat vervolgens door naar de andere bandleden. Mark (de toetsenist), woont het verst weg. Hij kan dan thuis zijn keyboardpartijen toevoegen of met ideeën komen over hoe een nummer verder kan gaan.

Je noemde het net al: jullie bestaan inmiddels zo’n twintig jaar. Als je naar de discografie kijkt, zie je een vrij constante stroom aan albums, zonder hele lange pauzes ertussen. Komt dat doordat jullie zoveel creatieve ideeën hebben of voelen jullie een voortdurende drang om nieuwe muziek te maken?

Dat is een interessante vraag en eerlijk gezegd weet ik niet of er één duidelijk antwoord op is. Als je in een band zit, heb je altijd een soort stemmetje in je hoofd dat zegt: wat is het volgende? Wat is de volgende show, de volgende tour? Het is alweer even geleden dat we nieuwe muziek hebben uitgebracht, misschien moeten we weer iets maken. Tegelijkertijd wil je ook niet alleen in zulke praktische of commerciële termen denken, als we hebben een nieuw album nodig om festivals te kunnen spelen.

Ik denk dat iedereen die muziek maakt dat gevoel wel herkent. Als je een tijd niets creëert, ga je je een beetje vervelen. Er zit ook een soort behoefte in om iets nieuws te maken of iets achter te laten in de wereld. Uiteindelijk komen die twee dingen samen: je wilt nieuwe muziek maken voor jezelf, maar het helpt natuurlijk ook om de band vooruit te laten gaan.

Deze keer ging het schrijven zelfs iets sneller dan normaal, omdat we net van platenlabel zijn gewisseld. We hadden onze vorige label verlaten en waren bij een nieuw label getekend. Ik wilde eigenlijk niet dat we bij een nieuw label zouden tekenen en pas twee jaar later met een nieuw album zouden komen. Het leek me beter om meteen een nieuwe plaat klaar te hebben op het moment dat we aankondigden dat we bij het label zaten.

Merk je ook verschil nu jullie nu bij Napalm Records zitten? Bijvoorbeeld op het gebied van promotie? Voelt het als een stap vooruit?

Ja, absoluut. Achteraf gezien is het misschien jammer dat we die stap niet iets eerder hebben gezet. We zaten lange tijd bij Candlelight Records, wat natuurlijk een heel cool label was. Daar zaten bands als Emperor, Opeth en allerlei zijprojecten van die muzikanten. Het was lange tijd een label met een geweldige catalogus. Maar ongeveer anderhalf jaar geleden vertrok onze belangrijkste contactpersoon daar, iemand die al vanaf het begin met ons had gewerkt. Candlelight was inmiddels onderdeel geworden van een groter label en toen dat weer werd overgenomen, voelde het voor ons gewoon niet meer hetzelfde. Ons contract liep op dat moment bijna af, dus besloten we dat het misschien tijd was om iets anders te proberen.

Tot nu toe blijkt dat eigenlijk een hele goede stap te zijn geweest. Onze video’s krijgen nu bijvoorbeeld drie tot vier keer zoveel views als voorheen. Daarnaast biedt het nieuwe label veel meer mogelijkheden: meer verschillende vinylkleuren, interessantere releases en speciale edities. En eerlijk gezegd is het ook een stuk betaalbaarder. Een van de problemen toen we bij een groter label zaten, of in ieder geval bij een grotere infrastructuur zoals Candlelight, was dat de productie van de platen ons enorm veel geld kostte. Soms betaalden we wel 25 euro voor één vinylplaat. Dan moet je hem uiteindelijk voor 35 of 40 euro verkopen om er überhaupt nog iets aan over te houden.

Daar voelde ik me zelf nooit helemaal prettig bij. Ik kom namelijk uit een DIY-punkachtergrond uit mijn tienerjaren. Het idee dat je een plaat voor veertig euro moet verkopen en mensen vervolgens ook nog eens twintig euro verzendkosten moeten betalen… dat voelt gewoon niet goed voor mij.

Dat herken ik wel. Ik ben zelf ook een grote vinylliefhebber en kom eveneens uit de hardcorepunkscene. Vroeger kocht je een plaat voor acht of tien euro. Nu is veertig of vijfenveertig euro bijna normaal.

Precies. En ik vind dat eigenlijk ook niet prettig. Natuurlijk snap ik dat een dubbele lp met een dik boekje duurder is. Het is zwaarder en kost meer om te produceren. Maar ik kan me nog herinneren dat je een 7-inch single voor twee of drie euro kon kopen.

Ja, met het losgeld in je zak  kocht je een single.

Precies. Tegenwoordig zijn de kosten om een een 7-inch te maken bijna dezelfde als voor een 12-inch. Daardoor heeft het bijna geen zin meer om nog singles uit te brengen.
Ik vond die tijd juist zo leuk, waarin je gewoon een paar nummers op een plaatje kon kopen. Ik luisterde bijvoorbeeld veel naar Corrupted uit Japan. Ik weet niet of je die band kent. Het is een hele zware doommetalband. Zij kwamen ook een beetje uit de punkscene en brachten vaak van die vreemde split-7-inches uit met bands als Melt Banana en dat soort acts. Die kon je toen nog voor een euro of tien uit Japan bestellen. Tegenwoordig krijg je voor tien euro niet eens meer de verzendkosten betaald.

Iets anders dat je tegenwoordig veel ziet, is dat cassettes weer populair worden. Komt het nieuwe album ook op tape uit?

Nee, dit keer niet, maar dat heeft eigenlijk geen specifieke reden. Geen van onze andere albums is ooit op cassette verschenen en het zou een beetje vreemd voelen om dan ineens alleen deze plaat wel op tape uit te brengen. Misschien dat we ooit nog eens een boxset doen met al onze albums, inclusief een cassetteversie. Maar voor nu hebben we daar niet echt plannen voor. Het is ook niet zo dat we iets tegen tapes hebben. Vroeger kocht ik zelf ook veel cassettes. Bij deze release hebben we vooral meer variatie in de vinyluitgaven. We hebben bijvoorbeeld vier of vijf verschillende kleuren vinyl laten persen en ook meer verschillende shirts en merchandise gemaakt. Maar zeg nooit nooit. Alleen heb ik eerlijk gezegd geen goed beeld van hoe groot de cassettemarkt tegenwoordig echt is. Er zijn duidelijk liefhebbers, maar ik weet niet of je er bijvoorbeeld vijfhonderd van zou verkopen. Misschien zijn het er eerder vijftig. En dan is het best veel werk om een hoes te ontwerpen en alles te laten drukken. Dan moet er wel een goede reden zijn om het te doen.

Misschien voor de volgende plaat. Dat wordt dan een jubileumrelease? Jullie nieuwste plaat is immers alweer de negende, toch?

Ja, dat klopt. Het voelt eigenlijk best vreemd dat we inmiddels negen albums hebben uitgebracht. En ook dat we al bijna twintig jaar bestaan als band. We begonnen begin twintig en nu zitten we in onze vroege veertigers. Toch voelt het niet alsof we al zo lang bezig zijn. Mensen noemen ons soms een ‘veteranenband’, maar zo voelt het voor ons nog helemaal niet

Over de teksten: Jullie nieuwe plaat kan als een soort van sociaal commentaar kan worden gezien. Was er een specifieke gebeurtenis of moment dat jullie ertoe bracht om via de muziek van Winterfylleth iets te zeggen over de huidige staat van de wereld?

Dat is eigenlijk altijd al een belangrijk onderdeel van onze band geweest. We wilden nooit teksten schrijven die zomaar ergens over gingen. Ze moesten een duidelijke betekenis en lading hebben. Vanaf het begin putten we daarom uit Engelse geschiedenis, folklore en bredere Europese mythologie, aangevuld met oude poëzie en eigen teksten. Die gebruiken we als een soort lens om naar de wereld van nu te kijken.

Wat je in de geschiedenis ziet, is dat de mens steeds dezelfde fouten blijft herhalen. Om de zoveel tijd lijkt alles weer op een crisis uit te lopen, zonder dat we echt lessen trekken uit het verleden. Dat idee keert vaak terug in onze teksten. Als je kijkt naar de huidige situatie, begrijp je ook waarom de nieuwe plaat wat bozer klinkt. Zeker in het Verenigd Koninkrijk zijn er de laatste jaren ontwikkelingen geweest die zorgwekkend aanvoelen: beperkingen op protest, wetgeving rond online controle en discussies over digitale identiteiten. Veel van dat soort maatregelen worden gepresenteerd als bescherming, maar kunnen ook ten koste gaan van vrijheid en autonomie.

Voor mij voelt het alsof overheden steeds meer controle willen uitoefenen, terwijl ze er juist zouden moeten zijn om de bevolking te dienen. Dat is iets waar ik me zorgen over maak en wat onvermijdelijk doorsijpelt in onze muziek.

Ik wilde één nummer uitlichten: Echoes in the After, dat geïnspireerd is door de Sycamore Gap-boom (die mensen misschien ook wel kennen van Robin Hood: Prince of Thieves). Waarom raakte juist dat specifieke incident jullie zo sterk? Was het vanwege het vandalisme of zat er nog meer achter?

Het werd hier in ieder geval veel besproken. Die boom stond op een heel bijzondere plek, in een soort opening tussen twee heuvels. Vandaar de naam Sycamore Gap. De boom stond precies in dat dalletje en was daardoor een heel herkenbaar en iconisch beeld. In de loop der jaren was het meer geworden dan alleen maar een boom. Het werd een soort herkenningspunt, een spiritueel symbool, een toeristische trekpleister, iets wat zowel lokale bewoners als bezoekers van over de hele wereld kenden en waardeerden.

En hoewel het in essentie maar een boom is, vertegenwoordigde hij veel meer dan dat. Denk bijvoorbeeld aan de lokale economie die er deels omheen was ontstaan, maar ook aan de symbolische waarde die zo’n plek voor mensen kan hebben. Voor ons als band had die plek bovendien een extra betekenis. Op ons akoestische, folkachtige album uit 2018 stond namelijk een schilderij van die boom op de albumhoes. Voor ons was het altijd een heel krachtig beeld van het Britse landschap, bijna iets heiligs.

Toen die boom een paar jaar geleden werd omgezaagd, hebben we daar uiteindelijk een nummer over geschreven. Voor de tekst heb ik een gedicht gebruikt van Philip Sidney uit Arcadia. Dat gedicht beschrijft eigenlijk hoe de natuur reageert op een ingrijpende gebeurtenis. Ik heb dat beeld gebruikt alsof de natuur zelf reageert op het kappen van die boom, alsof de boom een deel van haar lichaam was, alsof ze een hand of een been had verloren. Het gaat dus deels over hoe de natuur reageert op zo’n daad van vandalisme en vernietiging.

Maar tegelijkertijd gaat het ook over iets groters: het idee dat niets meer echt heilig lijkt te zijn. Het voelt soms alsof overheden of bepaalde groepen steeds weer proberen om historische symbolen of plekken van betekenis te verwijderen of te veranderen, omdat ze denken dat ze de wereld daarmee verbeteren. In werkelijkheid vernietigen we vaak een deel van onze geschiedenis om de wereld opnieuw in een andere kleur te schilderen. Persoonlijk geloof ik niet dat dat werkt. Je kunt het verleden niet zomaar uitwissen om een soort ideale nieuwe wereld te creëren. Dus het nummer gaat eigenlijk over dat soort thema’s.

Het is bijna ook symbolisch voor een bredere vervreemding tussen mensen en het landschap. Dat is natuurlijk ook een thema dat vaak in jullie muziek terugkomt.

Ja, absoluut. Want terwijl al die andere dingen in de wereld gebeuren, vergeten we vaak ook hoe slecht we met de natuur omgaan. We putten grondstoffen uit, we verkloten de aarde, we belasten landbouwgrond te veel en vervuilen rivieren. Dat soort problemen lijkt tegenwoordig bijna bijzaak te zijn geworden, omdat er zoveel andere crises spelen. Maar uiteindelijk draagt het allemaal bij aan hetzelfde gevoel. Als je naar de hoes van het nieuwe album kijkt, zie je dat ook een beetje terug. Het is eigenlijk een soort brandend landschap. Voor mij symboliseert dat beeld precies dat gevoel: alsof de wereld in vuur en vlam staat. Het is een heel emotioneel beeld en hopelijk straalt het ook de woede en intensiteit van de plaat uit.

Dan de gastbijdragen op jullie albums. Op de vorige plaat was er bijvoorbeeld een gastoptreden van Alan Averill van Primordial, wat erg goed uitpakte. Hebben jullie een soort lijst met muzikanten met wie jullie graag eens zouden samenwerken of ontstaat zoiets gewoon spontaan tijdens het schrijven van een nummer?

Dat ging eigenlijk heel organisch. Op de vorige plaat werkten we dus samen met Alan van Primordial. Toen Nick en ik dat nummer schreven – volgens mij kwam het idee oorspronkelijk van hem – zaten we te sleutelen aan demo’s. Je begint met een basis en bouwt daar laag voor laag op voort en op een gegeven moment neuriede één van ons een melodie mee. Zonder tekst nog, maar we hoorden meteen Alan’s stem erbij. We kenden hem vanwege diverse tours vrij goed dus dachten we: waarom vragen we hem niet gewoon? Hij reageerde meteen enthousiast, dus dat voelde heel vanzelfsprekend.

Er zijn zeker nog meer muzikanten met wie ik graag eens zou werken, al is dat niet altijd eenvoudig. Ik zou bijvoorbeeld graag iets doen met Håvard Jørgensen, of met gitaristen die mij hebben beïnvloed, zoals Roman Saenko van Drudkh. Met hen heb ik wel eens losse bijdragen gedaan, maar echt samen schrijven nog niet. Dat is ook meteen het lastige: met vocalisten kun je relatief makkelijk samenwerken aan een gastbijdrage, maar met gitaristen werkt dat anders. Dan moet je eigenlijk echt samen schrijven of een apart project opzetten. Juist daarom lijkt het me interessant om in de toekomst zo’n collaboratief project te doen met gitaristen die ik enorm respecteer.

Jullie speelden allebei op het Samhain Festival in Maastricht vorig jaar. Was er toen geen kans om dat nummer samen te spelen?

We hebben er wel even over gesproken, maar hebben het uiteindelijk niet gedaan. We hadden het nummer niet gerepeteerd en bovendien was Alan op dat moment behoorlijk dronken. Dat had misschien een legendarisch optreden kunnen opleveren, maar waarschijnlijk niet om de juiste redenen. Toen we later in Ierland op tour waren na de release van het vorige album, is Alan wel een paar avonden met ons meegekomen. Tijdens die shows hebben we het nummer drie of vier keer samen live gespeeld. Dus het is wel degelijk een paar keer uitgevoerd zoals het bedoeld was. En eigenlijk is Ierland misschien ook wel de meest logische plek om dat samen te doen. Volgens mij staat er ook nog ergens een video van online.

Op de nieuwe release staat ook een cover van Paradise Lost. Zijn jullie misschien een beetje de Paradise Lost van de atmosferische black metal?

Haha, dat weet ik niet. Maar we hebben wel vaker covers gedaan als bonusnummers of voor speciale edities van albums. Op de vorige plaat deden we bijvoorbeeld een nummer van Emperor, daarvoor een cover van Enslaved, en nog eerder eentje van Ulver. Het is een manier om een eerbetoon te brengen aan bands die belangrijk voor ons zijn geweest. Tegelijk wilden we niet alleen maar blackmetalnummers blijven coveren. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat mijn muzikale achtergrond ook sterk in doommetal ligt. Mijn andere band Atavist zat ook bij Candlelight Records en dat is meer een emotioneel, atmosferisch death-/doomproject. Dus voordat ik black metal maakte met Winterfylleth, speelde ik vooral doom.

Onze toetsenist Mark heeft ook een atmosferisch doomproject Ard. Dus we hebben eigenlijk altijd al dat soort muziek naast Winterfylleth gemaakt. Paradise Lost is natuurlijk een enorm belangrijke band in de geschiedenis van dat genre, dus het voelde logisch om daar een nummer van te coveren, maar dan wel in onze eigen stijl. Ik hoop dat we daar een interessante draai aan hebben gegeven.

Op dit moment begint mijn internetverbinding flink te haperen. Eén vraag had ik nog, dus we zetten het gesprek noodgedwongen voort via de chat. Die gaat over zijn band met de lokale voetbalclub Huddersfield Town, dat uitkomt in de Coca-Cola League One. Chris deelt daarbij nog een aardige wetenswaardigheid: hij speelde in het verleden zelf in de jeugdopleiding van de club. Hoewel een carrière op het veld er uiteindelijk niet in zat, lijkt hij zijn roeping elders ruimschoots te hebben gevonden. De toewijding en passie die je misschien op het voetbalveld zou verwachten, hebben hun weg gevonden naar de muziek. En met succes: op de nieuwe plaat, die op 27 maart verscheen, laat Winterfylleth horen dat die keuze allesbehalve verkeerd is uitgepakt.

Links: