Alle lichten staan dit jaar op groen om een prachtige editie van Roadburn te krijgen. Het festival is uitverkocht, de line-up is sterk en gevarieerd en, niet onbelangrijk, ook de weergoden zijn ons goed gezind. In de afgelopen jaren is Roadburn uitgegroeid tot het meest inclusieve undergroundfestival, waar muziek en verbondenheid hand in hand gaan en waar er altijd een enorm respect heerst tussen artiesten en publiek. En dat alles onder het credo redefining heaviness. En zoals de laatste jaren voor zware metalen vaste prik is: Friso Veltkamp doet het verslag, Ruth Mampuys verzorgt de foto’s.

De indeling
De verbouwingen van vorig jaar zijn afgerond waardoor de Koepelhal weer beschikbaar is voor de merchandise stands en kun je vanuit deze hal weer eenvoudig doorlopen naar de aangrenzende zalen, The Engine Room en The Terminal. De merchandise is nu ook ruimer en logischer opgezet, waardoor je prima rondjes kunt lopen om te kijken of er bepaalde shirts nog verkrijgbaar zijn, of dat er nieuwe shirts of vinyl te koop is van bands die die dag spelen. En geloof me, deze route wordt veel gevolgd. Dan is het handig dat de lockers dit jaar groter zijn dan normaal en je er veel in kwijt kunt. Wat dan wel weer nadeliger is voor je portemonnee, maar goed.
Verder is veel hetzelfde gebleven: in The Junction en ook in de Hall of Fame kun je terecht voor speciale biertjes, en is er best wel wat variatie in het voedselaanbod. Omdat het dit weekend prachtig weer is, is het ook vaak druk rond deze plek op het festival. Als je even geen zin hebt in muziek aan je hoofd, kun je je in de zon laven op een terras of in de zelfgemaakte houten bedden, en dan kun je je ook nog eens vergapen aan het prachtige artwork van Douwe Dijkstra (wat een kleurgebruik!).
Aan de 013 is een extra overdekte tent toegevoegd; een soort broeikas waar je kan schuilen als het buiten regent. Dat is een goede toevoeging! Al kun je daarvoor natuurlijk ook gewoon ergens in de main gaan zitten. Afijn – alles oogt knus en gezellig.
En natuurlijk is er doorheen de hele stad weer van alles te doen in het kader van het offroad-gedeelte. Restaurants, winkels en zelfs de kerk maken deel uit van de Roadburn familie. Zo kun je op gezette tijden bieren ruilen met elkaar in de bierbrigadier, is er een speciale smaak toegevoegd aan ijssalon Intermezzo (perfect gepositioneerd tussen de spoorzone en de 013), en zijn er concerten te zien in de bibliotheek en Little Devil. Heel Tilburg verandert zo weer in planeet Roadburn. Fijn hier weer te zijn!

Crippling Alcoholism (The Terminal)
Crippling Alcoholism uit Boston bijt vandaag de spits af van Roadburn en krijgt daarbij meteen een luid onthaal van het publiek. Het is dan ook de eerste band van dit festival: iedereen heeft er zin in. De band zelf niet in de laatste plaats, en met zes man oogt het meteen gezellig op het podium. Deze band serveert een mix van gothic, noise en punk. Een romantische Chat Pile, zeg maar.
De bij vlagen springerige noise wordt voorzien van tal van accenten, zoals in opener I Have A Key To Your House, dat verderop het nummer ineens zware basaanslagen krijgt en door middel van feedback plots een wat grimmige twist krijgt. En dat terwijl opvolger Ladies Night weer opvallend sfeervol klinkt. Dat is meteen ook de kracht van de band: sfeervolle passages koppelen aan een hooligan-achtige vocale benadering. Zanger Tony blaft zijn teksten op een staccato manier het publiek in, maar dat werkt heel erg goed, zeker met de bij vlagen wat cheesy synthlijnen.
En hoewel die vocalen rauw zijn, is het allemaal verrassend catchy. Het helpt daarbij ook dat de nummers compact blijven; er zit nergens echt vet aan. Zo blijft het boeiend, zeker omdat er telkens een verschuiving van sferen plaatsvindt, zoals in Pay Pigs en Otessa. Bij dit laatste nummer wordt laag op laag gestapeld, met daarbovenop de wat wanhopige zanglijnen van Tony. Het levert meteen een eerste hoogtepunt van deze Roadburn editie op.
De band lijkt goed nagedacht te hebben over de setlist, want hoe verder we in de set komen, hoe meer mensen beginnen te dansen (waarbij Tony dat ook daadwerkelijk doet) en wordt het sfeervoller. Zo blijkt Crippling Alcoholism de ideale gids om ons dit festival binnen te loodsen.

Machukha (Hall of Fame)
Door naar Machukha, waar we opvallend makkelijk binnenkomen. Of zouden meer mensen weten dat deze band rustig de tijd neemt voordat het echt begint? Want hoewel de intro al klinkt, laat de band nog even op zich wachten. Maar goed, zodra het dan eindelijk zover is, is het stoelriemen vast en vertrekken. Met een lelijk drumgeluid, dat wel, maar dat wordt gedurende de vlucht nog wel gerepareerd.
Wat wel gelijk vet is, zijn die gitaarlijnen. Zelfs door het aanvankelijk wat rommelige geluid hoor je de kunde van deze Berlijnse band. Zeker in het korte, slepende slot van opener Trymatys’. Waarmee Machukha zich daarnaast echt onderscheidt is een… saxofoon. Nu is dat een instrument dat dit weekend wel vaker terugkomt, maar het kan een hit or miss zijn. Bij Machukha is het een hit. Dit instrument geeft de muziek een extra lading en fungeert geregeld als een brug tussen de verschillende passages, of als opmaat naar een sfeervol intermezzo dat wordt opgeluisterd door fraaie drumaccenten. Toch vind ik de band uiteindelijk op zijn sterkst wanneer er vol overtuiging black metal de zaal in gekieperd wordt.
Eigenlijk is Machukha een eigentijdse mix van black, sludge en post en daarmee ook een band van nu. Liefhebbers staan dan ook zichtbaar geboeid te kijken en te luisteren. En zo hoort iedereen hoe de krijs van Natalya door merg en heen gaat bij Tsyu tayemnytsyu duzhe vazhko berehty, een nummer dat van climax naar climax dendert. Machukha levert hier een overtuigende set af!

Habak (The Engine Room)
Door naar een andere band met zangeres, maar dit keer afkomstig uit Mexico: Habak. Zij spelen een vorm van crust en post metal. En dat betekent ook hier: sfeer. Bij Habak komt dat vooral tot uiting in de tussenstukken. Precies die passages zorgen ervoor dat de overgangen allemaal vrij vloeiend aanvoelen. Het contrast tussen post rock en metal werkt uitstekend en door die invloeden van post rock heeft het geheel een dynamische, maar ook een vrij optimistische ondertoon.
Dat kun je minder zeggen van de zang van Alejandra. Dat zal een serieuze kwestie van smaak zijn. Vergeleken met haar zang op plaat klinkt ze vanavond als een soort Optimus Prime. Mij stoort dat echter totaal niet, en ik vind dat het de muziek wel een mooie brutere lading geeft.
Vol overgave ploegt de band zich door de set heen en zet simpelweg een hele dikke show neer. Dat is mede te danken aan de enorm enthousiaste publieksreactie, die vervolgens de band weer naar grote hoogte stuwt. De bandleden geven alles, tijdens de sferische passages, maar zeker tijdens climaxen. Bij het laatste, op ritmische drums leunende, nummer laat de band dat nog een allerlaatste keer horen. Habak overtuigt iedereen in The Engine Room.

Curselifter + Snake Eater (Skatepark)
Dubbel waar voor je geld in het Skate Park! De eerste secret show van de dag is een dubbeloptreden van twee bevriende bands: Curselifter en Snake Eater, of zoals ze in de wandelgangen al gekscherend worden genoemd: Snakelifter. Enfin; dit zijn twee bands die perfect passen in het Skatepark. Dit blijft toch de plek waar energieke hardcore het best tot zijn recht komt. En dat geldt zeker voor Snake Eater. Met een hoop djembés en een pitbull op zang creëren zij (vermoedelijk) de eerste echte pit op Roadburn. Hier hebben de aanwezigen duidelijk zin in, na een paar bands die wat lastiger te verteren waren voelt dit gewoon als een fijne stomp in je maag (™ Onno Cro Mag). De band verwerkt hier af en toe wat death-invloeden, elders wat metalcore, maar bovenal is het een onverbiddelijke doorstampende neushoorn die nietsontziend alles om zich heen wegmaait.
En weet je wat Snake Eater zo tof maakt? K-N-A-K-E-N-H-A-R-D-E breakdowns. Klapt dit erop zeg. En minstens zo interessant als de band zelf is het publiek vooraan, dat er volledig in meegaat. Er wordt ge-two-stepped, gemosht en vooral ook veel gecrowdsurft. Snake Eater maakt er een groot feest van.

En dan moet Curselifter nog komen! De band onder aanvoering van zangeres Rosa stond vorig jaar op Revolution Calling, vandaag mogen ze Roadburn aandoen (is er ooit een band geweest die beide festivals heeft gedaan?). En dat met slechts een EP op zak. Maar de programmering is zonder twijfel verdiend. De band heeft vandaag gek genoeg een beter geluid dan Snake Eater, en Curselifter brengt net wat meer meeslependheid in zijn muziek, maar ook hier is de hoofdmoot een zooi breakdowns die zonder pardon over het publiek wordt uitgeknikkerd.
Wat deze shows vooral zo bijzonder maakt, is de geweldige sfeer. In de pit oogt het gezellig, op het podium spat het plezier ervan af, ook ernaast is het een en al enthousiasme. Want heel Snake Eater staat hier ook aan de zijkant mee te dansen op de muziek. Een nummer wordt dan ook aan hun opgedragen. De saamhorigheid van Roadburn komt hier tot leven. Wat een vette combi show!

Cult of Luna (Main Stage)
De eerste set die de Zweedse grootmeesters van de post metal, Cult Of Luna, dit weekend brengen bestaat uit materiaal van de eerste vijf platen. Dat is wel een keer fijn, want zo horen we niet de geijkte nummers die de laatste jaren steevast op de setlist stonden. Bovendien biedt het een mooie gelegenheid om een duik terug in de tijd te nemen ten tijde van platen als The Beyond en Salvation. Het is ook een fraaie manier om te horen vanuit welk geluid de band ooit is vertrokken.
De band betreedt het podium op de sacrale postrockklanken van Heartbeats dat vrijwel naadloos overgaat in Finland van Somewhere Along The Highway. Kijk, dat de band kan spelen weten we natuurlijk al lang, maar de lichtshow van vandaag verdient speciale aandacht. Met ogenschijnlijk minimale middelen weet de band een onvoorstelbare sfeer te creëren. Veel rook, heldere lichtbundels die overal contouren laten ontstaan, en de bandleden die als silhouetten opdoemen. Het maakt indruk, net als het bombardement aan geluiden dat we inmiddels wel gewend zijn van de band, maar het klopt vanavond allemaal.


En dan is het helemaal mooi om The Sacrifice te horen, een nummer van de titelloze plaat uit 2001, dat nooit eerder live is gespeeld. Het is ook een reden voor het publiek om te blijven. Rustig wordt het namelijk nergens, een teken dat de band moeiteloos een complete main stage geboeid kan houden. En waarom zou je ook weggaan? Een persoonlijke favoriet als Leave Me Here (van Salvation) wordt eveneens van stal gehaald en krijgt een fantastische uitvoering (helaas zonder het cleane zangstuk maar kom). Het onderstreept nog maar eens dat Cult Of Luna al ruim vijfentwintig jaar intense kwaliteit aflevert, zowel live als op plaat.
Cult Of Luna is uitgegroeid tot een geoliede machine waarbij je ogen en oren tekort komt. Zo staat de band tijdens Genesis (van The Beyond) tussen een reeks lichtpilaren te spelen terwijl het nummer op een overdonderende manier over je heen gestort wordt. En dan moet het absolute klapstuk nog komen: Dead City, Dead Man (slotnummer van Somewhere Along The Highway), dat in de loop der jaren een soort mythische status heeft gekregen wordt vanavond als laatste nummer gespeeld. Alles kleurt donkerrood, de band begint aan de reis die dit nummer in wezen is en neemt het publiek volledig mee, tilt het op om een kwartier later weer zachtjes te doen landen. Wat een show, wat een band.

Uiteraard werden er nog veel meer momenten vastgelegd die geen plek in dit verslag hebben gekregen. Deze foto’s vind je hieronder.

(Pain Magazine, The Terminal)

(Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs, Main Stage)

(Eyes, Hall of Fame)

(Bad Breeding, Next)

(Doodswens, Skatepark)

(World Peace, Hall of Fame)
Datum en locatie
16 april 2026, 013, Tilburg
Foto's:
Ruth Mampuys (Ruth-Less Photography website en Facebook)
Link:

