Xentrix – Allied with the Enemy

Het boek Contract In Blood van Ian Glasper is een omvangrijke en lekker weglezende ‘History of UK Thrash Metal’. Het is behoorlijk interessant om te lezen wat er in de hoogtijdagen van de thrash metal (en ook daarna) gaande was in het Verenigd Koninkrijk. Enig puntje van kritiek is dat, naarmate het boek vordert, de verontwaardiging over het gebrek aan kansen en aandacht voor Britse thrashbands wat gaat tegenstaan. Want laten we eerlijk zijn: een band als Sabbat uitgezonderd, ontbrak toch vaak net even een wat eigen geluid. Je hoort het als je de vermakelijke verzamelaar bij het boek oplegt. Ik bedoel: ik vind Sentenced van Toranaga (tegenwoordig Toranaga UK als ik me niet vergis) een lekker nummer maar het leunt in meer dan één opzicht zwaar op de blauwdruk die Metallica vier jaar eerder met Right the Lightning de wereld instuurde.

Vergelijkbare kritiek viel ook Xentrix ten deel, vooral vanwege de zang van Chris Astley (geen familie van?) die regelmatig aan die van Hetfield deed denken. Toch was die band behoorlijk succesvol en over gebrek aan aandacht had hun cover van Ghost Busters al helemaal niet te klagen. Toch viel de band met vier albums op zak in 1997, in de ‘laagtijdagen’ van de thrash, uiteen. Sinds 2013 is men echter weer lekker in de weer, aanvankelijk nog met Astley, wiens plaats achter de microfoon in 2017 ingenomen werd door Jay Walsh. Ook zijn stem doet in sommige uithalen wel wat aan die van Hetfield denken, maar zijn korrelige strottenhoofd klinkt vaak eerder authentiek Brits, waarbij ik soms aan de in 2008 overleden Gus Chambers van Grip Inc. moet denken.

Je hebt hem al kunnen horen op Bury the Pain uit 2019 en Seven Words uit 2022 maar die platen zijn op een of andere manier aan me voorbij gegaan. Dit Allied with the Enemy is voor mij dus de eerste kennismaking met de herboren band en die bevalt verrassend goed. Xentrix brengt met zijn nieuwe namelijk – voor zover ik het kan inschatten, er zitten maar 24 uur in een dag – een van de betere thrashalbums van het jaar uit. Dat is knap, want echt nieuwe dingen doen Walsh en de zijnen niet. Ze leggen gewoon een pakket sterke nummers neer, die veelal goed doordacht in elkaar zitten, met het voor thrash zo nodige vuur worden gebracht en goed klinken (de productie was in handen van Andy Sneap, ooit bandleider/gitarist van het eerder genoemde Sabbat).

Rip Saw begint al heel herkenbaar met een marsritme, een waarschuwende stem en gitaren als sirenes op de eerste van de maand. En zo zijn we ineens weer midden in de nucleaire angst van midden jaren ’80. Daar moeten we natuurlijk vanaf en hoe beter dat te doen met een pot baldadige thrash? En dus gooit drummer Dennis Gasser er maar eens een stevige versnelling tegenaan, terwijl de hakkende gitaren elk van een andere kant je huiskamer binnenkomen. Zo hoorde dat in de jaren ’80 en zo kan het nog steeds, ook al omdat je de verschillende riffjes zo prima kunt onderscheiden. De opener is gelijk een van de sterkste tracks van de plaat, vooral doordat je de groovende twee laatste zinnen van het refrein, die steeds net even anders luiden, na een keer al wil meezingen. Ze zijn ook steeds de aanzet voor een belangrijk moment als een korte fanatieke solo, een lang uitgewerkte muzikale break en aan het eind een zwaar malende riff en een melodietje uit een muziekdoosje?

De titeltrack opent met een lekker gitaarloopje dat stiekem heel doordacht is en gedurende het nummer gelukkig nog een paar keer terugkomt. Verder niets nieuws onder de zon hier, of het moeten de traag aangeslagen gitaren zijn in aanloop naar het refrein. Daartegenover staat dan weer een fraai felle gitaarsolo waarvoor eens stevig de tijd wordt genomen. In Killer Unknown gaat het tempo omhoog met drums die klinken als een losgeslagen nietpistool, maar ook daar lopen de gitaarlijnen bij tijd en wijle wat weg in. Die afwisseling tussen verbeten boosheid, zwaar stampende partijen, groovende bassen (in Doomsday Hook)  en meanderende onzekerheid houdt de boel interessant genoeg. Het felle Nil By Mouth met zijn sterke openingslijn “Silence may be the death of us” – jazeker ook de maatschappijkritische inslag ontbreekt niet – en staand einde is ook een luistertip.

De voor het genre in de jaren ’80 vrijwel verplichte (Testament noemde hem op Practice What You Preach vermoedelijk daarom eenvoudigweg The Ballad) semi-ballad ontbreekt ook niet, evenmin als een langer instrumentaal nummer aan het einde van de plaat. Hier heet het omineus doorstappende rustpunt The Dark Eternal en ook daar komen deze Engelsen prima mee weg. De stem van Walsh blijkt zich ietwat meer te lenen voor het brutere werk en klinkt wat wankel in de gevoeliger stukken, maar dat past bij de aarzeling die verwoord wordt en is daarmee ook wel weer charmant. We Drink the Same Poison is het instrumentaaltje. Daarmee wordt geen Orion– of Into the Lungs of Hell-achtige genialiteit gehaald, maar het is met een berg aan vloeiend gitaarwerk wel een mooie dynamische afsluiter van een vrij tijdloos klinkend thrashalbum.

Allied with the Enemy staat vol goed klinkende, karakteristieke thrash die zo uit de jaren ’80 lijkt te zijn weggelopen. De laatste jaren hebben we best wat tijdgenoten van de band tevergeefs zien proberen dat gevoel weer tot leven te wekken, maar Xentrix slaagt hier glansrijk in. Thrashers kunnen dan ook weer eens toeslaan. Chapeau en top of the morning to you!

Score:

83/100

Label:

Listenable Records, 2026

Tracklisting:

  1. Rip Saw
  2. Allied with the Enemy
  3. Killer Unknown
  4. On Burned Remains
  5. Nil by Mouth
  6. Doomsday Hook
  7. The Dark Eternal
  8. Where the Madness Lies
  9. Snake in Waiting
  10. No Bridges Left to Burn
  11. We Drink the Same Poison

Line-up:

  • Jay Walsh – Vocalen, gitaar
  • Kristian Havard – Gitaar
  • Chris Shires – Basgitaar
  • Dennis Gasser – Drums

Links: