Fotocrime – Heart of Crime

Zoals u misschien wel weet, heeft de wereld een tijdje op slot gezeten. Gelukkig heeft dit een aantal muzikanten er niet van weerhouden om hun creativiteit in de vrije loop te laten. Zo ook Ryan Patterson, het brein achter Fotocrime. Op dit derde album heeft hij alle teugels in eigen hand genomen, van het inspelen tot en met het produceren. Een 100% solo-project dus. In Heart of Crime wordt de weg die op South of Heaven is ingeslagen op aangename wijze voortgezet. Verwacht dus niets meer dan diepe vocalen en ijzige new-wave en postpunk klanken.

Het album opent met Heart of Crime. De ritmische drumcomputer en de hijgerige stem van Ryan Patterson zetten meteen de toon. Het roept een gevoel op dat je ook hebt als je vrijdagnacht door de binnenstad loopt. De geur van bier vermengd met de triestige loomheid van het einde van de werkweek. Van slapen is nog lang geen sprake want het lonken van het nachtleven is onweerstaanbaar. We ontmoeten elkaar in het Electric Café. Een plek waar nonchalante, in reverb zwemmende gitaren samensmelten met swingende synthloopjes. Het is niet altijd gezellig in de nacht. Soms moet er ook gereflecteerd worden op het leven. Op die momenten moeten we het ritme van ons hart (net als het drumtempo) wat verlagen, en uitpluizen waarom we ons soms So So Low voelen. Op een gegeven moment overwint de lust het van de zelfreflectie. Gaan we op jacht naar vlees in de nacht, of zijn we zelf iemands Delicate Prey? De ritmes en de dreigende retrofuturistische bliepjes lijken hier wel op te wijzen. Na de (gefaalde) jacht raken we in een nostalgische bui. Crystal Caves zou dan ook zo op de ‘Suicide Trilogy’ van The Cure kunnen staan. De diepe stem van Patterson zorgt echter voor een geheel nieuwe dimensie. De samenzang en de saxofoon zorgen voor een aangenaam, vol geluid dat we nog niet eerder van Fotocrime hebben gehoord.

Het daaropvolgende Politi Policia Polizei heeft een wat minimalistischere inslag. Zowel qua instrumentgebruik als qua tekst. Zoals we in de stad ook wel eens agent voorbij zien rijden, zo rijdt ook dit nummer voorbij. Aanwezig, maar zonder al te veel indruk te maken. De punker in onze ziel fluistert (net als Patterson) stiekem “I Hate Cop Cars” als hij de hoek om slaat. Als we wat biertjes hebben gedronken, is het tijd om ons naar de dansvloer te begeven van een of andere vuige ondergrondse kroeg. Aldaar pompt Industry Pig uit de speakers. De scherpe High-Hat, de Kraftwerk-achtige synthloops en de hoekige gitaarakkoorden maken het een uiterst dansbaar nummer. Tijdens Zoë Rising dansen we verder terwijl we het verval van de wereld overpeinzen. Het nachtleven trekt ook allerlei louche figuren aan. Op hun zwarte motoren rijden de Inferno Rebels door de straten. Op het moment dat ze de kroeg binnenkomen slaat de sfeer om. Gelukkig komen ze vandaag niet om een paar verloren zielen af te persen. Vandaag komen ze om te dansen. Zelfs kinneke Jezus danst mee. Na al dat bewegen moeten we even tot rust komen met een glaasje whisky. Van de andere kant kunnen we ook gewoonweg beginnen aan een rauwe BDSM sessie. Met een nummertitel als Learn To Love The Lash kan je alle kanten op, zo lang het maar te maken heeft met lederen zaken. Hoewel de titel anders doet vermoeden, sluiten we onze nachtelijke omzwerving met een vrolijke noot af met Skinned Alive. Na een rijk gevulde stapavond, rollen we met natte ogen swingen ons bed in.

Fotocrime speelt het wederom klaar om een zeer tof album te produceren. Een goede prestatie, zeker als je bedenkt dat alles is ingespeeld én geproduceerd door dezelfde persoon. Als je in bent voor wat post-punk en new-wave, dan is dit album zeker een aanrader!

Score:

85/100

Label:

Porfound Lore Records, 2021

Tracklisting:

  1. Heart Of Crime
  2. Electric Café
  3. So So Low03
  4. Delicate Prey
  5. Crystal Caves
  6. Politi Policia Polizei
  7. Industry Pig
  8. Zoë Rising
  9. Inferno Rebels
  10. Learn To Love The Lash
  11. Skinned Alive

Line-up:

  • Ryan Patterson – Alles, behalve:
  • Shelley Anderson – Achtergrond vocalen op “Delicate Prey”
  • Aon Brasi: Basgitaar op “Skinned Alive”
  • Erik Denno: Gitaar op on “Zoë Rising”
  • Pall Jenkins: Zaag en Achtergondvocalen op “Learn To Love The Lash”
  • Janet Morgan: Vocalen op “Crystal Caves” en “Skinned Alive”
  • Evan Patterson: Gitaar op “Learn to Love The Lash”
  • Robbins: Achtergondvocalen op “Electric Caf;e”, “So So Low”, en “Inferno Rebels”, naren op “Inferno Rebels”
  • Ben Sears: Hi-hats op “Crystal Caves”
  • Nick Thieneman: Gitaar op “Industry Pig”
  • Cater Wilson: Battle toms en Cymbaal op “Industry Pig”

Links: