Gnoll – Gorga

Neen, we hebben het vandaag niet over het exorcismemetaal van Knoll en evenmin over de Tim met de gelijknamige achternaam. Vandaag ligt namelijk het nieuwste album van dungeon synth-artiest Gnoll op de speler, een heerschap dat al sinds 2018 gestaag platen uitbrengt en zelfs de soundtrack heeft geproduceerd voor het roleplaybordspel Morkborg. Kennelijk is dit nieuwe album ook gekoppeld aan een nog niet verschenen spel.

De plaat opent met het ietwat druilerige Below the Hamlet Deth and Undeth. De oscillaties in het synthwerk geven het nummer een haast sciencefictionachtige dimensie; eentje die we recent ook tegen zijn gekomen op het album van Psychic Hood en Landsraad. De strijdtrom brengt de juiste onheilspellendheid met zich mee, alsof ergens in de diepten zich iets naars aan het manifesteren is. Het opbouwende percussiewerk lijkt diens trage weg naar boven te representeren.

Het ruimtethema wordt op Magüt voortgezet, wel met een lichte vrolijkheid die we ook op het werk van Fiendish Imp kunnen waarnemen. De repeterende drum-en synthmelodieën klinken als een kloppend alienhart. Tegen het einde van het nummer horen we iets dat klinkt als een vrouwenstem; zo eentje die je ook zou kunnen horen in een B-categorie sciencefictionserie uit de jaren ’80. Dit bedoel ik overigens niet als een kritiekpunt. Het voegt alleen maar toe aan de context van het album. Op Flight of the Zigògna horen we een heel mannenkoor dat niet zou misstaan op een Manowar intro. Het is alsof we aan het luisteren zijn naar de klanken die opstijgen uit een fantasy-legerkamp, aan de vooravond van een grote strijd.

Grafting Of… is een meditatief nummer dat wat knabbelt aan de ambient. De onheilspellendheid die we eerder in het album ook hoorden, is weer helemaal terug. Dit onheil komt op …Of Deth’s Bride tot een climax. Gnoll haalt hier alles voor uit de kast: denderende tromslagen, koren en vibrerende synth-akkoorden. Hierna krijgen we de kans om ons de belangrijkere dingen van het leven af te vragen, zoals “Hoeveel benen heeft een pijporgel”? Als we de titel van A Pipe Organ On Many Legs moeten geloven, dan is dat aantal waarschijnlijk tamelijk hoog. Het nummer is overladen met melancholische ondertonen, maar de combinatie van sci-fi sythklanken en de pijporgel-synth had wat overtuigender gemaakt kunnen worden.

Het langste nummer van de plaat heet Aqua Conserva Dream.  Op dit nummer is ook de band Menhyr te horen. Deze combinatie zorgt meteen voor een trippy geluidservaring. De kabbelende baslijn en het gestage drumwerk doet een beetje denken aan sommige passages van stonerdoomformatie Om. Waar stonerdoomnummers doorgaans eindigen in een uiteenspatting van bulderende riffs, blijft Gnoll dicht bij zijn eigen leest. Het nummer is opbouwend, maar de toonzetting blijft ingetogen. Hoewel ik stiekem op zo’n climax had gehoopt, is het lovenswaardig dat er hier niet voor het voordehandliggende pad is gekozen.

Op de laatste drie nummers staat Gnoll weer op eigen benen. De synths zijn haast meditatief in het slotstuk van dit meeslepende album. Wandering Veert en The Mothers klinken als het space-age antwoord op het werk van dungeon synth-legende Örnatorpet. Op T’yg geeft Gnoll nog een mokerslag na met een knaller die zo de themamuziek van een bossfight van een Nintendo 64 game zou kunnen zijn. Jammer dat deze epische taferelen rond het einde van het nummer worden verruild met nog meer ambient.

Gnoll heeft wederom een album gemaakt dat bij liefhebbers van dungeon synth, fantasy en science fiction goed in de smaak zal vallen. Aanrader voor de liefhebber!

Score:

79/100

Label:

Heimat Der Katastrophe, 2026

Tracklisting:

  1. Below the Hamlet Deth and Undeth
  2. Magüt
  3. Flight of the Zigògna
  4. Grafting of…
  5. …the Deth’s Bride
  6. The Continual Call to Arms
  7. A Pipe Organ on Many Legs
  8. Aqua Cunserva Dream
  9. Wandering Veert
  10. The Mothers
  11. T’yg

Line-up:

  • Gnoll – Alles

Links: