De Ruiters, De Sjamanen en De Storm: The Hu en Skáld in 013

The Hu blijft de droom van elke muzikant. Een Mongolische rockband ontploft eind 2018 ineens met de eerste paar singles: Yuve Yuve Yu en Wolf Totem. Binnen een jaar staan ze op alle grote festivals om hun “hunnu rock” ten gehoor te brengen. Nu, acht jaar later, trekken ze op hun huidige Europese verovertocht door een uitverkocht 013 te Tilburg. Ter versterking nemen ze Franse nordicfolksjamanen Skáld met zich mee. Skip van der Zwaan deed verbaal verslag van de schermutseling, terwijl Elsie Roymans visueel bewijs verzamelde.

Het is een stormachtige herfstavond als ik Tilburg binnenrijd. Ik ben klaarblijkelijk niet de enige die het goede idee had om de veiligheid van de auto te verkiezen, want het is godvergeten druk voor 013. Dan komt de vreselijke onthulling dat de parkeergarage ook nog eens vol is. Een half uur na openingstijd al! Na drie kwartier lang twee andere parkeergarages af te struinen, ram ik mijn auto ergens tussen en trek ik een sprintje door de regen. Ik houd mijn jas nog maar even om en baan mezelf een weg naar de zaal.

Als ik eenmaal binnen ben, staat het al aardig vol. Vanavond is de 013 uitverkocht. Dat is best een prestatie, aangezien dezelfde bands de dag ervoor in Utrecht ook al de Ronda van TivoliVredenburg hadden uitverkocht. Vanavond staat tevens in Doornroosje een evenzeer uitverkochte show van Archspire. Alles wijst erop dat metalminnend Nederland springlevend is. Helaas mis ik door de hele ongein de eerste tien minuten van Skáld. Ik kom binnen tijdens Ó Valhalla maar de bemeestering van de nordic folk van Skáld is er live niet minder om. De vijf leden staan in een rij opgesteld op het podium, maar de focus ligt vooral op de middelste drie. Vooral de middelste percussionist is een bijzonder aanzicht, met trommels voor en achter hem die hij al zingend en dansend bespeelt, zonder om te kijken.

De band lijkt er ontzettend veel zin in te hebben en speelt met een energie die ik enkel kan omvatten als: bezeten. Alle vijf muzikanten spelen meerdere instrumenten en zingen tegelijkertijd met volle overgave. Vooral de twee percussionisten spelen met een weergaloze energie. Haar zwaait, voeten gaan van de vloer en keelzang scheurt door de speakers. Zo ook tijdens het begin van Yggdrasill, waar de drummer zijn hele lichaam laat opgaan in het spelen van de drum. Toch offert de band nooit de kwaliteit van de muziek op en spelen ze retestrak. In het publiek krijgen ze krijgen echter weinig leven. Tussen nummers in knikken mensen goedkeurend naar elkaar en wordt er dankbaar geapplaudisseerd, maar over het algemeen kijken mensen vrij onbewogen naar de show.

De band gaat intussen lekker door en speelt ook de nieuwe nummers Draumakona en Himinbjǫrg van de nieuwe plaat Ørlǫg met overtuiging. De lichtman verdient een pluim met spots op het juiste moment en een kleurrijke, doch bescheiden lichtshow. Het hele optreden voelt alsof we partij zijn in een magisch beschermingsritueel, wat op deze stormachtige herfstavond heerlijk gemoedelijk is. Het is binnen de kortste keren ook weer over, maar wat een heerlijk concert was dit.

Mogelijk is dit heiligschennis, maar ik ben nooit zo van de 013 geweest. Voor mij worden (vooral uitverkochte) shows hier echt te druk. Op de een of andere manier kan ik het ook nooit goed zien, waar ik ook sta. Vandaag lukt het mij gelukkig wel en is het geluid echt fantastisch. Eerlijk gezegd: ik vind dit echt té veel mensen. Je kan zelfs op het balkon je kont niet keren en de rij voor de bar duurt ontiegelijk lang. Het wordt ook snel warm in de zaal. Ik snap dat je als locatie baat hebt bij veel publiek, maar dit is niet leuk meer. Misschien verklaart dat waarom mensen zo stil staan. Mensen lijken er ondanks wel zin in te hebben. De muziek die wordt gedraaid, wordt lekker op meegezongen (de metalhitjes, u kent ze wel). Vooral Chop Suey wordt luidkeels mee geblèrd. Precies als dat nummer af is, gaan de lichten uit, onder luid gejuich, en is het tijd voor de sensatie uit Mongolië: The Hu.

Ik was eerlijk gezegd benieuwd hoe de band het zou doen. De laatste keer dat ik ze zag was tijdens Graspop 2019, waar de Metal Dome letterlijk niet voller kon. De band leek toen ook overweldigd door de positieve reacties. We zijn nu meer dan zeven jaar verder en we hebben het hier niet meer over een eendagsvlieg. Je bent nu gewoon een grote band die uitverkochte zalen cheft. Hoe ga je dan spelen?

De band begint met de galopperende gitaren van Horsemen. Op het podium staan acht mensen, waarvan twee net niet in de coulissen staan. We hebben het hier over onder andere een zanger, een drummer, een percussionist en meerdere snaarinstrumenten, waaronder de Mongolische morin khuur en de tovshuur. Zes van de leden voegen ook nog eens keelzang toe en dat werkt tot overdonderend effect. Bij het eerste nummer worden uithaal na uithaal over elkaar heen gestapeld en AUW MIJN FUCKING OGEN! Waarom gebruikt de band zo veel flitsende lichten? Wiens idee was het om naast de strobelichten op het podium ook nog eens extra strobes aan het plafond te hangen? De lampen staan zo fel en worden zo vaak gebruikt dat het oprecht verblindend werkt. Ik kijk vaker weg van het podium of dek mijn ogen af, want allejezus, deze dingen zijn onnodig fel. Tel daar ook nog eens de gigantische lichtbalk bij op die achter de band op het podium staat en het is soms gewoonweg pijnlijk om de show te bekijken. Ik had na het optreden vlekken voor mijn ogen en dat lijkt me niet oké.

Ondanks hoe enthousiast het publiek leek tijdens Chop Suey, lijkt ook The Hu ze niet los te kunnen krijgen. Niet alleen wordt er niet gemosht of gesprongen, er zijn nauwelijks knikkende hoofden te zien. We krijgen een piepklein pitje vanaf het tweede nummer, The Men, maar die wordt nooit veel groter. Het oogt daarbinnen wél heel gezellig. De rockende en thrashende gitaarmuziek past lekker bij de traditionele Mongolische instrumenten. Die komen trouwens pas écht goed uit de verf als de band bij enkele nummers een solo-duel tussen de morinkhuur-spelers houdt. Dan waan je je pas echt op een paard op de steppe in volle galop met de band.

Het is gezellige muziek, maar de rockende midtempo-nummers gaan snel op elkaar lijken. Opeens denk ik Wolf Totem te horen, maar nee, dit is gewoon een ander nummer waarin herhaaldelijk “Hu Hu Hu” wordt geroepen. Op het podium valt niet te spreken van veel show. De mannen staan vooral op hun plekken en bewegen niet erg veel rond. De show pikt pas echt het tempo op als The Real You wordt ingezet. Dit is met gemak het snelste nummer vanavond en blijkt een verfrissende breuk met traditie tot nu toe. Ineens valt het licht uit en zet de band Black Thunder in, compleet met flitsende lichten als bliksem. Die onthullen een gigantisch standbeeld van een Mongolische krijger op het podium. Het is een wauw-momentje, maar de band doet daar verder niet veel mee, behalve nog meer nummers eruit knallen. Het gezelschap lijkt dankbaar en uit vaker een (nauwelijks verstaanbaar) woordje van waardering. Enkele keren schreeuwt ringleider Gala tussen de nummers door iets onverstaanbaars, waarna hij zijn vuist in de lucht heft. Alsnog juicht iedereen. Wat hij net zei? Geen idee. Volgend nummer! HUUUU!

De band maakt vooral indruk wanneer ze de voorspelbare formule doorbreken. Zo dient Echoes Of My Father als emotioneel beladen pauzemoment. Als eerbetoon aan alle vaders is het een opvallend ingetogen nummer dat de band live ook klein en intiem houdt. Ze hadden dit een gigantisch crescendo kunnen geven, maar het is beter zo. Als het stilvalt, pinken er zelfs wat mensen een traantje weg. Dan kan het ook niet anders en krijgen we eindelijk Yuve Yuve Yu te horen, gevolgd door Wolf Totem. Die nummers waren terecht hits en zijn nog steeds klappers. Opzwepend, emotioneel beladen en gewoon teringgoed geschreven. Vanavond worden ze tevens ook teringgoed gespeeld! Hetzelfde geldt voor afsluiter This Is Mongol.

Toch, zelfs hier, zelfs nu, komt het publiek maar gewoon niet los! Er knikken wat meer hoofden en er gaan wat vuisten in de lucht, maar wat is dit tam voor een zaterdagavond! Wel worden er luidkeels allerlei varianten van “hu” geroepen, gefloten en geschreeuwd als de band eenmaal klaar is en een buiging maakt. Waar was deze energie net? Na genoeg gehu gaat de band toch maar weer het podium op om nog één nummer te spelen. Dat wordt een cover van de Iron Maiden-klassieker The Trooper. Dat nummer werkt verbazingwekkend goed als een nummer van The Hu, maar misschien was het niet de beste keuze als toegift. Dan zou je toch eerder sterk willen eindigen met eigen materiaal.

Dan is het toch écht klaar. Toch? Setlisten worden uitgedeeld, stokjes en plectra worden het publiek ingesmeten, er wordt een foto genomen, en alsnog blijven de heren enkele minuten over het podium ijsberen met hun instrumenten terwijl ze zwaaien, knikken, wijzen en nog een buiginkje maken. Mensen blijven maar meeklappen met de achtergrondmuziek, dus zij blijven ook hangen. Uiteindelijk is het dan écht écht klaar en loopt de band van het podium af.

Dan is het weer aan mij om de regen te trotseren. Het was een leuke avond, waarbij voor mij vooral Skáld uitblonk als een stel podiumbeesten. Van The Hu heb ik zeker genoten, maar ik voelde vanavond ook de beperkingen in hun geluid en een show die wat mij betreft wat minder eentonig en wat levendiger mag. Desalniettemin: bedankt voor de mooie avond! HU!

Setlist:

The Hu

  1. Horsemen
  2. The Men
  3. The Same
  4. Upright Destined Mongol
  5. The Men
  6. Shadow
  7. Warrior Chant
  8. Echoes of My Father
  9. Grey Hun
  10. The Real You
  11. Black Thunder
  12. Yuve Yuve Yu
  13. Wolf Totem
  14. This Is Mongol
  15. The Trooper

 

Skáld

  1. Ek skal riða
  2. Myrkviðr
  3. Ó Valhalla
  4. Hross
  5. Draumakona
  6. Grótti
  7. Himinbjǫrg
  8. Yggdrasill
  9. Ljósálfur

Datum en locatie

24 oktober 2026, 013, Tilburg

Foto's:

Elsie Roymans (Elsie Roymans Photography, Elsie Roymans Instagram)

Links: