Eén van de allereerste recensies die ik (in 2019) schreef voor Zware Metalen was een bespreking van Första Trulen, de tot nu toe laatste EP van de Zweedse antikosmische, occulte blackmetal-entiteit Arckanum. Ik noem het hier heel bewust geen band, want Arckanum is een soloproject. Shamaatae, de man achter Arckanum, is een schimmig, raadselachtig figuur die zich schuilhoudt achter een grotesk trollen/tentakelmasker. Deze vermomming is niet alleen bedoeld als ritueel werktuig om een duister aspect van zijn persoonlijkheid naar boven te brengen, maar ligt ook in lijn met zijn toewijding aan de Thursatrú, een spirituele stroming, gebaseerd op de Noorse mythologie, waarin de reuzen (en bij uitbreiding de trollen) centraal staan, in plaats van de goden. Oud-Noorse mythologie, anti-kosmisch satanisme, chaos-gnosticisme en Thursatrú zijn onderwerpen die de man zo begeesteren dat hij er tussen 2009 en 2020 zelfs een aantal boeken over schreef…
In het oude werk van Arckanum stond de Griekse natuurgodheid Pan centraal, wat zich vertaalde in mystieke panfluittonen en natuurgeluiden. De demo’s en eerste drie albums (Fran Marder, Kostogher en Kampen), die werden uitgebracht tussen 1992 en 1998, waren boeiende, pretentieloze blackmetalpareltjes met dat typische dunne, old-school geluid van die tijd, met hier en daar ook wat mysterieuze ambient-klanken. Tussen Kampen (1998) en diens opvolger Antikosmos (2008) lag niet alleen een pauze van tien jaar (waarin weliswaar vier EPs, twee splits en een compilatie werden uitgebracht), maar ook een hele stijlshift naar een rauwer, voller en harder geluid dat nogal wat raakpunten heeft met Taake. De nieuwere albums missen dan wel de authentieke sfeer van de eerste drie releases; ze compenseren dat ruimschoots met een hogere en rauwere intensiteit, meer ritmische afwisseling, vette riffs, een vollere productie en een rijkere mix van stijlen (black, thrash, doom…).

Arckanums vorige EP, Första Trulen, was in feite een heruitgave van de allereerste opname van de demo Trulen, precies zoals die in 1994 op een eenvoudige bandopnemer was vastgelegd. Back to the roots of the roots dus zeg maar. Het leek er even op dat Shamaatae na twintig jaar opnieuw nostalgisch begon te worden naar de ongecompliceerde, archaïsche black metal van de begindagen en dat Arckanum misschien wel een nieuwe doorstart zou maken met een terugkeer naar de hoogdagen van Fran Marder. Niets bleek echter minder waar, want na (het volgens onze redacteur niet geheel geslaagde) Den Förstfödde (2017) en Första Trulen werd het helemaal stil rond Arckanum. In 2025 kwam dan wel nog de compilatie Gava fran trulen (The Demo Years) uit, wat de gedachtengang over een terugkeer naar de begindagen leek te bevestigen, maar op nieuw werk bleef het wachten.
Tot nu. Motestandarin is het eerste teken van nieuw (!) leven van Arckanum in negen jaar. We hebben negen jaar moeten wachten op niet veel meer dan negen minuten aan nieuwe muziek van Shamaatae. De release van deze EP moet je wel vooral zien als een voorbode van een heus nieuw album, Beswærilsin, dat eind oktober zal uitkomen. De bijgeleverde promo noemt het “het begin van de derde fase voor Arckanum”. Of men daarbij enkel refereert naar de afwisseling tussen actieve fasen en de lange pauzes daartussen, of dat er ook een nieuwe stijl zal te herkennen zijn, kunnen we alvast proberen ontrafelen op basis van de twee nummers van de EP Motestandarin, wat “De Tegenstander” betekent in het Zweeds.
Volgens datzelfde promotekstje is deze EP, en bij uitbreiding het nieuwe album, “geen terugkeer, noch een herhaling”. Meer nog: “Het verleden wordt hier niet terug opgerakeld door nostalgie, maar opnieuw tot leven gewekt als een levende, anti-kosmische kracht.” Daarbij wordt uiteraard ook weer de connectie gelegd met de Thursatrú, wat de centrale inspiratiebron blijft voor Shamaatae.
Om maar met de deur in huis te vallen: Motestandarin is géén terugkeer naar Fran Marder. Stilistisch liggen beide nummers namelijk veel dichter bij de “tweede fase” dan bij de “eerste fase” (getuige ook de opvallende gelijkenis met de albumcover van Fenris Kindir uit 2013). En toch is dit niet zomaar een verderzetting van die tweede fase; het is zeker niet zo dat Motestandarin de draad oppikt waar Den Förstfödde die heeft achtergelaten. De nieuwe nummers bezitten namelijk meer melodische zeggingskracht en emotionele diepgang, zijn rijker in hun intensiteit en klankkleur én hebben een veel gerichtere flow dan de vorige albums.
Maar de sterkte van Skæpna Ær Krigh ligt toch vooral in zijn ingenieuze, zeer rechtlijnige opbouw. De sfeer van het centrale thema wordt al van bij het begin aangebracht en wordt op zeer organische wijze doorheen het nummer meegedragen tot aan het eindstuk, waarin de boodschap dat de schepping oorlog is (of wat die boodschap dan ook mag zijn) ook verschillende keren letterlijk wordt herhaald. Tijdens dat proces wordt deze boodschap bovendien extra kracht bijgezet dankzij furieuze tempowissels en venijnig glissando, maar vooral door de adembenemend mooie leads die ik hierboven al eens vermeldde. Dit is echt een sterk nummer met heel wat diepgang!
De productie is ook spot-on: helder en solide genoeg om zowel de leads als de riffs volledig tot hun recht te laten komen, maar met net dat tikje rauwheid dat deze muziek nodig heeft. Die rauwheid is nog veel nadrukkelijker aanwezig bij Anskoti, dat atmosferische momenten afwisselt met uptempo geestdrift. De hardere stukken bezitten een soort grittige groove die me doen denken aan Bölzer of zelfs het Deense Angstskríg (of ligt dat vooral aan het vette basgeluid en de kelige vocalen?). Melodie is echter nooit ver weg, maar ligt nu vooral in de zich herhalende riffs en minder in de leads. Het nummer is op zich vrij repetitief, maar dat zorgt dan weer voor een zeker bezwerend effect.
Zowel Skæpna Ær Krigh als Anskoti zullen ook te horen zijn op het nieuwe album, Beswærilsin. De keuze voor Anskoti om deel uit te maken van een twee tracks durende EP is op zijn zachtst gezegd opvallend te noemen, omdat anderhalve minuut van de vier minuten die het nummer duurt wordt ingenomen door een gesproken uiteenzetting, een bezielde declamatie die enkel door de gitaar ondersteund wordt. Dit sermoen scheurt het nummer in twee en hoewel het ontegensprekelijk het geëngageerde karakter van deze EP bevestigt, breekt het ook wel wat de flow van deze track.
Arckanum is terug en is niet van plan om zomaar een kanttekening te worden in de kroniek van het moderne blackmetallandschap. De raakpunten met de “tweede fase” van Shamaatae’s discografie zijn voor de hand liggend, maar de nieuwe nummers bezitten een bezieling, een kracht en een doelgerichtheid die ik op Den Förstfödde bijvoorbeeld niet terugvond. De twee tracks van deze EP zijn alleszins memorabel en pakkend genoeg om de anticipatie richting het nieuwe album, Beswærilsin, helemaal aan te wakkeren. We zijn benieuwd…
Label:
Darkness Shall Rise Productions, 2026
Tracklisting:
- Skaepna Aer Krigh
- Anskoti
Line-up:
- Shamaatae – Alles
Links:




