Alle lichten staan dit jaar op groen om een prachtige editie van Roadburn te krijgen. Het festival is uitverkocht, de line-up is sterk en gevarieerd en, niet onbelangrijk, ook de weergoden zijn ons goed gezind. In de afgelopen jaren is Roadburn uitgegroeid tot het meest inclusieve undergroundfestival, waar muziek en verbondenheid hand in hand gaan en waar er altijd een enorm respect heerst tussen artiesten en publiek. En dat alles onder het credo redefining heaviness. En zoals de laatste jaren voor Zware Metalen vaste prik is: Friso Veltkamp doet het verslag, Ruth Mampuys verzorgt de foto’s.

Lees ook het verslag van donderdag en vrijdag.
De sfeer
Het is al vaker aangehaald, maar Roadburn heeft een sfeer die je zelden op een ander festival tegenkomt. Er heerst een bijzondere openheid, iedereen is welkom, iedereen wordt geaccepteerd. Dat wordt ook vaak benadrukt. Maar er heerst ook een groot respect tussen bands en publiek. Wat voor een stijl er ook gespeeld wordt, alles wordt aandachtig beluisterd. Of het nu gaat om een drone set, of een electro of hip hop act, op Roadburn krijgt iedere artiest een open en aandachtig oor. En dan is er natuurlijk nog de stad zelf, die volledig meedoet. Van restaurants tot bierstudio’s. Dat maakt dat heel Tilburg verandert in een metalstad, of beter gezegd: planeet Roadburn. Iedereen beleeft op zijn eigen manier dit festival. De een brengt urenlang bij de junction door, bijpratend met een speciaalbier in de hand, terwijl de ander van band naar band rent; iedereen kiest zijn eigen pad en lijkt en is volledig in zijn/haar element. Het is dan ook niet gek dat er mensen van over de hele wereld zijn ingevlogen naar dit festival. Het is een internationale trekpleister voor kwalitatief uitstekende underground muziek. Er hangt bijna iets sacraals in de lucht. En dat is precies waarom iedereen hier wil zijn.
Heaven In her Arms (The Engine Room)
In het kader elk jaar een screamo band zien die ik vroeger niet heb gezien is er dit jaar Heaven In Her Arms. De vijf Japanners hebben in het verleden al enkele fraaie platen uitgebracht en gaan daar dit jaar zelfs een nieuw hoofdstuk aan toevoegen: The End Of Purification is de opvolger van het negen jaar verschenen White Halo. Die plaat stond gisteren centraal, vandaag is het de nieuwste worp die integraal wordt gespeeld. Een gewaagde keuze, want de plaat is nog niet eens uit, waardoor het materiaal voor het publiek nieuw is.
Dat is niet zo erg, bij Heaven In Her Arms weet je wat je kan verwachten: op Envy leest gestoelde screamo waarbij er veel ruimte is voor post rock invloeden. En dan is er natuurlijk het Japanse enthousiasme. De vier gitaristen staan op een rij en stralen zichtbaar uit hoe dankbaar zij zijn om hier te morgen staan. Het publiek gaat minstens zo dankbaar zijn, want het Japanse vijftal verkeerd in een topvorm en laat bij vlagen betoverend mooie melodielijnen horen in Glare Of The End en Threads of Collapse, waarbij laatstgenoemd nummer een sample bevat waar de band gewoon doorheen speelt, wat een extra gelaagdheid in de sfeer geeft.
Nu is het makkelijk om vergelijkingen met Envy te maken, zeker omdat Heaven In Her Arms gebruikt maakt van schreeuwzang, maar die vind ik persoonlijk veel aangenamer klinken dan bij Envy: minder eentonig, minder blafferig en meer versterkend aan de melancholische sferen die de band oproept. Het helpt ook dat de nummers vrij kort worden gehouden, waardoor de aandacht nauwelijks verslapt. In Zanka lijken de gitaarlijnen bijna om elkaar heen te dansen, terwijl er opnieuw een sample gebruikt wordt van een vrouwenstem, en hoewel de band in basis natuurlijk een harde screamo band is, levert dit wel een erg sfeervol en bijzonder moment op. De presentatie, de sympathieke uitstraling en het gitaargeluid: Heaven In Her Arms overtuigt vandaag. Laat die nieuwe plaat maar komen!

Slowhole (The Engine Room)
Van de melancholische gloed van Heaven In Her Arms naar het doomgaze geweld van Slowhole is alsof je vanuit van een warme omgeving rechtstreeks de vrieskou in wordt geslingerd. Slowhole doet niet zozeer aan sfeer, wel aan monotoon gebeuk zonder veel melodie. Het woord gaze verraadt het al; deze band zet in op een totaalbeleving. Langgerekte schreeuwen en doffe dreunen. De variatie in de muziek zit hem vooral in de details: met feedback doorspekte breaks. Soms is er een versnelling, soms is er een sample, maar verder is het vooral heel hard. Naar hun afkomst hoef je niet te gissen: dit soort moerasachtige metal kan natuurlijk alleen maar uit New Orleans komen. Gelijkenissen met Thou liggen dan ook voor de hand, alhoewel Slowhole meer leunt op doom en gaze invloeden. Het resultaat is een betonnen muur en weet daarom toch wel iets van indruk te maken. Toch lonkt elders alweer de volgende ontdekking, en ik ga proberen om nog binnen te komen bij Traidora.

Traidora (Hall of Fame)
Tijd voor wat inclusieve rammelpunk! Het Engelse viertal Traidora mag in de Hall of Fame hun ding komen doen. Het drietal wordt aangevoerd door Venezolaanse trans Eva Leblanc en speelt vooral snel en hard met rauwe energie. Zoals het hoort bij dit soort muziek. De nummers worden als korte explosies de zaal in geslingerd. Het drumgeluid staat veel te hard, maar dat zien we bij deze stijl wel door de vingers, evenals het hoekige basgeluid en het ralle stemgeluid van Eva.
Traidora benadrukt het inclusieve gedachtegoed door de set op te dragen aan de transgenders en mensen met een beperking. Waarbij laatstgenoemden expliciet worden uitgenodigd om dichter bij het podium te komen staan, zodat zij de show beter kunnen ervaren. Een mooie geste, en het wordt ook met een luid gejuich onthaald. Net als de rest van de set, en hier valt weer op hoe open het Roadburn publiek is. Iedereen blijft staan kijken en luisteren naar de band, ook al zal het niet voor iedereen naar zijn goesting zijn.
Tof voor Traidora dat zij voor een volle de Hall of Fame staan. De bevlogen teksten, over onder andere een verdwenen activist uit Chili, maken daarbij de impact van de set alleen maar groter. “Hoe lang hebben we nog?” vraagt Eva twee nummers voor het einde vertwijfeld. Negen minuten nog, normaal genoeg voor nog negen nummers, maar de band doet er nog twee en sluit met een pit (een unicum op Roadburn!) een mooi optreden. Deze band is volkomen op zijn plek hier.

Primitive Man (The Terminal)
Van anarcho punk naar ultradepressieve, allesverzengende doom: op Roadburn is het een kwestie van de ene deur uitlopen en de andere deur weer binnengaan. Zo verplaatsen we ons na de set van Traidora naar Primitive Man. Althans, dat proberen we, maar de rij die voor Primitive Man staat is ongekend. Die reikt bijna tot de tunnel waar onze vriendelijke accordeonvriend zijn Bella Ciao-marathon speelt. Komt het doordat de band vandaag een Rememberance set speelt, wat neerkomt dat de band een bloemlezing uit eigen werk geeft? Of genieten de mensen te veel van muzikale zelfkastijding? In ieder geval: het is drukker dan een paasmaandag bij de Ikea.
Maar… nadat de band de eerste tonen inzet, komen de eerste mensen alweer naar buiten gerend, al dan niet met een wanhopige blik in de ogen. Het lijkt bijna wel een soort draaideurcarrousel: de ene naar buiten, de volgende naar binnen, die vervolgens weer snel naar buiten gaat. Tsja. Leren mensen dan nooit? Je had kunnen weten dat Primitive Man een stel neanderthalers zijn die de grenzen van zwaarte, logheid en pure ontreddering opzoekt. Dat is toch een station te ver voor een gemiddelde Acid Mother’s Temple adept.

Eenmaal binnen nestel ik me naast hoofdredacteur Pim die alles stoïcijns over zich heen laat komen. Die kijkt niet op van een riff van negentien minuten meer of minder. Maar net als Pim ga ik me maar over laten geven aan de muziek, want je hebt bij Primitive Man twee keuzes; je laten ontregelen en wegvluchten of je laten opslokken door de monsterlijke riffs. En hoe meer je in het optreden wordt gezogen, hoe meer details zich openbaren in de trage modderige substantie die de band creëert. En zo hoor je steeds meer melodieuze invloeden in het geluid sluipen. Niet dat het geluid nu gelijk doet denken aan een Eurovisiesongfestival act, maar het is heel licht waarneembaar. Soms is er ook een verandering in de toon van de gitaren, maar het gaat hier toch echt om deze muziek te voelen en te beleven.
Ik ga maar in herhaling vallen, maar ik laat dat toe bij dit concert, Primitive Man doet het immers ook tot het uiterste, maar dit is een totaalbeleving. Bij elke riff die de zaal in rolt, voel je je meer samensmelten met de band en het publiek. We gaan hier samen doorheen. Eenmaal in die staat, kan ik niet anders dan concluderen dat het een fantastische show is. Dat vindt Pim ook, die gaat ineens he-le-maal uit zijn plaat op het laatste nummer Daarmee sluit Primitive Man een optreden mooi af en bevrijd ons na de laatste blastbeats. We zijn vrij om te gaan.

Prostitute (The Engine Room)
De set van Prostitute begint met een geluid waar ik zelf een enorme teringhekel aan heb: het geluid van onrustige ademhaling. Ik word er plaatsvervangend benauwd van. Zou het bedoeld zijn om de boel alvast te ontregelen? Want daar heeft Prostitute wel een handje van. Met hun door synths aangedreven punk zetten zij een muzikale wereld neer waarin van alles gebeurt. De muziek overstuurt hele tijd nét niet, en dat is bijna een wonder met de energie die dit viertal uit Michigan etaleert.
De bandleden zelf bewegen onafgebroken, al dan niet met spastische bewegingen, of zelfs met een synthesizer nonchalant op de schouder. Maar het publiek… dat doet niet mee. Er wordt nauwelijks bewogen. “Houden jullie niet van dansen?”, vraagt zanger Moe zich vertwijfelt af.
Hij krijgt geen antwoord, maar heeft wel een punt, want deze set is bijzonder dansbaar. Af en toe worden Arabische toonladders gecombineerd met electro noise, terwijl de drumpatronen regelmatig aan drum & bass doen denken. U leest het; het is een aaneenschakeling van geluiden waarbij je ook langzaam de set in wordt getrokken en je je bijna waant in een Duitse techno club op een verlaten industrieterrein.
Misschien zou er bij het Offroad programma zelfs een samenwerking met een dansstudio overwogen kunnen worden, zodat mensen zich een volgende keer beter kunnen voorbereiden hoe te bewegen op deze muziek. Prostitute zou dat in elk geval meer dan verdienen.

Ameretat (Hall of Fame)
Ik probeer dit weekend mijn quotum aan punkbands te kijken te halen en besluit nog wat nummers van Ameretat mee te pakken. Dit Iraanse tweetal verraadt hun afkomst subtiel, onder meer door ook het Perzische tapijt de als achtergrond dient. Verder is het niet bepaald wat je op voorhand zou verwachten van een Iraanse band (voor zover je dat kan verwachten); het is een vorm van crustpunk, maar dan wel met anthems. Uiteraard met bevlogen teksten, die de huidige situatie in de wereld beschouwende nemen, ook erg urgent overkomen. Daar hoort een overstuurd geluid natuurlijk bij. De nummers bestaan vaak uit eenvoudige akkoorden, maar worden doeltreffend gebracht en met een energie voor vier. Roadburn biedt zo opnieuw ruimte aan een band die volledig op zijn plek is.

Oathbreaker (Main stage)
Ben je ooit wel eens ergens gestrand op een of ander verlaten eiland, samen met 30.000 andere mensen, en dat er dan een noodhelikopter komt waar eigenlijk maar zes man inpast, maar waar ze vervolgens 4000 in proberen te proppen? Welnu, zo voelt het ook bij Oathbreaker in de main. Wat is het druk. Hier kan echt niemand meer bij. Het is ook een show waarbij je het moet doen met mijn geheugen, want aantekeningen maken wil nauwelijks in deze drukte.
En dat is eigenlijk ook niet zo gek. Oathbreaker heeft jarenlang niets gedaan, en staat hier vanavond om hun best ontvangen plaat uit hun discografie te spelen: Rheia, een album waarop de band liet horen tot de top van de post-black metal te horen. Dat komt natuurlijk door de ijzingwekkende riffs, maar zeker ook door de presentatie van Caro, die vandaag niet alles even zuiver zingt, maar haar Julie Christmas achtige voordracht mag er zeker zijn, zowel in de zangpassages als haar schreeuwmomenten. Dat komt natuurlijk meteen al sterk naar voren bij de prachtige opener 10:56.

Er vallen tijdens de set van Oathbreaker wel een paar dingen op. Om te beginnen het publiek: dat is opvallend divers. Natuurlijk staan er allerlei black, stoner en andere metalfans, maar er staan ook enkele mensen die je eerder op Best Kept Secret zou verwachten, met gesloten ogen te genieten van de muziek. Oathbreaker heeft natuurlijk altijd wel iets hips gehad en reikte ook wel verder dan de metalbubbel, en dat blijkt vanavond ook weer. Bovendien houdt de band continu de aandacht vast van het geheel; het wordt gewoon niet rustiger in de zaal.
Wat ook opvalt is dat Gilles meer losgaat op deze muziek dan bij Oathbreaker, we zullen hem morgen ook weer in een andere gedaante zien bij Siem Reap, maar het is wel tof te zien hoe uitgesproken zijn bewegingen zijn. Verder is vanavond Levy (Wiegedood en een zooi andere Church of Ra bands) bassist van dienst. Zo blijft die hele Church of Ra een soort muzikaal uitzendbureau waar iedereen bij elkaar komt werken. Dit viertal ploegt zich overtuigend door de set heen, waarbij hoe verder in de set (of het album zo je wilt) er meer ruimte is voor wat cleanere uitspattingen, zoals akoestisch gitaarwerk. Daar hapert het alleen een beetje. Lennart moet zijn gitaar uitgebreid stemmen. Voor mij een reden om alvast door de drukte (het wordt gewoon niet minder) een weg te banen naar de volgende halte: Saetia.

Saetia (The Terminal)
“Heb je Oathbreaker niet afgekeken?”, hoor ik u al verwijtend zeggen. Nee, de kans dat je Saetia ergens ziet is zo mogelijk nog zeldzamer dan de reünie van Oathbreaker. Ook Saetia heeft een tijdje niets uitgespookt, maar enkele jaren geleden pakte de band het live spelen weer op, voornamelijk in het kader van benefietshows voor transgenderrechten. De band is dat blijven doen en waar kun je dat in Nederland beter doen dan op Roadburn? Dat zal de band ook gedacht hebben.
De band hanteert een no-nonsensehouding die perfect aansluit bij hun screamo/emo muziek. De emo invloeden hoor je vooral terug in van die typische jaren negentig gitaarriedeltjes zoals in Notres Langues Nous Trompes. De screamo zit hem vooral in het korte fragmentarische spel en geschreeuw, zoals in The Sweetness and the Light. Hoe intens de muziek ook is, onder leiding van Billy heeft de band wel een persoon die er staat en de nodige humor heeft. “Dit nummer is geschreven voor er dinosauriërs bestonden”, geeft hij aan voor Closed Hands.
De band gaat natuurlijk ook al 29 jaar mee, maar heeft geen heel omvangrijke discografie opgebouwd. Sterker nog, de band heeft wel een zooi singles uitgebracht, maar slechts één volwaardig albun. Toch heeft de band een bepaalde cultstatus ontwikkelt in het screamo wereldje. Vanavond blijkt dat die reputatie volledig terecht is. Dit is de perfecte band voor dit tijdstip (22:30). Na een dag vol sonisch geweld is dit wel bijzonder fijn om aan te horen. De gitaarlijntjes buitelen lekker over elkaar heen en publieksfavorieten volgen elkaar op zoals Ariadne’s Thread en Venus and Bachhus. Nummers waarbij de band ook wat meer meeslepender klinkt, en laatste nummer is een nummer waar je ook wel kan horen waar La Dispute zijn mosterd vandaan heeft gehaald.
De band sluit af met One Dying Wish en laat een nog altijd goed gevulde engine room tevreden achter. De band maakt zijn reputatie meer dan waar. Pluim voor het programmeren van deze band, Daan!

Uiteraard werden er nog veel meer momenten vastgelegd die geen plek in dit verslag hebben gekregen; die foto’s vind je hieronder.

(Blackwater Holylight, The Terminal)

(Otay : Onii, Main stage)

(These New Puritans, Main stage)

(Moloch, Hall of Fame)

(Industry, Hall of Fame)

(Portrayal of Guilt, Skatepark)

(Slift, Main stage)
Datum en locatie
18 april 2026, 013, Tilburg
Foto's:
Ruth Mampuys (Ruth-Less Photography website en Facebook)
Link:

