Het Duitse Fyrnask, opgericht in 2008, ontstond vanuit een eigenzinnige visie waarin black metal, rituele soundscapes, drones en texturen doordrenkt van ambient samenkomen. Het project benaderde het genre vanaf het begin niet als enkel pure agressie, maar eerder als een vorm van bezwerende ceremonie. Wat oorspronkelijk een soloproject was, groeide in 2014 uit tot een volwaardige liveband, waardoor de dichte, meeslepende atmosfeer van Fyrnask zich ook op het podium kon ontvouwen. De band heeft tot op heden vier volledige albums uitgebracht: Bluostar (2011), Eldir Nótt (2013), Fórn (2016) en VII Kenoma (2021). Vijf jaar na dat laatste werkstuk dient zich nu Íosir aan.

Op het nieuwe album neemt Fyrnask je mee op een eenzame tocht door het rijk van de doden, gezien door de ogen van één dolende ziel. Dat motief keert ook terug in titels als Hliðvera (Poortwezen), Sálarmylnan (De zielenmolen), Krýndur af tóminu (Gekroond door de leegte), Dødens Segl (Het zegel van de dood) en Hjól Endurfæðingar (Het wiel van wedergeboorte). De reis voert langs brandende poorten, duistere en lichtende krachten, leegte en ontbinding. Íosir nodigt uit om het rijk van de dood al tijdens het leven te betreden, zodat de geest leert loslaten wat hij in veiligheid en comfort krampachtig probeert vast te houden.
Het album dwingt de mens zijn masker af te leggen en te erkennen hoe tijdelijk, broos en angstig dat masker eigenlijk is. Wie aan het einde van deze eenzame afdaling verlossing uit de duisternis verwacht, komt bedrogen uit: Íosir biedt hooguit de moed om die duisternis onder ogen te zien. De dood wordt hier niet vereerd als nihilistisch eindpunt, maar als een kracht die het valse contract met de wereld verbreekt. Noem het gerust een duistere deconstructie van het zelf. Dat klinkt zwaar aangezet, maar in de muziek krijgt die thematiek daadwerkelijk gestalte: niet als een verhaal dat zich langs een duidelijke verhaallijn laat volgen, maar als een beklemmende beweging naar binnen. En jij dacht dat Íosir zich leende voor een achteloze luisterbeurt op de achtergrond?
Repeterende, haast hypnotiserende gitaarlijnen, ijle en donkere atmosferische klanklagen (onder meer in het langzaam tot uitbarsting komende Í Munnlausri Dýrð, in Glóð svíður en in het onafwendbare Dødens Segl), venijnige erupties en bezeten blastbeats vormen de ruggengraat van het album. Daaroverheen liggen fluisterende en grommende stemmen, koorachtige vocalen (in Hliðvera, Í Munnlausri Dýrð en Dødens Segl) en een massieve, omhullende productie. Samen creëren ze een beklemmende wereld van sfeer, spanning en bezwering. Je wordt niet zozeer overdonderd, maar langzaam en onmiskenbaar ingesloten. Alsof de muziek zich om je heen sluit: donker, ritueel en verstikkend, met telkens net genoeg dreiging om je geen moment gerust te stellen. Toch werkt die verzengende onderdompeling niet enkel verlammend. Wie zich eraan overgeeft, wordt meegesleurd in een stroom die energie en wilskracht oproept.
Op Íosir wordt black metal een ritueel medium waarmee Fyrnask een bewustzijn langs vuur, leegte, dreiging en sacrale ontbinding door het hiernamaals voert. Dit is geen muziek die alleen agressief of donker wil klinken, maar een ceremonie van duisternis, verlies en hunkering naar het onbekende. Het wordt niet gepresenteerd als een rechtlijnig of toegankelijk verhaal, maar als een bezwerende afdaling. Precies daarin schuilt ook de drempel: Íosir vraagt niet om vluchtige beluistering, maar om volledige onderdompeling. De vraag is of je bereid bent die afdaling mee te maken, of onderweg al afhaakt.
Score:
92/100
Label:
Ván Records, 2026
Tracklisting:
- Hliðvera
- Loginn Ómyndaði
- Sálarmylnan
- Blóðmálmur
- Krýndur af tóminu
- Í Munnlausri Dýrð
- Glóð svíður
- Rustna Drottningin
- Dødens Segl
- Hjól Endurfæðingar
Line-up:
- Fyrnd – Bas, gitaar, zang
- Exord – Gitaar
- Alghol – Drums
Links:


