Van New York hardcore tot nu-metal: Madball, Gideon en Lionheart in 013

Madball is weer eens in het land. Dat is op zich reden genoeg om de show van vanavond bij te wonen, zeker omdat de band op de mainstage van 013 staat. Dat komt natuurlijk doordat de band tourt met het populaire Lionheart. Een wat merkwaardige package van verschillende stijlen, en verschillende doelgroepen maar het geeft de NYHC band, samen met Slope en Gideon wel de gelegenheid hun muziek te presenteren aan een groot publiek. Friso Veltkamp nam een kijkje namens Zware Metalen.

Vanwege werkgerelateerde zaken kom ik pas vlak binnen voor Gideon. Er valt wel meteen iets op: de bands spelen vanavond weliswaar op de main stage, maar wel in minimale vorm. Het balkon en de trappen zijn afgesloten en ook de bar in het benedengedeelte van de zaal is dicht. We zullen het dus moeten doen met de twee barren in de zaal. Dat geeft soms wat langere wachttijden, maar nooit echt storend lang. Het publiek vanavond is een publiek op leeftijd. Veel mensen die vroeger naar Madball luisterden en daarbij Lionheart en co ook nog meepakken. Het geeft wel een gezellige sfeer, waarbij er vooral tussen de nummers en buiten nostalgische herinneringen worden opgehaald. Maar we zijn vanavond natuurlijk niet voor het gelul, maar voor de muziek.

De bandleden van Gideon doen weinig moeite om te verhullen waar deze gasten vandaan komen. Getooid met cowboyhoeden en met een backdrop waarop een grote pickup truck prijkt, wordt hun zuidelijke afkomst meteen verraden. Dat wordt nog eens bevestigd door zanger Daniel McWhorter. ‘We’re from Alabama’. Aha.

Die afkomst klinkt overigens nauwelijks door in hun muziek: dat is namelijk redelijk rechtoe rechtaan metalcore zoals dat de laatste jaren gespeeld wordt door bijvoorbeeld een band als The Acacia Strain, zij het minder goed. Al mokert het wel een flink eind weg, bij vlagen worden er namelijk knakenharde breakdowns de zaal in geslingerd, zoals in No Love/No One, waarbij gitarist Tyler Riley ook een verdienstelijke duit in het zangzakje doet. Zijn stem klinkt wezenlijk anders dan de apenrotsbrul van James, heser vooral, en voegt daardoor ook wat toe aan de agressie.

En alsof dat nog niet genoeg is kwakt de band her en der wat elektronica in de muziek. Dat is natuurlijk heel modern, de steriele metalcorebands rijzen tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond, maar mede dankzij het uitstekende geluid van vanavond werkt het hier prima. Werkelijk alles is te horen en het dondert overtuigend de zaal in. Dat maakt ook dat het geen straf is naar deze set te kijken, de band speelt bovendien maar een half uur. In dat opzicht snap ik niet dat de band na een paar nummers een pauze neemt. Zijn ze moe? Het haalt de vaart uit het optreden en links en rechts beginnen mensen dan maar gewoon wat met elkaar te praten, wat sowieso irritant is.

Na het intermezzo vervolgt Gideon met het met 2-steps doorspekte nummer More Power, More Pain, waarbij ook de verstaanbaarheid van de zang beter naar voren komt. James blijkt niet alleen te kunnen oerbrullen, maar weet ook een soort schreeuwerige zang uit zijn longen te persen. Ondertussen probeert hij het publiek mee te krijgen, hij wil van alles, een wall-of-death, meer crowdsurfers, meer actie. Welnu, dat laatste krijgt hij zeker bij Bite Down, waarbij het vooraan de zaal de pit weer eens verandert in een Jiu Jutsi expeditie.

De backdrop zegt vanavond veel over de show van Madball. New York hardcore prijkt er op, voor als men dat nog niet wist. Tegelijkertijd is het een backdrop die eigenlijk meer geschikt is voor kleinere zalen; links en rechts gapen er nu dus flinke gaten. De mainstage is qua grootte niet een zaal die alledaags is voor Madball, wat nog eens wordt versterkt door de opmerking van zanger Freddy; ‘the barricades sucks‘ maar het wordt mogelijk gemaakt doordat de band op tour is met Lionheart, dat veel populariteit geniet onder jong publiek. Maar wat Madball bijzonder knap doet is de energie van een kleine zaal vertalen naar de mainstage. Daarbij helpt het natuurlijk bij dat de mannen heel ervaren zijn in wat ze doen, en kunnen leunen op een indrukwekkende discografie.

Het begin is in ieder geval mokerhard met Heavenhell en Can’t Stop, Won’t Stop, waarbij de vier mannen een flinke energie de zaal in slingeren. Freddy heeft vanavond duidelijk een stappenquotum te halen en staat niet een seconde stil, terwijl de beste man toch ook al vijftig is. Dat is niet af te zien aan de band, ook niet dat zij teren op oude glorie. Wat heet: er wordt vanavond zelfs een nieuw nummer gespeeld in de vorm van Tethered. Die verschijnt op de binnenkort uit te komen plaat, en klinkt zoals een song van Madball hoort te klinken: groovende hardcore met hip hop grooves.

Freddy zit vanavond ook flink op zijn praatstoel en weet het publiek er met de nodige humor knap bij te betrekken. Zo vraagt hij aan een security guard of die kunnen voelen of het publiek wel een polsslag heeft, want vooraan lijkt het wel een dode bedoening. Ook betrekt hij een tienjarige bezoeker bij het concert, voor Get Out, die hij als twaalfjarige destijds schreef. Het publiek moet bij dit nummer mee scanderen, maar dat gaat niet helemaal naar de zin van de frontman. This Is What My Friends In New Jersey Do When They Sleep’, voegt hij eraan toe.

Het geeft wel aan dat de band goed in zijn vel zit en precies weet hoe een hardcoreshow eruit moet zien: energiek en met iedereen betrokken. De zaal staat vol en van voor naar achteren zie ik mensen van gemiddelde leeftijd de teksten scanderen of goedkeurend, met een biertje in de hand, tegen de bar gadeslaan. We krijgen ook een soort greatest hits show, met nummers als Across Your Face, Look My Way en het onvermijdelijke Pride, dat nog altijd bevlogen gebracht wordt, vandaag ook met gastzang van Rob Franssen (Born From Pain). Ook Simon van Slope doet nog overtuigend een nummer mee. Het geeft alleen maar meer een unity gevoel. Dit is een topshow door een band die weet hoe je live moet performen. En het maakt in dat opzicht niet zoveel uit dat niet alle originele of langdurige leden zoals Hoya of Mitts er niet meer bij zijn.

Deze band kan nog jaren mee, en laten we hopen dat het de volgende keer in een wat kleinere zaal is, waar Madball beter tot zijn recht komt. Zoals de band in het laatste nummer al aangeeft: hardcore still lives!

De zaal is een stuk rustiger bij het begin van Lionheart. Dat is niet omdat iedereen nog buiten nog staat te roken of in de gang staat bij te lullen, dat is omdat een deel het na Madball voor gezien heeft gehouden. Toch blijven er genoeg mensen in de zaal staan om de set van de Californische band te zien, net zoals ondergetekende. En… dat valt niet mee. Je kunt nog zo stoer, boos en opgepompt uitzien, dat maakt je nog geen hardcoreband. En dat is Lionheart natuurlijk ook helemaal niet, het is grotendeels simplistische nu-metal dat de klok slaat, zo wordt live ook bevestigd met eerste nummers Cast Stomp en Death Grip. Van die jumpdafuckupriffs met wat metalcore-invloeden.

Om het gebrek aan originaliteit of kwaliteit te verbloemen heeft de band vanavond heel wat showelementen uit de kast getrokken. Zo zijn er rookmachines en hangt er een enorme frontdrop voordat de show begint, waarachter de silhouetten van de bandleden zichtbaar zijn. Je ziet hoe zanger Rob iedereen een handje geeft, voor het doek naar beneden valt. Het oogt allemaal wat geforceerd, en die lijn kun je doortrekken in de muziek: er is over nagedacht, maar alles draait om snelheid en effectbejag. Het voelt niet oprecht. Er zit geen ziel in deze muziek.

Dit is een soort keukentrapmetal; iets wat je nodig hebt om ergens anders, iets beters, te bereiden. En daar zit misschien nog wel iets positiefs in; deze band kan fungeren als entry-level band. Dat je via Lionheart bij muziek terechtkomt die er meer toe doet.
Toch zal een deel van het publiek het met mij oneens zijn, vooraan wordt er wel goed meebewogen op de muziek en eerlijk; het grooved bij vlagen wel. De band weet bovendien nog enigszins wat energie de zaal in te slingeren, en lijkt zichzelf ook wel te vermaken.

Er wordt ook nadrukkelijk om publieksreacties gevraagd zoals dat vreselijke sit down, jump up-moment bij het eveneens vreselijke nummer Roll Call waarbij er luidruchtig gevraagd wordt: Where are my dogs at. Waar sta ik nou eigenlijk naar te kijken? Nummer na nummer wordt op ons afgevuurd, maar het voelt als een glijdende schaal; de zaal wordt leger en leger. Op een festival kan dit wel werken, maar in een grote zaal, op eigen benen, redt Lionheart het niet.

Ik ben wellicht een zuurpruim, maar ik vind dit echt niet om aan te gluren. Er gebeurt niets spannends, niets verrassends. Voor de hooks en het hoogtepunt van de show wordt maar weer eens Break Stuff van Limp Bizkit in de set verweven. Is die grap onderhand al niet eens verouderd? Het zegt wat dat dit de meeste reactie uit het publiek krijgt. Misschien moet de band in het vervolg, net als bij Jera vorig jaar, maar gewoon nu-metal covers gaan doen.

Datum en locatie

20 januari 2026, 013, Tilburg

Link: