Dubbel Zo Zwaar: Miserere Luminius – Sidera

Dubbel zo innovatief, dubbel zo uitgesproken emotioneel, dubbel zo gekweld. Dat is onze rubriek Dubbel Zo Zwaar. Een nieuw, melancholisch album dat simpelweg vraagt om van meer dan één kant bekeken te worden. Deze keer bespreken we Sidera van Miserere Luminis. Redacteuren Joris (met een voorliefde voor black) en Patrick (meer thuis in death en black met een dissonante inkleuring) storten zich op het album.

Sinds zijn ontstaan in 2008 heeft het Canadese Miserere Luminis zich altijd onderscheiden door een sfeervolle, donkere en melancholische benadering van black metal. Het drietal uit Quebec groeide uit tot een band die bekendstaat om zijn combinatie van rauwe intensiteit en verfijnde muzikale gelaagdheid. Eerdere releases Misere Luminis (2009) en Ordalie (2023) lieten horen dat de band zich niet beperkt tot traditionele structuren, maar voortdurend zoekt naar nieuwe manieren om dramatiek, emotie en sfeer te verbinden. Met hun nieuwe album zetten de heren deze ontwikkeling kracht bij. Waar eerdere werken al een gevoel van troosteloze schoonheid en verlatenheid oproepen, lijkt het nieuwe materiaal nog verder te reiken: diepere melancholie, beeldende grandeur en meeslepende composities creëren een geluid dat zowel uitdagend als meeslepend is. Durf jij je volledig onder te dompelen in een intens, eigenzinnig muzikaal avontuur? Een ervaring die onder je huid kruipt, je in zijn greep houdt en niet meer loslaat? Een ervaring die onze redacteuren in elk geval in vervoering bracht…

Na Miserere Luminis (2009) en Ordalie (2023) is dit Sidera het derde album van het drietal uit Canada. Hoe manifesteert de evolutie van de band zich het duidelijkst over deze drie platen?

Joris: In mijn ogen is de evolutie van deze band natuurlijk te noemen. Het voelt allemaal spontaan, niet geknutseld maar echt aan. Luister je de drie platen na elkaar en zeker Ordalie voor Sidera dan hoor je dat deze Canadezen in alles gegroeid zijn. Denk aan het vocale werk dat gewoon schitterend te noemen valt. Ook het muzikale compartiment is meer dan volwassen geworden. De gitaarpartijen zijn expressief, gevoelig terwijl de finesse en fijnmazigheid in het drumspel zeker goed wordt afgewogen met agressievere partijen die lijf en lede doorboren.

Patrick: Miserere Luminis heeft zich in de loop van de tijd op een heel vanzelfsprekend overkomende manier ontwikkeld. Nergens oogt en klinkt het geforceerd of gekunsteld, maar juist heel organisch, intuïtief en oprecht. Beluister Miserere Luminis, Ordalie en Sidera maar eens achter elkaar; dan komt de evenwichtige evolutie van de band duidelijk hoorbaar – en voelbaar! – tevoorschijn. Natuurlijk, authentiek en telkens een delicate nuance rijker. Het spanningsveld tussen licht en duister, tussen beklemming en openheid, wordt elke keer steeds weer iets steeds fijnzinniger uitgewerkt.

De band maakt veel gebruik van eclatante pianopassages en meeslepende strijkers en bekleedt zijn muziek met filmische soundscapes. In hoeverre vormen deze elementen een echte meerwaarde? Verrijken ze het geluid, of voelen ze eerder aan als een gimmick?

Joris: Buh, wie verzint toch die vragen altijd… Nee, het gebruik van piano en strijkers is absoluut geen gimmick. Die instrumenten zorgen er net voor dat van onder het (post-) blackmetalfundament nog diepere emoties kunnen opgegraven worden. Daardoor ontstaat er een bijkomende gelaagdheid die de band een eigen mom geeft en dat zet hij maar al te graag op, zoals je kan zien in de bandfoto’s. Toch?

Patrick: Een gimmick? Studeer jij soms voor stand-upcomedian? Juist het toevoegen van gevoelige piano en strijkers geeft de muziek zoveel extra zeggingskracht. Ruwe, schurende passages krijgen extra kleur door gelaagde, verfijnde arrangementen. Tussen krachtige intensiteit en emotionele berusting ontvouwt zich zo een meeslepend klanklandschap, waarin zwaarte opgaat in luchtigheid. Het werkt als een verfrissende ontlading boven op de rauwheid. Ik zou dat alleen geen verrijking willen noemen, maar als een essentieel element van de muziek van Miserere Luminis willen benoemen.

Kunnen we hier nog wel van black metal spreken? Of horen we ook andere invloeden terug?

Joris: Zoals ik hierboven al schreef kan je naast black metal en post-black metal ook invloeden uit de atmosferische hoek van ons geliefde genre ontdekken. Het toevoegen van een eerder klassiek instrumentarium verraadt waarschijnlijk een bredere muzikaal-technische opleiding en interesse van deze drie uitmuntende muzikanten.

Patrick: Is het nou echt belangrijk welk muzikaal label we eraan hangen? Als een album zo diep binnendringt en zoveel emotie weet op te roepen, kan het me eerlijk gezegd gestolen worden welke etiketje erop geplakt wordt. En kom me nou niet vertellen dat we niet over black metal mogen praten vanwege het gebruiken van piano en strijkers. Aan dat soort kortzichtigheid doe ik niet mee. Ik omschrijf het liever op de volgende manier: de band maakt gebruik van een tijdloos klankpalet dat zowel vertrouwd als vernieuwend klinkt. Noem het black metal, geef het een ander label… Ik luister er daardoor geen seconde minder om, of anders naar.


Wat zijn de meest aangrijpende of indrukwekkende momenten van het album? Welk nummer bezorgt jou het meest kippenvel?

Joris: Dan beginnen we meteen bij de opener, Les Fleurs de l’Exil. Het lijkt in eerste instantie om een nummer te gaan dat wat zachtjes dient te ontwaken of als een bloem dient open te komen. Maar het venijn zit hem toch eigenlijk al meteen in de aanvang, de finesse start in het midden van het nummer. Daarnaast is het eerder uitgebrachte De Cris & de Cendre door een gemillimitreerde blastbeat opnieuw een nummer dat je bij het nekvel pakt om vervolgens naar een palet aan riffs, melodische lijnen en giftig tom- en cymbalenspel te stappen die van uitmuntende kwaliteit zijn. En dan zwijg ik nog over de zo doorleefde vocalen. Je voelt de pijn tot in je eigen merg doorsteken. Zeker wanneer de pianopartij het heerlijk golvende Aux Bras des Vagues & des Vomissures in je armen stuwt. Terwijl de pijn bij het ochtendgloren (À la Douleur de l’Aube) zich weer onderhuids beweegt, ga je op zoek naar de stem die het allemaal lichter (Dans la Voie de nos Lumières) en draaglijker kan maken. Maar kan je die horen? Als je goed luistert, hoor je die. Luister naar de eindmaten van dit laatste nummer, dan hoor je een pianothema dat al eens passeerde op eerder werk. Op Ordalie om meer precies te zijn. Het machtige Noir Fauve startte hier, in een andere toonaard denk ik, immers mee.

Patrick: Er één uitspringend hoogtepunt kiezen is lastig, misschien wel onmogelijk, maar als ik dan echt moet kiezen, ga ik voor Dans la Voie de nos Lumières. Het nummer ontvouwt zich als een smeulend vuur, waarin intensiteit en ingetogenheid elkaar voortdurend afwisselen. Eerst gloeien de vonken sluimerend, dan weer wordt de intensiteit verbeten aangewakkerd en laaien de vlammen fel op, om uiteindelijk terug te vallen in een hitte die nog lang blijft nagloeien. Schurende, ijzige passages staan tegenover etherische, bezinnende melodieën; een fascinerend samenspel van licht en donker. Toch gaat mijn hart zonder twijfel ook uit naar À la Douleur de l’Aube, dat tekstueel sterk binnendringt.

Wat de muziek ook zo krachtig maakt, en dat mag hier dus ook niet ongenoemd blijven, is het dynamische drumwerk, dat de complexe songstructuren pakkend en gevarieerd inkleurt. Zelden volgen de ritmische keuzes het pad van de traditionele black metal; ook de zwaardere passages worden niet gedomineerd door enkel brute kracht en een verpletterende impact, maar zijn zorgvuldig vormgegeven door drumwerk dat gelaagd en verfijnd is (Les Fleurs de l’Exil, De Cris & de Cendre, waar eigenlijk niet?). En die subtiele(re) invulling werkt bijzonder verfrissend.

Wat zijn de grootste kwaliteiten van Sidera?

Joris: Dit album sluit qua uitvoering vormelijk en muzikaal nauw aan bij eerder werk en het is een waardige opvolger van het magistrale Ordalie. Je hoort een band die heel goed weet hoe ze bepaalde diepere emoties in lagen kan presenteren en daar ligt dan ook de sterkte. In de consistentie, de gelaagdheid, de complexiteit… ondanks het feit dat het allemaal eenvoudig binnenglijdt.

Patrick: De kracht van Sidera schuilt in de gave van Miserere Luminis om emoties vurig en voelbaar over te brengen. Soms gebeurt dat door het scherpe contrast tussen intensiteit en terughoudendheid, soms door een verzengende versnelling of vertraging, zoals in Dans la Voie de nos Lumières. Of door een tergende krijs, zoals “Soulevé dans les vastes feux de Dieu, Éventré de brûlures et de lumières.”, “Perçant les temps déchirés,  avec la langue et les armes du ciel. Suspendu dans les vertiges incalculables d’un amour absolu.” (beide uit À la Douleur de l’Aube) of “Et nos peines traversées, par la destruction conjointe.” (Dans la Voie de nos Lumières), die je als luisteraar volledig meesleept. Het zijn precies die momenten waarop muziek en emotie samenvallen en je niet alleen hoort wat er gebeurt, maar het ook diep van binnen kunt voelen.

Waar laat het album volgens jou steken vallen?

Joris: Weer zo een vraag… Als ik die gozer tegenkom… Ik heb geen weet van het feit dat de band steken heeft laten vallen en als die al gevallen zijn, heb ik ze toch niet gevonden. Ik ga er ook niet achter zoeken.

Patrick: Altijd goed om kritisch naar nieuwe muziek te kijken en luisteren, maar in dit geval is deze niets anders dan een ijdele poging om een meer dan geweldig album toch wat kanttekeningen aan te smeren. Als gelaagde, atmosferische black metal niet jouw ding is, zal je vast wel met een lijstje aan tegenvallers op de proppen kunnen komen. Wat zeg je? Te intense vocalen? Het drumwerk wordt niet gedomineerd door brute kracht? Prima als jij de combinatie van rauwheid en verfijning niet weet te waarderen; ik geniet er volop van. Jij niet? Mag ik deze vraag daarom afsluiten met een nadenkertje, die Geoff Tate me ooit tijdens een interview meegaf? “There is no good, there is no bad. There just is. It may move you to tears, it may bore you to death. That does not make it bad or good; it is just part of the experience.”


Joris en Patrick beschouwen dit – zonder al te veel op de conclusie vooruit te lopen – als verplichte luisterkost voor iedereen. Waarom moet je dit Sidera beluisteren? Wat maakt het zo onweerstaanbaar?

Joris: Dit Canadese Miserere Luminis etaleert opnieuw en dit voor de derde keer op rij dat black metal zijn grenzen niet kent. Je kan de ene maar ook de andere kant op gaan. Vertrekkende vanuit hun uitgangspunt worden (post-)black elementen omgord door atmosferische randen die op hun beurt warm worden opgepoetst door gebruik te maken van een erg doorleefd klassiek instrumentarium. Ik kan het niet verfijnder neerschrijven.

Patrick: Sidera grijpt aan door de gelaagde composities, waarin een indringend, vloeiend samenspel van gitaren en drums zich harmonieus vervlecht met etherische melodieën en subtiele passages. Hierdoor ontstaat een contrast dat zowel ontroert als overweldigt. De band neemt je mee naar bezielde nummers waarin passages vol diepte, extase en stilte elkaar afwisselen en waarbij de emotie tastbaar en voelbaar wordt. Dergelijk muzikaal vakmanschap kom je niet vaak tegen… en laat een indruk achter die nog heel lang blijft hangen.

De teksten van Miserere Luminis snijden vaak diepe, emotionele thema’s aan, en Sidera vormt daarop geen uitzondering. Welke tekst raakt jou het meest?

Joris: Goh, ik moet eerlijkheidshalve zeggen en dan ook schrijven dat ik er de teksten niet altijd bij neem als ik naar muziek luister. Het is maar zelden dat ik deze tot in detail filleer. Dat heb ik ook nu niet gedaan. Ik let gewoon op hoe die teksten gebracht worden, hoe ze tot leven komen en in welke vorm en kleur ze gefraseerd worden. Vooral dat laatste vind ik erg belangrijk. Luister je zo naar de vocalen van Annatar en Icare dan kan ik waarlijk schrijven dat op dit moment deze twee heren aan de top staan qua vocalen-kunde, ja zelfs nog boven RMS Hreidmarr waar ik altijd zo hoog mee oploop.

Patrick: Voor mij zijn teksten een belangrijk onderdeel van de beleving. De woorden geven betekenis aan de emoties in de muziek, die in louter klank soms wat abstract of ontastbaar blijven. Via taal wordt de intensiteit niet alleen hoorbaar, maar nog beter invoelbaar. En Miserere Luminis verheft het vermogen om het ongrijpbare voelbaar te maken tot ware, haast poëtische, kunst. Dat de teksten in het Frans zijn, vormt daarbij voor mij allerminst een belemmering. Integendeel, het versterkt zelfs de eigenheid en sfeer van de muziek.

En net zoals de muziek van deze Canadezen rijk is aan beelden en sfeer, getuigt ook hun woordkeuze van dezelfde beeldende kracht. Een bemoedigende, hoopgevende boodschap dat je de moed weer zult vinden, wordt bijna dromerig verklankt tot: “Tu retrouveras les ailes du courage” – “Je zult de vleugels van moed weer vinden.” (Les Fleurs de l’Exil). Machtig mooi! In À la Douleur de l’Aube lees ik een intens verhaal over het verliezen van iemand (“Au bout du souffle de nos vies” – “Aan het einde van onze levensadem”). De tekst verbeeldt sterven als een overgang van lijden en verlies naar zuiverheid en verlichting, het loslaten van pijn, en een diep besef van verbondenheid en intens verdriet (“Tout autour il n’y a que des flammes immenses” – “Overal om ons heen woeden immense vlammen.”). Zo adembenemend kunnen teksten zijn: ze openen een wereld waarin elk woord zijn eigen betekenis en emotie krijgt, en de luisteraar telkens op een persoonlijke manier kan worden geraakt.


De cover is een tekening van Adam Burke (Nightjar Illustration), bekend om zijn illustraties van fantasierijke, gedetailleerde en sfeervolle werelden, vaak met surrealistische personages en wezens. In hoeverre versterkt het artwork het thema en/of de sfeer van het album?

Joris: Ook de vorige plaat, Ordalie, had al zo een schitterende cover. Ik interpreteerde die als een vurig ros dat uitbrak, de hitte doorbrak. Nu interpreteer ik het artwork als een kroon die gevat wordt door vuur. Er lijkt een individu of misschien wel een waardige overtuiging in brand te staan. Of ben ik mis? Vermoedelijk ziet elkeen iets anders in dit kustwerk, kan ook.

Patrick: Het lichaam lijkt te verzinken in een allesverslindende zwartheid, ineengedoken, neergeslagen, overgeleverd aan een kille leegte. Rugwaarts tuimelend, armen en benen slap als uitgedoofde fakkels, het hoofd verborgen in schaduw. Boven de gestalte kolkt een vurige massa van rood, karmijn, oranje en wit. De verf druipt in vurige, lange, natte slierten, alsof de hemel smelt. De kleuren gloeien fel tegen de bijna zwarte achtergrond. Alsof ze leven in hun eigen, bijna apocalyptische energie. Verval en schoonheid omhelzen elkaar, rauw en tastbaar, terwijl hitte, pijn en melancholie versmelten tot één visuele uitbarsting, gevangen in een inferno van kleur en emotie. Is de cover art een verwijzing naar de tekstuele inhoud van À la Douleur de l’Aube: “Tout autour il n’y a que des flammes immenses”? Woorden als ontzagwekkend, verzengend en hartstochtelijk doen recht aan de vlammende bezieling van het album. De albumhoes ademt dezelfde apocalyptische duisternis, een reflectie van verwoesting en vergankelijkheid, een visuele echo van de muziek die het omvat.

Eindconclusie: in de begeleidende promo tekst van Debemur Morti Productions staat: “this singular band have delivered a melancholic epic – affecting, profound, and ultimately life-affirming.” Kun je je daarin vinden? Gaat er van het album inspiratie, bekrachtiging en verheffing uit of hult het album je juist in een warme deken van weemoedige melancholie?

Joris: Ik hou nu en dan wel van een warm deken dat je toedekt en dat doordrenkt is van weemoedige melancholie met franjes en losse eindjes van tristesse. Heerlijke, magistrale plaat. Aanschaf verplicht, jaarlijstmateriaal, nummer één. Niks meer aan doen, klaar.

Patrick: Voor mij is muzikale volmaaktheid een illusie, een onbereikbare utopie… slechts uitzonderlijk voelt een album zo dicht bij die perfecte harmonie als dit Sidera van Misere Luminis. De titel betekent in het Latijn: sterren. Deze sterren hier fonkelen met een onweerstaanbare gloed en schitteren met een betoverende kracht. Een stralend, opvallend, meeslepend licht dat je simpelweg niet kunt of moet willen negeren. Deze ster heeft zich met onmiskenbare glans aan de top van mijn jaarlijst genesteld, zo sterk stralend dat slechts een nog uitzonderlijker meesterwerk zich uit de schaduw ervan zal kunnen onttrekken. Dat zie ik er niet van komen…

Score Joris: 100/100
Score Patrick: 96/100

Score:

98/100

Label:

Debemur Morti Productions, 2026

Tracklisting:

  1. Les Fleurs de l’Exil
  2. De Cris & de Cendre
  3. Aux Bras des Vagues & des Vomissures
  4. À la Douleur de l’Aube
  5. Dans la Voie de nos Lumières

Line-up:

  • Annatar – Gitaar, vocalen
  • Neptune – Gitaar, basgitaar, piano
  • Icare – Drums, vocalen, strijkers
  • Sylvaine Arnaud – Contrabas (gastmuzikant)

Links: