Roadburn 2026 : Maanlicht, tranen en transformatie (Vrijdag)

Alle lichten staan dit jaar op groen om een prachtige editie van Roadburn te krijgen. Het festival is uitverkocht, de line-up is sterk en gevarieerd en – niet onbelangrijk – ook de weergoden zijn ons goed gezind. In de afgelopen jaren is Roadburn uitgegroeid tot het meest inclusieve undergroundfestival, waar muziek en verbondenheid hand in hand gaan en waar er altijd een enorm respect heerst tussen artiesten en publiek. En dat alles onder het credo redefining heaviness. En zoals de laatste jaren voor Zware Metalen vaste prik is: Friso Veltkamp doet het verslag, Ruth Mampuys verzorgt de foto’s.

Lees ook het verslag van donderdag.

De programmering

Meer dan ooit is de programmering dit jaar divers, met acts die zich uitstrekken over een indrukwekkend breed muzikaal spectrum. Natuurlijk was dat altijd al zo, maar waar de organisatie dit jaar wel in is geslaagd, is om de kwaliteit van de acts in elk genre hoog te houden. Of het nu gaat om sludge, electro, hip hop, fuzz: elke band die dit weekend speelt heeft zijn sporen verdient met een urgent en eigenzinnig geluid. En er staan ook een aantal verrassingen tussen. Zo is Oathbreaker gestrikt, die uit hun winterslaap komen en hun magnum opus Rheia integraal komen spelen. Of neem het screamo gezelschap Saetia, dat nauwelijks te bewonderen is geweest in Nederland, die hier komen spelen. Post-metal band Teardrinker is dan weer gevraagd om een artistieke benadering te geven van hun nummers en is er bijvoorbeeld ook Elucid en Billy Woods die hun samenwerkingsproject Arman Hammer presenteren. Er is voor ieder wat wils en veel om naar uit te kijken. Was het voorgaande jaren bij vlagen wat mager, op deze editie is er elke dag genoeg te zien en is het altijd weer moeilijk om keuzes te maken. Een dikke pluim.

Yelllow Eyes (The Engine Room)

Tweede dag Roadburn. En hoe kun je die beter te beginnen dan met black metal? Yellow Eyes trapt af, en doet dat met een hagelnieuwe plaat (Confusion Gate) onder de arm. Het is een prima album, waarop de band modern klinkende post-black metal brengt, ergens in de lijn van bijvoorbeeld Ultha. Niet geheel toevallig is dat ook de tourpartner van Yellow Eyes.

En daar zit een interessante kwestie. Want waar Ultha ook een nieuwe plaat heeft uitgebracht en daarop veel progressie en urgentie laat te horen is dat niet helemaal het geval bij Yellow Eyes. Het doet dan ook de vraag rijzen waarom deze band nou hier geprogrammeerd staat. Ik zag de band enkele weken geleden op Culthe Fest en was daar volledig op zijn plek, maar bij Roadburn heb ik daar toch enige twijfel bij.

Desalniettemin staat de Engine Room deze middag al behoorlijk vol. Wanner als de band aftrapt met Brush The Frozen Horse, valt op hoe ontzettend goed en gelaagd het geluid is. Elke riff komt helder door, terwijl het drumgeluid overtuigend klinkt en de muziek van een extra laag voorziet. Ook de lichtshow is fraai afgestemd op de show; overwegende blauwe tinten die perfect samengaan met de tremoloriffs en de toets partijen die toegevoegd worden aan de sound. In dat opzicht klopt het plaatje volledig.

Alleen… het blijft allemaal vrij statisch, monotoon zelfs. De vijf mannen bewegen amper, het monotone geblaf van zanger Will helpt daar dan ook niet bij. Dat is jammer, want het leidt af van de muziek, die enkele puike versnellingen kent binnen het blackmetalgeluid terwijl de gitaarlijnen regelmatig om elkaar heen cirkelen om vervolgens weer samen te komen in een climax. Ook de sferische interludes zijn welkome rustpunten zonder de vaart eruit te halen. Maar toch; dit is zo’n optreden waarbij je je afvraagt of je net zo goed de plaat op had kunnen zetten. Zelfs de hooligan boosheid van drummer… verandert die mening niet. Yellow Eyes levert een degelijke show af, dat niet bepaalt het credo redefining heaviness belichaamt. Had dan gewoon Ultha geboekt.

Teardrinker (The Terminal)

Kim Hoorweg was uitgenodigd om met haar band Teardrinker een speciale performance te verzorgen, getiteld I Hope This Hurts. Het is een project dat onder andere draait om hekserij en vrouwenonderdrukking en de symbolische vertaling hiervan naar de hedendaagse maatschappij. Een zwaarbeladen onderwerp, dat dan ook een serieuze benadering verdient én krijgt. Want een uur lang is de gehele terminal gekluisterd aan wat Teardrinker deze middag op de planken brengt.

Dat komt ook doordat alle zintuigen worden geprikkeld. Fraaie visuals ondersteunen de tekstregels van Kim, zeker tijdens de interludes. Het podium baadt in sfeervolle rode lichttinten en Kim zelf gehuld in een witte jurk, trekt onvermijdelijk alle aandacht naar zich toe. Dat is ook wel terecht, zij is duidelijk het boegbeeld van dit project. Niet alleen overtuigt ze met haar zang, die bij vlagen doet denken aan Julie Christmas, ook haar fraaie cellospel maakt indruk wanneer ze even niet zingt.

Dan de muziek. Die kun je wel scharen onder post-metal, met hier en daar wat uitstapjes richting bijvoorbeeld black metal. De gemene deler binnen deze set is de melancholie die voortdurend door de gitaarthema’s heen sijpelt. Die wordt gekoppeld aan overtuigende climaxen, waarbij alles vakkundig aan elkaar gemept wordt door de drummer van dienst.

Het zijn deze uitbarstingen die naadloos aansluiten bij de visuals en het onderliggende thema, wat ook draait om een hoop inclusiviteit. Daarmee kan ze natuurlijk weinig fout doen bij het Roadburn publiek. Er is tijdens dit optreden een grote synergie voelbaar tussen publiek en artiest, waarbij beiden soms tot tranen geroerd zijn. Helemaal aan het einde, wanneer een koor zich bij de band voegt en op een bijna romantische manier wordt Remember Love gezongen. Kim neemt tot slot het woord en geeft het belang van dit optreden aan. Ik denk dat de meesten dit wel gevoeld hebben.

Kowloon Walled City (The Terminal)

Er zijn op deze editie opvallend veel bands die een variant op noise rock presenteren. Kowloon Walled City, afkomstig uit San Francisco, is er daar een uitstekend voorbeeld van. Je zou bijna kunnen spreken van een archetypische noiserock band; de praatzang, de hoekige ritmes, het voldoet aan het beeld wat je wellicht bij dit genre hebt. Waar de band zich wel in onderscheidt, is de tijd die genomen wordt voor de nummers. Het draait hier vooral om zorgvuldig uitbouwen van nummers en om de minimale verschuivingen die zich daarin voordoen. Enerzijds zorgt dat ervoor dat veel materiaal op elkaar lijkt, maar als je een liefhebber bent en geconcentreerd luistert hoor je wel dat de band tijd heeft gestoken in het schrijven en uitwerken van deze de nummers.

Overigens is ook de zang vrij monotoon en doet het mij gek genoeg wel denken aan de manier waarop Daryl Taberski van Snapcase zijn teksten plaatst. Het is echter wel wat weinig om hele tijd te boeien. Door naar de Main dan maar waar Agriculture zijn laatste plaat integraal speelt.

Agriculture (Main Stage)

Agriculture is een geliefde band geworden op Roadburn. Dat heeft niet alleen te maken met de sterke shows die de band in het verleden heeft gegeven op het festival, maar ook met het woke gedachtengoed dat deze band uitdraagt. Enkele jaren geleden vulde de band The Terminal, vandaag mogen zij op de Main hun laatste plaat, The Spirtual Sound, integraal vertolken.

Wanneer de zaal volloopt, is de band nog volop aan het soundchecken. Zodra dat eindelijk een keer achter de rug is, verlaat het viertal het podium zodat de lichten kunnen doven. Alleen dat even duurt wel lang. Zijn de bandleden de weg kwijtgeraakt of ergens ingevallen ofzo? Het duurt opvallend lang voordat de het podium eindelijk wordt gevonden, slechts begeleidt door alleen een lachje van Dan. Ja leuk en aardig, maar tijd is geld Dan!

De band speelt de plaat integraal, dus je weet precies wat je kan verwachten. Het concert opent dus met het snoeiharde begin van My Garden.  Een nummer dat direct laat horen dat Agriculture nog altijd met één been in de black metal staat, terwijl het andere ergens in de folk is geplant. Dat komt vooral naar voren door het gezongen ‘refrein’ van Dan Meyer, alleen komt dat eigenlijk niet zo goed naar voren, het komt wat rommelig over, maar wat wel opvalt is het stemgeluid van Dan. Die klinkt vele malen warmer dan op plaat. Sterker nog, zijn zang is zo zuiver en vol dat je hem moeiteloos zou kunnen voorstellen bij een auditie voor The Voice.

Dat vormt een interessant contrast met het gebeuk en gekrijs van Leah op Micah (5:15AM) en The Weight, het komt in ieder geval overtuigend en gemeend over en klinkt ook nog eens heel goed. Toch zit er voor mij een licht potsierlijk randje stukje aan hoe de band bij laatstgenoemde nummer het harde stuk verwelkomt. Het voelt net iets te ingestudeerd.

En dat gevoel heb ik bij meer momenten. Zo worden Dan’s Love Song en vooral Hallelujah op een vergelijkbare gladde manier ingezongen als eerder. Begrijp me niet verkeerd: het is echt heel indrukwekkend en mooi hoe Dan zo’n langgerekte kreet laat horen in een muisstille 013, maar het pakt me ergens niet helemaal. Het overtuigt me nèt niet, het voelt allemaal niet spontaan. Datzelfde geldt ook voor Bodhidarma, waarin Leah met een lichte snik fluisterzingt om daarna los te gaan, een stuk dat zich een paar keer herhaalt, maar waarbij het ook lijkt alsof de plaatversie precies moet worden benaderd. Er ligt net iets te veel pathos op.

Maar goed; de band speelt de nummers wel met zichtbaar enthousiasme en veel verve, en kan eigenlijk helemaal niets fout doen bij het publiek, die ondersteunt de band voortdurend en laat haar waardering duidelijk blijken. Een minutenlang applaus na afloop van de set komt de band dan ook ten deel en het is Agriculture van harte gegund, maar voor mij was het net niet helemaal raak.

Krallice (Main Stage)

What The Fuck Is Up Roadburn? vraagt Mick van Krallice terwijl hij opkomt. Nou, op zich gaat het prima. Maar stel die vraag over een uur nog maar eens. Als ik dat al haal. Want de tering, Krallice maakt het ons niet bepaald makkelijk. Met een duizelingwekkende notenbrij, een lawine aan blackmetalriffs en intense vocalen wordt er vandaag geopend. This Forest For Which We Have Killed is geen makkelijk nummer om mee te beginnen, niet voor de band, maar zeker ook niet voor het publiek. Hopelijk heeft iedereen een van de culinaire parels in Tilburg weten te bezoeken voor deze show, want dit ligt zwaar op de maag. Het is lastig te verteren muziek, maar goed, we zijn natuurlijk niet op Lowlands.

Intens is het absoluut. Er gebeurt voortdurend van alles: een hele hoop breaks die ineens overgaan naar sferische black metal, een lichtshow met groene vierkanten die achtereen lijken te exploderen en een vermorzelend geluid. Het gaat maar door. Autothtlon is zo’n nummer waar de technische liefhebbers in de zaal ongetwijfeld hun vingers bij aflikken. Het staat ook wel symbool voor de oude nummers van deze band. En hoewel er echt variatie is tussen het geblast is het gewoon veel. Je zou Krallice gerust de Ulcerate van de black metal kunnen noemen. Na een half uur besluit ik duizelig naar de skatehall te gaan.

Bad Breeding (Skatepark)

Bad Breeding is ook intens en koppelt woede aan een trompet. Dat is toch best gek, dit instrument in het skatepark te zien, maar ach, waarom eigenlijk ook niet? De band is pislink op alles en iedereen en wat doe je dan? Juist, anarchistische punk spelen. Dat werkt natuurlijk als een gek hier in het skatepark, het is er de setting naar, zo onder fel tl-licht, maar dit park heeft ook een akoestiek die dit soort muziek een extra urgentie en agressiviteit meegeeft.

Alsof dat nodig was, is de hele band voortdurend in beweging. Niemand staat stil. Gitarist Charlie en bassist Matt zijn continu aan het springen, rennen en daarbovenop heb je nog zanger Chris die de boel als een volleerd volksmenner weet op te zwepen en als de reactie van het publiek hem niet bevalt, dan duikt hij er gewoon zelf tussen om iedereen te laten zien hoe het moet. Wat er precies gespeeld wordt? Niemand die het echt zal navertellen. Maar daar gaat het ook niet om, het draait hier om de energie, de tempo’s en het directe effect. En dat is er. Een fijne opwarmer en een energiestoot na de dolmakende noten van Krallice.

Cult of Luna (Main Stage)

Twee keer Cult of Luna in twee dagen. Dat is alsof je twee dagen een signatuurgerecht van Massimo Bottura krijgt voorgeschoteld. Net als gisteren is de podiumsetting weer bijzonder fraai. Vier grote, zwarte panelen waarachter en waarvoor allemaal rookwolken opdoemen. Vanavond staat de set in het teken van later materiaal. Dat wil zeggen, vanaf Animal Kingdom tot en met de laatste plaat The Long Road North. Dat is niet altijd makkelijk om nummers van te kiezen, het gebodene is hoog, maar Cult of Luna weet er toch een haute cuisine negen-gangen diner van te maken.

Als eerste wordt Cold Burn opgediend , dat warm wordt gehouden met felrode lichten die de band in een vurige gloed zetten. Wat een ongelooflijk geluid heeft dit nummer, nu: we zij nog maar net begonnen, het is nog maar de eerste gang. Sterker nog; als ik vanavond een Michelinster mocht uitreiken, dan ging die subiet naar de geluidsman. Allemachtig wat klinkt dit goed.

Alles is perfect op elkaar afgestemd, de percussie klinkt fenomenaal, de gitaren vallen precies mooi in de muziek en het aller tofste van vanavond vind ik dat de stem van Johannes wat meer in de mix is gelegd, en niet zo prominent als normaal. Daardoor overheerst zijn monotone geblaf niet de volledige smaakbeleving. Hij heeft natuurlijk nog altijd wel een imposante performance waarbij hij, al dan niet met gitaar in een hand, zijn teksten met brute overtuiging de zaal in slingert, het maakt nog altijd diepe indruk.

Dat geldt ook voor het nieuwe nummer The One ook, dat inmiddels wel vaker live gespeeld is, maar op Roadburn smaakt deze toch het beste, omdat hier ook de ambiance, het publiek en band samensmelten. Cult of Luna staat hier enorm bevlogen te spelen. Zo staat bassist Andrés voortduren op zijn basgitaar loopt te rammen tijdens I: The Weapon terwijl frontman Johannes een keer wat meer interactie zoekt met het publiek door naar personen te wijzen. Praten doet hij altijd niet, maar goed, dat zijn we gewend.

En de band blijft maar kwaliteit leveren. Tijdens Nightwalkers worden onze visuele zintuigen nog eens geprikkeld door lampen die als bewegend gordijn over het podium glijden. Het is zo absurd sfeervol gebracht dat dit alleen al de show rechtvaardigt. Maar natuurlijk is het de muziek die hier het beste smaakt. Zo krijgen we als een zesde gang een prachtige uitvoering van The Silent Man, waarin alle accenten hoorbaar zijn. Daardoor knalt het melodieuze eindstuk er des te harder uit en hoewel we het menu goed kennen, blijft de smaakcombinatie van alle geluiden, de percussie, de ene keer een tamboerijn, dan weer subtiele aanslagen, als een zorgvuldig gekozen wijnarrangement bij dit diner. De zeventig minuten vliegen voorbij en voor je het weet wordt je jas alweer aangereikt omdat het erop zit. Dit keer gebeurt het verrassend genoeg gedaan door gastheer Johannes, die nog even het woord neemt en dankbetuigingen uit richting Walter en Becky en vervolgens verteld wat een eer hij het vond om hier twee sets te mogen spelen met zijn band. I can die a happy man now. Ik denk dat dat voor mensen meer geldt, Johannes.

Uiteraard werden er nog veel meer momenten vastgelegd die geen plek in dit verslag hebben gekregen; die foto’s vind je hieronder.

(All Men Unto Me, Next)

(Wiegedood & Bl!ndman, Main stage)

 

(Acid Mother’s Temple, Next)

(Mandy, Indiana, Next)

(Nothing, Main Stage)

Lees ook het verslag van donderdag.

Datum en locatie

17 april 2026, 013, Tilburg

Foto's:

Ruth Mampuys (Ruth-Less Photography website en Facebook)

Link: