P60 als Slavisch-orthodoxe kerk dankzij Patriarkh

De wintermaanden zijn natuurlijk bij uitstek de tijden voor concerten van bands bij wie het bloed zwart door de aderen stroomt en dus konden het Poolse Patriarkh en Hate en het Russische Arkona 17 januari op een volle P60 in Amstelveen rekenen. Het werd een avond met drie bands die het genre allen van een compleet ander perspectief benaderen. Hate maakt blackened death metal, Arkona doorspekt hun muziek met de nodige pagan- en folkinvloeden en Patriarkh komt met een complete Slavisch-orthodoxe kerkdienst. Remco Faasen stond namens Zware Metalen vooraan en liet het zich allemaal goed smaken.

Hate is al jarenlang een stabiele middenmotor in de wereld der blackened death metal. Bandleider Adam the First Sinner heeft met de nodige inhuursoldaten sinds 1990 dertien albums afgeleverd maar nooit dezelfde status bereikt als een Behemoth, een Vader, een Belphegor, een Deicide, een Decapitated en noem ze allemaal maar op. Voor eeuwig gedoemd tot het spelen van headlineshows in kleine zaaltjes of voorprogramma zijn van de bands die wél een groter undergroundpubliek trekken.

Ook vanavond laat Hate weer horen een middenmotor te zijn. Op papier klopt het plaatje: het geluid, de belichting, de inzet van de bandleden in het algemeen en dat van de Eerste Zondaar in het bijzonder. Muzikaal klinkt het ook al goed: lekkere felle zwartgeblakerde death metal met boze teksten. Alleen valt gaandeweg het concert op dat de strot van de zanger nogal eentonig is en dat de nummers op elkaar lijken. Of het nou Erebos uit 2010  of het vorig jaar verschenen The Vanguard is: het is allemaal volgens het boekje en het blijft te weinig plakken. Hate is eigenlijk als chocolade van de Aldi: het ziet er goed uit en het is best te eten maar je doet het ook een beetje gedachteloos: hap, slik, weg. En als dan ook het nummer dat wél een meerwaarde heeft – Levitathan van Crusade:Zero uit 2015 – ontbreekt, dan vraag je er ook wel een beetje om.

De Russen, de Russen komen! Terwijl Europa zich militair voorbereidt op de komst van de jongens van de wodka en bontmutsen, staan ze ondertussen gewoon op een podium in Amstelveen. Al zal Vladimir Poetin niet direct te spreken zijn over de Arkona-divisie die P60 vandaag probeert te veroveren. Het kwartet (op plaat een kwintet) noemt zichzelf Pagan Temple Servants en vermengt Russische en Slavische folk met black metal. Het levert een intrigerend geheel op waarbij alle geluidseffecten helaas van een meelopende tape komen. Tja, die roebel is natuurlijk ook zo sterk niet meer.

Blikvanger van het gezelschap is zangeres Masha “Scream”, die zich even kalm als woest door het repertoire heen zingt en brult, al is ze met name in het cleane deel minder goed hoorbaar (in tegenstelling tot haar drummende collega Alexander Smirnov die overal bovenuit komt). Ze maakt echter veel goed met haar totale performance. De mannen om haar heen leveren afwisselend snoeiharde black metal af met meer sferische passages maar er ligt altijd een lekker tegendraads laagje onder de muziek. Een band als Moonsorrow is niet ver weg maar Arkona geeft wel degelijk een eigen draai aan het genre. Er zit ook nog iets hypnotiserend in het bandgeluid waardoor de bezoekers nog richting een trance gespeeld worden ook.

Het is knap hoe Arkona furieuze black metal toch ook toegankelijk houdt en zelfs af en toe de behoefte doet opkomen er een houterig dansje uit te gooien. Misschien zou een Heilung dit gezelschap eens op sleeptouw moeten nemen, vooral om er dan voor te zorgen dat de complete band op het podium terechtkomt want het zou zomaar kunnen dat Arkona dan beter tot zijn recht komt dan als voorprogramma in een zaal als P60. Een interessant clubje al met al.

Het verhaal van Patriarkh is onlosmakelijk verbonden met Batushka, de band die eind 2015 met Litourgiya een plaat uitbracht die als een komeet insloeg in de wereld der black metal. Het mystieke kerkgezang met een Slavisch-orthodox tintje verweven in doeltreffende extreme metal bleek een schot in de roos. Maar waar succes is, is ellende en dus viel de band al snel uit elkaar in twee kampen met gitarist/bassist/vocalist Krzysztof Drabikowski aan de ene kant en zanger Bartłomiej Krysiuk aan de andere, waarbij beide kampen het gebruik van de bandnaam claimden. Een flink aantal jaren met de nodige rechtszaken later lijkt er nu een oplossing: het Batuskha van Drabikowski heet nog steeds Batushka, het Batushka van Krysiuk (door aanhangers van Drabikowski lange tijd tot ‘Faketushka’ gedoopt) heet nu Patriarkh.

En dit Patriarkh heeft de halve huisraad van een Russisch-Orthodoxe kerk in de toerbus geladen en alles uitgestald op het podium (met hier en daar een afbeelding van een of andere heilige op zijn kop). Ver voor het aanvangstijdstip van het optreden klinkt er al stemmige muziek, even na tien uur komen er twee in zwarte gewaden vol occulte tekens gehulde figuren het podium op om volkomen op hun gemak een sloot aan kaarsjes aan te steken om zich daarna te installeren als achtergrondzangers. Dan klinkt er een bel en voegen zich meer figuren op het podium met als laatste de ook zonder gezichtsbedekking herkenbare heer Krysiuk.

Wat volgt is een indrukwekkend schouwspel, een klein theaterstuk waarin alle acteurs hun rol kennen en we worden ondergedompeld in een geheel van blastbeats, grunts, kerkelijk gezang en handgebaren die wat voor zo’n honderd miljoen gelovigen godslasterend zal zijn. Staand vanachter een spreekstoel met zijn handen gewikkeld in rozenkransen, zet Krysiuk zijn woorden regelmatig kracht bij met zijn bewegingen en probeert het publiek onderdeel te maken van zijn donkere mis zonder ook maar één keer het woord tot de zaal te richten. Alles gebeurt statig en parmantig, de enige frivoliteit komt van een zangers die meebeweegt op de muziek.

Maar hoe staat Patriarkh er muzikaal voor als je alle aankleding even buiten beschouwing laat? Leuke vraag. Wel: goed. Maar ook: minimalistisch. Het bandgeluid is gortdroog met twee gitaren en ondersteunend drumwerk (volgens de geschriften ingevuld door Paweł Jaroszewicz van onder andere Vltimas en eerder Hate, Vader, Belphegor en Decapitated). De nadruk ligt echt op de zang met naast die van de bandleider die achtergrondzangers en de incidentele bijdrage van een dansende zangeres: de enige van het gezelschap die vrijuit mag bewegen. Zo nu en dan is er wat toetsenwerk maar het is black metal zonder opsmuk, geheel in lijn met het geloof dat hier zo subtiel belachelijk wordt gemaakt. En hoewel er zeker een lekker ritme in de muziek zit, wordt de magie van de plaat waar het allemaal mee begon niet gehaald. Toch is het allemaal pakkend genoeg, met het uiterlijk vertoon als extra pluspunten.

De zangeres mag nog een nummertje zingen met minimale muzikale begeleiding en doet dat alleraardigst. Het is wel slechte timing dat de podiumlichten doven voordat zij klaar is en het applaus dus niet juist in ontvangst kan nemen, maar een Bruid van Christus dient nu eenmaal een hoger doel en heeft zich maar op te offeren.

De kaarsen die steeds weer worden aangestoken, de zegeningen die aan het publiek worden uitgedeeld, de kruisbeelden die omgekeerd worden getoond, schedels die in de lucht worden gehouden en de portretten van heiligen die al dan niet ondersteboven in de lucht prijken: de azijnpisser zou in Patriarkh haast een blackmetalversie van Gwar kunnen zien maar daarmee wordt de band écht tekort gedaan (en krijgt Gwar teveel eer). Het spektakel klopt gewoon, op alle fronten.

Zo rustig en kalm als de toneelspelers zijn gekomen, taaien ze ook weer af en na ruim anderhalf uur is de mis afgelopen. We treden de pikzwarte Amstelveense nacht tegemoet, wachtend op de enige kerkdienst die ik nog wél een keertje bij zou willen wonen.

Datum en locatie

17 januari 2026, P60, Amstelveen

Link: