In Avignon wordt niet alleen vrolijk en rond op bruggen gedanst, maar klopt ook een van de gotische harten van de Franse doomscene: Angellore. Met Nocturnes laat de zowat twintigjarige band ons genieten van zijn vierde langspeler, een melancholisch, authentiek, doorleefd, gotisch meesterwerkje. Zeker het vermelden waard is dat niemand minder dan Déhà betrokken was bij het productieproces; platenboer van dienst is Ardua Music, geen onbekende voor kwalitatieve doomreleases.
Een nocturne is een begrip uit de klassieke muziek. Het is een kort, klassiek muziekstuk dat het beeld van de nacht oproept. Typisch zijn het dromerige en melancholische karakter, het trage tempo en de piano als instrument, en vaak komt de ABA-vorm voor: een rustig begin, een meer dramatisch middenstuk, en rustig eindigen. Wel, kort zijn de nummers op Nocturnes niet: we krijgen vijfenvijftig minuten muziek verspreid over vijf nummers. Als we de speeltijd van de nummers echter even buiten beschouwing laten, is de titel van deze nieuweling van Angellore toepasselijk gekozen: melancholie voert de boventoon, de piano is alomtegenwoordig en werkelijk prachtig verweven in het geheel, en de muziek golft van rustige naar meer heftige passages, van korte intermezzo’s als overgang, tot langer uitgewerkte muziekstukken. En de link met klassieke muziek is er overduidelijk ook.

Nu ken ik wel een aantal bands die effectief cello, hobo en andere klassieke instrumenten in hun muziek verwerken – en daarmee bedoel ik de instrumenten zelf en niet door keyboards geproduceerde geluiden – maar zelden klonken deze authentieke instrumenten zo verweven met hun metalen broeders en zusters. Opener Falling Birds laat meteen horen wat ik bedoel: elk instrument vult zijn stukje in de muziek op en draagt bij tot het doorleefde gevoel van melancholie dat dit nummer doordrenkt. Zo valt na de eerste minuut de hobo zeer natuurlijk op zijn plaats, prachtig, met de perfecte klankkleur voor het opgeroepen gevoel. In plaats van een overweldigend, verpletterend geluid dat in deze dramatische nichehoek van de metalwereld al eens durft voor te komen, is er hier sprake van een ronduit mooi, evenwichtig, vol en toch ook luchtig geluid. Luchtig in de zin dat het niet de bedoeling is je emoties kapot te kloppen of een muzikale vuist vol gebalde pijn door de muur te rammen. Wel krijgen de emoties die zich binnenin je genesteld hebben de nodige ruimte om doorheen de muziek te glijden, om er te bestaan, om mee te deinen, te ademen.
Het reeds vernoemde Falling Birds bouwt grotendeels op één centrale melodie die me bekend voorkomt, zonder dat ik er een specifieke naam kan op plakken. Het roept de sfeer op van het oude Tristania – het is geen toeval dat Angellore zijn naam haalde van debuut Widow’s Weeds – en Theatre Of Tragedy. Na de rustige intro komt dat hierboven vermelde wonderlijke totaalgeluid al snel samen: de instrumenten en de melodie, het ritme, het keyboardtapijt. Al snel horen we, begeleid door enkel wat gitaar, voor het eerst de fragiele, zuivere stem van Lucia, die doorheen de plaat meestal eerder ingetogen zingt en ook zo, net als de instrumenten, haar eigen plekje in het gotische universum van Angellore vindt. Wanneer ze hoog zingt, regeert de treurnis en zingt ze engelachtig, in een lager register gaat het eerder om berusting, een droevige aanvaarding van wat was, is of zal komen. De band bouwt op naar de eerste uitbarsting die na een dikke drie minuten plaatsvindt: sterke screams en meer traditionele doom, bijgekleurd met piano, nemen het overtuigend over. Na een kort moment van contemplatie met piano en harmonieuze mannenzang, wordt dat stevige, emotionele stuk hernomen, waarna het tijd is voor het echte rustpunt. Een pracht van een sfeer, meerstemmig, wat is dit mooi. Wanneer de gitaren erbij komen, zwellen ook de stemmen aan en gaat het bijna richting koor.
Met Forsaken Fairytale komt die betoverende sfeer helemaal terug. Het doet me qua sfeer denken aan Soria Moria Slott, het debuut van Dismal Euphony, ook al staan deze bands en albums productioneel en qua genre toch een heel eind van elkaar. Er is een gevoel van niet te ontkennen desolaatheid, muzikaal vormgegeven op een bijna troostende, prachtige manier. Halfweg is het opnieuw genieten geblazen van die meerstemmige mannelijke zang, waarna via orgel en een bombastische opbouw die scherpe rand zich nogmaals aandient, met blackmetalscreams en muziek die intenser en intenser wordt. In Martyrium horen we zelfs blast beats en wat tremoloriffs, zonder ook maar iets aan gevoel in te boeten, zelfs integendeel. Waarna een van die meer ingetogen en berustende, verhalende passages volgt. De gevoelens gaan diep.
Enkele maanden geleden kregen we al nieuw werk van Evig Natt en zeer recent nog een nieuwe Draconian. Nocturnes hoort helemaal thuis in dit lijstje van duistere diamanten. Meer luisterplaat misschien dan de twee voornoemde bands, maar daar heb ik persoonlijk ook echt wel nood aan, de dag van vandaag. Uiteraard niet enkel ’s avonds laat of ’s nachts genietbaar, maar laat me er toch even het cliché bijhalen: zet dit lekker luid, al dan niet door een hoofdtelefoon, bij een ondergaande zon of bij een mystieke maan of sterrenhemel, en nip aan een glas rode wijn. Dompel je onder in de gotiek van Angellore en geniet.
Score:
90/100
Label:
Ardua Music, 2026
Tracklisting:
- Falling Birds
- Black Sun River
- Forsaken Fairytale
- Martyrium
- A Dormant Stream
Line-up:
Bandleden
- Lucia – Vocalen
- Rosarius – Vocalen, gitaar, piano, synths
- Walran – Vocalen, piano, synths
- Celin – Bas, gitaar, EBow, vocalen
- Ronnie – Drums & percussie
Sessiemuzikanten
- Ségolène Perraud – Fluit
- Dirk Goossens – Basklarinet
- Raphaël Verguin – Cello
- Gunnar Ben – Oboe
Links:

