Hamferð – Men Guðs Hond Er Sterk

Hoe sterk is de hand van God? Men Guðs hond er sterk? Dat gaan we ons de volgende drie kwartier moeten afvragen als we naar de plaat van dit Faeroërse zestal luisteren dat nog altijd goed onder dak zit bij het grote Metalblade Records. Dat mag geen verrassing heten want ook met de vorige plaat die al wel weer zes jaar oud is, Támsins Likam, resideerden de heren onder dat dak. De Faeröer eilanden is een verzameling rotsachtig natuurschoon dat zich laat omarmen door woeste wateren, hopelijk hoor je dat ook nu weer terug in het nieuwe werk van deze heren.

De songtitels voor dit album werden ons in de lokale taal aangebracht maar ook in het Engels. Laten we gewoon de eerste gebruiken, dat heeft iets speciaals. Ik neem aan dat immers weinigen onder jullie de lokale taal onder de knie hebben en dat voedt dan net weer dat mystieke, dat mysterieuze wat we soms nodig hebben om ons te blijven prikkelen. In ieder geval is de muziek van deze band stevig gebouwd op gekende death- en doommetalfundamenten maar dat wisten we. Het oudere werk van dit sextet vertelde ons dat al.

Samen de studio in, samen tegelijk een nummer aanvatten, spelen en helemaal uitdoen en dit zonder technische snufjes, geen click-track of wat dan ook. Op deze wijze trachtte gitarist en knoppenman Theodor Kapnas de essentie van zijn band, van de muziek te vatten. Bij een eerste luisterbeurt kan je deze keuze alleen maar ten volle ondersteunen. Op tekstueel vlak sloten ze een verhaal af met het vorige album. Niet gek dus om te kiezen voor iets geheel nieuws. De heren schrijven over de ramp in 1915 die in Sandvik leidde tot het verlies van veertien mensen tijdens de walvisjacht. Het geluidsfragment dat gebruikt wordt op deze plaat is een interview met één van de overlevenden van deze ramp die nog lang nazinderde bij de lokale bevolking. Los van het feit wat één ieder denkt over walvisjacht en -vangst is dit intrieste gebeuren wel een ideale voedingsbodem gebleken voor deze band.

Dit wetende kan de muziek van die Faeröerse collectief je al bijna niet meer ontsnappen. De erg diepe grunt maar ook de glasheldere cleane stem van de heer Aldará zijn bijzonder indrukwekkend. Dit samen met de erg verhalende, vertellende gitaarpartijen die je van de ene naar de andere kant van het strand van Sandvik duwen, maken dit album al vanaf de eerste klanken bijzonder hoogstaand. De zompige, erg natte, doorweekte drum- en baspartijen hebben vervolgens niet veel meer nodig om enige ondersteuning te bieden. Rikin sleurt je zo door het woeste water en dit op een erg trage wijze. Marrusorg combineert diep melancholische zangpartijen met eerder typische dreunende death/doomklanken, erg aangenaam. Iets wat Glæman nog eens dunnetjes overdoet. Hvõlja klinkt zo brutaal traag dat je er bijna schrik van krijgt. Eindigen doen de heren met reeds vermelde erg sterke titeltrack.

Indrukwekkend nieuw album, dit Men Guðs Hond Er Sterk van het Faeröerse death/doomcollectief Hamferð. Zowel vanuit tekstueel oogpunt als vanuit muzikaal oogpunt is dit toch een meesterwerkje.

Score:

85/100

Label:

Metalblade Records, 2024

Tracklisting:

  1. Ábær
  2. Rikin
  3. Marrusorg
  4. Glæman
  5. Í Hamferð
  6. Fendreygar
  7. Hvõlja
  8. Men Guðs Hond Er Sterk

Line-up:

  • Jón Aldará – Zang
  • Theodor Kapnas – Gitaar
  • Eyðun í Geil Hvannastein – Gitaar
  • Jenus í Trøðini – Basgitaar
  • Esmar Joensen – Keyboard
  • Remi Kofoed Johannesen – Drums

Links: