Drie zaken heeft de Australische band Karnivool (uit Perth om specifiek te zijn, voor de geografen onder ons) gemeen met de progressieve rockers van Tool. Ten eerste eindigen beiden bands met de letters ‘’ool’’. Dat heeft verder weinig met de muziek te maken, maar een overeenkomst is nu eenmaal een overeenkomst. Ten tweede maken beide bands hun muzikale kunst in het spectrum der progressieve rock en metal. Hierbij leunt het leidend onderwerp van vandaag wat sterker op de alt-rock en alt-metal, maar dat zijn nuances voor de genrepuristen. De laatste overeenkomst kunnen we vinden in de tijd die tussen het meest recente album en de voorganger te vinden is. In beide gevallen hebben de bands er afgerond namelijk liefst dertien jaar over gedaan om het nieuwe werk aan de wereld toonbaar te maken. Iets met ingewikkelde nummers en songstructuren zal daar wel een deel van het euvel kunnen verklaren. In het geval van Karnivool kan gezegd worden dat persoonlijke gebeurtenissen, een wereldwijde pandemie, maar toch vooral ook eindeloos schaven, herschrijven en finetunen van de muzikale composities de grootste vertragende factor hebben opgeleverd. De vraag is dan ook vooral of we dit goed terug kunnen horen op het album, dat over een periode van meer dan een decennium tot stand is gekomen.

Het antwoord op de vraag uit de laatste zin van de vorige alinea laat zich zowel bevestigend als negatief beantwoorden. Je hoort namelijk niet dat het album al ruim tien jaar in de maak is, omdat alle negen nummers samen als een zeer cohesief geheel klinken. Aan de andere kant kunnen we zeker goed horen dat er lange tijd over het album is gedaan. Al dat schaven en aanscherpen heeft namelijk voor een verzameling aan zeer uitgedachte composities gezorgd, waarbij niks aan het toeval is overgelaten. Het is onvoorstelbaar knap dat het album hierbij klinkt alsof dit op speelse wijze tot stand is gekomen, waarbij de nummers zich een organische weg vormen naar nieuwe wendingen.
Boven alles steekt de gelaagdheid van de muziek er echter bovenuit als absolute pluspunt. Er wordt wel vaker gezegd dat muziek de kans nodig heeft om te landen en meerdere luisterbeurten vergt om tot je door te dringen. Dat heeft vaak te maken met ingewikkelde muziek, waarbij de ondoordringbaarheid overwonnen moet worden. In dit geval kan het album als geheel echter met een oppervlakkige luisterbeurt als vlak en weinig onderscheidend worden bevonden. Er wordt op dit In Verses namelijk minder gespeeld met muzikale spierballentaal. Luister echter aandachtig naar de kleine nuances en het bezwerende samenspel van de instrumenten en er valt met iedere luisterbeurt weer wat nieuws te halen. Wie hoopt op een riff-festijn komt dan ook bedrogen uit. Wie echter komt voor sterke muziek en boeiende composities heeft een zeer prettige compagnon voor een ruim uur vol progressieve muziek van de bovenste plank.
De muzikale invulling krijgt dus vorm door tien nummers, die samen pas na iets meer dan een uur afklokken. Hoewel de start met Ghost nog relatief stevig uitpakt, duurt het tot All It Takes voordat de stevigheid echt weer vol op de voorgrond wordt gezet. In de tussenliggende uitwerkingen wordt zeker gespeeld met hardere stukken, maar is het voornamelijk de dynamiek in de nummers die de boel intrigerend weet te houden. Hierbij weet Karnivool een grootse grandeur in de muzikale composities te krijgen, die ook in de afwezigheid van zware gitaren weet te imponeren. Het meeslepende Aozora is hier het ultieme voorbeeld van en vormt het absolute hoogtepunt op het album, met sterk progressief drumwerk, bluesy gitaren en een knaller van een refrein. Met andere sterke bijdrages als het lichtvoetige Drone en het zeer gelaagde Animation weet In Verses vooral te pieken op de eerste helft van het album. Hoewel All It Takes dus nog een stevige inslag kent, wordt de tweede helft meer gekenmerkt door ingetogener composities. Echter is daar met de herhalende mantra’s op Conversations, de haast voelbare pijn op Reanimation en de sterke climax op Opal ook genoeg te genieten. Met Salva geeft Karnivool nogmaals een rustige bijdrage en afsluiter op het album. De doedelzakken vormen daarbij het eindpunt om het album op triomfantelijke wijze met een boodschap van hoop te laten eindigen.
‘’Worth the wait, I’m sure, we’re all listening now.’’
En dat is precies wat ik ook ga doen. Ik ga In Verses nog een keer aandachtig beluisteren. Benieuwd wat ik deze keer weer zal ontdekken.
Score:
86/100
Label:
Inside Out Music, 2026
Tracklisting:
- Ghost
- Drone
- Aozora
- Animation
- Conversations
- Reanimation
- All It Takes
- Remote Self Control
- Opal
- Salva
Line-up:
- Ian Kenny – Zang
- Drew Goddard – Gitaar
- Mark “Hoss” Hosking – Gitaar
- Jon Stockman – Basgitaar
- Steve Judd – Drums
Links:


