Cross-overs zijn er in vele soorten en maten, maar op uw favoriete zware site zal toch niet al vaak geschreven zijn over flamenco. Nu wel dus, want op op een mooie zondagmiddag in april wordt de PHIL aangedaan door de voorstelling (met dans erbij schiet de term concert tekort) Vientos Flamencos. Het optreden is onderdeel van een vierdaags klassiek festival in Haarlem. Daarmee leer ik gelijk wat nieuws, want hoewel ik er bekend mee was dat het genre een (zeer) lange en grotendeels mondelinge geschiedenis heeft, heb ik flamenco nooit vanzelfsprekend tot de klassieke muziek gerekend. Mijn vergissing, want de setting van deze matinee en het publiek vinden elkaar toch zeker in die richting. Maar wat hebben wij Zware Mensen hier allemaal mee vandoen hoor ik u denken. Het antwoord op die vraag is in drie woorden samen te vatten: Florian Magnus Maier… U heeft meer nodig? Nou vooruit dan. Florian is in onze kringen mogelijk beter bekend als Morean van Changeling-, Alkaloid– en Dark Fortress-faam. Morean is namelijk niet alleen een begenadigd metalmuzikant en -componist, hij componeert ook (hedendaagse) klassieke muziek. De beide werelden vonden elkaar recent nog op het vrij verbluffende – ik heb nog steeds moeite om mijn toch best grote hoofd erom heen te krijgen – Bach Out Of Bounds, de liveplaat van Alkaloid. Nou, in Vientos Flamencos worden dus (ook) composities van die Florian/Morean ten gehore gebracht en hij speelt en grunt(!) zelf mee.
Sterker nog: er wordt geopend en afgesloten met zijn werk en zo heeft de metal de Spaanse gitaren vanmiddag stevig in de tang. Hoewel, Spaanse gitaren? De voorstelling is van het gerenommeerde en grenzen doorbrekende Nederlands Blazers Ensemble (blazers dus). Op de site van die club (oké dat kan met meer respect Hoogkamer!) lezen we: Wij houden ervan muziek te spelen uit alle windstreken en van alle tijden, en alle muziekstijlen met elkaar te verbinden. Dat gebeurt nu dus weer, want het NBE brengt vanmiddag samen met twee gevestigde flamenco-artiesten, componisten Tino van der Sman en Florian en de Flamenco Biënnale Nederland een soms gewaagde versie van de Spaanse volksmuziek. De fraaie foto’s in dit verslag zijn van Pascal Striebel en gemaakt bij de voorstelling in Tilburg

Hoewel de kleding en toch ook wel de leeftijd van het merendeel van het publiek (mijn haarkleur valt voor eens niet uit de toon) laten zien dat ik vandaag in een andere “wereld” ben, is een ding als altijd: de anticipatie voorafgaand aan een show. Al ruim voordat de deuren van de grote zaal opengaan, staat de foyer ramvol en gaat er een kriebel door de wachtenden. Want wat te verwachten van de aangekondigde “flamenco die ademt, beweegt en verrast”? En dan ook nog deels van de hand – en zo zal later blijken – uit de mond van een metalmuzikant? Die vraag wordt al heel aardig beantwoord bij het eerste werk dat gebracht wordt: Yggdrasil (alvast een teken dat Florian het idioom van het zwaardere genre gewoon met zich meedraagt waar hij gaat). Florian heeft voor de voorstelling een twintig minuten durende compositie El Puente Ardiente (“de brandende brug”) geschreven, maar die wordt vandaag bruut – en dus metalgewijs – in drieën gehakt. Bij zijn ontmoeting van met de artistiek leider van het NBE, Brandt Attema, had Florian direct één beeld in gedachte dat het componeren in gang zette: het beeld van de Bifröst, de brandende brug die in de Noordse mythologie de wereld van de goden met het aardse en daaronder verbond. Want bruggen worden er hier zonder meer gebouwd.
De daarop volgende werken worden vol vuur en strak gebracht, maar zijn voor de gemiddelde metalliefhebber minder interessant, hoe goed het gezelschap ze ook brengt. Ze blijven wat dichter bij flamenco zoals we die kennen (en weg van het metaal), hoewel ook hier het experiment niet geschuwd wordt.
Midden in de voorstelling volgt dan Prometeo: The Rise Of Man, deel twee van de compositie van Florian, die het werk leven inblaast met hese gitaaraanslagen. De dame in het wit is inmiddels de dame in zwart en rood geworden en zo geeft ook de verbeelding invulling aan het verhaal dat – naar het lijkt – mogelijk niet helemaal de goede kant op gaat. In de “program note’ verduidelijkt Florian: Caught in between an unreachable heaven reserved for the gods above, and an infernal chasm of hell and inescapable destruction below, we humans are condemned to be the involuntary link between those two extremes. De muziek gaat intussen wel de goede (want duisterder) kant op want na donkere jazz eindigen we met een heftiger grunt en een messcherpe staande stop. Wat hier gebeurt, heeft toch wel een totaal andere invalshoek dan de “televised” versie van het genre die we nog wel eens voorbij zien komen, ook al door de stevige inzet van de blazers. De emotievolle zang van David Lagos trekt de boel dan steeds weer terug naar de volkstraditie.
Uróboros kennen we natuurlijk van komische sciencefictionserie Red Dwarf (nou vooruit, en uit de Griekse mythologie) en dus zijn we bekend met het concept van de staarteter: het symbool van de altijd doorgaande cyclus van leven en dood. Ook de afsluitende compositie Uróboros: The Fall of the Gods is weer heel verhalend. Dat vertellende kunnen we zo langzamerhand wel het overkoepelende kenmerk van de zo verschillende werken van Florian noemen. Hier belanden we aan de onderkant van de brug: de onderwereld en de ondergang en dus mag het wat harder en wat ontwrichtender. Úrsula is inmiddels ook volledig in het zwart gekleed. We horen een volle grunt, een gedempte elektrische gitaar en een licht hysterische dwarsfluit hoog over. De agressie wordt benadrukt door felle lichtflitsen en contrabassist (Felix ,als ik het goed heb) die stevig en met een volle lach staat te headbangen. Geen snobisme hier! Er komt zelfs een beetje shredden voorbij, maar in de opbouw blijft het werk toch herkenbaar in flamenco geworteld, benaderd vanuit steeds een andere invalshoek.

Na dit stevige einde van de voorstelling volgt een minutenlange staande ovatie van het ruim aanwezige publiek. Een stevig deel daarvan gaat uit naar onze metalvriend, maar er wordt nog net even harder geklapt voor danseres Úrsula die de kijker door het verhaal heen danste. Terecht vermoedelijk, maar ik ben vooral onder de indruk van het lef van het ensemble om zo’n gedurfde insteek te kiezen voor de voorstelling. Een insteek die genres die moeilijk te combineren lijken samenbrengt in een vernieuwende maar (soort van) logische muziek. Meer van dat!
Datum en locatie
12 april 2026, PHIL, Haarlem
Links:


