Gåte – Sigil

Ik moet eerlijk zijn dat ik Gåte alleen maar kende van het optreden bij het Eurovisiesongfestival 2024, waar de band toen Ulveham speelde. Daar werden ze tevens laatste mee, wat ik compleet onterecht vond. Dat nummer pakte me als een van de weinige die avond met zijn aparte kijk op het genre van Nordic folk. Voor alle duidelijkheid, ik heb een groot hart voor dit genre, maar het is ook een frustrerend beperkt geluid. Je kan maar zo vaak iemand horen keelzingen in een vorm van Oudnoors (of een andere Germaanse taal als je avontuurlijk bent) over Ragnarok, Odin, en ten strijde trekken voor de goden of een vrouw een kulning  horen zingen en de muzikanten hetzelfde shamandrumritme als elke andere band spelen. Er zijn weinig bands die het interessant en oprecht houden. Dat doen wel Heilung, Nebala en de crimineel ondergewaardeerde Kati Rán. Na Sigil te beluisteren kan ik zeggen dat Gåte ook tot dat lijstje behoort.

Sigil is het zesde album van de Noorse band en het eerste voor metaltitaan Season Of Mist. De albumhoes vind ik eerlijk gezegd vrij ongeïnspireerd. Ze laat me verwachten dat ik weer het zoveelste ‘Heil-Odin-drink-bier-trek-ten-strijde’-album ga horen. Opener Bergteken begint evenzeer misleidend conventioneel met een uiterst tastbare Wardruna-invloed, maar escaleert langzaamaan. We worden naar een kruispunt geleid waar hardangerviool, brommende bas, piepende synths en zware gitaren elkaar tegenkomen. Meerdere nummers hebben de neiging om meer modern of traditioneel te beginnen, maar toch hun weg weer te vinden naar de samenzang van oud en nieuw. Gåte behandelt traditie niet als iets om te emuleren, maar als inspiratiepunt dat juist mee kan veranderen in nieuwe contexten om hedendaags nog relevant te zijn. Zo ook op de beuker Oskorsreia, waar de wilde jacht van Odin wordt geïnterpreteerd als verbeelding van de hedendaagse consumptiedrang. Strandvaskar, een nummer over begravingen aan de kust, gebruikt zelfs breakbeats. Breakbeats? In mijn Nordic folk? Ja, dat hoorde je goed!

De mix van instrumenten en sferen houdt de band goed vol, al vind ik de stem van Gunnhild Sundli wat te hoog en scherp in de mix liggen. Haar aparte stijl van zingen en hoge stem lag me eerst niet lekker. Ik moest er echt aan wennen. Ze heeft de neiging om woorden heel DUI DÈ LIJK UIT TÈ SPRRRÉ KEN en dat werkt me soms op de zenuwen. Combineer dat met de mix en dan werkt dat niet altijd in het voordeel van de band. Tegelijkertijd is Sundli ongelofelijk veelzijdig en laat ze met kreten, hoge uithalen en mysterieuze vertellingen het muzikale landschap tot leven komen. Ze combineert haar stem met die van Heilung-legende Maria Franz op Sannsiger, maar naast één uithaal hoor je daar niks van. Dat nummer is trouwens een hoogtepunt op het album, met een geluid alsof er iets monsterlijks en majestueus van diep onderin een meer naar boven komt kruipen na lang bevroren in het ijs te hebben gelegen.

De flow op het album blijft goed en de band weigert zich te herhalen. Van de opbouwende sfeer van Bergteken, naar de bijna volledige overgave aan de folk metal met Oskorsreia, tot het beklemmende en onheilspellende Nokon maakt de band duidelijk dat dit niet zijn eerste album is. Het is jammer dat men dat iets te vroeg viert en verslapt voor het einde. Mi Jord is een prima nummer, maar voegt naast de snerpende gitaren weinig toe dat op de rest van het album niet al langsgekomen is. Het is niet de emotionele klapper die het album op dit moment nodig heeft. Afsluiter Jostedalsrypa moet een kwetsbaar einde zijn, maar voelt nu vooral wat slapjes. De combo van héél luid gemixte fluisterzang en een in contrast nauwelijks hoorbare piano en cello werkt voor mij niet. Wederom, Gunnhild Sundli kan zeker zingen, maar dat betekent niet dat ik haar vanuit mijn eigen schedel hoef te horen. Het moet intiem zijn, maar voor mij werkt het niet. De emotioneel verpletterende combinatie van Songen en Aude vlak daarvoor zou naar mijn mening een veel sterker einde zijn geweest.

Dat gezegd hebbende zit er meer dan genoeg van interesse op het album om daarvoor te compenseren. De band brengt een breed scala aan geluiden en heeft een afkeer van genreconventies, maar doet zijn ding zonder abstract te worden en houdt de nummers behapbaar, al blijft het jammer dat het einde niet op hetzelfde hoge niveau is als de eerste acht songs.

Score:

85/100

Label:

Season Of Mist, 2026

Tracklisting:

  1. Bergteken
  2. Oskorsreia
  3. Sannsiger
  4. Nokon
  5. Bòd frå djupet
  6. Strandvaskar
  7. Songen
  8. Aude
  9. Mi Jord
  10. Jostedalsrypa

Line-up:

  • Gunnhild Sundli – Vocalen
  • Magnus Børmark – Gitaren, nyckelharpa, programmering, percussie, vocalen
  • Jon Even Schärer – Drums, percussie, programmering, mondharp, vocalen
  • Arent Todal – Hardangerviool, nyckelharpa, viool, geluiden, vocalen
  • Mats Paulsen – Bas, vocalen

Links: