Crimson Glory werd in 1983 opgericht in Sarasota (Florida, VS) en groeide al snel uit tot een toonaangevende naam binnen de progressieve power metal. Met hun titelloze debuut (1986) en Transcendence (1988) leverde de band twee ware klassiekers af. Ze onderscheidden zich door technisch verfijnde, complexe composities, sfeervolle arrangementen en de karakteristieke, verbluffende vocalen van Midnight. Dit alles werd verweven met een verbeeldende, mystieke uitstraling, dat versterkt werd door de iconische zilveren maskers die de bandleden droegen. Ondanks lovende kritieken en loyale fans bleef grootschalig commercieel succes uit, terwijl interne spanningen leidden tot meerdere pauzes en bezettingswisselingen. Het had zijn weerslag op de muziek: de albums Strange and Beautiful (1991) en Astronomica (1999) konden niet tippen aan het eerdere werk en werden beide wisselend ontvangen.

De band viel uit elkaar, kondigde nadien meermaals een comeback aan, maar door uitblijvende resultaten en wat fragmentarische live-activiteit werden die plannen met de nodige scepsis onthaald. Even leek het er veelbelovend uit te zien toen Todd La Torre, de huidige frontman van Queensrÿche, zich aansloot, maar door gebrek aan momentum en creatieve voortgang hield dit ook niet lang stand. Pas met de release van de single Triskaideka eind 2023 leek een echte terugkeer zich eindelijk af te tekenen. Op een volledig album liet de band echter nog even wachten… tot nu. In april 2026 herrijst Crimson Glory met Chasing The Hydra; de vraag is of de band de hooggespannen verwachtingen kan waarmaken.
Drie oorspronkelijke leden, te weten: Dana Burnell (drums), Ben Jackson (gitaar) en Jeff Lords (bas), maken nog altijd deel uit van Crimson Glory. Samen met nieuwkomers Mark Borgmeyer (gitaar) en Travis Wills (zang) vormt dit vijftal de huidige incarnatie van de band. En op Chasing The Hydra blijkt dat die kern voldoende is om het oorspronkelijke DNA te behouden. Het album klinkt vertrouwd en ademt nog altijd de typische Crimson Glory-sfeer, waardoor een zeker gevoel van nostalgie onvermijdelijk lijkt. Een tweede Crimson Glory of Transcendence hoef je echter niet te verwachten. Maar is dat, ruim dertig jaar later, sowieso realistisch? Wie die verwachtingen loslaat en het album met een open blik benadert, ontdekt dat het verleden hier allerminst geweld wordt aangedaan. Af en toe is er wel een erg nadrukkelijke knipoog naar het verleden aanwezig: zo roept Broken Together herinneringen op aan Azrael en duikt in het titelnummer die bepalende riff uit de Transcendence-klassieker Red Sharks op. Overbodige herhaling, of juist een warme, bewuste verbinding met het verleden?
Ook nu wordt het geluid bepaald door interessante, progressieve structuren, stijlvolle arrangementen, compositorische elegantie, gelaagde melodie en een overtuigende zanger. Met het titelnummer, Armor Against Fate en Pearls Of Dust laat Crimson Glory zich sporadisch van zijn felle(re) kant horen; veel nummers bewegen zich in een mid-tempo, tonen een doordacht niveau van balans en fijnzinnigheid (Broken Together, Indelible Ashes en Pearls Of Dust) en worden gekenmerkt door etherische harmonieën en subtiele contrasten. Het album kent een moderne productie die het klassieke geluid van de band combineert met een eigentijdser geluid. Hierdoor pakt het klankbeeld wat moderner en krachtiger uit. Voor de drums gaat dat helaas niet op: een voller drumgeluid had het geheel net wat meer drive en impact kunnen geven.
Het gevoelige punt van de vocalen valt uiteraard niet te vermijden: een directe vergelijking tussen Wills en de overleden Midnight heeft alleen weinig zin. Die gaat simpelweg mank, omdat diens uitzonderlijke bereik en expressiviteit uniek waren en nauwelijks te evenaren zijn. En toch … toch … op enkele momenten (bijvoorbeeld Broken Together, Angel In My Nightmare en Indelible Ashes) laat Wills horen dat ook hij moeiteloos kan schakelen tussen krachtige, hoge uithalen en meer ingetogen, emotionele passages, zonder daarbij echt aan intensiteit in te boeten. Bewonderenswaardig!
Chasing The Hydra zou zomaar een album kunnen zijn waarop je met nostalgische weemoed terugblikt en je afvraagt wat het de band had kunnen opleveren als het al in 1991 was verschenen. Misschien is dit wel het album dat ze direct na Transcendence hadden moeten … nee, kunnen … maken. Maar in plaats van te blijven hangen in wat had kunnen zijn, is het interessanter om vast te stellen dat Crimson Glory opnieuw van zich laat horen. Deze hernieuwde kennismaking is meer dan een simpele revival van een old-school geluid: het kent een wat eigentijdsere inkleuring. Chasing The Hydra vraagt daarmee wel wat meer tijd om echt te bezinken, maar blijkt meer dan de moeite waard.
In de afgelopen jaren is de band ook weer teruggekeerd naar het dragen van de maskers. Net als bij die toenmalige, zilveren maskers geldt ook hier dat het concept terugkeert, maar in een lossere, modernere vorm in plaats van een exacte heropleving van het verleden. Het is nu vooral te hopen dat dit geen Chasing The Hydra eenmalige opleving blijkt te zijn, maar het begin van een stadium waarin Crimson Glory een blijvende plaats inneemt en in de toekomst nog verrassend veel moois gaat laten horen.
Score:
82/100
Label:
Bravewords Records, 2026
Tracklisting:
- Redden The Sun
- Chasing The Hydra
- Broken Together
- Angel In My Nightmare
- Indelible Ashes
- Beyond The Unknown
- Armor Against Fate
- Pearls Of Dust
- Triskaideka
Line-up:
- Mark Borgmeyer – Gitaar
- Dana Burnell – Drums
- Ben Jackson – Gitaar
- Jeff Lords – Basgitaar
- Travis Wills – Vocalen
Links:


